CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2018

 

Südwestfunk-Orchester Baden-Baden - Hans Rosbaud dirigiert Haydn

Haydn: Symfonie nr. 12 in E - nr. 19 in D - nr. 45 in fis (Afscheid)* - nr. 48 in C (Maria Theresia) - nr. 52 in c - nr. 58 in F - nr. 65 in A - nr. 83 in g (Hen) - nr. 87 in A - nr. 90 in C - nr. 93 in D - nr. 95 in c - nr. 96 in D - nr. 97 in C - nr. 99 in Es - nr. 100 in G (Militair) - nr. 102 in Bes - nr. 104 in D (1952) - nr. 104 in D (1962) - Celloconcert in D - Trompetconcert in Es - Concert voor viool, klavecimbel en orkest - Pianoconcert nr. 11 in D

Maurice Gendron (cello), Walter Gleissle (trompet), Susanne Lautenbacher (viool), Edith Picht-Axenfeld (klavecimbel), Maria Bergmann (piano), Südwestfunk-Orchester Baden-Baden o.l.v. Hans Rosbaud
SWR Classic SWR19056CD (7cd's)
Opname: 1952-1962, Studio des Südwestfunks, Baden-Baden; Evangelisches Gemeindehaus, Berlin-Zehlendorf* (D)

www.swrmusic.de

   

Hij leek sprekend op een nogal onopvallende, schriele boekhouder, steevast gekleed in een stemmig kostuum met net zo stemmige stropdas, maar was evengoed een van de grootste dirigenten van zijn tijd die excelleerde in het uitvoeren van moderne en eigentijdse muziek, maar ook in het klassieke en romantische repertoire tot grote prestaties in staat was. De Oostenrijkse dirigent Hans Rosbaud (1895-1962) bewees zijn landgenoten Alban Berg, Anton Webern en Arnold Schönberg onschatbare diensten en speelde voor de avant-garde en de vele daarmee vervlochten 'enfants terribles' een voortrekkersrol van eminent belang. Geen wonder dus dat hij juist daardoor als dé geschikte man werd gezien om het Concertgebouworkest voor te gaan in de exploratie van de moderne muziek, een benoeming die hij graag aanvaardde omdat het een kolfje naar zijn hand was, maar tegelijkertijd ook een taak die hij met vlag en wimpel heeft volbracht. Rosbaud was ‘one of the unsung heroes of mid-20th-century music', aldus een Brits muziektijdschrift, al had de toevoeging ‘very few' hem stellig nog meer recht gedaan. Want Rosbaud stond wel midden in de branding van de eigentijdse muziek, terwijl de meeste van zijn collega's keurig op het strand bleven staan.

Hans Rosbaud en het »Frankfurter Rundfunk-Symphonie-Orchester« in de studio van het nieuwe omroepgebouw in der Eschersheimer Landstraße in Frankfurt am Main
(foto beeldarchief Hessische Rundfunk)

Dat stempel van de moderne muziek, hoe belangrijk op zich ook, deed helaas wel enigszins afbreuk aan wat hij ook goed kon, maar om de een of andere manier toch wat minder in de belangstelling stond: zijn grote affiniteit met componisten als Rameau, Gluck, Mozart (diens Da Ponte opera's behoren tot de beste in de catalogus), Sibelius, Bruckner, Mahler en – zoals deze schitterende uitgave bewijst - Haydn. Het hoge intellectuele maar ook spirituele niveau waarop hij de muziek gestalte gaf was in zijn tijd al exemplarisch, al zou dat aanmerkelijk minder zijn geweest als zijn dirigeren niet omringd was door een warme gloed die een volkomen doorzichtige orkestklank nooit in de weg stond. Zijn grote veelzijdigheid en reputatie hebben zijn bescheidenheid nooit in de weg gestaan: hij was primair musicus met zijn musici. Terwijl niet iedereen weet dat Hans Rosbaud niet alleen een groot dirigent was, maar dat hij ook meerdere orkestinstrumenten meer dan uitstekend kon bespelen.

Veelzijdig
In zijn recensie van de Bruckner-symfonieën onder Rosbaud wees collega Maarten Brandt er al op: een van de meest veelzijdige dirigenten van zijn generatie en misschien wel een van de meest veelzijdige interpreten ooit, nog afgezien van het feit dat deze op en top erudiete man ook op andere gebieden ultiem veelzijdig was; hij kende de atoomfysica als zijn broekzak, was uiterst belezen, sprak niet alleen vijf talen vloeiend maar beheerste tevens Grieks en Latijn als nauwelijks een ander). Zijn repertoire reikte van Rameau's opera Platée tot en met de meest eigentijdse uitingen van de periode waarin hij leefde. En dan was er het grote aantal wereldpremières dat hij op zijn naam heeft staan. Stockhausen, Boulez, Stravinsky, Schönberg, Berg, Webern, Xenakis, Ketting, Dallapiccola en Nono waren hem net zo vertrouwd als Mozart. Na zijn vroege dood (hij werd slechts 67) bleef hij nog lang in het middelpunt van de belangstelling van met name eigentijdse componisten staan. Zo droeg Bernd Alois Zimmermann nog in 1965 Die Soldaten aan hem op. Tien jaar eerder had Pierre Boulez – die een groot respect had voor de interpreet Rosbaud - nog aan aan de toen 60-jarige Rosbaud Le marteau sans maître opgedragen.

