Boeken

 over muziek (algemeen)

 

© Maarten Brandt, november 2019

 

Erik Voermans: Eerste hulp bij klassieke muziek

AFdH Uitgevers, Enschede / Doetinchem 2019
ISBN 978-90-72603-82-1
333 blz., paperback, met tekeningen van Paul van der Steen, personen- en beknopt zakenregister
Verkoopprijs € 27,50


Wie alleen naar de titel kijkt zonder de naam van de auteur daarbij in ogenschouw te nemen, zal ongetwijfeld denken, “O God, alweer zo'n leukig en nietszeggend boek over klassieke muziek, waar ons land zo graag in grossiert.” Maar we hebben het hier niet over bijvoorbeeld een welbekende Volkskrantrecensent, die ooit een boekje het licht deed zien onder de titel ‘Moet je horen', maar over een van de hoogst zeldzame witte raven van het inmiddels vrijwel geheel kaalgeslagen gilde van de nationale klassieke muziekpers, namelijk Erik Voermans. En dan ga je toch wel even recht opzitten. Anders dan in de magistrale en grootse interviewbundel ‘Van Andriessen tot Zappa' (hier besproken) van dezelfde schrijver bevat deze pocket een ruime selectie korte essays die in de loop der jaren in het Parool onder boven genoemde titel verscheen. Het Parool, zijnde het dagblad waarvan Voermans gelukkig nog steeds de muziekredacteur is, ook al krijgt hij door de hoofdredactie voor zijn fenomenale bijdragen bedroevend weinig ruimte geboden.

Het zijn, zoals op de achterflap van deze uitgave staat te lezen, “vrolijke en dwarse teksten die vergezeld gaan van al even vrolijke en dwarse tekeningen van Paul van der Steen” die niet alleen als illustrator werkzaam is voor Het Parool, maar ook NRC-Handelsblad. Als aanleiding tot het ontstaan van de rubriek (want dat is het in feite) ‘Eerste hulp bij klassieke muziek' fungeerde de veelvuldig en ook aan het adres van Voermans geuite verzuchting “Klassieke muziek lijkt me hartstikke mooi. Maar waar moet ik beginnen?”

Pasklaar antwoord niet voorhanden
Duidelijk wordt al meteen dat er niet een pasklaar antwoord op deze vraag valt te geven en “er verschillende routes mogelijk zijn door het rijk gekleurde en onmetelijke muzieklandschap.” Wat mij in hoge mate aanspreekt is ook een andere vraag die in deze bonte verzameling puntige beschouwingen impliciet wordt gesteld: “Wat is het mooiste muziekstuk?” Wie goed door de regels heen leest zal bemerken dat hier al evenmin een alleenzaligmakend antwoord voorhanden is. Een omstandigheid die overigens geheel spoort met de ervaringen van uw recensent en er in diepste wezen op neerkomt dat die compositie welke de luisteraar op een zeker ogenblik fascineert op dát bewuste moment ‘het mooiste stuk ooit' is. De ene keer is dat het Strijkkwartet opus 131 van Beethoven, dan weer is het Pli selon pli van Boulez, de Hohe Messe van Bach, Gruppen van Stockhausen of Don Giovanni van Mozart, de Orfeo van Monteverdi dan wel Coptic Light van Morton Feldman of De Staat van Andriessen, en zo voorts, en zo voorts. Want het rijtje kan uiteraard ad infinitum worden uitgebreid, waarbij bovendien de voorkeuren van een ieder een geduchte rol spelen.

