CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2016

 

Dvorák: Pianotrio nr. 3 in f, op. 65 (B 130) - Pianotrio nr. 4 in e, op. 90 (B 166)

Trio Wanderer

Harmonia Mundi HMM 902248 • 60' •

Opname: januari 2016, Teldex Studio, Berlijn

   

Het fameuze Trio Wanderer, bestaande uit Vincent Coq, piano; Jean-Marc Phillips-Varjabédian, viool en Raphaël Pidoux, cello, heeft al een groot aantal opnamen op zijn naam staan, waaraan een groot aantal op onze site in de meest lovende bewoordingen werd besproken. Het is nu de beurt aan twee populaire Dvorák-trio's: het Pianotrio in e, op. 90 (Dumky) en dat in f, op. 65. Zonder er een wedstrijd van te maken: dat Dumky-trio, het vierde en laatste in de reeks, staat qua populariteit bovenaan. Het Pianotrio op. 65 dankt zijn populariteit vooral aan het bijzonder innemende en gracieuze scherzo dat herinneringen oproept aan dat in Dvoráks Zevende symfonie.

‘Dumky' (een bijnaam die zoals meestal niet van de componist zelf afkomstig is) heeft alles te maken met de Dumka, een uit Oekraïne stammende volksdans. Het is het folkloristische platteland dat hier muzikaal onmiddellijk tot de verbeelding spreekt, met stevige dansritmen en kostelijke melodieën maar niet zonder beschouwende momenten, wat een zeer afwisselend beeld oplevert. Maar er valt ook veel echt Boheemse volksmuziek in het stuk te ontdekken. Vaststaat wel dat Dvorák voor de Dumka een warme plaats in zijn muzikale hart heeeft gehad, want we vinden duidelijke sporen ervan ook terug in zijn Strijksextet op. 48, het Strijkkwartet op. 80 en natuurlijk in het bruisende slotdeel van het Vioolconcert. Niet alleen de rol van de piano valt in het Dumky-trio bijzonder op (het is niet voor niets een pianotrio!), maar ook de gloedvolle en vaak virtuoze cellopartij (waarvoor Dvorák de grote Tjsechische cellist Hanus Wihan in gedachten had).

Hebben Tsjechische spelers in Dvoráks kamermuziek het rijk voor zich vrijwel alleen? Een gekke gedachte is het niet, getuige de vertolkingen van het Smetana- en het Suk-trio, maar ook het Franse Trio Wanderer weet het idiomatische karakter van deze muziek bijzonder goed te treffen. De vele tempowisselingen die Dvorák in zijn op. 90 verdisconteerde worden ook door het Trio Wanderer in een afwisselend zowel volkomen natuurlijk en spontaan als melancholiek decorum geplaatst, waarbij een zekere expressieve vinnigheid gelukkig niet ontbreekt. Het geheel overziende doet mij het spel van het Wanderer denken aan dat van het Busch Trio dat eveneens volledig ‘losging' maar desalniettemin binnen geraffineerd uitgebalanceerde kaders bleef. Zoals ook de heerlijke melodieën en de uitstekend geproportioneerde dansritmes alle kansen kregen zich te ontplooien. De scheidslijnen tussen 'klassiek' en 'romantisch' zijn vervaagd. Het Trio Wanderer biedt ons een soortgelijk beeld. Waarmee het laatste woord niet is gezegd, want wie de lat legt langs de diverse uitvoeringen die op onze site zijn besproken, komt nog wel meer overeenkomsten tegen. Vergelijken blijft lastig maar een feit is wel dat het Trio Wanderer met deze nieuwe studio-opnamen gezorgd heeft voor een welkome aanvulling van de discografie.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links