CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2016

 

Beethoven: Mis in D, op. 123 (Missa Solemnis)

Laura Aikin (sopraan), Elisabeth Kulman (alt), Johannes Chum (tenor), Ruben Drole (bas)
Arnold Schoenberg Chor
Concentus Musicus Wien
Dirigent: Nikolaus Harnoncourt

Sony Classical 31359-2 • 82' •

Live-opname: juli 2015, Styriarte, Sofiensaal, Graz

Zie ook Beethoven: Missa Solemnis.

   

In april 2012 dirigeerde Nikolaus Harnoncourt Beethovens Missa Solemnis in het Amsterdamse Concertgebouw. Daarvan verscheen een dvd (klik hier voor de recensie).Voor mij was het een uitvoering uit spreekwoordelijke duizenden, afdalend uit de hemel. Er is in die vertolking door alle betrokkenen hoorbaar zeer veel energie gestoken, wat ook strookt met het feit dat de componist de Missa zelf als zijn grootste werk beschouwde en alleen al in de voorbereiding ervan bergen heeft verzet, waarbij de bestudering van het liturgisch proces en de toepassing van oude kerksoorten en gezangen slechts een bescheiden deel uitmaakte. De moeizame ontwikkelingsgang, maar ook de analyse en receptie van Beethovens magnum opus heeft de Japanse musicoloog Takashi Numaguchi in een lijvig boekwerk (539 blz.) in detail beschreven (ISBN 3-936655-32-4).

Het lijkt er sterk op dat met deze nieuwe Sony-uitgave twee verschillende testamenten tot één groot testament zijn samengevoegd: het religieus muzikaal testament van Beethoven en het dirigeertestament van Harnoncourt. Het is een symbiose geworden die zijn uitwerking niet mist, al zijn er bij Harnoncourts opvatting wel degelijk kanttekeningen te plaatsen.

Bevlogen
Eerst iets over de totstandkoming van deze nieuwe en tevens laatste vastlegging van de Missa onder leiding van Nikolaus Harnoncourt. Men hoefde in juli 2015 in de Stefaniensaal in Graz geen oplettende toeschouwer te zijn om te zien dat Harnoncourt slechts met moeite en dan nog uitsluitend met behulp van krukken het podium kon bereiken. Dat gaf al aan dat het met zijn al geruime tijd fragiele fysieke gesteldheid niet best was gesteld en dat het einde van een glanzende loopbaan in zicht was. Maar in mentaal opzicht stond daar een nog jonge en bevlogen Harnoncourt op de bok (klik hier). Daar, in de Stefaniensaal in Graz, repeteerde Harnoncourt in het kader van het jaarlijkse Styriarte-festival (het festival dat vooral dankzij hem al snel in de vaart der muzikale volkeren werd opgenomen) ditmaal Beethovens Missa Solemnis. Enige maanden later zou Harnoncourt de dubbele streep achter zijn carrière zetten. Op 5 december 2015, een dag vóór zijn zesentachtigste verjaardag, schreef hij:

Werkingssfeer
Voor Harnoncourt was Beethovens Missa een van de kernstukken van zijn repertoire. Zijn opvatting is altijd geweest dat musici, koristen en vocale solisten zich duidelijk bewust moeten zijn van de liturgie waarin het werk is verankerd. Dit is kerkmuziek in de ware zin van het woord al wordt die al decennialang op de meest uiteenlopende locaties uitgevoerd. Dat was in Beethovens tijd anders, toen de zondagse katholieke eredienst voor iedere musicus bovendien gesneden koek was, zowel in het kader van zijn beroep als van zijn geloof. Dat Beethoven delen van zijn mis naar de Weense 'Akademie' verhuisde doet daaraan niets af. En evenmin dat hij daarbij zelfs zo ver ging om het Latijn in het Duits te vertalen, om daarmee het werk zowel aan een bredere publieke belangstelling te binden als om de werkingssfeer ervan - althans in zijn ogen - nog verder te vergroten. Waarbij de vraag onbeantwoord blijft in hoeverre de strikte katholieke ritus binnen het ordinarium zich jegens de uiterlijke en niet in de laatste plaats intens expressieve vorm waarin Beethoven het werk had gegoten, kon verhouden; om nog maar niet te spreken van de technische uitvoerbaarheid ervan. Mogelijk heeft Beethoven niet verder kunnen of willen kijken dan het concept van een plechtige mis voor slechts één doel: de inwijding van zijn goede vriend, aartshertog Rudolph, tot kardinaal en aartsbisschop van Olmütz. Hij schreef in 1819: "Der Tag, wo ein Hochamt von mir zu den Festlichkeiten für IHK soll aufgeführt werden, wird für mich der schönste meines Lebens sein. Und Gott wird mich erleuchten, daß meine schwachen Kräfte zur Verherrlichung dieses feierlichen Tages beitragen." Die laatste zin zou overigens ook daar in Graz in de zomer van vorig jaar op Harnoncourt zelf betrekking kunnen hebben gehad. Hij zou het zo kunnen hebben gevoeld, ondergaan.

