CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2019

Beethoven: Symfonieën nr. 1-9

Symfonie nr. 1 in C, op. 21 - nr. 2 in D, op. 36 - nr. 3 in Es, op. 55 (Eroica) - nr. 4 in Bes, op. 60 - nr. 5 in c, op. 67 - nr. 6 in F, op. 68 (Pastorale) - nr. 7 in A, op. 92 - nr. 8 in F, op. 93 - nr. 9 in d, op. 125

Laura Aikin (sopraan), Ingeborg Danz (alt), Maximilian Schmitt (tenor), Tareq Nazi (bas), WDR Rundfunkchor, NDR Chor, WDR Sinfonieorchester o.l.v. Jukka-Pekka Saraste
Profil Hänssler PH18066 (5 cd's)
Opname: 2018, Philharmonie, Keulen

   

Volgend jaar is het Beethoven-jaar en wordt het 250ste geboortejaar herdacht van een van de grootste (voor menigeen de grootste) componisten die de westerse muziek heeft voortgebracht. Het kan niet uitblijven: we zullen worden bedolven onder de uitvoeringen van zijn werk, variërend van het solorepertoire, de concerten en de kamermuziek tot de koor- en orkestwerken. Niet alleen in discografisch opzicht, maar ook in de concertzalen, overal ter wereld. Voor de weinig fantasierijke programmeurs lijkt het een kolfje naar hun hand, het intrappen van een open deur, want wat is eenvoudiger dan het plannen van een Beethoven-cyclus of het samenstellen van complete Beethoven-programma's?

In de platenbranche zal niemand er zich er ook maar iets van aantrekken dat er, wat het werk van deze componist betreft, al jaren geleden een waar mer a boire is ontstaan. Een meer van schier onmetelijke afmetingen, een niet meer te overziene hoorn des overvloeds. Wie vandaag de dag voor het eerst met de muziek van deze grote toondichter kennismaakt, komt al snel terecht in een oeverloos moeras, in het drijfzand van onmogelijke keuzes. En wat vandaag in de belangstelling staat is morgen weer vergeten.

Je zou zeggen dat er veel moed voor nodig is om als label met opnieuw een Beethoven-cyclus te komen. Het Duitse label Profil heeft het in ieder geval aangedurfd, en dat vrij kort (nog geen twee jaar) na de release van een Beethoven-cyclus op het eveneens Duitse label Accentus, door de Staatskapelle Dresden onder leiding van de éminence grise Herbert Blomstedt (hier besproken). Een album overigens dat bij ons hoge ogen gooide.

Maar dan nu de Finse dirigent Jukka-Pekka Saraste (Lahti, 1956), met ingang van het seizoen 2010/11 benoemd tot chef-dirigent van het WDR Sinfonieorchester, een positie tot aan het eind van dit seizoen. Het is blijkbaar weer tijd voor het wisselen van de wacht. Natuurlijk kennen we deze dirigent ook van zijn doorgaans succesvolle optredens in ons land en van zijn in de loop der tijd aardig opgebouwde discografie. Een vakman en typische exponent van de ‘Kapellmeister' die er geen grootse visie op nahoudt, maar wel een uitstekende ‘performance' weet neer te zetten.

Nu dan deze Beethoven-cyclus onder zijn leiding, met op het studiopodium het WDR Sinfonieorchester (ofwel het orkest van de Keulse omroep). Wat hem daarbij ongetwijfeld zal hebben geholpen is de rijke Beethoven-traditie van dit orkest, met in de voorste gelederen dirigenten van het kaliber Klemperer, Wand en (Christoph) Dohnányi. Maar laat ik zeker ook Hans Vonk niet vergeten, in de periode 1991-96 chef-dirigent van het orkest.

