CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2020

C.Ph.E. Bach: Symfonie in F, Wq 175

Beethoven: Symfonie nr. 1 in C, op. 21

C.Ph.E. Bach: Symfonie in G, Wq 183

Beethoven: Symfonie nr. 2 in D, op. 36

Akademie für Alte Musik Berlin o.l.v. Bernhard Forck
Harmonia Mundi HMM 902420 • 78' •
Opname: september 2018, Teldex Studio, Berlijn

   

Het idee om een symfonie van Beethoven en die van een tijdgenoot of voorganger op een album te verenigen is niet nieuw. Op onze site vindt u daarvan meerdere voorbeelden (zoals hier en onlangs nog hier).

Dat is ook een van de charmante kanten van het Beethoven-jaar 2020 (de componist werd precies 250 jaar geleden in Bonn geboren): dat een aantal muzieklabels de moeite heeft willen nemen om werk van Beethoven te omringen door dat van (uiteraard veel minder bekende) collega's in of rond die tijd.

Zo ook Harmonia Mundi dat met de Akademie für Alte Musik Berlin vol daarop inzet, al weet ik nog niet precies hoe dit zal gaan uitpakken. Zo wordt in deze serie de Negende symfonie gecombineerd met de Koorfantasie op. 80, maar is tevens sprake van een ander orkest: de welbekende Freiburgers, met als dirigent Pablo Heras-Casado (deze uitgave wordt binnenkort door collega Emanuel Overbeeke besproken). Die keus zou ik op grond van het gekozen uitgangspunt overigens niet hebben gemaakt. Waar dan gelukkig weer tegenover staat dat bijvoorbeeld de Vierde en Achtste symfonie wordt gecombineerd met werk van Pavel Vranický (1755-1808).

Het concept spreekt mij en ongetwijfeld veel muziekliefhebbers zeker aan. En te meer omdat het slechts weinig labels gegeven blijkt om in dit Beethoven-jaar met iets echt interessants over de brug te komen. De meeste laten het er zelfs lelijk bij zitten door zich te beperken tot de zoveelste (her)uitgave van wat ik maar de bekende ‘riedel' noem. Het lijstje met overbodige albums is toch al fors en kan alleen nog maar groeien. U mag zelf bepalen of het wel of niet op een in commercieel opzicht pure verdringingsmarkt gaat lijken.

Wat dit album betreft: niet alleen Beethovens eerste twee symfonieën maar ook twee van zijn illustere voorganger Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788). Al zijn ze al ettelijke malen vastgelegd (dat Beethoven het ook in dit opzicht gemakkelijk van deze Bach wint doet daaraan niet af) en wie wil kan het contrast toch al beleven door de relevante cd's uit de eigen verzameling te kiezen. Waarmee ik maar wil zeggen: er is ook in dit geval niet echt iets nieuws onder de zon. Wat niet wegneemt dat C.Ph.E.'s ‘Sturm und Drang' en het daarmee verbonden explosieve karakter van zijn muziek natuurlijk wel meesterlijk aansluit op Beethovens twee jongste telgen op symfonisch vlak. Al weten we dat Beethovens inspiratiebronnen elders lagen; wat de muzikale waarde van deze contrastwerking echter alleen maar vergroot. Misschien nog interessanter: het album maakt duidelijk dat beide componisten, ieder op hun eigen terrein, hun tijd behoorlijk ver vooruit waren. En geen misverstand erover: Beethovens Eroica werpt haar schaduw over de Tweede symfonie al vooruit, zeker in deze brisante maar transparant gehouden uitvoering. Dat beide werken niet meer dan zo'n twee jaar van elkaar scheidt blijft nauwelijks te bevatten.

De Akademie onder leiding van concertmeester Bernhard Forck zorgt voor ware modelvertolkingen op basis van de meest recente inzichten (waarvan de meeste zich alleen met de partituur in de hand laten ontsluieren). Over die inzichten valt in het cd-boekje helaas niets aan wetenswaardigheden te registreren, maar ik kan u verzekeren dat voor de Beethoven-symfonieën gebruik is gemaakt van de door Jonathan Del Mar voorbereide Bärenreiter-editie (u kunt er hier meer over lezen).

Misschien dat het terecht aan de standaardbezetting toegevoegde klavecimbel in de beide Bach-symfonieën de indruk zou kunnen vestigen dat we ons nog in de Barok bevinden, maar dat is dan bedrieglijk want we bevinden ons toch echt midden in de transitie van de Barok naar de (Weense) Klassiek, al staan ze dan te boek als sinfonia's. Dat we ook muzikaal geconditioneerd zijn doet aan deze vaststelling niets af: we bedriegen ons eigenlijk enigszins omdat we weten ‘wat erna komt', maar toen moeten deze stukken als een bom zijn ingeslagen. En dat zonder pauken en trompetten (wel met o.a. hoorns).

Wat aan die symfonieën van C.Ph.E. vooral zo bijzonder is zijn de pittige dynamische contrasten en wat ik maar het ‘push-pull' mechanisme noem: de thematiek wordt zéér kort aan de lijn gehouden, terwijl – excuus voor de metafoor – de hond juist vooruit wil. Dat levert de grote spanningen op die deze meest bekende zoon van Johann Sebastian meesterlijk in de hand weet te houden. Hij wilde duidelijk niet in de voetsporen van zijn beroemde vader treden maar liever nieuwe verten wilde verkennen; en daarin ook volmondig slaagde.

Nog een opmerking over de Akademie, dat geweldige Duitse kamerorkest dat de historiserende uitvoeringspraktijk tot het zijne heeft gemaakt en dat uitsluitend bestaat uit topsolisten in hun metier. Met velen van hen heb ik in Leipzig maar ook elders kennisgemaakt en hun engagement, energie en precisie bewonderd. Ook tijdens repetities heb ik hen bezig gehoord en gezien en daarbij ervaren dat zelfs een ogenschijnlijk onbelangrijk detail zo lang wordt uitgekristalliseerd tot het in perfectie is omgesmeed. Maar let wel: zonder dat de spontaniteit er onder leed. Dat is in mijn beleving écht muziek maken. Misschien ten overvloede: dat geldt ook voor dit nieuwe album. Een ook in opnametechnisch opzicht bijzonder geslaagde aftrap van wat ongetwijfeld zal uitgroeien tot een waardevol project.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links