CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2019

 

Frank Denyer - The Fish that became the Sun (Songs of the Disposessed)

Octandre Ensemble o.l.v. Jon Hargreaves, Benjamin, New London Chamber Choir o.l.v. Matthew Hamilton, Consortium 5, Perc'm Percussion Ensemble Royal College of Music, Marquise Gilmore (viool), Pearl en Albert Snow (child vocalists)

Another Timbre AT149 • 57' •
Opname: april 2018, Menuhin Hall, Stoke d'Abernon, Cobham, Surrey (VK)

www.anothertimbre.com

 

Dit is het tweede album dat ik van Denyer ontving (mijn bespreking van het eerste album vindt u hier). En opnieuw zijn er de raadsels die zich alleen met behulp van de door de componist in het begeleidende boekje gegeven toelichting laten oplossen.

Het werk werd geschreven in de periode 1991-96, het tijdvak waarin desintegratie maar ook integratie een belangrijke rol speelde, met in het middelpunt daarvan de Balkanoorlog, de eerste Golfoorlog en de zich in Rwanda voltrekkende genocide. Het morele verval leek nooit weg te zjn geweest, maar het wereldtoneel werd er in die jaren wel door overheerst. In de film 'Some Sounds are Gates' van Suhail Merchant (2019) verwoordde Denyer de door hem sterk gevoelde de noodzaak om desondanks aan de toekomst een positieve draai te geven, overigens vanuit een niet bepaald voor de hand liggend perspectief:

'When things are thrown away on a rubbish dump, they decay; things separate, becoming part of something larger. And as such they can enter into unusual alliances. They find themselves check by jowl with the most unexpected neighbours, and a new life starts at that moment of new alliances'.

Het is een vooruitzicht dat ons ook na onze dood wenkt en zelfs in de meest letterlijke zin.

Oog in oog met de voortgaande destructie om hem heen heeft Denyer vanuit die gedachte een instrumentarium gecrëerd dat als het ware een symbool vormt van al die fragmenten, het afval, het vuilnis. Ze spreken tot ons in de vorm van een in muziek gegoten ritueel. En zoals afval, zelfs brokstukken uit vele lagen kan bestaan, geldt dat ook voor de daarop geënte muziek.

'The fish that became the Sun' lijkt bedoeld om - al is het misschien alleen maar in puur esthetische zin, met uitsluitend het oogmerk ons langs muzikale wegen bewust te maken van onze onophoudelijke, door niets te stoppen ijver en geldingsdrang die ons uiteindelijk alleen maar naar een ongekende catastrofe zullen leiden. De daarmee verbonden treurnis is in deze muziek dan ook onmiskenbaar aanwezig, maar tegelijkertijd roept ze op tot bezinning in het licht van dat eeuwige potentieel waaruit nieuwe vormen ontstaan. Of anders gezegd: dat ondanks alles de evolutie voortgaat.

Doris Lessing zei het in 2013 zo:

'I think we're a disastrous species. We just destroy everything. But a minority of us will survive whathever catastrophe it was. This, I think, is optimism'.

Muziek die deels wordt voortgebracht door - tenminste, vanuit puur muzikale optiek - vreemde voorwerpen, zoals daar zijn met water gevulde wijnglazen die met behulp van strijkstokken de meest wonderlijke klanken voortbrengen, en de alleen nog voor shredder bestemde orgelpijpen die in dit stuk van Denyer toch nog op een speciale manier dienst mogen doen. Alles tezamen worden maar liefst 80 'garbage instruments' ingezet om Denyers filosofisch getinte gedachtegoed muzikaal gestalte te geven.

Zoveel is duidelijk: de instrumenten die deels zijn vervaardigd uit rommel of geen enkel ander doel lijken te dien dan dat leveren het zozeer door Denyer gewenste engagement op. Het idee ook dat al die waardeloze brokstukken, al dat afval dat moet worden prijsgegeven aan de vernietiging, als tegengif kan fungeren voor die onwerkelijke bubbel dat zozeer met ons hedendaagse leven is verbonden. Rommel, de lage status ervan, deel uitmakend van muzikale kunstvaardigheid: het is waarschijnlijk nog niet eerder vertoond.

