CD-recensie

 

© Aarnout Coster, maart 2009

 

 

Brahms: Vioolconcert in D, op. 77 - Dubbelconcert voor viool en cello in a, op. 102.

Georg Kulenkampff (viool), Enrico Mainardi (cello) (op. 102), Berliner Philharmoniker o.l.v. Hans Schmidt-Isserstedt; Orchestre de la Suisse Romande o.l.v. Carl Schuricht (op. 102).

Dutton CDBP 9795 (mono) • 71' •


Georg Kulenkampff (1898-1948) was een van de grote violisten uit de Duitse romantische school. Hij excelleerde in het 19de- en vroeg 20ste-eeuwse vioolrepertoire. Onlangs verschenen heruitgaven van zijn opnamen van de vioolconcerten van Beethoven, Mendelssohn, Schumann, DvorŠk, Tsjaikovski en Bruch (klik hier). Een live-opname van het vioolconcert van Reger met het Concertgebouworkest onder leiding van Willem van Otterloo uit 1944 is te vinden op »Anthology of the RCO«, deel 1 (Q disc).

Dutton heeft nu de beide Brahmsconcerten op cd uitgebracht. De 'verdoeking' van 78-toeren grammofoonplaten† (resp. Telefunken 1937 en Decca 1947) mag geslaagd genoemd worden. Ruis is vrijwel afwezig† de klank van de soloinstrumenten en het orkest is goed weergegeven, afgezien van enkele vaag klinkende kleine gedeelten in de inleiding van op. 77.

Deze opnamen zijn een bewijs van de grote artisticiteit van Kulenkampff. Hij produceert een fraaie, intieme klank met een snel vibrato op zijn Stradivarius. Hij speelt gevoelig, past ritardandi en portamenti toe. In het tweede deel van op. 77 fraseert hij opvallend mooi. In het eerste deel speelt hij de cadens van Joachim.

Het is wel aardig Kupenkampff te vergelijken met een violist die Brahms persoonlijk heeft gekend en ook met hem heeft samengespeeld. Ik doel op Fritz Kreisler die het vioolconcert ook op de plaat heeft vastgelegd (twee maal in 1927 met de Berliner Philharmoniker o.l.v. Leo Blech† en in 1938 met het London Philharmonic o.l.v. John Barbirolli). In deze opnamen horen we een flamboyante violist met een grote 'Weense' toon, een opvallend vibrato, ruim gebruik van portamento en hij speelt natuurlijk zijn eigen cadens. Halen we ook de opname van Jascha Heifetz uit 1939 erbij (met de Boston Symphony o.l.v. Serge Koussevitzky) dan horen we een wat koele, snelle, exacte en zeer trefzekere aanpak en ook hij speelt een originele eigen cadens. Kulenkampff lijkt ongeveer tussen deze beide grootheden in te zitten qua tempo, portamento, expressie en toonvorming: maar dan toch dichter bij Kreisler (Duitse school) dan bij Heifetz (Russische school).

Ook in het dubbelconcert (10 jaar later opgenomen) horen we dezelfde fraaie viooltoon en daarnaast het expressieve cellospel van Mainardi. Met Edwin Fischer vormden de beide solisten in de dertiger jaren een pianotrio en in het Brahmsconcert zijn ze dan ook zeer goed op elkaar ingespeeld.

Hoewel Kulenkampff zijn leven lang met gezondheidsproblemen kampte, is daar† bij de opname van het dubbelconcert, kort voor zijn vroege dood gemaakt, niets van te horen.

De beide orkesten onder leiding van gerenommeerde dirigenten leveren prestaties die van deze ensembles verwacht mogen worden.

De bijsluiter bevat een biografische schets van de violist door Tully Potter (ex-hoofdredacteur van »Classic Record Collector«).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links