Beethoven zit, zoals bij alle grote Duitse orkesten, diep in de aderen, wat volgens sommigen een Duitse ‘Beethoven-Klang' oplevert, maar dat volgens mij niet meer is dan ‘wishful thinking' omdat ook het WDR Sinfonieorchester de gevolgen van de globalisering niet heeft weten te ontlopen (als dat streven er überhaupt ooit zou zijn geweest). Is er – zij het niet zonder enige moeite - bij het hout en het koper soms nog wel vanuit nationaal perspectief enige ‘differentiatie' te ontdekken, bij de strijkers en het koper is dat geenszins (meer) het geval. Laten we vooral niet vergeten dat binnen de Europese Unie sprake is van vrij verkeer en vrije vestiging en dat een Parijse hoboïst in de spreekwoordelijke vloek en zucht een vergelijkbare positie in Keulen kan verwerven. Daar komt geen ingewikkelde procedure aan te pas. En zo werden op den duur de klankeigenschappen van orkesten nogal gemakkelijk uitwisselbaar, nog afgezien van het feit dat de chef-dirigent anno nu nog slechts in een beperkt aantal concerten per seizoen acte de présence geeft. Dat was tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw wel even anders.

Maar terug naar die Beethoven-cyclus onder Saraste, zijn eerste, die helaas niet - ondanks de veelal goed gekozen tempi - in de voorste gelederen thuishoort. Het is typisch een Beethoven-oude-stijl uitvoering, met een romige klank, de articulatie rond en geëffend, de ritmiek niet scherp geprofileerd en in de vele decennia lang beproefde, traditionele orkestbezetting, met in de ‘lichte' symfonieën (deels helaas ook een miskenning van de grootheid en het revolutionaire karakter van de nrs. 1, 2, 4 en 8) een bescheidener en daarmee verhoudingsgewijs iets minder geprononceerd basfundament (heel belangrijk bij Beethoven).

Dat het geen topuitvoeringen zijn geworden heeft alles te maken met een gebrek aan scherpte in de horizontale en verticale profilering, maar ook met onnauwkeurigheden in het samenspel. Zeker dat laatste valt niet goed te verklaren. Immers, er is sprake van een studio-opname en dus zou je verwachten dat er voldoende tijd is uitgetrokken om alles messcherp onder en naast elkaar te krijgen. Dat is ook wat deze muziek in de eerste plaats nodig heeft: een volmaakte articulatie en dito balans. Neem alleen al de in een sfeerloos decorum verzandende ‘Pastorale', mede veroorzaakt door (onnodige) balansproblemen. En dat in een werk als dit! Ik trok voor de aardigheid de uitvoering van de Weners onder Karl Böhm uit de kast en kwam prompt in een geheel andere wereld terecht. Waarom heeft men dit in Keulen zo laten passeren? De felle, droge pauken in de stormscène en de gescheiden violen links en rechts leveren dan niet meer op dan slechts een kleine pleister op de wond. Ook het sluitstuk van het programma, de Negende, valt door de mand en dat lijkt exemplarisch voor de gehele cyclus, met bovendien een matig presterend solistenkwartet (alleen de bas weet zich positief te onderscheiden) en een - mede door de opname - onvoldoende glanzend kooraandeel. De balans tussen koor en orkest is opnieuw niet ideaal. Het is een probleem dat door de hele cyclus heen loopt: sommige instrumenten zijn op cruciale momenten zelfs nauwelijks hoorbaar.

Dat de ‘schuld' enigszins (met de nadruk op enigszins) aan de opname ligt blijkt wonderlijk genoeg uit de concertopname van dezelfde cyclus. De klank is daar beduidend beter, is scherper gestoken en de balans roept minder vraagtekens op.

De wat mij betreft enig mogelijke slotsom: een door de bank genomen matige tot zeer matige Beethoven-cyclus die daardoor geen belangrijke mijlpaal vormt voor het orkest noch de dirigent. Het had met wat meer aandacht, zorg en finesse zoveel beter kunnen zijn. In het boekje een uitgebreid interview met de scheidende dirigent.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links