CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2019

 

Frank Denyer - The Boundaries of Intimacy

Denyer: Mother, Child and Violin (2005) - Two Female Singers and Two Fluts (2013) - Piece for Koto, version 1 & 2 (1975) - String Quartet (2017/18) - Beyond the Boundaries of Intimacy (2015) - Frog (1974)

Juliet Fraser (sopraan/voice), Layla (vocals), Janneke van Prooijen (viool), Sophie Fetokaki (voice), Jos Zwaanenburg (fluit en elektronica), Carlos Anez (fluit), Nobutaka Yoshizawa (koto), Luna String Quartet, Elisabeth Smalt (sneh)
Another Timbre AT148 • 74' •
Opname: 2017/18, Amsterdam, Londen, Tokyo

www.anothertimbre.com

 

De Britse componist Frank Denyer (Londen, 1943) stuurde mij spontaan twee cd's die zeker de aandacht verdienen, al zal die zich waarschijnlijk beperken tot degenen die eigentijdse muziek niet al bij voorbaat afwijzen. Denyer is dusdanig bescheiden dat hij niet de moeite nam om mij van biografische gegevens te voorzien, terwijl ik het niet op mijn weg vond liggen om hem specifiek daarom te vragen. Het internet kon bovendien ongetwijfeld de helpende hand bieden. En ja hoor, ik vond zo het een en ander.

Frank Denyer kreeg zijn belangrijkste muzikale indrukken eerst als koorknaap van het beroemde Canterbury Cathedral en vervolgens als pianostudent aan het niet minder beroemde Guildhall in Londen. Eind jaren zestig richtte hij zijn eigen ensemble op: Mouth of Hermes, dat zich toelegde op experimentele muziek, waaronder ook zijn eigen composities. Dat maakte hem en het ensemble bekend in Engeland, maar ook daarbuiten. In het midden van de jaren zeventig zei hij het podium voorlopig vaarwel om zich in het Amerikaanse Connecticut aan de doctoraalstudie etnomusicologie te wijden, met Japanse muziek als specialisatie. De creatieve globetrotter verhuisde in 1978 naar Nairobi om zich daar te verdiepen in de muziek van de Pokot, een stam die zich niet alleen in Kenya, maar ook in Oeganda ophoudt. Aan de Afrikaanse universiteit deed hij op dit terrein belangwekkend onderzoek en ongetwijfeld zal hij de invloeden daarvan meegenomen hebben in zijn werk.

Weer terug in Engeland in 1981 werd hij docent aan het Dartlington College of Arts. Vanaf 1990 trad Denyer op als dirigent en pianist bij de Barton Workshop, waar hij belangrijke en internationaal zeer gewaardeerde opnamen maakte van de muziek van Morton Feldman, John Cage, Christian Wolff en Galina Oestvolskaja.

David Harrington van het Kronos Quartet betitelde hem als een ‘phantastically interesting composer'. De muziekwetenschapper Wilfried Mellers benadrukte het unieke karakter van Denyers muziek: ‘it resembles no-one else's […] there can be no doubt that it matters'. Nu dan deze twee nieuwe albums, vers van de pers: Denyer schreef de toelichtingen zelf in augustus van dit jaar.

 
 

Frank Denyer

De muziek op het eerste hier besproken album met als titel ‘The Boundaries of Intimacy' (De grenzen van de intimiteit) klinkt zacht, soms zelfs zeer zacht. De componist tipt de luisteraar: ‘To achieve the optimal listening level think of the musicians as being just over the other side of the room in which you are listening, rather than in another grander space. Imagine them performing intimately, without amplifaction, and often in an under-voice in order not to disturb the neighbours. This will give you a realistic idea of the listening level. You may find dit takes a few minutes to get used to it, but your ears will soon re-adjust'.

Het is misschien niet zo bedoeld, maar het klinkt bijna als een aanklacht tegen de voortdurende luidheid die in ons leven zo alledaags is geworden. Maar als dat zo is, is het natuurlijk niet meer dan slechts een aspect van dit album. Wat daarin vooral tot uitdrukking komt is – analoog aan wat Meller daarover heeft opgemerkt – het unieke karakter ervan. Geen enkel stempel past erop, geen enkel hokje kan ervoor worden ingeruimd. Het enige dat me tijdens het luisteren te binnen wilde schieten was het hoge abstractieniveau. De door de componist geschreven toelichting bij ieder werk helpt dan gelukkig om de raadsels zoals die zich aan het oor openbaren, te gaan ontrafelen. Als die al niet essentieel is om niet alleen de noten, maar ook de geluiden (twee op zich staande objecten die al naar gelang het discours wel of niet met elkaar versmelten) van hun raadsels te ontdoen.

Eerste voorbeeld: ‘Mother and Child' (2005), het eerste werk op deze cd. Een muzikaal familieportret. De vrouw als moeder speelt daarin een dominante rol, het kind (de stem is van Layla) volgt gehoorzaam, vaak in imitatie. De viool van Janneke van Prooijen beweegt zich op zekere afstand daarvan, is (nog) abstracter dan de stemgeluiden, maar de melodische reikwijdte is wel aanzienlijk groter. De stemming is afwisselend speels, soms enigszins geladen of zelfs gespannen. Het geheel is in een formele, lineaire vorm gegoten waarin alles zich uiteindelijk lijkt te verenigen. Er doemen daarbij misschien vragen op in de trant van ‘is de viool de echte vader' of niet meer dan een flauwe afspiegeling daarvan? Het kind lijkt vooral speels, maar is desondanks toch terughoudend, keurig binnen de uitgezette lijntjes. Getuigt de eenheid tussen hen die wordt uitgestraald van hun onderlinge kracht of juist van onnodige remmingen? Dat laatste afgezien van de vraag of ze die zichzelf wel of niet hebben opgelegd

