CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2016

 

Musica Nostalgica

Schnittke: Cellosonate nr. 1 - Suite im alten Stil - Madrigal: in memoriam Oleg Kagan - Musica Nostalgica

Elschenbroich: Shards of Alfred Schnittke

Leonard Elschenbroich (cello), Petr Limonov (piano)

Onyx Classics 4180 • 60' •

Opname: januari 2016, Deutschlandfunk, Keulen

 

De Duitse cellist Leonard Elschenbroich (Frankfurt, 1985) durft, zo blijkt uit een interview, de knuppel best in het hondenhok te gooien:

“Let's say for example that I want to listen to a Shostakovich concerto – like the Second Violin Concerto, which I don't know so well – I can go into Spotify legally and listen to – literally – hundreds of recordings. What reason would I have to choose some new, young person's recording if I can listen to Oistrakh or Kremer or Kogan? It's almost humorous to decide that now I'm going to record a CD of Schumann or Schubert because there are dozens of legendary recordings readily available at any moment! Of course it's different with live performances. I perform those pieces all the time. In live performance, the pieces have to be continuously repeated because it happens only once. It's not like the recording which is always there. I don't think it's enough to say: “Oh I have a different interpretation of this piece so it's worth it to spend time recording it.” Having said that I've recorded many times but I feel that every CD I release must have one major work on it that hasn't been recorded enough or not recorded at all; a work that needs to be better known. I may also be happy to record something that I feel I have a slightly different approach to but I don't see it as worthwhile to record a CD of music which has been recorded so much that the only reason for buying it would be because of my interpretation. I just don't think that my interpretation is that important given how many there are already.”

De nieuwe cd van Elschenbroich is uitsluitend gewijd aan werk van Alfred Schnittke en dat alleen al maakt deze release extra interessant. Het is, zoals vaak bij Schnittke, een kwestie van over de schouder kijken, naar het verleden. Hij bracht het zelf eens onder woorden: ”Ik voelde me altijd een schakel in de historische ketting: alles had meerdere dimensies, en het verleden vertegenwoordigde een wereld waarin geesten voortdurend aanwezig waren. Ik was niet cultuurloos, geen barbaar die nergens bij hoorde, maar een mens die bewust zijn levensopgave met zich droeg.”

Omringd door geesten
Schnittkes ‘geesteswereld'. Ik moest aan Robert Schumann denken, die zich in 1854 omringd meende door geesten die hem – zo schreef Clara in haar dagboek – zowel 'wundervolle' als 'gräßliche' muziek schonken, muziek die hem niet alleen de 'heerlijkste openbaringen', maar ook aan de rand van de de hel bracht. En al wordt Schnittkes geesteswereld niet gevangen in de wereld van verliefde dagdromers, carnavaleske gedaanten zijn er net als bij Schumann wel degelijk, net als die ongrijpbare schimmen en de uiterst smalle scheidslijnen tussen barokke en klassieke stijlelementen, en spottende nieuwlichterij.

De titel van deze cd, ‘Musica Nostalgica', suggereert een terugverlangen naar wat geweest is, maar in Schnittkes muziek worden veel diepere lagen aangeboord, passend bij iemand die vond dat hij nergens bij hoorde en zich nergens thuis voelde. Voor de helft joods sprak hij geen Jiddisch, maar het halfbakken Duits van de Wolga-Duitsers, de Volksduitsers die nabij de Russische Wolga woonden. Daar was Schnittke op 24 november 1934 geboren, in de hoofdstad Engels. Aan het einde van de achttiende eeuw had tsarina Catharina de Grote het gebied opengesteld voor Duitse boeren om de weerbarstige grond daar te ontginnen. Ze brachten hun vrouwen, kinderen, huisraad en cultuur mee en begonnen daar een volkomen van de Russen gescheiden gemeenschap, die in 1924 leidde tot de Wolga-Duitse Republiek. Maar Stalins machtige hand reikte ver, en ook dit gebied werd later niet ontzien. De dictator hield er hevig huis en liet hele bevolkingsgroepen naar elders deporteren, in kampen opsluiten, vermoorden of uithongeren. Door de enorme volksverhuizing werd met de verdrijving van de inwoners de betekenis van de Republiek gemarginaliseerd. Latere pogingen om de Republiek nieuw leven in te blazen liepen op niets uit. Pas na de Duitse hereniging in 1990 kreeg iedere Rus die kon aantonen van Duitse herkomst te zijn de mogelijkheid om naar Duitsland te emigreren. Dat leek mooier dan het was want vele van hen slaagden er niet in daar te integreren. Ze trokken in arren moede weer weg en vestigden zich in en rond Kaliningrad. Schnittke had hiermee vergeleken tamelijk veel geluk, want hij bracht het merendeel van zijn kinderjaren in Wenen door. Zijn vader werkte daar voor een Duitstalige krant van het Sovjetleger.
Schnittke koos in 1989 Hamburg als zijn nieuwe woonplaats, waar hij tot zijn dood in 1998 zou leven en werken. Maar hij had net zo goed een ander land of een andere stad kunnen kiezen, want voor hem stond vast dat waarheen hij ook zou emigreren, daarmee niets zou veranderen aan zijn gevoel geen echt thuis te hebben. Schnittke was en bleef ontheemd.

