CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2020

Beethoven - Complete Symphonies

Beethoven: Symfonie nr. 1 in C, op. 21 - nr. 2 in D, op. 36 - nr. 3 in Es, op. 55 (Eroica) - nr. 4 in Bes, op. 60 - nr. 5 in c, op. 67 - nr. 6 in F, op. 68 (Pastorale) - nr. 7 in A, op. 92 - nr. 8 in F, op. 93 - nr. 9 in d, op. 125

Camilla Nylund (sopraan), Gerhild Romberger (alt), Klaus Florian Vogt (tenor), Georg Zeppenfeld (bas), Wiener Singverein, Wiener Philharmoniker o.l.v. Andris Nelsons
DG 0289 483 7071 9 • 5.56' • (5 cd's)*
Opname: 2017/18, Gouden Zaal, Musikverein, Wenen

   

Het is Beethovenjaar en dan weet wel zo ongeveer wat dat zal gaan betekenen: een ware stortvloed van concerten, cd's (daaronder ongetwijfeld veel heruitgaven), dvd's en wie weet wat voor andere evenementen er nog meer zullen volgen. Bovendien programmeert het lekker makkelijk, nietwaar? Het Beethovenjaar als de perfecte dekmantel voor gebrek aan creativiteit en inventiviteit.

Beethovenjaar. Menigeen zal het onzin vinden. Zoals 'Geen dag zonder Bach': het bekt wel lekker, maar de zin ervan zal eveneens menigeen ontgaan. Dat er aan zo'n jaar talloze commerciële vlaggen, vaandels en fakkels worden gehangen is uiteraard vanzelfsprekend, maar voor de muziekliefhebber is het alleen al daardoor uitermate lastig om het kaf van het koren te scheiden. Waar ik dan gelijk bij aanteken dat er al zoveel koren is dat er alleen al om die reden niet eens gescheiden hoeft te worden.

Deutsche Grammophon kwam, vooruitlopend op dat Beethovenjaar, al in de herfst van het vorig jaar met een Beethovencyclus onder Andris Nelsons, de Letse dirigent die vooral met zijn Bruckner- en Sjostakovitsj-opnamen furore heeft gemaakt. En wat dat betreft geheel en al terecht. Hij is ook een graag geziene gastdirigent, onder meer in Amsterdam (er zijn zelfs al geruime tijd speculaties in de media over een mogelijke benoeming tot chef-dirigent van het Concertgebouworkest bij ontstentenis van de in ongenade gevallen Daniele Gatti).

Maar, zo zullen ze bij het gele label hebben gedacht, niet iedereen kent Nelsons, terwijl wel iedereen (of vrijwel iedereen) de Wiener Philharmoniker kent (al is het alleen maar van het traditionele Nieuwjaarsconcert). Dus lag het voor de hand om sowieso de Weners te contracteren om het Beethovenjaar discografisch luister bij te zetten. En aldus gooide het label er weer eens de zoveelste Beethovencyclus tegenaan. Rijst vervolgens de hamvraag: is deze Weens-Letse combinatie een goed vertrekpunt? Ik vrees van niet.

De Wiener Philharmoniker baadt in klankweelde, het vertegenwoordigt de ronkende, pure luxe op het gebied van het orkestspel. Het orkest is zo goed dat de kans relatief klein is dat een dirigent daaraan afbreuk kan doen (het is een kwestie van leiden of geleid worden). Zoals de kans ook relatief klein is dat zelfs een dirigent als Nelsons er zijn stevig stempel op zou weten te drukken. Voor globetrottende dirigenten lijkt mij dat trouwens geen sinecure, want daarvoor zijn ze er te kort, vervullen ze geen consistent uitgewerkt chef-schap en is er sprake van een teveel komen en ook weer gaan. De echte chef van weleer bestaat al lang niet meer. Dat was in de tijd van Karl Böhm wel even anders (hij liet trouwens een fraaie Beethovencyclus na, met als onvolprezen hoogtepunt de 'Pastorale', met het Wiener Wald in al zijn geuren en kleuren, al vond Beethoven het werk zelf meer 'Ausruck der Empfindung als Malerei').

