CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2024

Benoliel - Aeronauts - Complete Works Vol. 2

Benoliel: Sinfonia Cosmologica - Orgelsonate - With St. Paul in Albion - Infinity-Edge, A Transcendental Requiem

Insomnio: Laura Sandee (piano), Georg Sarkisjan (viool), Charles Watt (cello), Jan Hage (orgel), Latvian National Symphony Orchestra & State Choir Latvija o.l.v. René Gulikers
Encora enc-028 • 80' •
Opname: april & mei 2022, Riga, Amsterdam, Utrecht

 

In mei 2021 besprak ik hier het eerste deel van wat (hopelijk) de integrale uitgave wordt van het complete werk van de Amerikaanse componist Amerikaanse componist Bernard Jack Benoliel (1943-2017), die in Detroit werd geboren uit een Franse vader en een Italiaanse moeder, en in het Amsterdamse Onze Lieve Vrouwe Gasthuis overleed. Donemus, dat alle werken van Benoliel heeft gepubliceerd, heeft hier bij monde van de Brit Bruce Walter Roberts, Benoliels voormalige zakenpartner en tevens conservator van diens nalatenschap, een lezenswaardige necrologie aan deze zo bijzondere toondichter gewijd. Hij is ook degene die met medewerking van het Duitse Encora-label Benoliels muziek discografisch voor mogelijke vergetelheid behoedt.

Van die muziek mag zeker worden gezegd dat zij aan de uitvoerenden de hoogste eisen stelt, veelal zelfs tegen het onspeelbare aanschurkend, maar tegelijkertijd - hoewel het een niet per se met het ander verband hoeft te houden - van een bijzondere schoonheid getuigt en waarbij grootse visioenen worden afgewisseld met uiterst weerbarstige eigengereidheid. Voeg daarbij de enorme ritmische complexiteit en een ongekend luisteravontuur is als het ware geboren. Tegelijkertijd heeft juist door dat ongerijmde, eigenzinnige Benoliels muziek het stempel 'ontoegankelijk' opgedrukt heeft gekregen.

Natuurlijk was Benoliel zich daarvan ten volle bewust, maar componeren volgens de tijdgebonden mores van de publieke smaak? Dat nooit. Evenals Mahler gold voor hem: 'mijn tijd zal komen.' Maar anders dan Mahler componeerde hij graag met vooral veel mensen om hem heen, in het voortdurende geroezemoes van het Amsterdamse café waar hij zich volkomen thuis voelde en aan zijn tafeltje er uren in de weer was met het neerschrijven van zijn hemelbestormende, muzikale ideeën.

Van wie Benoliel het meest heeft opgestoken laat zich aan de hand van zijn tot nu toe verschenen composities niet zo gemakkelijk bepalen. Duidelijk is wel dat hij veel moet hebben geleerd van zijn landgenoot van Duits-joodse komaf Stefan Wolpe (1902-1972), die in zijn latere werk zo ongeveer alle bestaande muziekstijlen aanwendde om die vervolgens om te smelten tot een eigen stijl, een procedé dat ook menige andere componist tot de zijne maakte, maar in de westerse muziekgeschiedenis, mogelijk mede door het ingebakken radicalisme, voor veel muziekliefhebbers een onontgonnen gebied is gebleven.

Volgens Roberts plaatste Benoliel zijn componeren in het licht van literatuur en filosofie, met grote voorliefde voor de werken van Thomas Mann, Emily Dickinson, Friedrich Nietzsche, Arthur Schopenhauer, Giordano Bruno en Carl Gustav Jung, naast het oeuvre van 'transcendentalisten' als Henry David Thoreau en Ralph Waldo Emerson; en dat dan volgens Roberts binnen het 'framework' van Christus en het Nieuwe Testament.

Of dit voor de toehoorder wel of niet navoelbaar is, lijkt een open vraag, maar wel heeft het muziek opgeleverd vanuit dit perspectief, deze filosofische context, waaraan nog kan worden toegevoegd dat Benoliel in muzikaal opzicht zeker niet wereldvreemd was, getuige zijn tradtionele referentiepunten die hij ten aanzien van de intensiteit van zijn muziek in stelling bracht, met nadruk op de muziek van Beethoven, Bruckner en Richard Strauss. In vergelijking met hen beschouwde Benoliel zich - wel of niet badinerend - als 'amateur'.