Geen knieval
Wat mij zo aan dit boekje bevalt is dat Voermans, anders dan de meeste van zijn vakbroeders en –zusters, geen en laat staan kritiekloze knieval maakt naar de canon die – om het even om welke drogreden – buiten discussie zou staan, maar zowel bekende als onbekende meesterwerken in zijn doorgaans in Madurodamformaat gegoten essayistische verkenningen betrekt. Bachs Johannes-Passion (‘De mooiste openingsmaten ter wereld') komt evengoed aan bod als de spectrale muziek van Gérard Grisey en consorten (‘Regenbogen in de nacht'). Dat laatste geldt tevens voor Moesorgski's Schilderijen van een tentoonstelling (‘Moesorgski en Hartmann') en Messiaen (‘Componist en ornitholoog'), terwijl ook de Nederlandse muziek geenszins ontbreekt, getuige bijdragen over onder meer Diepenbrock, (Louis) Andriessen en Schat. Ook Voermans' fascinatie voor al dan niet experimentele Jazz- en popmuziek resoneert mee. Dat laatste is geen wonder, want was het niet een van Voermans' andere helden, Pierre Boulez, die ooit Zappa dirigeerde en dit ook op geluidsdrager vastlegde? Tussen haakjes, Wittemans opmerking in zijn Podium-programma van zondag j.l. dat Voermans in zijn boek alleen maar een pleidooi zou hebben gehouden voor de toegankelijke eigentijdse muziek is op niets gebaseerd en bewijst dat hij de inhoud van het geschrevene niet kent.

Hoogstaand ethos
Voermans bewijst in deze kostelijke collectie hoe het mogelijk is om op en top toegankelijk te schrijven zonder ook maar enige concessie aan het onderwerp te doen. Inderdaad, men hoeft niets van klassieke muziek te weten om het gebodene tot zich te nemen en daarvan, al dan niet met een glimlach, van te genieten. Maar achter die aantrekkelijke cosmetica - en hierin verschilt hij fundamenteel van het overgrote deel van zijn collega's! - gaat een hoogstaand ethos schuil. Een ethos dat hierin bestaat dat hij de lezer wil uitdagen een ‘open mind' te ontwikkelen en dusdoende zin voor avontuur bij te brengen. Ook voor die muziek die technisch gecompliceerd is, maar waarbij het niet om die techniek gaat – want die op zich zegt hoegenaamd niets over de intrinsieke waarde van om het even welke compositie (en ook in C-groot is bar slechte muziek geschreven!) – maar de indruk welke deze op hen die de muziek in kwestie ondergaan achterlaat. Vergelijk het met een toprestaurant met de meest uitgekiende gerechten en waarbij het in het ongewisse blijft hoe deze zijn bereid. Maar genieten we er daarom minder van? Integendeel natuurlijk!

“Alsof ik ze uit mijn bloes had hangen”
Humor tenslotte is ook een van de belangrijke elementen in deze reeks spitse beschouwingen. Ik geef slechts één voorbeeld uit een bijdrage over Edgard Varèse (die overigens representatief is voor wat men elders in ‘Eerste hulp bij klassieke muziek' tegenkomt): “Varèse maakte in 1957 in het NatLab, het natuurkundig laboratorium van Philips, zijn Poème électronique : een elektronische compositie annex klankcollage van acht minuten, die in Brussel tot klinken kwam via 475 over het gehele paviljoen verspreid opgehangen luidsprekers, aangevuld met beeld- en kleurprojecties. Het publiek was verbaasd bij het horen van de kerkklokken, piepjes en bliebjes, slagwerk- en koorklanken en zelfs een zeer hoog zingende sopraan. Die sopraan was Cristina Deutekom (toen nog Stientje Engel geheten), die zich op haar tachtigste desgevraagd nog heel goed kon herinneren hoe verbaasd de dirigent had gereageerd toen zij die hoge F moeiteloos uit haar keel liet floepen. “Hij keek me aan alsof ik ze uit mijn bloes had hangen.” Einde citaat.

Rest nog te vermelden dat Voermans voor een speellijst op Spotify heeft gezorgd met klinkende voorbeelden.

Wie op zoek is naar een origineel Sinterklaas- of Kerstcadeau kan ik deze prikkelende verzameling alleen maar ten zeerste aanbevelen!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links