CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2009

 

 

The Bohemian Album

Dvorák: Serenade voor strijkers in E, op. 22.

Haas: Strijkkwartet nr. 2 op. 7 (Uit de Apenbergen) (1925) (versie voor strijkorkest en slagwerk in de bewerking van Marijn van Prooijen) .

Schulhoff: Vijf stukken voor strijkkwartet WV 68 (1923) (versie voor strijkorkest in de bewerking van Marijn van Prooijen).

Barry Jurjus (slagwerk),
Amsterdam Sinfonietta o.l.v. Candida Thompson.

Channel Classics CCS SA 24409 • 78' • (sacd)

www.channelclassics.com en info@channel.nl


Wat een vondst om deze drie werken onder de titel The Bohemian Album op een cd samen te brengen! Want Dvorák, Haas en Schulhoff werd de Boheemse volksmuziek met de paplepel ingegoten en dat wordt in hun prachtige muziek weerspiegeld.

Antonín Dvorák (Nelahozeves 1841 – Praag 1904) schreef zijn warmbloedige Serenade voor strijkers in nog geen veertien dagen, in een van de gelukkigste perioden van zijn leven. Het jaar daarvoor, in 1874, had hij het Oostenrijkse staatsstipendium voor jonge en talentvolle, maar arme kunstenaars ontvangen dat hem in staat stelde zonder al te veel financiële zorgen te componeren. Maar daarnaast vormde de staatsbeurs een regelrechte erkenning van zijn kwaliteiten als componist, wat goed was voor zijn zelfvertrouwen.

In de Serenade horen we hoezeer Dvorák vertrouwd moet zijn geweest met strijkinstrumenten. Hij had niet alleen al een aantal strijkkwartetten gecomponeerd maar tevens als altviolist veel ervaring opgedaan. Het stuk vormt daarvan duidelijk de weerslag, in grootse beurtelings kamermuzikale intimiteit en symfonische stijl. De Serenade ademt 'grandezza', een nobele waardigheid waarin de Boheemse folklore heel goed gedijt. Het is een van Dvoráks beste werken en is ook meer dan twee eeuwen na zijn ontstaan nog steeds zeer geliefd bij het grote publiek.

Dat laatste kan van Haas' Tweede strijkkwartet, dat op deze cd wordt gespeeld in de bewerking voor strijkorkest en slagwerk, helaas niet worden gezegd. Pavel Haas (Brno 1899 – Auschwitz 1944) was pas zesentwintig toen hij het voltooide en het weerspiegelt net als Dvoráks Serenade een gelukkige periode uit het leven van de componist. In dit geval de zomer van 1925, die Haas doorbracht in het schilderachtige landschap van Moravië, in en rond de heuvels met de bijnaam 'Apenbergen'. Hij heeft zelf voor een passende omschrijving gezorgd: "Dit zorgeloze werk wordt geheel beheerst door beweging - zij het de ritmes van het open veld en de zang van vogels, de onregelmatige gang van boerenwagens, het lied van warme menselijke gevoelens en het koele, kalme spel van het schijnsel van de maan of de wilde uitgelatenheid van een nacht vol plezier." Zoals we al die elementen ook terughoren in de muziek zelf, die hoogst oorspronkelijk is maar toch enige invloed van zijn leermeester Leos Janácek verraadt.

Tussen Erwin Schulhoff (Praag 1894 - Wülzburg 1942) en Dvorák loopt een rechtstreekse lijn. Het was immers Dvorák die de nog piepjonge Schulhoff aanraadde om pianolessen te nemen. Niet alleen Dvorák zag in hem een wonderkind, want al snel werd Schulhoff toegelaten tot het Praagse conservatorium, waar hij begon met piano- en compositieles, om zich later verder te bekwamen in de kunst van het dirigeren. Als componist was Schulhoff een van de vele vertegenwoordigers van de nieuwe stroom Tsjechische toondichters die het negentiende-eeuwse romantische idioom achter zich had gelaten en zich had aangesloten bij de West-Europese avant-garde. Zo zijn Schulhoffs Vijf stukken voor strijkkwartet - hier in de bewerking voor strijkorkest - duidelijk geënt op het idioom van de Parijse Groupe des Six en is het niet verwonderlijk dat hij het werk opdroeg aan Darius Milhaud. Zelfs voor een strijkkwartet zijn de vijf korte deeltjes bijzonder lastig, laat staan voor een strijkorkest.

Deze muziek is bij Amsterdam Sinfonietta (22 strijkers) in uitstekende handen. Na het vertrek van Lev Markiz (hij was een decenniumlang de onbetwiste leider die het ensemble tot grote bloei bracht) en vervolgens van Peter Oundjian was het Candida Thompson die in 2003 het artistieke leiderschap op zich nam. En met groot succes,. getuige ook deze bijzonder fraaie opnamen (2008, Bachzaal, Amsterdam en Philharmonie, Haarlem).

Wie zich afvraagt of dergelijke bewerkingen eigenlijk wel kunnen, kan ik misschien een beetje geruststellen. Marijn van Prooijen heeft zich al meerdere malen als een zeer kundige bewerker doen gelden, terwijl het daarnaast niet ongebruikelijk is om bepaalde werken uit de kamermuziekliteratuur voor strijkensemble te bewerken (slechts twee voorbeelden: de bewerking van Rudolf Barshai van een aantal strijkkwartetten van Dmitri Sjostakovitsj en die van Gustav Mahler van strijkkwartetten van Beethoven en Schubert). Veelal ligt er een praktische reden aan ten grondslag, zoals in dit geval het nogal beperkte originele repertoire voor strijkorkest. Waarbij ik niet onvermeld wil laten dat die twee kostelijke werken van Haas en Schulhoff (beide joodse componisten werden in Auschwitz vergast) op deze manier de belangstelling krijgen die ze echt verdienen!

____________________
Zie ook op deze site Het getto in Theresienstadt (Terezín)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links