CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2020

Lili & Nadia Boulanger - Mélodies

(N.) Boulanger: Prière - Poème de l'amour - Versailles - Écoutez la chanson bien douce - Le Couteau - Heures ternes - Soir d'hiver - Élégie - La Mer

(L.) Boulanger: Dans l'immense tristesse - Attente - Reflets - Le Retour

(N.) Boulanger/Pugno: Les Heures claires

Cyrille Dubois (tenor), Tristan Raës (piano)
Aparté AP224 • 66' •
Opname: maart 2019, Palazzetto Bru Zane, Venetië

 

Het kan vreemd lopen. Nadia Boulanger (1887-1979) stopte met componeren nadat ze tot de slotsom was gekomen dat ze in dit opzicht duidelijk de mindere was van haar jong gestorven zus Lili (1893-1918). Nadia zou zich de rest van haar leven toeleggen op het lesgeven, met onder haar studenten een groot aantal later beroemd geworden musici: de indrukwekkende lijst vindt u hier.

Nadia Boulanger met een student

Terecht of niet terecht? Het valt niet goed in te zien dat het Nadia aan groot compositorisch talent ontbrak. Niet alleen haar vocale werken worden gekenmerkt door oorspronkelijkheid, vitaliteit en inventiviteit, maar ook haar instrumentale muziek mag zeker worden gehoord. Maar misschien was het toch de poëzie van grootheden als Verlaine, Maeterlinck, Silvestre en Verlaine die haar componeren bij wijze van spreken vleugels gaf, die als haar belangrijkste inspiratiebron dienden. Maar ‘Mademoiselle', zoals haar studenten haar plachten ten noemen, wijdde zich liever aan het doceren, zowel aan het Parijse conservatorium, de ‘École Normale de Musique', als het in Fontainebleau gevestigde Amerikaanse conservatorium, waarvan zij in 1921 een van de oprichters en vanaf 1948 directeur. Ook als organiste en dirigente deed zij van zich spreken. Zo bespeelde zij het orgel tijdens de première van Coplands Orgelsymfonie en leidde zij de eerste uitvoering van Stravinsky's ‘Dumbarton Oaks'. De Oude Muziek had eveneens haar grote belangstelling, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de oprichting van een speciaal op dit genre toegespitst vocaal ensemble. Misschien nu ietwat gedateerd, maar toen getuigend van haar pioniersgeest was de opname van de madrigalen van Monteverdi.

Lili Boulanger

Lili was misschien geen groter talent dan Nadia, maar wel creëerde ze als nauwelijks zeventienjarige al een geheel eigen, op vooruitstrevende harmonieën gefundeerde stijl, waarin zij ook plaats inruimde voor bitonaliteit en zinderende chromatiek. Het vroegste werk, ‘Attente', op een tekst van Maeterlinck (track 11), getuigt er al van. Het mysterieuze aspect moet haar sterk hebben aangetrokken, maar ook de invloed van het toen sterk in opkomst zijnde symbolisme. Zoveel is duidelijk: Lili Boulanger was een in creatief opzicht sterke persoonlijkheid die uitblonk in compositorische durf. Haar vroege dood heeft niet alleen haar maar zeker ook ons beroofd van de ongetwijfeld nog verdere progressieve ontwikkeling van een al van aanvang af groot muzikaal talent. Haar waren slechts acht jaren gegeven om een bescheiden maar daardoor niet minder belangrijk oeuvre te scheppen. Vroegrijp en een geheel eigen weg kiezend hebben we er een aantal sublieme werken aan te danken.

