CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2018

 

MacMillan: Strijkkwartet nr. 1 (Visions of a November Spring - Strijkkwartet nr. 2 (Why is this night different?) - Strijkkwartet nr. 3

Royal String Quartet
Hyperion CDA68196 • 71' •
Opname: juli 2017, Potton Hall, Dunwich, Suffolk (VK)

 

De Schotse componist James MacMillan (1959) heeft een – zij het klein - deel van zijn roem in ons land ‘verdiend'. Een opnamecontract stelde hem in staat om in de studio van het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) in Hilversum niet alleen veel eigen werk op te nemen, maar dat ook te dirigeren. Ik heb hem in die hoedanigheid ook een aantal keren in de MCO-studio aan het werk gezien en gehoord: als componist en als dirigent, met zijn altijd kritische blik gericht op zowel de partituur als het orkest. Wat daarbij wel opviel dat hij niet het type dirigent was dat het uiterste uit het orkest wilde persen. Aimabel onder alle omstandigheden en nooit gehinderd door stress, maar wel uiterst geconcentreerd. Ook tijdens de lunch in de kantine van het MCO bleef hij met zijn muziek bezig, concentreerde hij zich tijdens het nuttigen van zijn boterham op wat er die middag nog op het programma stond. Pas na afloop ontspande hij zich en stond hij open voor vragen of opmerkingen. Een uitermate prettige persoonlijkheid, ook om mee om te gaan. U kunt er hier meer over lezen.

Katholieke achtergrond
Religiositeit heeft zowel in zijn leven als in zijn werk altijd een belangrijke rol gespeeld. Geboren in het Schotse Kilwinning Ayrshire en opgegroeid in Cummock kreeg het katholicisme en de daaruit voortvloeiende geschiedenis van de theologie een sterke greep op zijn denk- en gevoelswereld. Dat daarin mogelijk een contrastrijk zo niet conflictueus element moet hebben gehuisd lijkt waarschijnlijk, want zijn composities getuigen er veelal van (dat hij tevens een groot fan is van de voetbalclub Celtic in Glasgow valt van zijn muziek overigens niet af te lezen). Er is dat duidelijk waarneembare gevoel van strijd en conflict, twee elementen die in zijn muziek een belangrijke rol spelen. Alleen al daarin toont hij zich het tegenbeeld van de muzikaal vormgegeven religiositeit van een Arvo Pärt. Waar Pärt zalvend gladstrijkt, scherpt MacMillan de contouren juist aan, maar tegelijkertijd weet hij het evenwicht tussen het vertrouwde en het onverwachte in zijn muzikale ideeënrijkdom met ware meesterhand te verdisconteren. Maar bovenal heeft MacMillan als zoveel componerende land- en tijdgenoten de weg gezocht en gevonden naar goede ‘verstaanbaarheid' van zijn muziek.

Doorbraak
MacMillans internationale doorbraak als componist kwam met het grote succes van ‘The Confession of Isabel Gowdie' tijdens de BBC Proms in 1990. In 1992 kwam een vergelijkbaar succes met ‘Veni, veni Emanuel', met de dove(!) Schotse slagwerkster Evelyn Glennie in de hoofdrol. Er volgden symfonieën en concerto's voor de meest uiteenlopende instrumenten (cello, viool, altviool, hobo, saxofoon, trombone, piano en slagwerk). Dan waren er de ‘stage works', zoals ‘Inés de Castro', waarvan de première plaatsvond tijdens het Edinburgh Festival 1996, en het door de Welsh opera in 2007 geproduceerde, avondvullende ‘The Sacrifice'. In 2011 was er de première van een kameropera in een bedrijf: ‘Clemency', uitgevoerd in de Linbury Studio van het prestigieuze Londense Royal Opera House. MacMillans grote belangstelling voor de menselijke stem uitte zich in de liedcyclus ‘Raising Sparks' en de cantate ‘Seven Last Words from The Cross', de laatste gedacht als Lukas-Passie voor koor en kamerorkest. En dan was daar natuurlijk het Stabat Mater voor koor en strijkorkest en ‘A European Requiem', een opdrachtwerk van het Oregon Bach Festival.