Muziek ook die dankzij haar bijzondere 'receptuur' tijdens zijn leven, maar ook niet daarna zich niet in een brede schare bewonderaars mocht verheugen. Dat hield niet alleen verband met het uiterst grillige karakter van die muziek, maar ook met de verre van traditionele bezetting die de uitvoering ervan vereiste. Wie zich, zoals Benoliel, afzet tegen de heersende conventies heeft het per definitie moeilijk om daarmee succes te boeken. Het is een probleem van alle tijden, dat Benoliel oploste door zich met andere activiteiten in zijn levensonderhoud te voorzien, waaronder als redacteur bij een muziekuitgever in New York en later - na zijn vertrek naar Engeland - als secretaris van een Londense stichting, de RWV Trust, oorspronkelijk opgezet door de Britse componist Ralph Vaughan Williams, ter promotie van het werk van Britse eigentijdse componisten. Ook in dit opzicht heeft Benoliel baanbrekend werk verricht, ten gunste van een groot aantal Britse toondichters, waaronder Hubert Parry, Roberto Gerhard, Herbert Howells en de reeds genoemde Vaughan Williams. Daarnaast was Benoliel met Roberts vennoot in een vastgoedonderneming.

In 1986 trok Benoliel naar Amsterdam, waar hij tussen de Londense bedrijven door neerstreek in een pand aan de Reguliersgracht. Daar kon hij tijdens de weekenden in alle rust componeren. In 2001, inmiddels voorzien van een Nederlands paspoort, liet hij de Britse hoofdstad definitief achter zich.

Of hij wel of niet hoge verwachtingen had van zijn deelname als componist aan het Nederlandse muziekleven vertelt de geschiedenis niet. Veel aandacht kreeg hij niet, al toonde wel Han Reiziger van het VPRO-programma Reiziger in muziek wel belangstelling. Het aanvankelijke plan om de Sinfonia Cosmologica, een uiterst complex werk van bijna een halfuur, door het Radio Filharmonisch Orkest uitgevoerd te krijgen, liep haakstuk door te weinig beschikbare repetitietijd.

De muziek van Benoliel vond ook buiten onze landsgrenzen slechts weinig weerklank. Het bescheiden oeuvre (zijn zeer kritische geest liet geen overvloed van werken toe) telt slechts zestien voltooide composities, terwijl het onvoltooid gebleven werk op last van Benoliel door Roberts werd vernietigd ('hij wilde tot iedere prijs voorkomen dat iemand zijn ideeën stal'). Daar zal de uitgifte van het complete discografische werk (er staan in totaal zes cd's gepland, waarvan er nu vier zijn verschenen, onder het toeziend oog en oor van 'executive producer' Bruce Roberts) helaas weinig aan veranderen, hoe goed de kwaliteit daarvan tot nu toe ook is: zowel wat betreft de uitvoeringen als de opnamen.

Hoe geweldig deze uitvoeringen zijn blijkt wel als we meer dan een glimp opvangen van wat zich in deze muziek steeds weer openbaart: het vrijwel onspeelbare karakter ervan, zowel wat de melodiek, harmoniek en ritmiek betreft. De geringste oneffenheid wordt - de wonderen zijn de muziekwereld nog steeds niet uit - meedogenloos hoorbaar. Hier moet schier eindeloos op zijn gerepeteerd, geoefend, met de nodige beproevingen die erbij horen. Om dan uiteindelijk toch nog zoveel spontaniteit te suggereren is een ongelooflijke prestatie.

Voor Nederlandstaligen is de titel Sinfonia Cosmologica (als dertigjarige voltooid in 1973) wellicht enigszins misleidend, want het is een heuse symfonie, in groot ornaat zelfs, monumentaal en ver strekkend, 'gemodelleerd' naar Manns Doktor Faustus', met daarin de componist Adrian Leverkuhn als de protagonist die, het is allemaal nauwgezet opgetekend door zijn vriend Serenus Zeitblom, in 1914 zijn symfonie de ironische titel Wonders of the Universe meegeeft; waarmee hij Zeitbloms titelsuggestie Sinfonia Cosmologica heeft verworpen. Leverkuhn, de toondichter die er stellig in geloofde dat zijn pact met de duivel meesterwerken opleverde (hetgeen de auteur als een desillusie afschilderde). Het is een gedachte die ook Benoliel niet zal hebben losgelaten. Het werk, geboekstaafd als zijn opus 5, is volgens de componist geworteld in de laatromantische symfonieën en toondichtingen, gevat in een 'kinetic kaleidoscopic texture'. Maar er is méér, als een formule die het niet te omvatten wisselspel van de kosmische krachten weet te bezweren.

