Boeken

 over muziek (algemeen)

 

© Maarten Brandt, april 2014

 

 

Kees Tazelaar: On the Threshold of Beauty - Philips and the Origins of Electronic Music in The Netherlands 1925-1965

Paperback. 316 blz. 230 illustraties in kleur/zwartwit

Rotterdam, V2_Publishing, 2013 € 27,50

ISBN 978-94-6208-065-02

http://v2.nl

www.thresholdofbeauty.com


Dit voortreffelijk gedocumenteerde en dito geïllustreerde boek is, evenals de biografie van dirigent Willem van Otterloo van Niek Nelissen en "Nederlandse muziek bij Nederlandse symfonieorkesten" van Emanuel Overbeeke, een handelseditie van een proefschrift. De auteur, Kees Tazelaar, promoveerde namelijk op 17 mei 2013 aan de Technische Universiteit te Berlijn op het onderwerp "Philips and the Origins of Electronic Music in The Netherlands 1925-1926" waarvan bovengenoemde en in een riante paperback gestoken uitgave de neerslag is. Deze belangwekkende publicaties staan in zoverre niet op zichzelf dat ze, elk op hun onvervreemdbaar eigen wijze, een aspect van de recente Nederlandse muziekgeschiedenis in kaart brengen en samen een hoogst adequaat beeld opleveren van die geschiedenis. Daarnaast gaat het in alle drie de gevallen om een zowel zeer gedegen als uiterst leesbaar geheel, waarbij de verantwoording van het bronnenmateriaal van begin tot eind aan de hoogst denkbare maatstaven beantwoordt.

Kees Tazelaar (1962) is, naast Jan Boerman (1923) en wijlen Dick Raaijmakers (1930-2013), een grote autoriteit op het gebied van de elektronische muziek in ons land en geniet ook internationaal een geduchte reputatie. Niet alleen heeft hij als componist al een indrukwekkend en hoogst persoonlijk oeuvre op zijn naam gebracht, ook is hij alweer sedert jaar en dag verbonden als hoofdvakdocent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Tazelaar volgde in de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn opleiding aan het Instituut voor Sonologie in achtereenvolgens Utrecht en Den Haag. Daarnaast studeerde hij compositie aan het Koninklijk Conservatorium bij Jan Boerman. In 1993 ronde hij zijn studie af en in 2006 werd Tazelaar hoofd van het Instituut voor Sonologie, aan welke instelling hij sinds 1993 doceert. Behalve als componist, docent en publicist - hij werkte onder meer mee aan de eveneens door V2 uitgegeven lijvige en monumentale Monografie van Dick Raaijmakers (klik hier voor de bespreking) - is hij bij menige reconstructie van composities van Dick Raaijmakers, Jan Boerman, Gottfried Michael Koenig, György Ligeti, Iannis Xenakis en Edgard Varèse ("Le Poème Électronique", uitgegeven op een cd van BVHaast) betrokken geweest. De contacten met de Technische Universiteit in Berlijn, die uiteindelijk zouden leiden tot Tazelaars promotie en het verschijnen van dit boek, dateren uit 2005, het jaar waarin hij met zijn "Edgard Varèse Guest Professorship" aldaar begon.

Visie
In "On the Threshold of Beauty" schetst Tazelaar het ontstaan van de elektronische muziek in ons land. Al meteen wordt afgerekend met de veronderstelling dat de oorsprong van deze kunstvorm moet worden gezocht in de house- en popmuziek van de jaren tachtig en negentig uit de vorige eeuw. Het intrigerende is namelijk dat het fundament voor de elektronische muziek al ver voor de Tweede Wereldoorlog werd gelegd, al was toen nog allerminst duidelijk waarheen de ontwikkelingen zouden leiden. Een fundamentele rol vervulde de pionierende ingenieur Roelof Vermeulen (1895-1970), die geruime tijd werkte in dienst van de afdeling akoestiek van het Natuurkundig Laboratorium (het zogenaamde Natlab) van Philips. Te weten, dezelfde Vermeulen die - zoals Tazelaar schrijft - gedurende de in 1954 in Gravesano op de door dirigent Hermann Scherchen georganiseerde Conferentie "Musik-Raumgestaltung-Elektroakustik" zijn nagalminstallatie demonstreerde maar die, sterker nog, al in 1945 een visie etaleerde op de rol van elektroakoestiek in muziekcompo-sitie, -productie en -onderwijs en daarmee zijn tijd ongekend ver vooruit was.