Tweede voorbeeld: het stuk dat Denyer in 1975 voor de Japanse koto schreef en hier in beide versies klinkt. De componist raakte vooral geboeid door het sobere karakter en de beperkte emoties van het traditionele repertoire. Terwijl hij ook was geïnteresseerd in de traditionele tablatuur. Er was tevens het besef dat de gebruikelijke muzieknotatie niet meer kon inhouden dan de grafische weergave van slechts een beperkt aantal elementen van die muziek. Het overige moest worden overgelaten aan mondelinge overlevering (blijkbaar niet aan de fantasie, want daarover spreekt Denyer zich in zijn toelichting niet uit). Wat betekent dat de onderliggende muzikale esthetica veel zegt over de cultuur waaruit deze is voortgekomen. Denyers compositie van de tweede versie duurt nog geen vijf minuten (de eerste nauwelijks drie minuten) en is vooral bedoeld als eenvoudige oefening om de traditionele koto-tablatuur beter te begrijpen en om te ontdekken of en zo ja in welke mate het zijn eigen muzikale denken als componist beïnvloedde. Wat dan zou neerkomen op een - geforceerde? - symbiose tussen het traditionele en het eigentijdse.

Derde voorbeeld: het strijkkwartet uit 2017/18. Het lijkt de weerslag van Denyers exploratie van de vaak nogal verwaarloosde onderstem (in tegenstelling tot de dominante bovenstem) en het probleem om deze in weerwil van de werkelijkheid toch een manifest karakter te geven. Door het als het ware om te draaien horen we nu meer fonkeling aan de oppervlakte (die anders als onderstem tamelijk weggedrukt zou zijn), met daaronder een andere wereld met - aldus de componist - ‘its own ways of articulating time'. Saillant detail: de vier instrumentalisten dienen een studiedemper te gebruiken, wat voor bijzondere effecten zorgt.

De titel van het album is afgeleid van het door Denyer in 2015 gecomponeerde stuk voor fluit en elektronica, opgedragen aan zijn Nederlandse collega Jos Zwaanenburg, waaraan hij naar eigen zeggen veel te danken heeft. De elektronica die wordt ingezet is overigens nauwelijks hoorbaar, lijkt zich meer langs de periferie te bewegen en betekent niet meer dan een bescheiden, maar niet minder welgemeende geste aan het adres van Zwaanenburg (die baanbrekend werk heeft verricht op het gebied van interfaces tussen fluit en elektronica).
Het is de bedoeling dat de solist zo dicht mogelijk bij het publiek staat en dat hij (of zij) op geen enkele manier de elektronische klanken die uit de luidsprekers komen, manipuleert of ook maar enigszins beïnvloedt. De speakers worden zo ver mogelijk uit elkaar geplaatst, onzichtbaar voor het publiek, waardoor het niet mogelijk is om te bepalen uit welke richting het geluid komt. Het dynamisch niveau speelt zich – in theorie - af tussen ppppppp en ppppp (waardoor het stuk alleen geschikt is voor uitvoering in – zeer – kleine zalen). De geluiden uit de speakers zijn overigens nauwkeurig in de partituur opgetekend, maar zo zacht dat er niet of nauwelijks een bepaald timbre uit valt op te maken (alleen als zij het geluid van de fluit nabootsen: op dit album in track 11, tussen 8'42'' en 8'52'').

Het laatste voorbeeld betreft ‘Frog' uit 1974, geschreven in het Indiase Ahmedabad voor een speciaal door Denyer zelf ontwikkeld nieuw snaarinstrument: de sneh, door hem aangeduid als een ‘bowed instrument with a skin covered belly and a timbre that I thought particularly suits this music (‘Frog' en delen uit ‘Melodies', AvdW). Ik hoor menigeen al brommen: de ‘skin' is van een luipaard (in Kenya gemakkelijk te krijgen), met als voordeel dat het door vochtigheid niet uitrekt en dat het een lange levensduur heeft. De vorm van de sneh komt deels overeen met die van een (groot uitgevallen) altviool, wat alvast een mogelijk beletsel voor Europese musici zou moeten wegnemen (omdat ze anders een geheel nieuw instrument zouden moeten leren te beheersen). Dat pakte echter toch anders uit: men vond de sneh zwaar en onhandelbaar, waarna het 35 jaar lang in de kast verdween. Tot Elisabeth Smalt het instrument ontdekte en ermee aan de slag ging. Ze voert het werk op deze cd ook uit.
Van waar de naam ‘sneh'? Oorspronkelijk had Denyer het instrument een andere naam gegeven: ‘lizard viola' (luidpaardaltviool), maar na de vroegtijdige dood van de zus van zijn vrouw (zij overleed aan kanker) kreeg het instrument haar uiteindelijke naam: Sneh dus.

‘The Boundaries of Intimacy' is een ontdekkingstocht. Dat moet het ook voor musici zijn geweest die aan dit project hebben meegewerkt en die zich daarin van hun beste kant laten horen. Geen gemakkelijke, laat dit duidelijk zijn. Dat heeft alles te maken met het unieke karakter van deze muziek, die nergens zijn oorsprong lijkt te hebben en waarbij iedere gedachte aan wat ook maar enigszins conventioneel of traditioneel is echt moet worden losgelaten. U bent dus gewaarschuwd…

_______________
Ook als auteur is Frank Denyer actief. Klik hier voor zijn laatste boek, In the Margins of Composition.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links