CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2010

 

 

Beethoven: Pianoconcert nr. 5 in Es, op. 73 (Keizersconcert) - Koorfantasie in c, op. 80.

Ronald Brautigam (piano), Eric Ericson Chamber Choir, Norrköping Symphony Orchestra o.l.v. Andrew Parrott.

BIS-SACD-1793 • 53' • (sacd)

 

 


Ronald Brautigam en Andrew Parrott namen al eerder niet alleen de eerste vier pianoconcerten, maar ook het Pianoconcert in Es, WoO 4, het Rondo in Bes, WoO 6 en de pianoversie van het Vioolconcert in D, op. 61 op. Helaas bespraken wij daarvan alleen het laatstgenoemde concert en het Vierde pianoconcert (klik hier voor de recensie, waarin u overigens ook enige wetenswaardigheden vindt omtrent de visie van Brautigam op deze pianoconcerten).

Dat Brautigam de pianoconcerten meer als kamermuziek beschouwt vindt ook zijn weerslag in het laatste concert in de reeks, dat fabuleuze Keizersconcert (de anekdote die dit concert zijn bijnaam gaf hoef ik hier niet te herhalen want die is wijd en zij bekend). Of hij daar wel of niet (helemaal) gelijk in heeft, feit is wel dat in 1809, toen het concert werd voltooid, noch de piano noch het typische Beethoven-orkest ook maar enigszins leek op het klankkarakte en de omvang van het instrument en het ensemble waarmee we het stuk nu uitvoeren. Wie dus deze uitvoering vergelijkt met die van bijvoorbeeld Barenboim/Klemperer (EMI) en Arrau/Colin Davis (Philips) zal op zijn zachtst gezegd verrast zijn. De beide hoekdelen stralen in ieder geval een zeldzame frisheid uit, met de noten van Brautigam als een klare waterval die over ons wordt uitgestort, waarin de waterdruppels extra flonkeren in het felle zonlicht. En net zoal in zovele andere uitvoeringen (bijvoorbeeld die van Paul Lewis/Jirí Belohlávek [ klik hier] of Till Fellner/Kent Nagano [ klik hier]) verloopt de doorwerking in het openings-Allegro net zo ritmisch veerkracht en stormachtig. De finale gaat als een springveer van start met een spanning die tot het laatste akkoord wordt volgehouden. In het middendeel leggen Brautigam en Parrott Beethovens toevoeging un poco mosso uit als een beetje snel, in plaats van een een beetje levendig/beweeglijk. Overigens is de aanduiding meno mosso (minder beweeglijk) of più mosso (meer beweeglijk) gebruikelijker. In ieder geval maken zij er van a tot z een heus Andante van, dat daardoor minder poëtisch uitpakt dan we gewend zijn, maar daardoor anderzijds niet het slepende karakter krijgt waarop we zo vaak worden 'getrakteerd'. Brautigams voortvarendheid op zijn grote Steinway D vleugel betekent in dit geval ook een concessie aan de expressieve lyriek in de hoekdelen. Zeker, die krijgt bij hem wel voldoende kans om op te bloeien, maar niet meer dan dat. Ondanks dergelijke bedenkingen is deze verfrissende lezing er toch een waarvoor ik me graag gewonnen geef.

De Koorfantasie, door velen gezien als een voorstudie voor de finale van de Negende symfonie (hetzelfde kan overigens worden gezegd van de finale van Fidelio!), krijgt een modeluitvoering, mede dankzij het schitterend presterende Eric Ericson Chamber Choir, dat al jaren wereldklasse uitstraalt. Koor, orkest en piano musiceren in volkomen harmonie, volmaakt gearticuleerd en met fraaie spanningsbogen.

Aardig is dat in het cd-boekje de orkestopstelling is afgedrukt, wat ik nog niet eerder heb gezien. Ik heb het gescand:

De opname werd in december 2009 gemaakt in de Louis de Geer Concertzaal in het Zweedse Norrköping, de thuishaven van dit orkest. De piano staat er, evenals hout- en koperblazers, magnifiek op, maar met wat meer glans op de strijkers en een steviger laagfundament had deze opname nóg meer klasse uitgestraald. Sommige toetsaanslagen gaan overigens gepaard met houtachtige klopgeluiden.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links