CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2022

In The Moment

Beethoven: Pianosonate nr. 12 in As, op. 26 - nr. 23 in f, op. 57 (Appassionata)

Nicolas van Poucke (piano)
Night Dreamer ND 011 • 46' •
Opname: 27 mei 2021, Artone Studio, Haarlem

   

‘Perfection in itself is imperfection', een bekende uitspraak van de pianist Vladimir Horowitz (1903-1989), die zijn Nederlandse collega Nicolas van Poucke heeft omarmd, tot de zijne heeft gemaakt. Zoals hij ook onomstotelijk geloof hecht aan de pure klankkwaliteit van de lp, zoals hij dat al eerder bewees met een aan pianomuziek van Frédéric Chopin gewijde, spraakmakende vinylschijf, door mij in mei 2019 hier besproken.

Maar er valt (nog) meer over te vertellen, want net als toen is dit niet zomaar een langspeelplaat, maar die is voortgevloeid uit een zogenaamde ‘direct-to-disc' sessie, en daarmee de tweede na die met Chopins Pianosonates nr. 2 en 3. De omstandigheden waaronder de beide opnamen tot stand kwamen verschillen evenwel: de Chopin-sonates werden opgenomen in de Westvestkerk in Schiedam door Guido Tichelman en Bastiaan Kuijt, terwijl de beide Beethoven-sonates werden vastgelegd door Martijn Schouten en Patrick Scholtens in de studio van Artone in Haarlem.

Het idee erachter is strikt helder: geen knippen en plakken, geen nabewerking ('post editing') maar ‘gewoon' het pianospel vastleggen met behulp van (in dit geval) Neumann-microfoons en daarvan de signalen dan vervolgens via de mengtafel rechtstreeks richting de stereo snijkop of -beitel ('stereo disc cutter') sturen. De daaruit resulterende 'master' ging ten slotte vanuit de opnamestudio naar een verdieping lager, waar de platenpers wachtte. Een kind kan de was doen... Ja ja...

History tells. Een geschiedenis die feitelijk begint in 1958, doen de ontwikkeling van de stereo-lp in een stroomversnelling raakte dankzij de toen baanbrekende Westrex stereo-snijkop in de studio en de stereo-pick-up en -versterker, voor het Amerikaanse RCA toen het sein om de 30 cm stereo-lp op de markt te brengen.

Links (met geopende stofkap) de taperecorder, rechts de snijtafel met de daarop gemonteerde snijbeitel (disc cutter) (1955)

Dat de opname-industrie in de ontwikkeling en toepassing van stereo toch nog behoorlijk achterliep bij de filmmaatschappijen laat zich gemakkelijk verklaren. De filmindustrie herkende in stereo een behoorlijke verbetering van het toen nog allerwegen mono bioscoopgeluid ('het klonk als door een sleutelgat' is best een treffende benaming), terwijl het bovendien gemakkelijker te implementeren was. Immers, er hoefde niet eerst te worden gewacht op corresponderende weergaveapparatuur in de huiskamer. In de meeste bioscopen kon stereogeluid vrij gemakkelijk worden toegepast. Het vereiste wel aanpassingen, maar niet zo uitgebreid en ook niet zo massaal als dat bij de consumenten gold. Ook hoefde de filmindustrie niet te wachten op de ontwikkeling van de stereo-snijbeitel, die onmisbaar was voor de productie van grammofoonplaten. Zonder die snijbeitel (voor stereoweergave zowel lateraal als verticaal) konden er immers geen stereogroeven in de matrijs worden gesneden. Die matrijs was vervolgens weer nodig om er grammofoonplaten van te kunnen persen.

Snijkop (disc cutter)

Van Pouckes Beethoven-lp wordt uitgebracht door het muzieklabel Night Dreamer dat zich in het 'direct-to-disc' procedé heeft gespecialiseerd en waarvan de naam is ontleend aan het gelijknamige, in 1964 door Blue Note uitgebrachte album van de Amerikaanse jazzsaxofonist Wayne Shorter, samen met Lee Morgan (trompet), McCoy Tyner (piano), Reggie Workman (bas) en Elvin Jones (drums).

History tells. Dat betreft ook de voor deze release deels gebruikte apparatuur die een stokoud stempel draagt, maar door de technici gedurende een lange periode (de lp-hoes meldt zelfs 'seven years') is gerestaureerd en gerenoveerd. Zo gebruikt Night Dreamer één van de voor zover bekend nog slechts vier overgebleven RCA 76D mengtafels, naast de snijkopversterkers van Westrex Capitol (die werden gebruikt voor onder meer studio-opnamen van The Beatles en The Beach Boys.)

Gewend én verwend als we zijn door de verworvenheden van de digitale techniek (er is op onze site al vaak genoeg over bericht) zal het menigeen misschien niet meevallen om zich te realiseren dat het tot in de jaren zeventig niet op de spreekwoordelijke nanoseconde werd geknipt of geplakt (gelast). Toen was enerzijds het maskeren of verhelpen van ongerechtigheden aan fysieke en tijdsgrenzen gebonden, maar anderzijds werd daardoor het doorlopende muzikale 'verhaal' ook niet aangetast. Wat die uitspraak van Horowitz weer in gedachten brengt: ‘Perfection in itself is imperfection'.