Kern
En dan nu dus Haydn met een vleugje Hofmann (diens Concert voor fluit en strijkers werd in die dagen nog aan Haydn toegeschreven). Zichtbaar noch hoorbaar is Rosbauds sobere gestiek, maar wel zijn we getuige van een onopgesmukte Haydn en die juist daardoor de kern ervan raakt. Het is een beeld dat we ook van de dirigent Pierre Boulez kennen: geen epateren, geen ‘hineininterpretieren', maar wel een uiterst spirituele en daardoor zeer aanstekelijke musiceertrant die het beste uit de muziek naar boven haalt. Een dirigent ook die zijn musici goed bij de les wist te houden door zijn efficiënte manier van werken, niet meer woorden spendeerde dan strikt nodig, de concentratie en inzet die hij daarbij van eenieder verlangde en ook kreeg, en het artistieke engagement dat hij voortdurend uitstraalde. Niets was onder zijn handen slechts routine of fragmentarisch of en passant. Structureel op het hoogst denkbare niveau, zowel horizontaal als verticaal, ritmisch en dynamisch vlekkeloos en met groot raffinement Met een orkest dat hem bij wijze van spreken blindelings en met de vereiste souplesse wist te volgen.
Rosbaud was niet de man van de stemverheffing, maar de bezonken intellectueel die desalniettemin niet alleen uit de muziek, maar ook uit zijn musici alles wist te halen wat erin zat. En dat was, daarvan getuigen deze opnamen, bepaald niet gering. Geen driftige drilmeester à la Toscanini, maar wel een dirigent die rust en bezieling uitstraalde, twee van zijn meest karakteristieke eigenschappen. Al zal het menigmaal bij heel moeilijke stukken een bijzonder lastig proces zijn geweest (het orkest van de Südwestfunk, een van de beste omroeporkesten in die tijd, stond vooral bekend om het nieuwe repertoire dat het onder Rosbaud moest instuderen en onverschrokken uitvoerde).

Tijdens de »Donaueschinger Musiktage«, oktober 1960
(foto Landesarchiv Baden-Württemberg)

Modern
Wie met de partituur in de hand deze uitvoeringen volgt wordt zeker getroffen door de nauwkeurigheid die Rosbaud met zijn orkest in deze Haydn-interpretaties aan de dag legt. Dat geldt voor zowel de frasering, de dynamiek als het ritmische profiel. En als we Karl Böhms uitspraak in gedachten nemen dat het juiste tempo al de helft van de vertolking uitmaakt… Bij Rosbaud had ik voortdurend het gevoel dat het zelfs meer was dan dat: dat het tempo als het ware de aanjager werd van een onfeilbare en daardoor dwingende logica. Het gehele parcours, dus zowel in de hoekdelen als het langzame middendeel, het menuet en het trio, wordt gedomineerd door een overtuiging die geen tegenspraak duldt maar even goed spiritueel, liefdevol en hartverwarmend gestalte krijgt. Ook als we in acht nemen dat begin jaren zestig de historiserende uitvoeringspraktijk nog geen vaste grond onder de voeten had, is het moderne karakter van deze uitvoeringen evident. Dat het onder Rosbaud – zeker in vergelijking met collega's als Walter en Klemperer – ook vandaag ‘modern' klinkt, heeft alles te maken met de dirigeerstijl waarin hij excelleerde: uiterst nauwkeurig en daardoor ook onopgesmukt, met als bron van de horizontale en verticale architectuur uitsluitend de partituur en ver verwijderd van de geromantiseerde agogiek die zoveel andere uitvoeringen in die tijd (nog) kenmerkte. Wie kritisch luistert begrijpt ook goed dat die architectuur niet los kan worden gezien van de fijnmazig toegepaste temporelaties. In de vijf toegevoegde soloconcerten sluiten de solisten zich daar overeenkomstig op aan.

Mono maar...
Hoe kwamen deze Haydn-opnamen tot stand? Niet anders dan de door Maarten Brandt besproken Bruckner-opnamen. De omroep in Baden-Baden beschikte uiteraard over een eigen studio (later omgedoopt in Hans-Rosbaud-Studio), waarin – met uitzondering van de Symfonie nr. 45, die in Berlijn werd gemaak - alle opnamen werden gemaakt, waarvan alleen het Celloconcert in D live is vastgelegd (de tussen 1952 en 1962 gemaakte opnamen werden doorgaans later uitgezonden). Qua esprit is tussen live en studio geen waarneembaar verschil te ontdekken, wat overigens alleen maar Rosbauds opvattingen en werkwijze bevestigt.
Op één uitzondering na (de in Berlijn-Zehlendorf gemaakte stereo-opname van de Symfonie nr. 45) is sprake van mono-opnamen, maar voor wie niet uitsluitend op de hoofdtelefoon is aangewezen, hoeft dit geen enkel beletsel te zijn. Hoewel ik de klank van de oorspronkelijke studiobanden niet ken lijkt het er toch wel op dat de remastering een bijzonder frisse en uitstekend gedefinieerd klankbeeld heeft opgeleverd. Zo klinkt het in ieder geval wel. Al met al opnieuw - na de reeds gesignaleerde Bruckner-uitgave uit deze zelfde bron - een geweldig initiatief. Putten uit een rijke discografische historie: het is en blijft een ware 'Fundgrube'. En mogelijk ligt er bij de Südwestfunk nog wel meer in het verschiet!

__________________
Wie in meer opnamen van Hans Rosbaud is geïnteresseerd verwijs ik graag naar de uitgave van Deutsche Grammophon. De details vindt u hier.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links