Boeken

 over musici

 

© Aart van der Wal, augustus 2017

 

 

András Schiff - Musik kommt aus der Stille - Gespräche mit Martin Meyer - Essays
Gebonden, 183 blz., met afbeeldingen en personenregister
Henschel ISBN 978-3-89487-949-5
Bärenreiter ISBN 978-3-7618-2287-6
Verkoopprijs € 24,95
www.henschelverlag.de
www.baerenreiter.com

 

 

 

 


Nadenken over muziek. Het lijkt een voorwaarde voor de professionele musicus en een verrijking voor de liefhebber. Helaas, we leven ook in dit opzicht niet in een ideale wereld. In het hoger muziekonderwijs draait het om speeltechniek zonder brede culturele bedding en bij menige muziekconsument om slechts oppervlakkig entertainment. Niet dat kunst, onverschillige welke kunst, überhaupt kan winnen bij verdieping want zij staat immers objectief gezien uitsluitend op zichzelf. Kunst begint pas echt te leven bij de kijker (beeldende kunst) of bij de luisteraar (muziek). Professionaliteit heeft uitsluitend te maken met de realisatie ervan. Bij literatuur is het iets anders gesteld, want de waardering daarvan, onverschillig of het een roman, proza of poëzie betreft, is sterk afhankelijk van de intellectuele en stilistische perceptie. De meeste kunstvormen - en muziek hoort daar uitdrukkelijk bij - vragen niet per se om intellectuele of stilistisch gevormde bagage om genoten te kunnen worden. Wel kan bij toename van kennis (en soms ook ervaring) het plezier eraan een overtreffende trap bereiken.

De twee weeskinderen
De basis voor de muziekbeoefening in ons land is – hoe kan het ook anders – het muziekonderwijs. Dat hoeft echt niet hoog gegrepen te zijn: we hoeven niet allemaal naar het conservatorium om een Mozart-sonate te kunnen spelen. Een trapje lager zijn er de muziekscholen (gelukkig, ze zijn er nog) en is er het privéonderwijs (de bekende piano-, viool- of cellolera[a]r(es]). Daar draait het om de techniek (zonder ‘behendigheid' zal die Mozart-sonate nooit met enig succes uit de vingers kunnen komen), maar er is zoveel meer dan dat, zoals muziekgeschiedenis en -theorie. Maar helaas, die laatste twee, dat zijn de weeskinderen in dat muziekonderwijs. Dus wel veel over het ‘hoe' maar zelden of nooit over het ‘waarom'. Ik had al tien jaar pianoles zonder dat ik ook maar iets wist van zoiets als de sonatevorm. Een rondo kon ik wel spelen, maar hoe dat in elkaar stak? Hetzelfde met de liedvorm. Het werd me eenvoudigweg niet bijgebracht. De docent stimuleerde mij evenmin om zelf op zoek te gaan. Je kwam een keer in de week braaf je lesje opzeggen en kreeg weer een nieuw lesje mee, voor de volgende week. Zo ging dat en zo gebeurt dat ongetwijfeld nog steeds. De muziekbeoefening begint bij de techniek. Maar wie ook theoretisch goed is onderlegd begrijpt veel meer, kan zelfs met redelijk vaste hand improviseren. Ik sta er steeds weer versteld van hoeveel organisten van hun vak weten (wat tevens impliceert dat men in andere beroepsgroepen minder of zelfs veel minder weet – en ik zeg dat zonder te generaliseren). En hoe weinig... Hoe het ook zij, ook in de muziek is kennis macht.

Vreugde
Het aardige van (goede) boeken over muziek is dat ze, uitgaande van tenminste enige basale kennis, de muzikale horizon van de lezer sterk kunnen verbreden en nieuwe vergezichten kunnen openen. Maar ook dat verbanden worden ontdekt die er schijnbaar eerder niet waren, maar die er toch altijd zijn geweest. Het mooie, het fascinerende van muziek is nu juist dat er veel meer is dan die muziek alleen. Dat het leerproces en daarmee de vreugde kan beginnen bij die ene biografie en dat misschien wel eindigt bij zoiets als Schönbergs ‘Harmonielehre'.