Hoe pakt dit op het podium uit? Een violist, vier zangers die vaak ‘zingen' door een ‘eunuch'-fluit*, ondersteund door een harmonium. Dan een tweede groep bestaande uit vier zangeressen die afwisselend in de handen klappen, met de voeten stampen en met ratels klepperen. Ze moeten ook twee stevig uit de kluiten gewassen sistra** bedienen. Vooraan een citer, mandoline en dulcimer. Iets naar achteren op het podium vier bespelers die afwisselend in de weer zijn met voor de gelegenheid uit de afvalbak gegriste, aangepaste orgelpijpen, naast kromhoorns, aangestreken wijnglazen en een kleurrijke verzameling van allerlei kleine instrumenten. Rechts op het podium een groep bestaande uit drie contrabassen en contrafagot. Achterin, in het midden, twee musici met een verzameling fluitjes, waaronder ocarina's, een schelp en een uit een schelpsoort vervaardigde trompet. Tijdens de voorstelling verschijnen twee kinderen die een paar liedjes zingen (de tekst is opgenomen in het boekje).

De zeven slagwerkers zijn gepositioneerd ter linker- en rechter-, en de achterzijde van zaal. Ze beschikken over een groot assortiment slagwerkinstrumenten, bestaande uit onder andere twee Chinese en twee Balinese gongs, vijf glasgongs, vier zakken gevuld met glasscherven (enige ook op een resonator), vijf lange houten latten, vier straatstenen, een mes met wetsteen, vijf metaalschrapers, een bamboestok, drie schuurblokken, een ballon, een paar gietijzeren klokken, stukken, aluminium folie, drie harde bezems, twee houten planken, drie paar zware, twee paar middelzware en twee paar lichte stokken, twee aluminium platen (om dondergeluiden mee op te wekken), een kleine tamtam, vier basdrums (van verschillende afmetingen), een vishengel, enz. enz.

Buiten en rondom de plaats van handeling nog acht cornetten (ze zijn alleen te horen in de slotapotheose, ofwel op track 14 van dit album). Met uitzondering van de buiten opgestelde musici dienen de overige soms te zingen, te hummen of te klappen (met als ‘aardig' effect dat dit zomaar ergens in het auditorium kan ontstaan). De partituur laat overigens geen improvisatie toe: alles is tot in detail uitgeschreven.

Wat geldt voor het theaterwerk van Heiner Goebbels (bijvoorbeeld diens spektakelstuk ‘Landschaft mit entfernten Verwandten'), geldt - hoewel in idiomatisch opzicht daarmee zeker niet te vergelijken (het werk van Goebbels is net zo uniek als dat van Denyer) - ook voor dat van Denyer: dat de appreciatie ervan ten nauwste samenhangt met het visuele aspect, en daarmee verbonden het gevoel van theater. Zo verging het mij tenminste. De instrumentale en vocale veelkleurigheid van het geheel schreeuwt bijna om visualisering, of anders wel erbij te willen zijn. Het is die vorm van betrokkenheid die de cd nu eenmaal niet kan bieden. Dat er geen dvd-productie van is gemaakt en alleen al om die reden jammer.

En de uitvoering? Het is buitengewoon lastig om voor een uniek project als dit met zijn veelzijdige fenomenologische aspecten een in artistiek opzicht zinvolle maatstaf te hanteren.

_____________
*Dit instrument wordt niet meer gebruikt. Er zijn sporen van gebruik in de zeventiende eeuw in Frankrijk. Nu is het alleen nog in sommige musea te bewonderen. Op Wikipedia vindt u er verdere informatie over.
**De sistirum is een slagwerkinstrument dat zijn oorsprong vindt in het Oude Egypte. Het is gevormd in een ‘U' waartussen draadjes zijn gespannen. Zie ook Wikipedia.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links