Boeken

 over musici

 

© Emanuel Overbeeke, december 2016

 

 

Kees de Leeuw: Een half leven in de muziek: de muzikale carrière van Henri van Goudoever

Uitgeverij Lulu, ISBN 9781326730567

252 blz.

http://www.lulu.com/nl/nl/shop/kees-de-leeuw/een-half-leven-in-de-muziek-de-muziek-carri%C3%A8re-van-henri-van-goudoever/paperback/product-22781192.html

 

 


Henri van Goudoever (1898-1977) is een naam voor muziekhistorici. Tijdens zijn leven was hij bepaald geen onbekende. Zijn composities werden onder meer gespeeld door het Concertgebouworkest o.l.v. Willem Mengelberg, als cellist werkte hij met enkele van de beste spelers van zijn tijd en als dirigent stond hij onder meer voor de opera in Coburg, had hij gastoptredens bij het Residentie Orkest en in Parijs en was hij chef-dirigent van het Utrechts Stedelijk Orkest (1932-1937), het latere Utrechts Symfonie Orkest. Dat hij in de vergetelheid raakte, heeft diverse oorzaken. Zijn laatste jaar bij het USO was geen succes waarna hij vertrok met neergeslagen hoofd en zich de rest van zijn leven wijdde aan de antroposofie. Dit boek handelt over Goudoevers muzikale loopbaan.

Goudsoevers carrière begint tijdens de Eerste Wereldoorlog. Aanvankelijk is hij vooral actief in het Utrechtse als componist waar hij onder meer een rolletje speelt in de affaire-Van Gilse. Hij maakt naam als componist, onder meer met een stuk voor koor en orkest zonder dat het koor een tekst zingt. De beschrijving van dit werk is typerend voor de beschrijvingen van de muziek in het boek: Kees de Leeuw gaat vooral af op recensies, niet op opnamen (want die zijn er vrijwel niet) en amper op eigen analyses (de auteur is eerder historicus dan analyticus en het boek bevat geen notenvoorbeelden). Afgaande op die recensies was Goudoever in veel opzichten een kind van zijn tijd (1910-1935), al was hij voor toenmalige begrippen zeker geen conservatieve componist. Hij had veel waardering voor de nieuwe muziek van dat muziek, vooral de Franse. Gelet op de beschrijvingen van tijdgenoten was zijn muziek goed, maar niet uitzonderlijk goed; een recente opname op YouTube van een compositie voor cello en orkest bevestigt dat vermoeden. Tegenover een grote voorspelbaarheid in de grote vorm en de dramatiek staat een boeiende rijkdom in klank en harmonie. Pierné en Pfitzner lijken belangrijke inspiratiebronnen, met een resultaat dat meer Duits is in de grote lijn en meer Frans in de details. Hij was als dirigent geïnteresseerd in de muziek van Mahler en zette zich in voor de muziek van Bruckner (destijds in Nederland nog maar zelden gespeeld). Achteraf gezien kan men zijn stap tot de antroposofie (waarbij hij de muziek vaarwel zei) aangekondigd zien in zijn voorliefde voor muziek met een extra dimensie (zoals het theater in Coburg), een spirituele dimensie (die hij vooral hoorde in de muziek van Bruckner) en (de doodssteek voor de dirigent) de neiging meer te drijven op zijn betrokkenheid bij bepaald repertoire dan op zijn professionalisme in alles wat hij deed.

Dit boek lijkt in veel opzichten op het eerdere boek van Kees de Leeuw over dirigent Paul van Kempen: een thans relatief vergeten figuur die in zijn tijd een zekere erkenning genoot, een schrijfstijl die niet altijd vlot leest terwijl men wel wil doorlezen omdat het boek veel nieuwe informatie bevat, waaronder allerlei teksten die nu sluimeren in archieven. De auteur aarzelt niet reputaties ter discussies te stellen (ook zijn onderwerp spaart hij niet), kent de werking van de tijd en het lot en maakt goed duidelijk dat het zogeheten tweede echelon voor de eigen tijd veel meer betekende dan de huidige vergetelheid ervan doet vermoeden.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links