Symbool
Duidelijk is zonder meer dat, en ik ken geen boek waarin dat dermate helder staat geformuleerd als in dit van Tazelaar, de geschiedenis van de elektronische muziek onmogelijk los valt te zien van de opkomst van de geluidsmatige distributie van muziek in zowel huiskamer als concertzaal. En daarin vervulde Philips, mede dankzij Vermeulen, destijds de hoofdrol. Philips, dat bij oppervlakkige beschouwing door de gemiddelde muziekliefhebber niet meteen zal worden geassocieerd met de 'baarmoeder' voor de nieuwe kunst, maar vooral - althans zeker ook aanvankelijk door mij - als het watermerk bij uitstek van het klassieke muziek-establishment. Als een symbool van alles wat te maken had met luxe elpee-uitgaves gestoken in dito hoezen. Hoezen die op hun beurt, en al dan niet in de vorm van schitterende klapalbums, aan de man werden gebracht (ook van elektronische muziek trouwens! Tazelaars boek illustreert dat in alle toonsoorten) en als zodanig prachtig ogende trofeeën waren in de huiskamers van de gegoede en welgestelde burgerij, die ook de concertgebouwen in den lande bevolkte.

In het eerste deel van het boek staat deze materie bij uitstek centraal: de ontwikkeling van de geluidsweergave, afspeel- en opnametechniek. Philips nam eind jaren veertig al verschillende concerten van het Concertgebouworkest op en verkocht bovendien geluidsapparatuur aan onder andere het Milanese Teatro alla Scala, waar toen Herbert von Karajan actief was. Naast laatstgenoemde was het de Amerikaanse dirigent Leopold Stokowski die een immense belangstelling had voor de innovaties op geluidstechnisch gebied en dan ook regelmatig contact met Philips had. Veel sterker nog dan Von Karajan zag Stokowski visionaire mogelijkheden inzake de distributie van het geluid, in casu de muziek, in huiskamer en concertzaal.

Ideaal
Wie de citaten van Stokowski vanuit de context van Tazelaars boek diep tot zich laat doordringen en daarbij goed door de regels heenleest, zal bemerken dat hier al iets gloort van een visie die uiteindelijk zou culmineren in het ideaal van de gecomponeerde ruimte. De gecomponeerde ruimte, niet alleen een belangrijk thema in de elektronische muziek in het algemeen, maar in dat van Varèse, Boulez, Stockhausen en Raaijmakers in het bijzonder. Raaijmakers, wiens kritische bewondering voor de Franse nestor der avant-garde immers leidde tot zijn theaterproducties "Dépons/Der Fall" (1992) en "Der Fall/Dépons" (1993), beide reacties op de geruchtmakende wereldpremière van Boulez' "Répons" voor solo-instrumenten, ensemble en live elektronica op 18 oktober 1981 in Donaueschingen. Veelbetekenend is dan ook dat Tazelaar vermeldt dat Raaijmakers op 19 oktober 1958, in opdracht van het Natlab, bij de vuurdoop van Boulez' "Poésie pour pouvoir" voor achtsporenband en drie orkestrale groepen in hetzelfde oord aanwezig was, een gelegenheid waarbij, zoals duidelijk uit het door Tazelaar geciteerde verslag van Raaijmakers van deze gebeurtenis is op te maken, de kiem werd gelegd voor die kritische bewondering. Immers "Poésie pour pouvoir" werd niet alleen door Boulez teruggetrokken maar met terugwerkende kracht door hem als een eerste poging beschouwd van iets dat uiteindelijk zou leiden tot diens "Répons" en waarbij het ideaal van de gecomponeerde ruimte geducht meespeelde.

