CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2010

 

 

Kirsten Flagstad live in Berlijn 1952

Wagner: Wesendonck-Lieder - uit Tristan und Isolde (voorspel tot de eerste akte; Isoldes Erzählung und Fluch; Isoldes Klage und Liebestod) - uit Götterdämmerung (Brünnhildes Schlußgesang).

R. Strauss: uit Vier letzte Lieder (2. Beim Schlafengehen; 3. September; 4. Im Abendrot) - uit Elektra (Monolog der Elektra).

Kirsten Flagstad (sopraan), Orchester der Städtischen Oper Berlin o.l.v. Georges Sebastian.

Audite 23.416 • 55' + 43' • (2 cd's)

Live-(mono)opnamen, Titania Palast, Berlijn, 9 en 11 mei 1952.

www.audite.de


Op het stofomslag van het tweede deel uit Jürgen Kestings monumentale (ruim zeven kilo wegende!), vierdelige standaardwerk Die großen Sänger prijkt de afbeelding van de Noorse sopraan Kirsten Flagstad (1895-1962), aan wie deze gezaghebbende Duitse zangspecialist zeer uitgebreid aandacht besteedt. En terecht, want Flagstad - zoals Paul Korenhof het in zijn bespreking van de EMI-uitgave (klik hier) schreef - was, nog afgezien van haar vele andere vocalistieke en interpretatieve kwaliteiten, in staat om na ieder fortissimo op basis van 'ontspannen' zingen een subtiel en kleurrijk piano te realiseren, en dat is precies waar bijna iedere andere dramatische sopraan het laat afweten. Kesting analyseert één voorbeeld: de frase 'Er sah mir in die Augen' in de eerste akte van Tristan und Isolde, waarbij hij constateert dat geen enkele zangeres uit later jaren erin is geslaagd om de 'e' van 'Augen' na een dalende octaafsprong met een vol, goed geïntoneerd en fraai afgerond piano te zingen. Dat lukte Flagstad wel, waarmee zij - aldus Kesting - gestalte gaf aan de uitspraak van Karajan: "Zij zingt een piano als was het een fortissimo!" Het is ook Kesting die in het begeleidende cd-boekje dieper ingaat op het 'fenomeen Flagstad' en daarbij een aantal zeer behartenswaardige opmerkingen plaatst.

De op deze twee cd's samengebrachte live-opnamen ontstonden slechts kort voor haar zevenenvijftigste verjaardag, dus op een leeftijd dat de meeste sopranen het onvermijdelijke verlies aan vocale rijkdom moeten compenseren door (verdere) verdieping van de karakterrol. Bij Flagstad liep dat bepaald anders, zoals deze opnamen ook aantonen: zelfs na een bepaald niet lichte zangcarrière van meer dan dertig jaar bleef haar stem tot op latere leeftijd onvoorstelbaar rijk aan glans en nuances. Als er al concessies moesten worden gedaan gold dat uitsluitend de reikwijdte van haar stem. EMI's Walter Legge, de producer van de beroemde Tristan-opname onder Furtwängler, was zo taktloos om her en der te vertellen dat zijn vrouw, de sopraan Elisabeth Schwarzkopf, 'een aantal noten' moest zingen die voor Flagstad onbereikbaar waren geworden. Volgens Kesting moeten dat de hoge C's in de tweede akte zijn geweest. Dat probleem had zich overigens als eerder aangekondigd, in de eerste uitvoering van Strauss' Vier letzte Lieder, waarvan de hoge B in het eerste lied, 'Im Frühling', werd getransponeerd naar de lagere Fis (wonderlijk dat diezelfde hoge B haar wel lukte in Wagners 'Erzählung der Isolde' ['gabe er es preis' en 'lacht das Abenteuer']). In deze Berlijnse live-opname liet ze het lied in zijn geheel vallen: de hoge tessitura waren haar blijkbaar teveel. De andere drie liederen, hier in gezongen in afwijkende volgorde ('Beim Schlafengehen' is oorspronkelijk het derde lied, en 'September' het tweede), klinken daarentegen 'ongehoord', wat nog eens wordt versterkt door de uitstekende opnameklank, die met de spreekwoordelijke kop en schouders uitsteekt boven de Londense opname (met het Philharmonia Orchester onder Wilhelm Furtwängler, heruitgegeven op het Testament-label). Ongehoord ook hoe zij aan het slot van 'September' de frases boetseert en in 'Beim Schlafengehen' het verlangen tastbaar maakt. En wie kan nog ontkomen aan de intensiteit van Isoldes 'Liebestod'? Waar alles in versmelt en tijdloos wordt? Maar ook in de rest van het programma, met o.a. de zeer fris klinkende Wesendonck-Lieder (in de bekende orkestratie van Felix Mottl) en de door merg en been gaande monoloog van Elektra ('Orest! Orest! - O laß deine Augen...'), worden historische bakens verzet.

Deze opnamen! 'Gewone' radio-opnamen van Deutschlandradio, maar blijkbaar zó opgeknapt dat het onmogelijke mogelijk is gemaakt, met de ongekende schittering van Flagstads vocalistiek en het magnifiek klinkende orkest dat onder de zeer geïnspireerde Georges Sebastian vrijwel onvervormd uit de luidsprekers komt. Het achtergrondgestommel neme men voor lief. Een sublieme uitgave!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links