Raoul Pugno

Dan is er Raoul Pugno (1852-1914) die met Nadia zeer nauwe vriendschapsbanden onderhield en ook intensief met haar samenwerkte en optrad. Hij was evenals de beide zussen Boulanger een prijswinnaar op compositorisch terrein en werd in 1871 tot directeur benoemd van de Parijse Opéra. Hoewel anders dan de meeste Communards was hij niet een van de vele slachtoffers die met geweld uit Frankrijk werden verdreven en noodgedwongen als banneling verder moesten. De geschiedenis begon in 1871, toen de Communards de Parijse Commune vormden in het kielzog van de Franco-Pruisische oorlog, met Frankrijk als uiteindelijk de grote verliezer. Toen die oorlog eenmaal voorbij was moesten duizenden Communards vluchten, terwijl zo'n twintigduizend van hen tijdens de ‘Bloedige Week' door executiepelotons terecht werden gesteld. Ruim zevenduizend Communards belandden in de gevangenis of werden met hardhandige hand gedeporteerd. Deze heksenjacht duurde tot diep in de jaren tachtig van de negentiende eeuw, totdat in 1879 een algemeen pardon een einde maakte aan de niets ontziende, door de staat geregisseerde vervolgingen en deportaties. Ook degenen die het land vrijwillig of gedwongen hadden verlaten mochten, zo had premier Dufaure verordonneerd, weer terugkeren. Alleen de namen van hen die naar het oordeel van justitie terecht waren veroordeeld, in totaal zo'n duizend Communards, werden van dit pardon uitgesloten.

Raoul Pugno (1852-1914), de muzikaal getalenteerde zoon van Italiaanse immigranten (vader Stefano, bedreven in het klavier en compositie, was de eerste die Pugno muzieklessen gaf), werd als een van de Communards, nog versterkt door zijn hoge positie bij de Opéra, eveneens een mikpunt, maar toch bleef voor hem de ellende nog redelijk binnen de perken, al werd hij door de Opéra ontslagen en hij dientengevolge genoegen moest nemen met twee aanmerkelijk lagere posities: die van organist aan de Saint-Eugème en koorrepetitor aan het Théâtre Ventadour.

Als operacomponist wist hij later geen naam te maken, maar wel werd hij in 1892 benoemd tot harmonieleraar en in 1896 tot pianodocent aan het toen al zeer prestigieuze Parijse conservatorium. Rond die tijd kwamen ook zijn eerste grote successen als pianist op het concertpodium. Bovendien werd hij bekend als groot kenner en vertolker van de pianowerken van Chopin en Schumann. In 1896 vormde hij samen met de violist Eugène Ysaÿe een duo dat een met een groot aantal recitals in Europa en de Verenigde Staten furore maakte. Hij stierf in Moskou, vrijwel in het harnas, tijdens een concerttour met Nadia Boulanger. Met haar schreef hij de achtdelige liedcyclus ‘Les Heures claires' (de heldere uren), dat tevens deel uitmaakt van dit album.

Het belang van deze uitgave wordt om twee belangrijke redenen onderstreept. Ten eerste het repertoire: de ‘mélodies' van de beide zussen Boulanger horen we veel te weinig, zowel op het concertpodium als in de studio. Ten tweede is er de door het duo Dubois-Raës gedemonstreerde exquise liedkunst (waarbij ik dus ook uitdrukkelijk de pianist betrek). De superieure muzikaliteit van dit Franse tweetal werd al eerder bewezen, in een Liszt-recital (klik hier voor de recensie).

Ook in dit Franse repertoire is sprake van een ideaal muzikaal partnerschap dat precisie aan souplesse paart (ja, dat kan!) en dat zijn grote kracht ontleent aan de in pure schoonheid badende retoriek die mede dankzij het geëtaleerde technisch meesterschap werkelijk iedere vorm van expressie toelaat. Een minuscule stembuiging, een bijna en passant geplaatst accent, de zich volkomen natuurlijk ontwikkelende fraseringen, maar ook de op de beeldende dictie toegesneden flexibele tempi maken van dit liedrecital een waar juweel. Daarnaast is het een verademing om weer eens een uitgave tegen te komen die tegen de maar niet aflatende stroom winterreizen en mooi molenaarsdochters in roeit. Wie met deze ‘mélodies' op teksten van Bataille, Silvestre, Samain, Verlaine, Mauclair, Maeterlinck, Nadia Boulanger (zij dichtte ook!), Galeron de Calonne, Delaquys en Verhaeren (van hem stamt de gedichtencyclus 'Les Heures claires'), kennismaakt, krijgt als bonus ook nog de schitterende, in Venetië gemaakte opname in de schoot geworpen. Een album dat grote toegevoegde waarde biedt aan een op dit punt toch al veel te schaarse discografie. Magnifique!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links