Platte sjablones
Wie Philips zegt in relatie tot de elektronische muziek, zegt natuurlijk ook en vooral Henk Badings (1907-1987), die - hoe men het ook wendt of keert - een sleutelpositie had. De intrigerende paradox is echter, dat de compositorisch meest overtuigende werken van Badings uit de eerste helft van de vorige eeuw stammen, met name uit de jaren dertig, waarbij valt te denken aan de - dankzij Willem van Otterloo die er een studio-opname voor. Philips van maakte (inmiddels door Challenge Classics op cd heruitgegeven in de tweede aflevering van hun Willem van Otterloo Anthology) - destijds bekende en voor Willem Mengelberg geschreven Derde symfonie (1934) alsmede de Symfonische en aan Karl Böhm en de Wiener Philharmoniker opgedragen variaties (1937). Daarin ontpopt Badings zich als de schepper van een soort halverwege Bruckner, Reger en een expressionistische Hindemith balancerende muziek van een meeslepend en pakkend karakter. Hiertegen steken de aan de lopende band (ook letterlijk dus!) verschenen elektronische werken uit de Philips-tijd ronduit als platte sjablones af, vervuld als ze zijn van een esthetiek die lichtjaren ver verwijderd is van niet alleen de toenmalige werken van componisten als Stockhausen en Varèse, maar ook onze landgenoot Ton de Leeuw (1929-1996). Hierbij denk ik in het bijzonder aan diens "Antiphonie" voor blaaskwintet en viersporenband (1960), waaraan Tazelaar terecht de nodige aandacht besteedt.

Tragedie
Van niet onaanzienlijk belang in Tazelaars geschiedschrijving zijn de zogeheten "Popular electronics", waarbij het in feite gaat om het inschakelen van elektronische muziek voor functionele doeleinden en dus allesbehalve om "L'art pour l'art". En dan hebben we het bijvoorbeeld over de aan het Natlab verbonden Kid Baltan, een schuilnaam van Dick Raaijmakers. Muziek in de orde van soundtracks voor reclamefilmpjes en aanverwante zaken dus, maar die desondanks een originaliteit en vooruitstrevendheid bezit waar Badings' elektronische nalatenschap in de verste verte niet aan kan tippen. Een verhaal apart in dit kader is de avontuurlijke Tom Dissevelt (1921-1989) die, geboeid als hij was door de twaalftoonsmuziek van Schönberg en Webern, de amusementsmuziek een impuls trachtte te geven die ook anno 2014 volledig zonder precedent is. En wel door twaalftoonselementen in zijn composities en arrangementen te betrekken. Een van de meest bijzondere voorbeelden daarvan is Dissevelts "Fantasy in Orbit" (1963) waarvan Tazelaars "On the Threshold of Beauty" een hoogst inzichtelijke analyse bevat die duidelijk maakt dat Dissevelt in dit stuk niet alleen is beïnvloed door de Tweede Weense School maar ook door het serialisme 'pur sang', permutatie-technieken incluis, waarbij hij in het bijzonder werd geïnspireerd door de in Bilthoven gedoceerde cursus elektronische muziek van de Duitse componist en muziektheoreticus Gottfried Michael Koenig, zonder overigens diens stijl ook maar bij benadering te kopiëren. En dat laatste zegt eens te meer iets over Dissevelts onloochenbare artistieke kwaliteiten. Tegelijkertijd merkt Tazelaar op dat dit ook zijn tragedie was, omdat zijn muziek tussen de wal en schip viel. Te experimenteel en 'highbrow' als zij was om door de amusementswereld te worden gewaardeerd en te weinig serieus in de ogen van het nieuwe avant-gardistische establishment, maar hoe dan ook een pure verademing in vergelijking met de huidige dancemuziek die vrijwel alleen grossiert in slaapverwekkende parallelle tertsen.