Als we nog verder teruggaan in de tijd, naar de vroege jaren dertig van de vorige eeuw, was de musicus in de studio zich weliswaar evengoed bewust van het 'eeuwigheidskarakter' van zijn vastgelegde spel (toen nog op de schellakplaat), maar daarbij tevens van de daaruit voortvloeiende onvolkomenheden. Twee wat dit betreft representatieve voorbeelden: Artur Schnabel in de pianowerken van Beethoven en Schubert, en Alfred Cortot in die van Chopin. Die imperfectie bracht wel muziek voort die voortdurend lééft. Zozeer zelfs dat daardoor het technische aspect vrijwel ongemerkt naar het tweede plan verhuist.

En Van Poucke? Anno nu? '[...] Captured in a single day, an art not lost on today's musicians, who, although afforded a surfeit of choice, are as wedded to the idea of collaboration as those of previous generations. The methods are timeless, and the impulse is as contemporary as ever', staat op de hoes afgedrukt.

History tells. Voor Van Poucke zijn er de grote voorbeelden waaraan hij zich wil maar ook kan spiegelen. Hij kent hun spel bij wijze van spreken van binnen en van buiten, volledig bekend met hun 'levende klank' (onder andere als bezoeker van de helaas ter ziele gegane Riaskoff-serie Meesterpianisten in het Amsterdamse Concertgebouw), zoals hij ook vaak luistert naar (stok)oude opnamen van de allergrootsten uit het (soms heel verre) verleden en de krochten van hun betovering kent. Een pianist ook die zich toch vooral wenst te houden aan de traditionele mores (concertkledij onder alle omstandigheden!) en die onvermoeibaar streeft naar dat éne unieke moment waarin zijn grote liefde voor de muziek vrijuit kan spreken.

Dat laatste geldt - het spreekt welhaast vanzelf - ook voor deze lp die, evenals de eerdere Chopin-lp, een staaltje technisch vinylvernuft mag heten. Bepaald niet onbelangrijk is de volmaakte inloopgroef, het spetter- en ruisvrije karakter en het ontbreken van storende vervorming, ook in de voortgang rihting het label, mede dankzij de ruim genomen groefmaat (dat kan ook prima: de totale tijdsduur is niet meer dan ruim 46 minuten). Zowel wat de opname als de lp betreft biedt de weergavekwaliteit het beste wat op dit gebied voorhanden is.

Ook ditmaal stuurde Van Poucke op mijn verzoek nog apart de digitale bestanden in wav-formaat, waarbij het mij opnieuw opviel dat de klank op de lp tot het beste behoort dat dit medium toelaat, maar dat het wav-formaat nog een fractie meer dynamiek en ruimtelijkheid voor de luisteraar in petto heeft, terwijl daarnaast het klankprofiel nog iets scherper is getekend. Dat laatste verklaart zich wellicht mede door het geheel en al ontbreken van de aan de lp inherente (onvermijdelijke!) aftastvervorming, waarvan ik aanneem dat die zich (vrijwel) uitsluitend in de afspeelapparatuur voordoet, zoals in mijn geval de Micro Seiki DD-40 draaitafel, het Stanton 981HZS pickup-element, de Stax UA-7CF (carbon fibre) pickup-arm, de pickup-voorversterker van Meridian en de Van den Hul bekabeling.

Aftastvervorming overigens die als 'prettig' wordt ervaren, door menigeen verkozen boven 'koude' digitale weergave. Vervorming die voortkom uit het contact tussen naald en groef en de daarmee verbonden mechanische eigenschappen (zoals die van de arm-elementcombinatie), met als 'offer' de nu eenmaal geringere dynamische bandbreedte. Voor menige audiofiel is dit een onuitputtelijk onderwerp dat op de verschillende fora net zo onuitputtelijk wordt 'behandeld'.

Maar afgezien daarvan: Van Pouckes Beethoven is in een woord formidabel. Er ligt zoveel steeds weer opvlammend vuur onder zijn pulserende vertolkingen, er valt ook zoveel lyriek te registreren. De treurmars 'op de dood van een held' (op. 26) is net zo weergaloos empathisch als de zinderende finale van de 'Appassionata' dat is. De vele technische barricades worden beklommen alsof het niks is, het heeft veel weg van een regelrechte hemelbestorming die structureel desondanks volledig beheerst blijft. Dit zijn echt Beethoven-interpretaties op hun best, onmiskenbaar detailrijk, markant expressief, dynamisch gelaagd en met zoveel zwierige bravoure over het voetlicht gebracht dat het warempel lijkt alsof de inkt van het manuscript nog maar net is opgedroogd.

We worden getrakteerd op verhaallijnen die zich zo spontaan en contrastrijk, maar tegelijkertijd zo hecht en organisch ontvouwen, dat het niet anders kan dan dat ze de toehoorder geheel en al voor zich innemen: het is dat onvermijdelijke 'proces' dat direct samenhangt met een dergelijk hoge graad van 'vertelkunst'. Van Poucke maakt tevens haarscherp duidelijk dat beide sonates evenzo sterk verschillende individuele eigenschappen hebben, elk deel een geheel eigen karakter bezit. Er is simpel gezegd geen deel dat in een andere sonate zou kunnen passen. Van Poucke markeert het drama, maar ook de sensibiliteit in deze zo complexe karakters, evengoed in op. 26 (gecomponeerd in 1800/01, de periode van onder andere de Tweede symfonie) als in op. 57 (1804/06, de periode van de 'Waldstein', het Vierde pianoconcert, het Tripelconcert én de 'Eroica').

Kort en goed: een overrompelend recital! En de perfectie? Wie echt zoekt vindt, maar enige revelantie heeft het niet. Dat zegt álles over waar het hier daadwerkelijk om gaat: muzikale inhoud.

________________
Naschrift: noch in de mij toegezonden wav-files, noch op Spotify is sprake van een trackindeling. Op de lp gelukkig wel.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links