De Duitse vooraanstaande muziekuitgevers Bärenreiter en Henschel brachten onlangs twee boeken uit die althans deels een identieke opzet vertonen: Herbert ‘Blomstedt, Mission Musik' (klik hier voor de recensie) en ‘Musik kommt aus der Stille'. Beide boeken verschillen in zoverre van elkaar dat het laatste boek niet alleen de weerslag is van de gesprekken met de desbetreffende musicus, in dit geval de Hongaarse pianist András Schiff (Boedapest, 1953), bevat, maar dat er ook evenzo boeiende essays van zijn hand in te vinden zijn.
Het boek is eenvoudig ingedeeld: de eerste 43 bladzijden geven de lezer inzicht in zaken als repertoire, werk en componist, de geheimen van de piano, de magie van de kamermuziek, nut en doel van muziekonderwijs, het muziekbedrijf en de muziekkritiek. Daarna volgt veel wetenswaardigs over Schiffs levensloop vanaf zijn vroege jeugd, waarna vanaf pagina 121 de pianist ruim baan krijgt voor maar liefst 33 (zij het doorgaans korte) essays over wat hem zoal in maar ook door de muziek beweegt en bezighoudt, met soms een klein uitstapje op ander vlak (hij toont zich daarin een politiek sterk bewuste musicus). Er komt veel voorbij: Hongarije, Jörg Haider, Bach op de moderne piano, de Goldberg-variaties (zeer verhelderend!), dat humor in de muziek geen platte grappenmakerij is, Mozarts pianoconcerten, Beethovens pianosonates, Schubert op de ‘Hammerflügel', Mendelssohn en Schumann, Dvoráks (veronachtzaamde) Pianoconcert, Bartók op de piano, zijn leraren Pál Kadosa en György Kurtág, maar ook Annie Fischer en George Malcolm, Sándor Végh en Rudolf Serkin, het nut en de betekenis van muziekhandschriften, de overal weer opduikende concoursen (kunst of sport?) en (niet minder lezenswaardig!) de ‘tien geboden voor de concertbezoeker'. Wat daarbij sterk opvalt is Schiffs gecondenseerde schrijfstijl: hij heeft slechts weinig woorden nodig om veel te zeggen en wat hij zegt snijdt bovendien echt hout. Maar ook in de gesprekken met Martin Meyer wemelt het van de direct aansprekende voorbeelden, of het nu gaat om de meest uiteenlopende kwesties over de vertolking van muziek, de sterk toegenomen vercommercialisering ervan of zoiets ondefinieerbaars als goede smaak. Meyer ontpopt zich daarbij als de goed geëquipeerde vragensteller die richting weet te geven aan de gesprekken en menigmaal ook kruidige reacties weet uit te lokken (Schiff: “Niet alle Steinways zijn en klinken geweldig” en “Wat de huidige pianofabricage betreft: er is in de afgelopen honderd jaar nauwelijks iets nieuws voortgebracht. Ik vermoed door een gebrek aan nieuwsgierigheid. De mensen accepteren wat voorhanden is en daardoor klinkt alles vaak hetzelfde”). Misschien schuilt de grootste waarde van dit boek wel in waarmee ik deze recensie begon: het stimuleert het nadenken over muziek en wat daar zoal mee samenhangt. Natuurlijk hoeft men het niet over alles met hem eens te zijn, maar evenals bijvoorbeeld zijn grote collega Alfred Brendel weet hij wel de kern te raken zonder zich te verliezen in breedsprakigheid. Schrijven over muziek, het blijkt steeds opnieuw een kunst op zich te zijn. Ook daarin is de eminente musicus András Schiff, mede dankzij de inbreng van zijn gesprekspartner, met vlag en wimpel geslaagd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links