CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2004

 

The Cor de Groot Collection

Deel 1:

Ravel: Miroirs (nr. 1-3, 5) [mono, 1951] - Gaspard de la nuit [mono, 1951] - La Valse (versie voor twee piano's) [stereo, 1974] - Pianoconcert in G [mono, 1940].

Cor de Groot en Gérard van Blerk (piano), Concertgebouworkest o.l.v. Eduard van Beinum

APR 5611 • 74' •


klik hier voor het artikel over Cor de Groot van Hans Goddijn

Door de inspanningen van de Cor de Groot Stichting zijn er inmiddels drie cd's verschenen die - dankzij de goed geslaagde mastering van het oorspronkelijke materiaal - een helder beeld geven van de Nederlandse pianist Cor de Groot (1914-1993). Dat hij ook - evenals zijn collega Hans Henkemans (1913-1995) -  een niet onverdienstelijk componist was zal niet bij een ieder bekend zijn, maar wie zich daarover wil oriënteren kan terecht bij de Stichting Muziekgroep Nederland (het voormalige Donemus) op www.muziekgroep.nl waar u trouwens ook een keurig overzicht vindt van de verkrijgbare cd's met muziek van Nederlandse componisten, solisten, orkesten en dirigenten. Zo vindt u er ook de historische serie die gewijd is aan o.a. het Concertgebouworkest. Al met al een waar mer à boire voor de liefhebber.

Miroirs en Gaspard de la nuit werden in 1951 (mono) opgenomen door de Nederlandse Radio Unie (NRU), waarbij soms goed hoorbare bijgeluiden als gevolg van oneffenheden in het oorspronkelijke plaatmateriaal op de koop toe moeten worden genomen. De Groot speelde van Miroirs alleen de delen I (Noctuelles), II (Oiseaux tristes), III (Une barque sur l'océan) en V (La vallée des cloches); IV (Alborada del gracioso) ontbreekt dus. De Groot voelt zich bij deze evocatieve natuurschilderingen als een vis in het water, wars van enige opsmuk, maar met grote verbeeldingskracht: het lome Oiseaux tristes is niet minder dan een sieraad van vertolkingskunst. Indrukwekkend is ook het ritmisch zeer lastig te realiseren Une barque sur l'océan, waarbij moet worden bedacht dat in de jaren vijftig natuurlijk geen enkele sprake was van het digitale knippen en plakken zoals dat nu het geval is en waardoor ten onrechte de indruk wordt gevestigd dat de pianisten van nu moeiteloos met dergelijke stukken om weten te gaan... In het technisch én interpretatief hels moeilijke Gaspard de la Nuit gaat het rakelings langs de afgronden maar is de diepte van het panorama niet minder dan verbluffend.

La Valse, hier in de versie voor twee piano's (met Gérard van Blerk, maar wie is wie?), profiteert duidelijk van de stereo-opname (NRU, 1974) en is in deze interpretatie precies zoals door Ravel werd opgetekend: "Walsende paren die slechts af en toe kort zichtbaar zijn in de nevelflarden die langzaam optrekken . waarna we een grote balzaal zien die gevuld is met wervelende dansers . de scène is een balzaal in een keizerlijk paleis rond 1855." De duistere, sinistere klanken van het begin monden uit in de choreografisch hallucinerende vervorming van de Walzer, met de deuren half uit de hengels en de koude tocht die de kaarsen in de kandelaars doet flakkeren.

Iets minder enthousiast ben ik over het Pianoconcert in G, een live-opname uit 1940 (waarschijnlijk vrij kort ná de Duitse bezetting gemaakt), dat enigszins te lijden heeft van de diverse ontsporingen in het orkest. Het gebrek aan ritmische finesse (finale!) toont ook aan dat het orkest toen nog niet goed vertrouwd was met deze materie, maar dit gezegd hebbende horen we wèl een uitvoering die bijna overloopt van energie en hoogst muzikantesk spelplezier, alsof  men uiterst verguld is met een nieuwe ontdekking en de toehoorders als het ware daarin mée wil trekken. Het valt bij al dit plezier toch maar moeilijk voor te stellen dat de Duitse Wehrmacht Nederland al had bezet.

Bestelinformatie: Cor de Groot Stichting, postbus 78, 1400 AB Bussum, e-mail: hgoddijn@zonnet.nl of kijk op www.aprrecordings.co.uk


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links