De première heeft tamelijk lang op zich laten wachten: die vond plaats op in Manchester op 29 september 1982, door het BBC Philharmonic onder leiding van Edward Downes. Benoliel was bij de repetities aanwezig. Op de vraag van Downes of hij na de eerste 'run-through' nog commentaar had citeerde Benoliel César Franck (tijdens de repetities van diens Symfonie in d): dat het precies zo klonk zoals hij het zich had voorgesteld. Er was wat hem betreft geen reden tot opnieuw een 'run-through'. Eerst op 21 mei 2022 was sprake van een tweede uitvoering, door het Lets Nationaal Symfonieorkest, geleid door René Gulikers. Enige dagen later vond de cd-opname plaats.

De driedelige Orgelsonate op. 14, tevens Benoliels laatste werk droeg Benoliel in 2012 op ter herinnering aan de Italiaanse dichter, filosoof en priester Giordano Bruno (1584-1600) en de 'miljoenen die door de georganiseerde religie werden vermoord'. Het is (opnieuw!) niet eenvoudig om als organist, laat staan als toehoorder, een stevige grip op het sterk chromatische stuk te krijgen, al is de vormgeving ervan wel volgens een beproefd concept: die van de klassieke sonatevorm, gevolgd door Adagio, Rondo en in de Coda een 'noodlotsmotief'. In de toelichting is er een verwijzing naar de motivische verbinding met zijn opus 12, Invoking Sonic Stone uit 2006 (het werk maakt deel uit van het reeds besproken deel 1 van de cd-reeks). Belangrijker is evenwel de vaststelling dat Benoliel in de sonate uitdrukking heeft willen geven aan Bruno's 'sublieme sereniteit en kosmische energie' en diens 'turbulente personaliteit, zijn nomadische, rusteloze bestaan en zijn tragische gewelddadige einde', die tezamen 'de polariteiten in mijn sonate hebben bepaald.'

With St. Paul in Albion op. 6 uit 1971 voor orgel en elektronisch versterkte cello is gestoeld op de legende dat de apostel Paulus Engeland (Albion) bezocht zou hebben toen dat land onder de heerschappij van de Romeinen stond. Het stuk ontstond nog in New York, maar werd later aan meerdere omwerkingen onderworpen, alvorens het in 1975 in Schotland en in 1977 in Londen voor het eerst werd uitgevoerd. Waarmee het werk nog niet is gedaan, want in 2001 volgde opnieuw een revisie, die vooral betrekking had op de harmonische onderbouw in het tweede deel (Benoliel stoorde zich toen met name aan de daarin in zijn ogen excessief uitgewerkte seriële contrapuntiek). Het is evenwel deze versie die nog niet eerder - althans in het openbaar - heeft geklonken, maar waar dit album wel in voorziet.

Benoliel was bepaald niet de enige componist die sterk was geïnteresseerd in de toepassing van elektronische versterking. Dat vinden we in meerdere van zijn composities ook terug. Waarbij tevens kan worden aangetekend dat hij zich vanuit zijn wijze van componeren, waaronder de zeer expressieve agogiek, bewust was van de in dit opzicht onvermijdelijke beperkingen van het traditionele orgel. Hetgeen de musici van Insomnio aanleiding gaf in dit geval gebruik te maken van een MIDI-orgel.

Dan tot slot het tweedelige oratorium Infinity-Edge, A Transcendental Requiem (op. 8), het eerste deel vrij naar tekstfragmenten van Nietzsche en het tweede deel op eigen teksten ('ik heb geen poging gedaan om het dichterlijk genie van Nietzsche te evenaren en daarom heb ik mijn tekst de titel "Reflection for music on Nietzsche's lines" meegegeven'), gecomponeerd in de periode 1982-1989 en aan een revisie onderworpen tussen 2011 en 2014. Binnen de gegeven beperkingen van de stereo-opname missen we hier de door Benoliel toegevoegde dimensie van een zogenaamd 'semi-koor' dat, anders dan het hoofdkoor op het podium (of eventueel de orgelballustrade) achter in de zaal dient te worden opgesteld. Een belangrijke rol is tevens weggelegd voor de elektronisch versterkte soloviool, die als een hommage mag worden beschouwd aan Beethoven, en dan met name aan de vioolsolo in het Benedictus van diens Missa Solemnis, die in de woorden van Benoliel 'haar onvergelijkbare weg door het Benedictus baant. Haar rol is geheel en al meditatief of apocalyptisch.'

