CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2020

Lizt - Les Harmonies de L'esprit - Sacred Piano Works

Liszt: Après une lecture du Dante S 161 nr. 7 - 6 Consolations S 172 - Liebestraum nr. 3 S 541 - Légende nr. 2 (St. François de Paule marchant sur les flots) S 175

Ingrid Carbone (piano)
Da Vinci Classics C00144 • 55' •
Opname: 2018, San Fili (I)

   

Na haar zeer geslaagde Schubert-recital (hier besproken) heeft de Italiaanse pianiste Ingrid Carbone zich met dit nieuwe Liszt-album opnieuw laten gelden als een musiciënne die niet slaafs volgt wat anderen vóór haar al zo vaak hebben gedaan, maar dankzij haar verbeeldingsvolle spel een eigen stempel op deze negen stukken heeft weten te zetten. Dat is, het kan niet vaak genoeg worden gezegd, niet een kwestie van ‘schmieren' of op het oppervlakkige effect spelen, maar door vaak minuscule dynamische accenten, het uitlichten van een akkoord of soms zelfs niet meer dan een enkele noot, een frasering die met het oog en oor gericht op plastische expressiviteit daardoor net iets verder reikt en de balans tussen linker- en rechterhand mee laten wegen in datzelfde krachtenveld. Terwijl oog en oor dan ook nog gericht moeten zijn op de architectuur van het geheel!

Carbone koos voor een aantal werken dat binnen een tijdspanne van zo'n dertien jaar werd gecomponeerd: de Dante-sonate, de zes Consolations en de derde Liebestraum uit 1849/50 en de tweede Légende uit 1862/63.

De zes Consolations (vertroostende stukken) lijken qua vorm en inhoud op de typische nocturnestijl van die van Field en Chopin (die er maar liefst 21 schreef, de laatste in 1846). Of Liszt er wel of niet door werd geïnspireerd? Hij was het die de nocturnes van Field voor een door hem gegarandeerde, speciale editie liet uitgeven. Voorts zijn er de ontstaansdata die er aanleiding toe geven, maar van beïnvloeding lijkt evenwel toch geen sprake te zijn: daarvoor was het idioom van Liszt te eigenzinnig. Dat ze elkaars werk kenden staat evenwel vast: ze waren immers tijdgenoten, terwijl Liszt als pianist (en niet alleen van eigen werk) kriskras door Europa trok en net als Chopin in de Parijse artistieke beau monde zeker vaste voet onder de grond had. Het daar gevestigde uitgevershuis van Richault gaf er in 1841 het eerste deel (Suisse) van de cyclus ‘Années de pèlerinage' uit.

Maar net als de reeds genoemde nocturnes geldt ook voor de Consolations dat ieder deeltje, niet langer dan hoogstens een minuut of vier, een geheel aparte wereld oproept, en dat terwijl de gekozen toonsoort beperkt blijft tot (4x) E en (2x) Des. Niet zonder reden overigens: Liszt had ‘iets' met deze toonsoorten als hij een plechtige, zo niet gewijde ‘omgeving' voor zijn muzikale bespiegelingen wilde creëren.

Liszt componeerde drie 'Liebesträume'. Anders dan misschien gedacht waren het van oorsprong geen pianostukken, maar liederen op teksten van Ludwig Uhland en Ferdinand Freiligrath. In 1850 werden zowel de liederen als de pianostukken uitgegeven. De bekendste is de derde in de pianoversie, een regelrechte evergreen waarin ook zonder de liedtekst te kennen het duidelijk is waar het om draait: om de liefde, 'O Lieb, so lang du lieben kannst'.

De Dante-sonate uit 1849 maakt deel uit van het tweede (Italiaanse) deel van de ‘Années de pèlerinage'. Hoewel ontworpen als een fantasie (zoals de titel ook luidt: ‘Fantasia quasi sonate après une lecture du Dante') heeft Liszt het stuk wel degelijk in een goed herkenbare vorm gegoten, al is van de klassieke (sonate)hoofdvorm geen sprake, nog eens aangevuld door de grote mate van interpretatieve vrijheid die deze ‘fantasia' aan de pianist wordt geboden, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de (vele) tempoaanduidingen: andante maestoso - presto agitato assai - andante quasi improvisato - andante ben marcato il canto - più tosto ritenuto e rubati quasi improvisato - allegro moderato - tempo rubato e molto ritenuto - andante - presto - andante tempo primo. Liszt putte daarbij zijn inspiratie uit de ‘Divinia Commedia', al zijn er in de sonate door het universele karakter geen rechtstreeks herkenbare elementen daaruit af te leiden. Wat overigens niets afdoet aan de grote betekenis ervan in Liszts piano-oeuvre: de fantasie behoort zonder enige twijfel tot een van zijn beste werken.

De ‘Deux Légendes' dateren uit 1862-1863. Liszt was toen rond de vijftig en had al een glanzende carrière als componist én pianist achter zich. De eerste Légende is gewijd aan Franciscus van Assisi die tot de vogels predikt: ‘a prédication aux oiseaux'. Om welke vogels het precies gaat kunnen we – anders dan later bij Messiaen – niet uit Liszts klankenwereld opmaken, maar een fraai staaltje van muzikale schildering is het daarentegen wel. Dat geldt ook voor de tweede Légende, gewijd aan broeder Franciscus van Paola, de stichter van de Miniemen-orde. Het verhaal gaat dat in 1464 hem de doorgang door de Straat van Messina onmogelijk werd gemaakt en dat hij vervolgens zijn wijde mantel zo over het water drapeerde dat die als zeil kon fungeren om daarmee alsnog de Straat over te kunnen steken. Daar kun je als componist zeker wat mee, laat staan Liszt! Als er in de negentiende eeuw een componist was die in een pianowerk wind en water kon symboliseren, dan was hij het wel…

Het enthousiasme aan het begin van deze recensie wordt toch wel enigszins getemperd door de opname die zowel het spel van Ingrid Carbone als Bechstein A-228 onvoldoende recht doet. Er is om mij onopgehelderde redenen onvoldoende akoestische ‘ruimte' rond het instrument gecreëerd, wat al bij de eerste noten van de Dante-sonate duidelijk wordt. Dat doet ontegenzeglijk afbreuk aan de kwaliteiten van dit recital. Wie ervoor verantwoordelijk is geweest wordt in het boekje helaas niet vermeld, maar aan de pianostemmer (wiens naam vreemd genoeg juist wel wordt vermeld: Luigi Fuseo) ligt het zeker niet. Met een speelduur van zo'n 55 minuten had overigens de eerste Légende er nog gemakkelijk bij gekund.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links