Kamermuziek
Ook de kamermuziek speelt in MacMillans componeren een belangrijke rol, getuige onder meer ‘Tuireadh' voor klarinet en strijkkwartet (met daarin een belangrijke plaats voor de Schotse volksmuziek), en ‘Kiss on wood' voor viool en piano, dat religieuze devotie uitstraalt. Zo ook het strijkkwartet, een genre dat MacMillan al in zijn leerjaren als componist bezighield. Het vroegste voorbeeld daarvan, ‘Etwas zurückhaltend' (dat lijkt mahleriaans, maar is het niet), dateert uit 1982, toen hij nog studeerde bij John Casken aan de universiteit van Durham.
Zoals voor zoveel componisten bood het strijkkwartet MacMillan een in creatief opzicht formidabele uitlaatklep. Het is immers een genre waarin de muziekvinder heel veel van zichzelf kwijt kan, maar daavoor compositietechnisch wel zeer beslagen ten ijs moet komen. Technische beperkingen zijn er, bezien vanuit de uitvoeringspraktijk, echter niet of nauwelijks en daarmee is het genre een perfect vehikel voor zowel de meest expressieve gedachten en vormen als experimenten (denk in dit verband alleen maar aan de strijkkwartetten van Beethoven en Bartók). Voor MacMillan was het strijkkwartet in eerste instantie verbonden met diep gevoeld verlies en treurnis: zo schreef hij ‘Memento' als herinnering aan zijn vriend David Huntley, lang verbonden aan het Londense uitgevershuis Boosey & Hawkes, en ‘For Sonny' ter nagedachtenis aan de kort na zijn geboorte overleden kleinzoon van een andere vriend.
Anders is het gesteld met het tweedelige ‘Visions of a November Spring', dat uit 1988 dateert, gereviseerd in 1991. Het grijpt weliswaar terug op eerdere compositorische modellen, maar biedt daarnaast qua expressie een wel degelijk nieuw gevonden urgentie.
In ‘Why is the night different?', zijn tweede strijkkwartet, gecomponeerd in 1998, draait het voortdurend om de contrasten tussen licht en donker, al is er in dit eendelige werk, evenals in ‘Visions of a November Spring', sprake van een sterke verbondenheid met MacMillans compositorische verleden. Zij het dat ditmaal eerst wordt samengevat om vervolgens naar nieuw vormgegeven dimensies op te kunnen klimmen. De titel van het werk is ontleend aan de joods-orthodoxe seider-rite, die begint met de seideravond waarop over de geschiedenis van de grote uittocht uit Egypte wordt gezongen en gesproken, met de Haggada als middelpunt.
Het derde en laatste, ditmaal driedelige strijkkwartet stamt uit 2007 en heeft, anders dan de twee voorafgaande kwartetten, geen bijzondere titel meegekregen. “Alleen maar noten, en niets anders dan dat,” aldus de componist. Dus geen programma dat eraan ten grondslag heeft gelegen, al zijn er wel reminiscenties aan de Derde symfonie, die niet voor niets van de bijnaam ‘Silence' is voorzien. Zowel in de symfonie als in het strijkkwartet verkent MacMillan de grenzen tussen substantie en leegte, tussen licht en donker, tussen geluid en stilte. Bijzonder fascinerend is het slotdeel, dat ‘patiently and painfully slow' dient te worden uitgevoerd.

Karakteristiek
Uit het cd-boekje kan niet worden opgemaakt of de componist (inmiddels Sir James MacMillan) bij de repetities en uitvoering aanwezig is geweest, maar idiomatisch klinkt het allemaal wel. De violisten Izabella Szalaj-Zimak en Elwira Przybylowska, de altist Marek Czech en de cellist Michal Pepol spelen deze drie strijkkwartetten niet alleen technisch puntgaaf, maar ook met indrukwekkend aplomb en pathos, vol kleur en gloed, gevat in het stilistische raamwerk dat zo karakteristiek is voor de muziek van MacMillan. Jammer alleen dat in het boekje met geen woord wordt gerept over de achtergrond van dit sublieme Poolse ensemble, maar u kunt daarvoor gelukkig wel terecht op de website van dit viertal. Maar het belangrijkste is toch wel dat dit nieuw album zonder enige reserve kan worden aanbevolen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links