Ook in dit werk horen we het terug: Benoliels creatieve werkwijze waarvan het overvloedig gebruik van intervallen als secunde, septiem, none en de (zeer dissonante) tritonus. Dat maakt zijn 'harmoniek model' weliswaar in zekere zin voorspelbaar, daarbij enigszins in de hand gewerkt door zijn voorliefde voor een brede melodische opzet met daarin ruim plaats voor het eerst aanzwellende en dan weer afnemende akkoord. Waar dan weer de laatromantische dialectiek voor het nodige contrast zorgt; zij het dat dit proces van de luisteraar grote oplettendheid vergt. Traditionele vormen die gedeconstrueerd worden toegepast, het is bepaald niet niks. Anders, eenvoudiger gezegd: voor een puur amuserende muziekbeleving moet men niet bij Benoliel zijn...

De albumtitel, Aeronauts, verwijst linea recta naar Nietzsches geschrift Morgenröte uit 1881, waarin - in Engelse vertaling- de navolgende tekst is opgenomen:

We aeronauts of the spirit! All those brave birds which fly out into the distance, into the farthest distance - it is certain! Somewhere or other they will be unable to go on and will perch down on a mast or a bare cliff-face - and they will even be thankful for this miserable accommodation! But who could venture to infer from that, that there was not an immense open space before them, that they had flown as far as they could fly! All our great teachers and predecessors have at last come to a stop: it will be the same with you and me! But what does that matter to you and me? Other birds will fly farther. This insight and faith of ours vies with them in flying up and away; it rises above our heads and above our impotence into the heights and from there surveys the distance and sees before it the flocks of birds which, far stronger than we, still strive whither we have striven, and where everything is sea, sea, sea! And whither then would we go? Would we cross the sea? Whither does this mighty longing draw us, this longing that is worth more than any pleasure? Why just in this direction, thither where all the suns of humanity have hitherto gone down? Will it perhaps be said of us one day that we too, steering westward, hoped to reach an India - but that it was our fate to be wrecked against infinity? - [Like a rider on a charging steed, we let fall the reins be - for the infinite.] Or, my brothers? or? -

Benoliel in zijn reeds genoemde Reflections for music on Nietzsche's lines:

We are imagining of the infinite incarnated here to explore and to create on the manifold dimensions of the universe. The place this mighty longing draws us to is everywhere and nowhere. For we would make consciousness the revolving axis from which to contemplate all thought, all form, all feeling - yes, all life itself. When our fragment of the whole has been accomplished, when the slow brutality of decay has broken us, we products of time and place, and when the lightning of death has torn our components apart, we finite creatures with infinite souls, the personality will travel on that sea, on that dimension we call the psyche - beyond time, beyond place, beyond the edge of infinity. Aeronauts of the spirit, remember infinity is one of the further realms of God.

Hoe complex Benoliels muziek ook mag zijn, chromatisch, ritmisch, expressief, meditatief, apocalyptisch, klankperspectief: zij loopt vrij solide langs de demarcatielijnen van de Laatromantiek, wat ook kan worden gezegd van bijvoorbeeld Schönbergs Gurre-Lieder. Het vormconcept is niet verrassend: het eerste deel gevat als prelude, waarin de complexe doorwerking uitmondt in een 'schertsend' rondo. Het tweede deel is aanmerkelijk dieper gelaagd, de harmonische facetten ervan nog rijker uitgewerkt, maar toch met een fraai gerealiseerd evenwicht tussen de beide delen.

Ik schreef het reeds: dit zijn geweldige uitvoeringen als het best denkbare pleidooi voor deze toch wel in alle opzichten bijzondere muziek. De uiterst lastige uitvoerbaarheid is evident, maar toch staat dit de geestkracht en spontaniteit niet in de weg. Kortom, prestaties van groot formaat, door instrumentalisten en vocalisten die over deze werken met volle overtuiging een ware stralenkrans hebben weten te leggen.

In het cd-boekje loopt de toelichting in het Duits niet geheel synchroon met de Engelse vertaling. Jammer is ook dat de gezongen teksten niet in het boekje zijn opgenomen en ook elders op het internet niet te vinden zijn. Dit doet dus helaas wel afbreuk aan de betekenis van deze uitgave. Tekst was voor Benoliel immers net zo van belang als muziek.

________________
Noot: de partituren van Benoliel zijn bij Donemus verkrijgbaar.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links