Het Philipspaviljoen: elektronisch amusement
In het tweede deel van "On the Threshold of Beauty" staat het wel en wee van de muziek voor het Philipspaviljoen op de EXPO 1958 te Brussel centraal. Natuurlijk is er over dit onderwerp verspreid zeker het nodige geschreven, maar nooit zal men van kaft tot kaft een vollediger behandeling van dit onderwerp aantreffen dan in Tazelaars monografie. Dat het speciaal voor deze gelegenheid door Edgard Varèse (1883-1965) gecomponeerde "Le Poème Électronique" bepaald niet zonder slag of stoot tot stand is gekomen, blijkt zonneklaar. Ook dat Philips aanvankelijk geen elektronisch stuk muziek voornemens was voor dit doel te gebruiken, maar eerder dacht om de Engelse componist Benjamin Britten te benaderen voor een opdracht tot het vervaardigen van een orkestwerk. Maar de Franse architect van het Paviljoen, Charles-Édouard Jeanneret-Gris Le Corbusier (1887-1965) met wie Philips voor dit project in zee was gegaan, hield zijn poot stijf. Le Corbusier die ook met Iannis Xenakis (1922-2001) - behalve componist tevens architect - samenwerkte, die voor de intermezzi binnen de presentatie in kwestie zorgdroeg. Het wemelt van de interessante en weinig tot niet bekende feiten en daarom alleen al is dit boek hoogst fascinerend. Zo blijkt uit een interview van oud Volkskrant muziekredacteur Roland de Beer met de bekende Nederlandse diva Christina Deutekom het - althans mij niet bekende - door Tazelaar vermelde feit dat de in Varèse's "Poème" voorkomende sopraanstem van haar afkomstig is en wat meer is: dat zij absoluut geen idee had voor welke gelegenheid zij deze beschikbaar stelde! Misschien dat sommige details van Tazelaars beschrijving wat technisch overkomen, maar wie de moeite neemt even door te bijten wordt tot op de vierkante millimeter over alle ins en outs geïnformeerd. Niet alleen wat de opstelling van de luidsprekers in het Paviljoen aangaat, ook over de verschillende 'routes' (verduidelijkt door tal van illustraties) via welke de muziek van Varèse de toehoorders tijdens de presentatie diende te bereiken. Maar het meest belangrijke is nog om op te merken dat deze Philips-productie volledig los stond van het onderzoek van Vermeulen en dat de rol van Kid Baltan, alias Dick Raaijmakers (nota bene van de "Popular electronics") die van onderzoeker was en, u leest het goed, die van Varèse juist tot oogmerk had tijdens het EXPO-gebeuren voor amusement te zorgen. Terwijl diens "Le Poème Électronique" nu terecht geldt als een van de meest fundamentele composities uit de Nederlandse en internationale geschiedenis van de Elektronische muziek 'tout court'.

Basis
Deel 3 richt zijn schijnwerpers op de verdere ontwikkelingen van de elektronische muziek in Nederland. Een van de grote inspirators en motoren hierachter was zonder twijfel Walter Maas (1909-1992) die geen middel onbenut liet voor de jongere generatie componisten een studio voor elektronische muziek in het leven te roepen. Zijn grootste verdienste in deze was de oprichting van het Contactorgaan Elektronische Muziek (CEM) waaraan bijna alle belangrijke Nederlandse muziekinstanties deelnamen. Ondanks de betrokkenheid van Vermeulen bij CEM beantwoordde de studio van Philips niet aan de doelstellingen van het Contactorgaan. Het gevolg hiervan was de studio van de Technische Hogeschool te Delft. Vrijwel alle oprichters van de latere Studio voor Elektro Instrumentale Muziek (STEM) zijn in de Delftse studio met hun elektronische experimenten begonnen. Verder werkte hier vanaf 1959 Jan Boerman, die in die tijd de basis legde voor zijn grandioze en veelkleurige oeuvre.

