Boeken

 over componisten

 

© Aart van der Wal, maart 2022

 

Rinke van der Valle: Geen dag zonder Bach - Vijftien gesprekken over een geniale componist

Uitgeverij Damon, Eindhoven 2022
ISBN 978 94 6340 320 7
243 blz., paperback, geïllustreerd
Verkoopprijs € 19,90


Van Johann Sebastian Bach 1685-1750) weten we relatief weinig. We moeten het stellen met wat aan zeer bescheiden correspondentie van zijn hand is overgeleverd, wat tijdgenoten over hem hebben geschreven of gezegd, enige kwitanties van zijn 'Orgelprüfungen' en meer van dat soort parafernalia. Zelfs voor diepgravende historici is en waarschijnlijk blijft die geschiedenis een verre van open boek. En dit ondanks de vele ‘Lebensstationen' die zijn bestaan zozeer hebben gekenmerkt of beïnvloed: Eisenach (1685-1695), Ohrdruf (1695-1700), Lüneburg (1700-1702), Weimar (1702-1703), Arnstadt (1703-1707), Mühlhausen (1707-1708), Weimar (1708-1717), Köthen (1717-1723) en Leipzig (1723-1750).

Niet zo verwonderlijk dus dat een gebrek aan biografisch materiaal menige auteur ertoe heeft verleid om het met de historische waarheid niet al te nauw te nemen of aan menige anekdote een eigen zwier te geven, zo niet er lustig los te fantaseren. Het is in de geschiedschrijving bepaald geen onbekend fenomeen: wat niet wetenschappelijk is gedocumenteerd (op waarheid berust) kan al snel ten prooi vallen aan eigen ‘invulling'; met als gevolg dat zeker de in de materie niet (voldoende) geschoolde lezer datgene voor waar aanneemt wat onwaar is of op zijn minst aan twijfel onderhevig.

Ondanks het – noem het gerust schrijnend – gebrek aan biografisch materiaal heeft desondanks een overstelpende hoeveelheid boeken over Bach als persoon het licht gezien, waarvan de meeste overigens in het buitenland zijn verschenen. Nederlandse auteurs zijn blijkbaar daarvoor iets te nuchter ingesteld, wagen zich er niet aan en als ze citeren, dan voorzien ze die keurig van een op distantie gerichte kanttekening.

Het valt dus zeker te prijzen dat binnen het Nederlands taalgebied de klemtoon is komen te liggen op het werk van Bach. Ik denk daarbij in het bijzonder aan de bijdragen van Govert Jan Bach (een verre nazaat van de componist), Maarten 't Hart, Barend Schuurman (cantates), Thijs Bonger (audioboeken), Wim Faas en Kees van Houten (de behoorlijk omstreden getallensymboliek). Imposant is ook Christoph Wolffs vorig jaar verschenen Bach; zijn meesterwerken en muzikale universum, waarin hij met grote kennis van zaken voortborduurt op zijn in 2000 verschenen omvangrijke Bach-biografie (waarin, tevens in het Nederlands vertaald, vooral de werken van Bach een centrale plaats innemen). In 2013 verscheen van John Eliot Gardner nog Muziek als een wenk van de hemel dat – ik voeg me graag bij de terechte opmerking van Maarten 't Hart – wel sterk te lijden heeft onder zelfprojectie.

Materiaal genoeg dus, maar toch zag Rinke van der Valle (1950) blijkbaar nog voldoende ruimte voor een reeks interviews in boekvorm: Geen dag zonder Bach; vijftien gesprekken over een geniale componist, naar het gelijknamige, door Govert Jan Bach gepresenteerde, radioprogramma op de Concertzender.

Van der Valle is geen muziekwetenschapper maar was van 1974 tot 2000 wiskundeleraar in het voortgezet onderwijs, met muziek als hobby. Vanaf zijn twaalfde bekwaamde hij zich in het orgelspel, waaruit zijn grote liefde voor de muziek van Bach is ontstaan (een aanzet die hij met veel van de geïnterviewden trouwens deelt).

Hij kreeg de Japanse dirigent en organist Masaaki Suzuki (wie kent hem niet?) zo ver om het voorwoord te schrijven (die het met verve deed), maar hij is, met Christoph Wolff, helaas de enige buitenlander in het illustere gezelschap. Bovendien heb ik een van de grootste Bach-specialisten van onze tijd, de Belgische dirigent Philippe Herreweghe, in het rijtje node gemist.

Wie verschijnen zoal wel in beeld? Maarten 't Hart (auteur, bachfan), Ton Koopman (dirigent, klavecinist, organist, muziekwetenschapper), Govert Jan Bach (auteur, presentator, psychotherapeut verbonden aan de Valeriuskliniek), Jos van Veldhoven (dirigent), Wim Faas (auteur), Leo van Doeselaar (organist, pianist), Christoph Wolff (auteur, musicoloog, ex-directeur van het Bach-Archiv in Leipzig), Jan Luth (organist, hymnoloog), Peter Kooij (bariton), Euwe en Sybolt de Jong (organisten), Martin Stadler (hoboïst, blokfluitist), Tymen Jan Bronda (dirigent, organist), Harm Sterrenberg (leraar Duits, Bachfan), Kees van Houten (auteur, organist) en Marte Röling (beeldende kunst en in 2015 ontwerpster van het nieuwe Bach-portret in opdracht van Jos van Veldhoven)

