CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2017

 

Méhul: Symfonie nr. 1 in g (1808/09)

Beethoven: Symfonie nr. 3 in Es, op. 55 (Eroica) (1803)

Solistes Europeéns o.l.v. Christoph König
Rubicon RCD1020 • 72' •
Live-opname: januari 2011 (Méhul); maart 2012 (Beethoven); Grand Auditorium, Luxemburg

   

De geschiedenis laat zich achteraf nooit kneden en dat geldt niet minder voor de muziekgeschiedenis. Met andere woorden: iedere generatie zal er met andere ogen naar kijken (en met andere oren naar luisteren!), maar dat verandert aan die geschiedenis op zich niets. In het cd-boekje wordt opgemerkt dat de Franse componist Étienne-Nicolas Méhul (hij werd in 1763 in de Franse Ardennen geboren en overleed in 1817 in Parijs) moet worden beschouwd als een van Beethovens belangrijkste tijdgenoten en dat in diens Fidelio daarvan bovendien duidelijk sporen terug te vinden zijn. Waar of niet waar, in ieder geval staat vast dat Méhul samen met François-Joseph Gossec en André Ernest Modeste Grétry tot die componisten behoorde die tijdens de Franse Revolutie in muzikaal opzicht dominant van zich lieten horen. Een goed voorbeeld daarvan is Méhuls ‘Chant national du 14 juilliet 1800', waarvoor de opdracht zelfs rechtstreeks van Napoleon Bonaparte kwam, met de Slag om Marengo nog vers in herinnering. De patriottische ‘chant' bracht het zelfs tot een soort Frans volkslied. Méhul stond niet alleen bij Napoleon in hoog aanzien, maar bekleedde ook een belangrijke post aan het Parijse conservatorium en hij was een zeer gewaardeerd lid van de Académie des Beaux-Arts. Net als Hector Berlioz na hem was Méhul een revolutionair op het gebied van de orkestratie en wordt hij beschouwd als een van de grondleggers van het leidmotief. Waar nog bijkomt dat in de muziek van Méhul ‘sturm und drang' (of althans de suggestie daarvan) nooit ver weg is.
Met ruim veertig opera's op zijn naam behoorde hij tot de operacomponisten die er echt toe deden en wiens opera's ook echt werden uitgevoerd (terwijl ze nu al lang en breed vergeten zijn). Maar er zijn ook nog zes pianosonates, drie balletten, missen en vijf symfonieën die zijn naam dragen. Van zijn laatste symfonie (1810) is helaas slechts een deel teruggevonden (en voor zover ik weet nog nooit uitgevoerd). Ook de Eerste symfonie (1808) wordt beheerst door dat ‘sturm und drang' axioma en lijkt Joseph Haydn ervoor model te hebben gestaan. Maar er zijn qua textuur – niet verwonderlijk overigens – ook raakvlakken met Beethovens eerste twee symfonieën. Zoals ook de Oostenrijkse invloed onmiskenbaar is, wat voor een Franse componist best bijzonder mag heten. In het Trio van het Menuet lijkt de typisch Oostenrijkse Ländler zelfs vrijwel binnen handbereik.
Ook Robert Schumann viel een zekere mate van verwantschap tussen Méhul en Beethoven op. Hij hoorde een uitvoering van Méhuls eersteling door het Gewandhausorchester Leipzig onder leiding van zijn vriend Felix Mendelssohn en werd in het bijzonder getroffen door de overeenkomsten tussen de finale van Méhuls Eerste en het openingsdeel van Beethoven Vijfde (die overigens eveneens uit 1808 stamt). Zoals er ook muzikale verwantschap is tussen de muziek van Mendelssohn en die van Beethoven (en daarmee dus in feite ook Méhul). Kruisbestuivingen te over dus, zonder dat echter van epigonisme kan worden gesproken. Artistieke individualiteit stond bij deze drie componisten duidelijk voorop. Wie de moeite neemt aandachtig naar Méhuls eerste symfonie te luisteren wordt veelvuldig vergast op werkelijke schitterende momenten die zonder meer demonstreren dat Méhul wel degelijk een symfonicus van formaat was.

 
 
Étienne-Nicolas Méhul

Het is ook deze symfonie die merendeels de waarde en betekenis van deze cd bepaalt, want ook Christoph König kan aan Beethovens ‘Eroica' niets meer toevoegen wat er lang en breed is. Hoewel het uiteraard altijd boeiend is en blijft om werken van deze signatuur tegenover elkaar te positioneren. Waarbij het Königs uitdrukkelijke bedoeling was om hiermee onze monochrome kijk op de beroemdste en meest invloedrijke componisten aan een kritische toets te onderwerpen: “We emphasise the influence of composers like Bach and Beethoven on theirs and later generations of musicians and tend to neglect the reciprocal influence all their contemporaries have had on them.” Componisten die inmiddels lang en breed vergeten zijn, wier muziek zelfs buiten de periferie hoogstens nog de betekenis van een witte raaf hebben. Zeker in het geval van Méhul is dat een omissie, al hebben labels als Erato en Le Chant du Monde er wel degelijk in het verleden aandacht aan besteed. De in Luxemburg gevestigde Europese Solisten onder Christoph König laten horen dat zeker Méhuls Eerste symfonie het meer dan waard is om regelmatig op de lessenaars te worden gezet. De opname heeft iets meer galm dan gebruikelijk, maar onprettig is dat niet. Het applaus is (kort) meegesneden.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links