Boeken

 over componisten

 

© Siebe Riedstra, oktober 2011

 

Kees van Houten : Die Kunst der Fuge | Johann Sebastian Bach | een pythagoreïsch raadsel | Contrapunctus 14, ‘de onvoltooide fuga’ | Reconstructie en voltooiing

92 blz. + 20 blz. partituur + cd

ISBN 978 90 804141 0 5

Met bijgevoegde Contrapunctus 14 in twee versies
Onvoltooide versie uitgevoerd door leden van het Combattimento Consort (Jan Willem de Vriend en Reinier Reijngoud (viool), Annette Bergman (altviool), Wouter Mijnders (cello)
Voltooide versie door 1. leden van het Combattimento Consort (Jan Willem de Vriend en Reinier Reijngoud (viool), Annette Bergman (altviool), Wouter Mijnders (cello) en 2. Ruud Huijbregts op klavecimbel.

Te bestellen door overmaking van € 25,- + € 3,50 verzendkosten op postgiro 1511142 van
Kees van Houten, Stapelen 64, 5281 EJ Boxtel

www.keesvanhouten.nl (daar vindt u tevens de overige boeken en cd’s van de auteur)


Eerst even kennismaken met de auteur, die dit boek in eigen beheer uitgeeft. Kees van Houten (Helmond, 1940) is sinds 1957 organist van het schitterende Robustelly-orgel in de St. Lambertuskerk te Helmond. Van 1971 tot 1992 was hij hoofdvakdocent voor orgel aan het Utrechtse Conservatorium. Als auteur heeft hij in de serie ‘Van Taal tot Klank’ zeven boeken gepubliceerd, waarin dieper wordt ingegaan op diverse werken van Johann Sebastian Bach. Ook heeft hij zich intensief verdiept in de getallensymboliek die Bach in zijn composities toepaste. Samen met Marinus Kasbergen publiceerde hij ‘Bach en het getal’ (1985) en ‘Bach, die Kunst der Fuge en het getal’ (1989). Beide boeken werden vertaald in het Frans.

Getallensymboliek werkt als volgt: a-b-c wordt vervangen door 1-2-3, op basis van een alfabet van 24 letters (i+j=9; u+v=20). De naam Bach vormt dus het getal 2+1+3+8=14. Wanneer je in de architectuur van Bach’s constructies erg vaak het getal 14 tegenkomt is dat aanleiding om extra op te letten. Kees van Houten let al meer dan 25 jaar op en heeft geleerd om getallen en muzikale structuren analytisch aan elkaar te koppelen. Daarmee bereikt hij fascinerende resultaten.

De getallensymboliek vindt een halve eeuw voor de jaartelling zijn oorsprong bij Pythagoras, die ervan uitgaat dat getallen een belangrijk hulpmiddel vormen om door te dringen tot de geheimen van de schepping, en dus ook tot de geheimen van de muziek. Die theorie vond zijn weg via de ‘stile antico’ naar J.S.Bach. Van Houten toont aan dat Bach nog geheel doordrenkt was van deze filosofie, die door zijn tijdgenoten al als ouderwets werd ervaren. Dat veel mensen er nu nogal lacherig over doen hoeft niemand dus te verbazen. Wanneer we één werk van Bach zouden mogen kiezen voor een getalsmatig onderzoek, dan is dat zonder twijfel ‘Die Kunst der Fuge’, Bachs muziektheoretische geloofsbelijdenis.

‘Die Kunst der Fuge’ is vanaf het moment dat het werk in druk verscheen langzaam maar zeker bedekt geraakt onder een korst van romantische anekdotes, veronderstellingen, misvattingen en foute conclusies. Dat begon al met de eerste druk, waarin zijn zoon Carl Philip Emanuel het (kopers)publiek wijsmaakte dat de componist boven de onvoltooide maten van de laatste fuga de geest gegeven had. Dus voegde hij als afsluiting een toepasselijke koraalbewerking toe: ‘Vor deinem Thron tret’ ich hiermit’. Zakelijke instinkten kunnen we C.P.E. niet ontzeggen, maar het hielp niets. Slechts dertig gedrukte exemplaren van ‘Die Kunst’ werden aan de man gebracht.

Kees van Houten legt een verband tussen Bachs toetreding tot de ‘Correspondierende Societät der musikalischen Wissenschaften’ in 1747 (drie jaar voor zijn dood) en zijn intensieve werk aan de ‘Kunst der Fuge’. De Societät vroeg van zijn leden een wetenschappelijke bijdrage, die in het eerste jaar door Bach geleverd werd in de vorm van ‘Einige Canonische Veraenderungen über das Weihnachtslied Vom Himmel hoch da komm’ ich her’. Bach leverde de gedrukte versie van die variaties in, die vervolgens aan de leden van de Societät werden toegestuurd. In die gedrukte versie bevonden zich raadselcanons, puzzels die door de leden van de Societät opgelost moesten worden. In zijn eigen handschrift werden die raadselcanons door Bach zelf keurig uitgeschreven.

Van Houten is van mening dat we in het geval van de ‘Kunst’ met eenzelfde situatie te maken hebben. Hij beschouwt de onvoltooide veertiende contrapunctus als een raadselfuga, die door de geleerde collega’s van de Societät na enig nadenken opgelost moest kunnen worden. Maar door het overlijden van Bach heeft dat raadsel hen nooit bereikt. Tel daarbij op de misleidende presentatie van C.P.E., en het is te begrijpen dat niemand nog op het idee kwam. Van Houten heeft de uitdaging aanvaard en voltooide de fuga op basis van het uitgangspunt raadselfuga: vind de sleutels van het raadsel in de voorhandenzijnde thema’s en de getalsmatige verhoudingen.

De laag romantische misvattingen waaronder de ‘Kunst’ na tweehonderd jaar bedekt was, maakte een onsentimentele aanpak van een eventuele voltooing lange tijd onmogelijk. Een grandiose slotapotheose was onvermijdelijk, gevoed door het idee dat de abstracte partituur op vier notenbalken uitgewerkt kon worden voor willekeurig welke bezetting, hoe groter hoe beter. Zo’n voltooiing, gerealiseerd door de Hongaarse dirigent Erich Bergel, werd enthousiast ontvangen door Herbert von Karajan, maar werkt eerlijk gezegd behoorlijk op de lachspieren.

Terug naar de bron, dacht Kees van Houten. Hij bekeek het beschikbare materiaal – drie fugathema’s – en de bestaande getalsverhoudingen. Eerder was al aangetoond dat er slechts maximaal veertig maten ontbreken aan deze onvoltooide fuga, dus hoe moeilijk kan het wezen? Van Houten berekende dat er precies 33 maten nodig zijn om het raadsel op te lossen, en schreef de oplossing neer – niet handenwringend na een spirituele zoektocht van jaren – welnee, geheel in de geest van J.S.B. was de klus in één dag geklaard.

Ik hoorde het resultaat in een uitzending van het Radio4 programma Viertakt en was direct overtuigd. Niet door de theorie – die kende ik nog niet – maar door het klinkende resultaat. Hier wordt in de laatste 33 maten precies gedaan wat Bach ons ‘gerätselt’ heeft: combineer de drie thema’s van mijn ‘Fuga a tre soggetti’ met het hoofdthema van de ‘Kunst’, en je hebt de Quadrupelfuge, de fuga op vier thema’s, die logischerwijze altijd mijn eigen apotheose moest worden.

In dit soort situaties telt maar één ding: hoe klinkt het? Dat Jan Willem de Vriend en zijn Combattimento Consort zich de moeite hebben getroost om de begeleidende cd in te spelen spreekt voor zichzelf.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links