De meest voor de hand liggende vraag is natuurlijk: hebben die vijftien vraaggesprekken een interessant boek opgeleverd? Voor de doorgewinterde Bach-liefhebber (zeg maar: kenner) valt er weinig nieuws in te ontdekken, maar het boek dient wel als een aanstekelijk en daarmee aantrekkelijk opstapje naar 'meer Bach'. Voor wie minder hoge aspiraties heeft, is dit boek eveneens interessant, omdat het inhoudelijk de sleutel biedt van de deur naar allerlei wetenswaardigheden die in die gesprekken, veekal op spontane leest geschoeid, voorbijkomen. Dat daarbij mogelijk niet ieder gesprek even interessant uitpakt moet dan maar op de koop toe worden genomen. Ik ken zelf maar al tezeer het komende vraaggesprek waarvan de verwachtingen hoog gespannen zijn, terwijl het in de praktijk behoorlijk blijkt tegen te vallen (waarna er vervolgens geen letter van op papier komt: jammer van de inspanningen).

Wat het boek vooral uitstráált is niet alleen het grote ontzag voor de wereldberoemde Thomascantor, maar ook de enorme vreugde die zijn muziek teweegbrengt. Vreugde niet in de betekenis van ‘lol', maar getuigend van een diepe gelaagdheid die nooit verveelt en telkens weer nieuwe verrassingen of vergezichten in het vooruitzicht stelt. Soms krijgt die bewondering zelfs de contouren van een vorm van aanhankelijkheid waarvan ik dan denk: het mag best wel een tandje minder (Sterrenberg gaat letterlijk met Bachs muziek naar bed en staat ermee op, dag in, dag uit). Minder geslaagd zijn de uitingen van diepe bewondering die zo ver gaan dat zelfs Händel en Mozart worden afgeserveerd. Misschien kent u het gevolgde stramien wel van eerdere Bach-uitgaven, zoals die van Maarten 't Hart: de mooiste cantate, fuga, triosonate, wat was uw meest indrukwekkende Bach-ervaring, enz.

Dit is dus geen boek dat is geschreven vanuit de de muziekwetenschap (er zijn geen notenvoorbeelden opgenomen). Het zijn ‘gewoon' vijftien losse gesprekken waarin Bach als persoon, als uitvoerend musicus en Bach componist aan de orde komt. Daar is op zich ook niets mis mee: musicologie gaat nu eenmaal uit van ‘het feit' (het moet 100% vaststaan) en niet van subjectieve waarneming of waardeoordeel. Dat is ook de voornaamste reden waarom Kees van Houtens getallensymboliek door vrijwel alle muziekwetenschappers tot regelrechte onzin is verklaard. Terwijl anderen er dusdanig in geïnteresseerd bleken dat het zelfs tot een vijfde druk is gekomen van Bach en het getal, het project dat hij samen met Marinus Kasbergen ter hand heeft genomen. Daarna nog gevolgd door Die Kunst der Fuge, op zich al een eldorado voor de getallensymboliek! (hier door collega Siebe Riedstra besproken.)

Een aardige geste van het boek is de verklaring van bepaalde termen die als voetnoot zijn toegevoegd, hoewel dat niet altijd goed gaat of net te kort door de bocht is of nogal ongelukkig geformuleerd, zoals: ‘een concerto grosso is een muziekstuk voor een groep solisten' (feitelijk concertino versus tutti) en ‘een sext is een interval tussen twee tonen' (feitelijk de afstand tussen zes tonen). Ook de eindredactie heeft een aantal - zij het niet echt storende - schrijffouten ongemoeid gelaten. Wat ik evenwel zeker als een gemis heb ervaren is het ontbreken van een personen- en zakenregister (o.a. een overzicht van de besproken werken), naast een literatuuroverzicht (om de lezer verder op weg te helpen). Handig was ook geweest om met behulp van een QR-code de lezer rechtstreeks naar het besproken werk te leiden (al is het meeste ervan inmiddels op allofbach, dat geweldige initiatief van De Nederlandse Bachvereniging, voor eenieder gratis voorhanden en bovendien daar gemakkelijk te vinden.)

De aanpak is vrij stereotiep: ieder gesprek wordt voorafgegaan door de maatschappelijke of muzikale doopceel van de geïnterviewd, met aan het slot van ieder gesprek Een dag met Bach (wat zou u hem willen vragen of zeggen, als u Bach een dag bij u op bezoek zou hebben...)

Maar kort en goed: dit boek is zeker een aanwinst voor de nieuwsgierige liefhebber die van componist en werk nog (veel te) weinig weet, maar er zich wel verder in wil verdiepen. Maar ook dankzij de vaak verschillende invalshoeken zoals die door de gespreksdeelnemers worden geëtaleerd. Bachfieber blijkt van alle tijden, nadat de 20-jarige Mendelssohn ín 1829 met de uitvoering van de Matthäus-Passion daartoe feitelijk de eerste aanzet heeft gegeven (al zullen vandaag de dag slechts weinigen nog echte waardering kunnen opbrengen voor diens ingekorte en ‘gemoderniseerde' versie uit 1841).

__________________
Het is op 14 april a.s. precies 100 jaar geleden dat Bachs Matthäus-Passion voor het eerst werd uitgevoerd door De Nederlandsche Bach-Vereeniging in de Groote Kerk te Naarden, geleid door Johan Schoonebeek.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links