Boeken

 over componisten

 

© Emanuel Overbeeke, september 2021

 

Cor van Diejen: Grove Bonken - 182 twintigste-eeuwse componisten ambachtelijk opgedregd

Drekwerk Publicaties (2021)
ISBN 978-90-827512-3-9
528 blz., paperback
Verkoopprijs € 30.00


Sommige boeken passen niet in één hokje, maar dit spant de kroon. Strikt zakelijk beschreven is het een verzameling van 182 alfabetisch geordende portretten van evenzovele componisten van na 1900. De auteur, over wie in het boek elke informatie ontbreekt, baseerde zich primair op zijn platenkast en pas daarna en soms niet helemaal of helemaal niet op boeken en artikelen. Dat verklaart enkele ongebruikelijke omissies en presenties. Willem Pijper, volgens de boeken een van Neerlands belangrijkste componisten maar thans op cd nauwelijks vertegenwoordigd (de cd-tijd is ook de tijd waarin Pijper in de kletsende klasse geen goede naam had), wordt dan ook slechts zijdelings genoemd. (Het belangrijkste overzichtswerk over Nederlandse muziek uit de cd-tijd – het boek van Leo Samama - zet vraagtekens bij Pijpers oudere, grote status.) Omgekeerd ontvangt Saariaho een lang lemma, terwijl er nog maar weinig vakliteratuur is en amper populariserende teksten. Het verklaart ook de royale aanwezigheid van Guus Janssen, Theo Loevendie, Matthijs Vermeulen en Paul Termos (de laatste is nu inmiddels een historische figuur). Milton Babbitt krijgt een lange tekst, veel langer dan in menig overzichtswerk, maar geen woord daarin over zijn beruchtste artikel waarover iedereen een mening heeft en waarvan bijna niemand de inhoud kent.

De lijst van 182 namen geeft aan dat de auteur mensen uit de niet-klassieke sector even boeiend, belangrijk en invloedrijk kan vinden als personen uit het klassieke kamp. Het lemma over Gershwin opent met een lijst van al zijn werken die de eeuwigheid hebben gehaald (vooralsnog) – zo'n overzicht krijgen zelfs Debussy en Stravinsky niet, al horen hun lemmata wel tot de langste. Dat betekent niet alleen dat veel van hun werken wat Diejen betreft aandacht in brede kring verdienen, het betekent vooral dat ze hem inspireren tot zijn zeer idiosyncratische aanpak. Enerzijds wil hij objectieve feitelijke informatie geven (en de lezer krijgt zeer veel op dit gebied waarmee zijn boek menig overzichtswerk naar de kroon steekt), anderzijds verwijst hij om de andere zin naar deze informatie op een Wim T. Schippers-achtige commentaartoon die men alleen goed kan begrijpen als men weet wat hij becommentarieert. Leuk is het vaak, al is hij evenzeer een ongeleid projectiel als een precisiebombardeerder. Zoveel humor in een boek over ernstige muziek is zeer ongewoon (men voelt tegelijk de liefde voor dit repertoire en de behoefte er gekscherend over te doen). Sommige gekkigheid begreep ik niet (de auteur gooit goede en slechte onzin naar hartenlust door elkaar) en soms weet ik niet of iets leuk of kwetsend bedoeld is. Diejen is vaak schaamteloos platvloers – de titel Grove Bonken is zeer treffend - wat hij zich volstrekt kan veroorloven omdat hij ook bijna altijd de spijker op de kop slaat, vooral doordat hij geen autoriteitenvrees of reputatie-eerbied kent. Hoe aparter de muziek, hoe aparter de beschrijving. Hij volgt de consensus wanneer hij die onderschrijft, maar aarzelt niet bij het tegenovergestelde. In zekere zin is het boek behalve platvloers ook elitair want eigenlijk moet men al zeer veel weten wil men alle ‘niet-objectieve' mededelingen goed kunnen plaatsen. Heeft men soms moeite met de visie, dan wordt dit bezwaar meteen teniet gedaan door de weliswaar niet-literaire maar wel zeer taalgevoelige wijze van verdediging. Veel informatie komt boven water dankzij minutieus en omvangrijk leeswerk (op zijn Diejens gezegd ‘Ambachtelijk dreggen'). De auteur is teveel een onafhankelijke geest om partijganger te kunnen zijn (soms zijn de beschrijvingen zo wild dat men zich afvraagt wat het oordeel is, al is het vooral hoop ik een teken van betrokkenheid en sympathie wanneer iets deze typering krijgt). In zekere zin is het een ideaal boek voor VPRO-leden, diplomaten, kunstenaars en andere geestelijk zelfstandigen.

Trouwens, wilt u alleen de ‘neutrale informatie' en leest u de rest wellicht met enige tegenzin, dan nog is dit boek beter dan Wikipedia, want de meeste lemmata aldaar zijn hoe nuttig ook minder informatief, minder scheutig met sprekende details en altijd veel minder kleurrijk geschreven.

Helemaal verrassend is het boek niet. Eerder schreef de auteur een boek over Stravinsky (met de voor hem kenmerkende titel Stravinsky uitgebaggerd, hier besproken) waarin hij een encyclopedische kennis inzake Stravinsky en stravinskyana (Taruskin en Schönberger zullen hem benijden) paart aan een Frank Zappa- en Herenleed-achtige scherpzinnigheid, humor en woordkeus. (Diejens eerste boek dat ik niet ken handelt over Zappa en heet Een modder van inventie; in zijn oeuvre zit dus continuïteit. Let in dit verband ook op de naam van de uitgever; dit is een boek in eigen beheer.) Grove bonken is vaak een volstrekt kolderieke wijze van aansnijden van serieuze kwesties zoals de oordelen over componisten en vooral de achterliggende agenda's.

Als het boek iets aantoont en doorbreekt is dat de milieubeladen associatie van moderne klassieke muziek met overwegend beter opgeleide menswen die eerder praten met drie dan met twee woorden. Om die reden is het ook zeer nuttig leesvoer voor niet-VPRO-leden, al zal ook Diejen weten dat de VPRO-elite in de regel – Diejen is een uitzondering daarop - iets vaker iets breder is en meer oog heeft voor ‘gevoelens en uitingen van gewone mensen' dan dat ‘gewone mensen' beseffen dat achter elitaire uitingen ook ‘gewone gevoelens en gedachten' schuilgaan. Boulez is ook een mens, net zoals een mens huis-tuin-en-keuken hartstochten ook kan uiten à la Boulez. Diejen kan in ieder geval met alle standen lezen en schrijven, of beter: deze beschrijving van dit repertoire maakt hem in zekere zin standenloos.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links