 
 
Nikolaus Harnoncourt
   
   

God boven alles
Voor Harnoncourt is de gehele mis een voortdurende 'Bitte um den Frieden', het richtsnoer voor zijn kijk op het werk en de interpretatie. Er zit in die opvatting geen licht tussen het 'Christe eleison' van het Kyrie en het 'miserere nobis' van het Agnus Dei. Het sleutelbegrip daarbij is ons vragen om Gods erbarmen, om Zijn hulp. In een interview zei hij het zo: "Ich kan schon im 'Christe eleison' darauf bauen. Wer so bittet, der kann damit rechnen, daß der Berg, der vor ihm hier war, später einen Kilometer weit links ist. Die Bitte, der Glaube, kann Berge versetzen."
Er is ook die doordringende roep om zowel uiterlijke als innerlijke vrede, er is de conflictmuziek in datzelfde Agnus Dei (in mijn versie maat 266 e.v.), waar het liturgische aspect door de bijna wanhopige menselijke roepstem wordt overschaduwd. En er is Beethovens motto dat hij boven het Credo neergeschreef: "Gott über alles - Gott hat mich nie verlassen." Voor Beethoven was dit de kern van het ware geloof, in zijn wezen standvastig, onwankelbaar. Met bovenaan het Kyrie zijn genereuze boodschap aan de mensheid: "Von Herzen - möge es wieder zu Herzen gehen!"

Coherente samenhang
Evenals in april 2012 was er ook in de uitvoering in Graz de sterke betrokkenheid bij de tekst, precies in lijn met het religieus inlevingsvermogen zoals Harnoncourt dat altijd consequent heeft voorgestaan. Maar vergeleken met die uitvoering in Amsterdam is er toch iets fundamenteel veranderd. Gebleven is Harnoncourts formidabele greep op deze materie, gebleven is een solistenkwartet dat daadwerkelijk een kwartet is en evenals het instrumentaal ensemble fenomenaal presteert. Het kooraandeel heeft aan articulatie gewonnen (zelfs in de hondsmoeilijke Gloria-fuga blijven de woorden als rotsstenen liggen), maar de contouren zijn duidelijk ronder en zachter geworden, de contrasten minder scherp geprofileerd, terwijl anderzijds de ritmische accentuering is toegenomen. De tempi lijken een fractie logischer te zijn op- en afgebouwd (hoewel ook ditmaal Beethovens metronoomaanduidingen geen onwrikbare wet is geworden), ten gunste van een sterker onderlinge verbondenheid. Met als bijkomend voordeel dat een overspannen aanpak volledig werd vermeden (een schoolvoorbeeld daarvan is het zelfs bijna ontspannen klinkend 'Et resurrexit' van het Credo). Dat is kort samengevat Harnoncourts opvatting van een coherente samenhang ondanks de inhoudelijk ver uiteenlopende tekstdelen en de verhoogde expressieve intensiteit die Beethoven daarmee uitdrukkelijk mzukaal heeft verbonden.

Distantie
Toch hebben de krachten die vrijkomen uit dit wonderwerk minder portuur dan in die gedenkwaardige uitvoering in Amsterdam. Het blijkt al uit het Kyrie: de toen zo sterk expressief getinte, sterk pulserende energie heeft plaatsgemaakt voor een alles overheersend omen van wijsheid en contemplatie. De uiterlijke intensiteit heeft plaatsgemaakt voor een innerlijke rust en een innig gevoelde distantie. Ik doe geen syllabe af aan de betrokkenheid die er in deze uitvoering voortdurend is, maar wat ik vooral mis is de briljante schittering die John Eliot Gardiner in zijn (heldere) Archiv-opname zo buitengewoon sterk met zijn vertolking wist te verbinden. Waarbij ik er gelijk aan toevoeg dat de opnametechnici - en naar ik aanneem bewust - al enige distantie hebben 'ingebouwd': de focussering werd deels opgeofferd aan een ronde en diffuus gehouden totaalklank, waaraan helaas - alle goede bedoelingen ten spijt - Beethovens onnavolgbare maar ook onmisbare klankkleuren enigszins werden opgeofferd. Zelfs de 'authentieke' pauken en blazers kunnen, hoe pregnant hun bijdragen ook mogen zijn, daaraan niets veranderen. Dat sommige blazerssoli er extra worden uitgelicht wekt dan juist weer bevreemding. Dit klankbeeld maakt het het lastig om de gekozen opnamekarakteristiek los te zien van het - zij het geringe - gebrek aan monumentaliteit dat deze nieuwe uitgave interpretatief aankleeft. Het is althans niet de monumentaliteit van een Karajan of een Klemperer (die naar mijn gevoel op dit punt onovertroffen is). Dat men het geheel op slechts een cd heeft kunnen persen is een bijzondere prestatie.

Document humain
Gemengde gevoelens dus, maar wel een absoluut 'document humain' van een van de grootste en meest vooruitstrevende dirigenten die de westerse muziekgeschiedenis in de afgelopen halve eeuw heeft gekend. Dit is de uitvoering van de Missa Solemnis geworden die het definitieve afscheid van eerst het podium en vervolgens het leven al in zich draagt. De foto op de cover straalt het ook uit: de dirigent wandelend, op de rug gezien, zich van ons verwijderend, als uit het beeld verdwijnend. En zo op de rug gezien lijkt zijn houding en kledij karakteristiek voor die van Beethoven...
Wat het aandeel van Concentus Musicus betreft, een van de eerste ensembles die op met de historiserende uitvoeringspraktijk concentreerden, lijkt de cirkel daarmee voltooid te zijn: begonnen in 1953, geëindigd in 2016. Nikolaus Harnoncourt overleed thuis in het Oostenrijkse Sankt Georgen im Attergau op 5 maart van dit jaar.

___________________
Zie ook Beethoven: Missa Solemnis.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links