Intrigerend is ook de beschrijving van het conflict Escher-Badings. Rudolf Escher (1912-1980, behalve als componist onder andere vermaard vanwege zijn minutieuze Debussy-analyses, die ook in boekvorm zijn gepubliceerd), waarschuwde dan wel voor een Badings-suprematie van de elektronische muziek, echt aan de kant van de avant-garde stond hij nu ook weer niet, integendeel. Zijn bezwaren tegen de seriële muziek stak hij binnen zijn colleges voor het Utrechtse Instituut voor Muziekwetenschap en daarbuiten nooit onder stoelen of banken, ook al was Escher vol bewondering voor bijvoorbeeld Boulez' "Pli selon pli", getuige de bevlogen recensie die hij naar aanleiding van de wereldpremière van dit werk in 1960 voor het Algemeen Handelsblad (nu NRC) schreef. Maar, zo lezen we in Tazelaars boek, het was dezelfde Escher die met behulp van de elektroakoestiek de harmonische grondslagen van de Westerse muziek wilde onderzoeken om daarmee een soort wetenschappelijk 'bewijs' tegen de twaalftoonsmuziek van Schönberg en zijn nazaten te leveren.

Onafhankelijke houding
Van doorslaggevend belang is de rol van componist Ton Bruynèl (1934-1998) voor de ontwikkeling en emancipatie van de elektronische muziek in den lande geweest. Niet dat hij op het gebied van de pure elektronische muziek van verstrekkende betekenis was, maar hij legde een volstrekt onafhankelijke houding aan de dag en het was bovendien zijn privé-studio die in hoge mate model heeft gestaan voor de weg die Boerman en Raaijmakers vanaf 1963 zouden inslaan. Over een onafhankelijke houding gesproken, moet in dit verband de naam van de Duitse componist en muziektheoreticus Gottfried Michael Koenig (*_1926) vallen. Hij vond zijn weg in de elektronische studio van de Westdeutsche Rundfunk in Keulen, hetgeen leidde tot een voortreffelijke en intense samenwerking met Karlheinz Stockhausen. Geleidelijk aan ontstond er een verwijdering tussen hen, waar vooral verschil in opvatting betreffende studiobeleid en compositie debet aan was. Koenig was al eind jaren vijftig een notoir voorstander van het gebruik van computers bij het compositieproces maar vond daarbij hoegenaamd geen gehoor bij Stockhausen. Hoe dan ook, op uitnodiging van Walter Maas verplaatste een belangrijk deel van Koenigs activiteiten zich naar Bilthoven, waar hij geruime tijd de nodige cursussen gaf. Bovendien volgde hij in 1964 Badings op als artistiek directeur van STEM. In Utrecht was het werken met computers, in tegenstelling tot bij de WDR, wel mogelijk en dat laatste vormt de opmaat tot het pionierswerk op het gebied van computercompositie en computerklanksynthese waarmee het latere Instituut voor Sonologie onder leiding van Koenig wereldwijd de aandacht op zich zou weten te vestigen.

Het lezen van Tazelaars gedegen en ultiem gedetailleerde exposé doet je automatisch verlangen naar een vervolg, een tweede deel waarin de verdere geschiedenis van de elektronische muziek in ons land wordt behandeld. Zoals reeds uit het voorgaande moge blijken is het boek buitengewoon rijk geïllustreerd, waarbij ook tal van foto's van studio-vertrekken en gebruikte apparatuur staan afgebeeld. Daarnaast is het geheel van een uitvoerig notenapparaat voorzien, een pracht van een register waarin tevens naar de composities wordt verwezen en, alsof dit nog niet genoeg is, de in de lopende tekst aangehaalde, maar vertaalde citaten in de oorspronkelijke taal.

Een 'Fundgrube', om niet te zeggen een absoluut standaarwerk, dit boek dat wereldwijd alle aandacht meer dan waard is en dat zowel aan de geïnteresseerde leek als de technisch doorwinterde lezer een schat aan - veel nieuwe - informatie biedt. De uitgever van "On the Threshold of Beauty", Joke Brouwer van V2, verdient het grootst denkbare compliment voor de fraaie vormgeving en ook het feit dat deze uitgave tegen een dermate aantrekkelijke prijs verkrijgbaar is. Rest nog te melden dat men via de bovengenoemde website tal van voorbeelden uit de in het boek genoemde composities kan beluisteren en verwijzingen aantreft naar links via welke men het boek kan bestellen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links