CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2019

Beethoven - The Sonatas for Cello and Piano

Beethoven: Cellosonate nr.1 in F, op. 5 nr. 1 - nr. 2 in g, op. 5 nr. 2 - nr. 3 in A, op. 69 - nr. 4 in C, op. 102 nr. 1 - nr. 5 in D, op. 102 nr. 2 - in F, op. 17 (bewerking van de Hoornsonate in F, op. 17)

Leonard Elschenbroich (cello), Alexei Grynyuk (piano)
Onyx 4196 • 65' + 61' • (2 cd's)
Opname: januari en april 2017, Deutschlandfunk

   

In december 2016 besprak ik ‘Musica Nostalgica', een cd vrijwel geheel gewijd aan muziek van Alfred Schnittke (klik hier), met als enige uitzondering ‘Shards of Alfred Schnittke', gecomponeerd door de Duitse cellist Leonard Elschenbroich, die samen met de pianist Petr Limonov, voor een grandioos recital zorgde. ‘Hautnah', in een mengsel van ruw gebolsterde agressiviteit en delicate verstilling, technisch fabelachtig goed afgewerkt in een soms bijna exploderend krachtenveld.

Toen schreef de zelfbewuste cellist in het cd-boekje:

Let's say for example that I want to listen to a Shostakovich concerto - like the Second Violin Concerto, which I don't know so well - I can go into Spotify legally and listen to - literally - hundreds of recordings. What reason would I have to choose some new, young person's recording if I can listen to Oistrakh or Kremer or Kogan? It's almost humorous to decide that now I'm going to record a CD of Schumann or Schubert because there are dozens of legendary recordings readily available at any moment! Of course it's different with live performances. I perform those pieces all the time. In live performance, the pieces have to be continuously repeated because it happens only once. It's not like the recording which is always there. I don't think it's enough to say: "Oh I have a different interpretation of this piece so it's worth it to spend time recording it." Having said that I've recorded many times but I feel that every CD I release must have one major work on it that hasn't been recorded enough or not recorded at all; a work that needs to be better known. I may also be happy to record something that I feel I have a slightly different approach to but I don't see it as worthwhile to record a CD of music which has been recorded so much that the only reason for buying it would be because of my interpretation. I just don't think that my interpretation is that important given how many there are already.

Het kon niet duidelijker: Elschenbroich wilde zich niet profileren als de zoveelste musicus met de zoveelste vertolking op de zoveelste (vrijwel) identieke manier. En hij toonde zowel bescheidenheid als historisch besef door te verwijzen naar de ‘dozens of legendary recordings readily available at any moment'. Hoe sterk moet je dan niet in de (artistieke) schoenen staan om je toch te wagen aan Beethovens zes cellosonates (de tot cellosonate omgevormde hoornsonate op. 17 meegerekend), waarvan reeds zoveel ‘legendary recordings' bestaan? Bijvoorbeeld die in Edinburgh in 1964, met Mstislav Rostropovitsj en Svjatoslav Richter, live opgenomen en ook op dvd beschikbaar. Wie zou alleen al daaraan nog iets zinnigs kunnen toevoegen?

Biedt het duo Elschenbroich-Grynyuk ons nieuwe inzichten in deze ons zo vertrouwde werken? Het lijkt een onmogelijke opgave en daarvan moet zeker Elschenbroich – die de lat zeer hoog pleegt te leggen – zich terdege bewust zijn geweest. Dat hij het toch heeft aangedurfd valt op zijn minst te prijzen. En ja, zijn spel en dat van zijn Oekraïense kompaan Alexei Grynyuk beweegt zich op het hoogste niveau. Daarover geen enkele twijfel, hoewel ze daarin - het wordt nog maar eens gezegd - de enigen niet zijn.

Toch zijn deze vertolkingen bijzonder genoeg om een uitgave op cd te rechtvaardigen. Dat begint met de absolute precisie waarmee het tweetal deze avontuurlijke partituren gestalte geeft. Geen frase die ook maar een spoor van onnauwkeurigheid verraadt, geen dynamische aanduiding die niet wordt gerespecteerd en geen noot die besmet raakt door nonchalance. Het staat allemaal werkelijk als een huis, van begin tot eind, wat mogelijk de gedachte voedt van een zekere saaiheid. Maar dat lijkt me nu juist het meest aansprekende winstpunt: dat precisie gepaard gaat aan fonkelende spiritualiteit en spontaniteit en dat de beide heren zich opperbest thuis voelen in zowel de ‘vroege' (op. 5 en 17), de ‘midden' (op. 69) als de ‘late' (op. 102) Beethoven. De karakterisering is voortreffelijk, het borrelt en het bruist in de hoekdelen van op. 5, maar ook de lyriek is overweldigend, terwijl de verinnigde vertolking van de late sonates profiteert van de verinnerlijking die Beethoven meer en meer in haar greep kreeg en we te maken krijgen met bijna metafysische vergezichten. Het zijn ook vertolkingen die haarscherp duidelijk maken hoe groot de kloof is geworden tussen de gespierde Beethoven van op. 5 en de expressief zo facetrijke, buiten de klassiek afgebakende sonatevorm tredende Beethoven van op. 102.

Zo nauwkeurig in het volgen van de aanwijzingen in de partituren en toch zo – of misschien juist daardoor – zo contrastrijk in de uitvoering? Sterker nog, het lijkt soms als de beide musici aan het improviseren zijn, terwijl daarvan – de partituur geeft immers onomstotelijk het antwoord – geen enkele sprake is. De suggestie wekken, het is en blijft een bijzondere manier van musiceren. Zoals ook, wonder boven wonder, de traditionele herhalingen (met name in de expositie, maar ook in de doorwerking van op. 5 nr. 2) geen traditionele herhalingsoefening lijken te zijn. Superieure 'Ausdruck der Empfindung', dat is het. Treffend en consistent ook: twee zielen, voortdurend één gedachte.

De tempi in de snelle delen liggen doorgaans hoog, ‘drive' en expansie zijn enorm. Soms dreigt zelfs het ademloze omdat geen gas wordt teruggenomen of staat de techniek bij zoveel vaart en elan even in de weg (zoals in het slotdeel van op. 69 en in de fugatische episode van op. 102 nr. 2). De oneffenheden vallen weg omdat de toehoorder wordt getroffen door dit musiceren ‘in de hitte van het moment'. Wel een puntje van kritiek: in de opname is de balans tussen beide instrumenten niet ideaal, met een lichte nadruk op de toch al stevig uit de kluiten gewassen (moderne) vleugel. Terwijl dit toch echt geen sonates (meer) zijn voor piano en cello: beide instrumenten – en dat geldt met name voor op. 69 en op. 102 – werden door de componist gaandeweg het proces gelijkwaardig bedeeld. Het is echter niet meer dan een kleine smet op een fabuleus recital. Ik zeur er niet over dat de variatiewerken buiten schot zijn gebleven.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links