CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2020

Beethoven: Vioolconcert in D, op. 61

Bach: Sonate voor viool solo nr.1 in g, BWV 1001 (Adagio)

Daniel Lozakovich (viool), Münchner Philharmoniker o.l.v. Valery Gergiev
DG 4838946 • 48' •
Live-opname: 16 december 2019, Philharmonie am Gasteig, München

   

Valery Gergiev doet het goed in München, waar hij vanaf het seizoen 2015/16 chef-dirigent is van de Münchner Philharmoniker. De keus van het orkest voor Gergiev kwam uiteraard niet uit de lucht vallen: al vanaf het seizoen 2011/12 zag men verwachtingsvol naar hem uit, terwijl uit alles bleek dat de chemie tussen orkest en dirigent gewoon ‘goed' was. Al zullen er ongetwijfeld in de loop der tijd strubbelingen zijn geweest, want Gergiev is en blijf tenslotte Gergiev: tamelijk onberekenbaar en in meer dan slechts een facet. Want zowel in zijn gedrag, houding, repertoire als dirigeerkunst ontpopt hij zich nogal eens als een kruidje-roer-me-niet. Zelf heb ik hem lang genoeg meegemaakt om dat ‘oordeel' te mogen vellen. Een oordeel overigens dat gelukkig in puur muzikaal opzicht veel meer positieve dan negatieve elementen bevat. Gergiev is absoluut een muzikaal fenomeen.

Dat hij door de jaren heen toch vooral geassocieerd is met het typisch Russische repertoire (en daar hoort zeker ook het werk van een aantal nieuwlichters bij) neemt niet weg dat hij ook in Sibelius en zelfs Bruckner uiteindelijk goed zijn weg wist te vinden, al zijn er zeker ook componisten die hem gewoon minder goed liggen. Ik denk bijvoorbeeld aan Verdi en Mendelssohn (de zeer teleurstellende uitvoering van diens 'Schotse' symfonie onlangs nog in Rotterdam). Wat dat betreft loopt hij niet over van de artistieke zelfkennis en blijft hij wat dit betreft nog steeds in voor hem duidelijk troebel water vissen.

Zelf betrapte ik me er vaak genoeg op: dat er een stuk op de lessenaars stond waarvan ik al bij voorbaat dacht: het zal – zij het enigszins gechargeerd - hiermee niks gaan worden, waarna het achteraf wonderlijk genoeg toch nog meeviel. Zo had ik niks met zijn kijk op het Franse repertoire of zijn soms ruw uitgehouwen Weense klassieken, maar toch: avontuur was er desondanks wel, en al helemaal als hij slecht voorbereid leek, zich (veel te) weinig repetitietijd had gegund, het geheel zoiets had van ‘God zegene de greep', maar wel met daarvan als ‘zijeffect' dat de musici zo ongeveer noodgedwongen op de punt van de stoel moesten zitten, voortdurend alert te zijn om er alsnog een redelijk goede uitvoering uit te kunnen slepen. Een beeld overigens dat we in zekere mate ook Wilhelm Furtwängler en Frans Brüggen kennen.

Vage gebaren, die voortdurend trillende hand, het dirigeerstokje ter grootte van een haakpen, ze droegen allemaal bij aan de stilzwijgend geëiste, grote concentratie, al waren er ook die ogen die priemden en dat altijd weer expressieve gelaat als belangrijke hulpmiddelen tijdens die nauwelijks van tevoren goed uitgestippelde marsroute. Gergiev, altijd drukbezet, tijdens repetities zelfs twee mobieltjes tegelijk beantwoordend, in meerdere richtingen pratend en altijd weer vertrouwend op de een of andere assistent die eerder als ‘inzeper' had gefungeerd. Tsja…

Van Daniel Lozakovich kan worden gezegd dat hij een groot viooltalent is dat vooralsnog wat zijn opnamen betreft toch vooral voor de ‘veilige weg' heeft gekozen. Zijn hier besproken debuutalbum was geheel gewijd aan Bach (de vioolconcerten BWV 1041 en 1042, aangevuld met de Partita BWV 1004) en het daarop volgende (niet door ons besproken) album (‘None but the lonely heart') aan werken van Tsjaikovski met o.a. diens vioolconcert. Ook deze nieuwe aanwinst getuigt van die veilige benadering, al houdt die ongetwijfeld verband met het Beethoven-jaar 2020. Wat niet wegneemt dat deze inmiddels 19-jarige, in Stockholm geboren en verder in Wenen voor een glanzende internationale carrière klaargestoomde violist ook in ‘zijn' Beethoven laat horen dat hij, zo jong als hij is, zonder meer al tot de wereldtop behoort.

We hoeven van deze uitvoering niets spectaculairs te verwachten, niet van de kant van Lozakovich noch van de zijde van Gergiev en het met een mooi afgeronde klank spelende orkest. Het spel is zoals we dat van zoveel andere grote solisten, dirigenten en orkesten kennen: glanzend, gloedvol, volmaakt gearticuleerd, de fraseringen even fraai uitgewerkt, de dynamische contouren ‘volgens het boekje', wat feitelijk ook geldt voor de cadenza's in de beide hoekdelen, die net zo traditioneel van Kreisler stammen. Best wel jammer, want de bedoeling ervan is nu juist om er als solist een geheel eigen invulling aan te geven. Maar welke uitvoerende musicus kan tegenwoordig eigenlijk nog improviseren, laat staan componeren? Ja, in het orgeldomein, dat gelukkig nog wel.

Maar zoals gezegd: wat de uitvoering betreft niets dan goeds, zij het dat er sinds bijvoorbeeld Zino Francescatti/Bruno Walter (jaren zestig, toen met het vermaarde Columbia Symphony Orchestra) interpretatief niet zoveel is veranderd, al zijn orkestspel en opnametechniek wel aanmerkelijk beter geworden.

Dat de samenwerking tussen Lozakovich en Gergiev met zijn orkest voorbeeldig mag worden genoemd lag overigens al op voorhand in de 'natuur der dingen'. Immers, Lozakovich was nog maar nauwelijks vijftien toen Gergiev hem uitnodigde om samen met hem in Moskou te concerteren. Terwijl de violist de dirigent tevens zo ongeveer als zijn mentor beschouwt.

Als encore is er nog het Adagio uit Bachs solosonate BWV 1001 aan toegevoegd, net zo fraai en gewelfd. Na nog geen vijf minuten is het echter alweer voorbij. Ik begrijp wel waarom, maar met een speelduur van niet meer dan 48 minuten is de koek wel vrij snel op. De opname klinkt uitstekend, het publiek is geen storende factor, maar wel jammer dat het slotapplaus niet werd meegesneden.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links