Hoewel ik niet beweer dat het per definitie beter is om de symfonieën juist niet in bulk aan te schaffen maar zorgvuldig de uitvoering(en) per symfonie te selecteren, is het wel zo dat een integrale cyclus veelal teleurstellend uitpakt. Of dat het toch net niet is wat ervan wordt verwacht. Al maak ik graag een uitzondering voor de Teldec-uitgave met het Chamber Orchestra of Europe onder leiding van Nikolaus Harnoncourt, een set die ik voor geen goud zou willen missen. En zo zijn er gelukkig nog wel meer.

Beethoven onder Nelsons valt niet in die categorie. Het lijkt wel alsof hij soms verrassende dingen doet, maar veel stelt het allemaal niet voor. Het pakt zelfs soms uitermate saai uit, zoals in de Achtste die alles heeft behalve spiritualiteit. De Negende onderscheidt zich vooral door de weinig geslaagde vocale intrada in de finale (dat had een retake verdiend, als het tenminste zou hebben geholpen!) Ook het bijna onaardse Adagio is door andere dirigenten zoveel beter gedaan (het blijft iets heel speciaals: een vloeiende beweging creëren zonder te 'schleppen'). Het contrast met Harnoncourts Eroica is groot, zoals dat ook geldt met diens exemplarische visie op de Vierde. Misschien is dat trouwens wel het grootste probleem: wat Nelsons in deze cyclus presteert is gewoon niet goed genoeg om de gehele box boven het maaiveld uit te tillen. Ondanks een zeker geslaagde, zij het ook hier weer luxueuze Eerste en Tweede symfonie. Pak als voorbeeld Nelsons vertolking van de Vijfde en vergelijk die met het door Carlos Kleiber opgestookte vuur in de beide hoekdelen: daar staat de Let dan met hetzelfde toporkest, het steekt er maar bleekjes bij af. Carlos kwam, zag en overwon: hij slaagde er wel in om datzelfde orkest met een enorme passie en energie bijna over de kling te jagen. En bij wie moet je zijn voor de langzame inleiding van de Vierde? Bij Bruno Walter en Wilhelm Furtwängler (wiens Vierde Schumann overigens ook niet te overtreffen is).

Over Furtwängler gesproken: we bespraken onlangs de serie 'Radio Recordings 1939-1945' (klik hier), waaronder ook de Berlijnse Beethoven-opnamen. Ja, 'uit de oude doos' en ook nog mono, maar wie een beklemmender uitvoering weet mag het zeggen. Het is een volstrekt andere Beethoven, ongetwijfeld sterk onder invloed van de donkere oorlogsjaren, maar misschien wel daardoor met een letterlijk ongehoorde zeggingskracht in alle geledingen. Maar ook: wát een karakteristiek stempel wist Furtwängler op 'zijn' orkest te drukken! Deze ronduit spectaculaire Beethoven, een monument dat zijn weerga niet kent.

Ik heb er geen idee van hoe de samenwerking tussen Nelsons en de Wiener is verlopen, maar mij heeft deze Beethovenset geenszins kunnen overtuigen. Zoals ik ook niet onder de indruk was van Nelsons recente Weense Nieuwjaarsconcert: spanningsloos, weinig geestrijk en vooral gericht op uiterlijk effect in plaats van innerlijk affect. Ik luisterde daarna maar weer eens naar Karajan die hetzelfde orkest in 1987 onder meer door de mooie blauwe Donau leidde. Wat een verschil! Alleen al het begin, alsof een symfonie van Bruckner in de steigers werd gezet, in een zeldzaam fijnmazig orkestraal gewaad. Je zag en 'hoorde' een dirigent die nog steeds een enorme greep op het orkest had.

Nelsons Beethoven is ronduit teleurstellend. Ja, hij heeft ook erg zijn best gedaan om in de Zevende Beethovens eigenhandige metronoomcijfers (die hij later deels weer corrigeerde!) te 'halen', maar het resulteerde alleen maar in veel bombarie en te weinig spanning. Wie het niet wil geloven: Carlos Kleiber is opnieuw het welsprekende voorbeeld van hoe het kan, nee hoe het moet.

________________
*Bij de set wordt ook een Blu-ray audiodisc geleverd, maar die heb ik niet ontvangen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links