Eclecticus
Schnittkes ontwikkeling als componist verliep nogal voorspelbaar lineair. Hij begon met het componeren in het romantische idioom om dan via het neoclassicisme tot de serialiteit door te dringen. Dat leverde op zich geen eigen stijl op, maar ontsloot wel het pad naar het polystilisme (de term had hij zelf bedacht) dat hem uiteindelijk beroemd zou maken. Die enorme smeltkroes van stijlen was niet nieuw en zelfs sterk verwant aan de muziek van Charles Ives, Bernd Alois Zimmermann en Luciano Berio, maar binnen dat concept voegde Schnittke er op geheel eigen, unieke wijze de collage en de parodie aan toe om het geheel dan naar absoluut nieuwe hoogten te voeren. Jawel, wie de klok even terugzette, besefte dat Bach een ware meester van de parodie was, Mahler een meester van zowel de parodie als de collage, maar het was toch Schnittke die in zijn oeuvre met een ongekende keur aan historisch gegroeide stijlkenmerken ongekende - en vaak zelfs groteske - reuzenstappen wist te maken, waardoor binnen het model van de gecontroleerde chaos nieuwe klank- en citaatformules ontstonden. In steeds wisselende vormen, soms complementair of als substituut, fungeerden die citaten vaak als indringers die maar een doel kenden: opperste verwarring zaaien. Schnittke was niet de postmodernist die er vooral op uit was om nogal gemakzuchtige manier de schatkist van de muziekgeschiedenis te plunderen
Het eclectische aspect van zijn componeren kwam hem op veel kritiek te staan. Het kan niet worden ontkend dat er enerzijds sprake is van een zekere mate van goedkoop affect en anderzijds een in muzikaal opzicht niet relevant uiterlijk vertoon.

Cello
Medio jaren zestig begon Schnittke zich te verdiepen in het componeren voor de cello, waarbij drie cellisten zo ongeveer zijn ideaalbeeld op dit vlak vertegenwoordigden: Mstislav Rostropovitsj en zijn vroegere leerling Natalia Gutman, en Aleksandr Ivasjkin. Via Gutman kwam bovendien een hechte creatieve verbinding tot stand met de violist Oleg Kagan, de echtgenoot van Gutman. Hij componeerde meerdere werken voor Kagan, waaronder het Derde vioolconcert. Het trof Schnittke diep dat Kagan in 1990, 43 jaar oud, aan kanker overleed. Tijdens een interview in 1991, waarin ook de dood van Kagan ter sprake kwam, werd hij door een zware beroerte getroffen. Hij had kort daarvoor zijn ‘Madrigal: in memoriam Oleg Kagan' gecomponeerd, een langzaam voortschrijdend treur-crescendo dat hij eerst voor viool componeerde, maar later voor cello bewerkte.
De Eerste cellosonate schreef Schnittke in 1978. Hij droeg het stuk op aan Natalia Gutman, als verrassingscadeau. De drie delen gaan zonder onderbreking in elkaar over. Het openingslargo is niet meer dan een voorspel tot het daarop volgende briljante, wervelende Scherzo. Merkwaardig genoeg wordt in het afsluitende Largo het door de cellist voorgedragen, sombere ‘arioso dolente' door de pianist van een nogal ironisch zegevierend naspel voorzien. Interessant is ook het slot van deze cd, met ‘Shards of Schnittke', Elschenbroichs eigen kijk op het Schnittke-idioom.

Oleg Kagan (l.) en Natalia Gutman

Elschenbroch en Limonov spelen deze stukken ‘hautnah' in een mixture van ruw gebolsterde agressiviteit en delicate verstilling. De technische afwerking is fabelachtig goed in dit soms bijna exploderende expressieve krachtenveld. Beiden kozen welbewust voor een wat massieve ‘Russische' aanpak die deze muziek volmaakt past. De cellist schreef zelf een deel van de liner notes. Dit is een uitgave die er zijn mag.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links