Audiotechniek

Remastering in Baarn en Wagner in Berlijn

 

© Aart van der Wal, februari 2017

 

Onlangs ontving ik opnieuw een uitnodiging van Polyhymnia (klik hier voor het verslag van het eerste bezoek). Ditmaal om eens van nabij het remasteren van oude opnamen mee te maken. Aldus toog ik naar zo ongeveer het Walhalla van de opnametechniek, gelegen aan de lommerrijke Prinses Margrietlaan in Baarn, waar ik met koffie en koek werd ontvangen door Jean-Marie Geijssen. De specialiteit die vandaag op het menu staat: quadrofonische opnamen (voornamelijk van Deutsche Grammophon en Philips) uit een nogal ver verleden die in het digitale domein een nieuw multichannel-bestaan tegemoet mogen zien (klik ook op het filmpje). Het begon met een oude opname van Beethovens Zevende symfonie en het eindigde met een boeiend betoog over Wagner in Berlijn.

Jean-Marie Geijsen: “Voor de remastering van de originele analoge banden hebben we hier in de studio een batterij aan Studer A80, A812 en A807 bandrecorders staan. Voor het 'echte' werk gebruiken we alleen de A80 machines, en daarvan dan uitsluitend het loopwerk. De uitgang vanaf de weergavekoppen gaat rechtstreeks, via speciale kabels, naar door onszelf hier in huis ontwikkelde weergaveversterkers voorzien van de nodige versterking en frequentiecorrectie. In dit hele traject worden uitsluitend 'audiofiele' componenten gebruikt. Trafo's hebben we helemaal vermeden. Ook de Dolby A ruisonderdrukkers hebben we danig onder handen genomen. De condensatoren die het frequentiebereik van de verschillende compressiebereiken bepalen, hebben we allemaal vervangen door 1% MKP-condensatoren, in plaats van de oorspronkelijk tantaalcondensatoren, diet een tolerantie hebben van ergens tussen de 30 en 50%. De uitgang van de van de weergaveversterkers gaat rechtstreeks naar de analoog-digitaal omzetters.
Voor het overspelen kan beginnen wordt deze keten ingeregeld met de originele analoge testbanden. Deze banden zijn net zo oud als de over te spelen banden. De maximale afwijking van de weergave mag niet meer zijn dan +/- 0,5 dB over het volledige weergavebereik. De testband loopt van 63Hz tot 18kHz, maar de karakteristiek van de originele banden loopt tot ver boven de 30kHz.“

Jean-Marie Geijsten legt de mastertape op de Studer A80

Tikjes, kraakjes, spettertjes
“Ik begin met iedere studioband in zijn geheel tweemaal af te luisteren, echt van begin tot eind. Alleen op deze manier kan ik precies in kaart brengen wat en hoe moet worden gerestaureerd, waarbij het vrijwel altijd om kleine onvolkomenheden gaat, met name tikjes, kraakjes en spettertjes. Soms komt het voor dat er een kleine oneffenheid in zit die toen niet heeft verwijderd, meestal omdat het de meest muzikale take was. Met de stand van de toenmalige analoge techniek was dat de best denkbare oplossing. De oorzaak van die ongerechtigheden is vaak niet te achterhalen, soms is het alleen een kwestie van statische elektriciteit, maar waar het uiteraard om gaat is dat ze worden verwijderd zonder dat het oorspronkelijke muzieksignaal eronder te lijden heeft. Om het simpel te zeggen: het is uiteraard niet de bedoeling om het kind met het badwater weg te gooien. Dankzij de digitale techniek is er ook op dit gebied tegenwoordig veel mogelijk: het enige dat je niet meer hoort is dat tikje, terwijl muziek en akoestiek keurig intact blijven. We hebben het overigens over stoorgeluiden van niet meer dan een 20 milliseconden. Toch is dat heel storend: de luisteraar pikt het meteen op. Ons gehoor is er nu eenmaal heel gevoelig voor. Ten tijde van de lp was dat, hoe gek dat misschien ook klinkt, veel minder het geval omdat er doorgaans zoveel tikjes en spetterjes waren dat men er snel aan gewend raakte. In het digitale domein is dat bepaald anders, want daar is stilte een belangrijke, zelfs muzikale component.“

De gegevens van de onder handen zijnde band

...of een slechte las
“Soms is er sprake van een slechte las, twee bandstukjes die niet zo goed aan elkaar zijn geplakt. Dat repareren is een nogal heikele zaak; en te meer omdat er dan ook akoestisch moet worden ingegrepen. Het is bijzonder bewerkelijk, kost heel veel tijd en de uiteindelijke winst is meestal gering, en dan alleen op het puur technische vlak. Muzikaal wordt het er bovendien meestal niet beter van. Het is een afweging die je vóór iedere edit moet maken: is het wel of is het niet de moeite waard om het te doen? Het is een aspect dat zeker niet moet worden overdreven: als ik op ongeveer tien cd's aan materiaal een of twee van dergelijke lassen tegenkom is het al veel.“

Geen 'lege' momenten
“Ik schoon het begin van de band en de stukjes tussen de delen op. Deutsche Grammophon had de eigenaardigheid om aan het begin en tussen de delen voorloopband (die is analoog stil, een stukje plastic met een kleurtje) te gebruiken, terwijl Philips de akoestiek tijdens dergelijke pauzes, in feite muzikale stiltes, liet doorlopen. Dergelijke ‘lege' momenten betekenen voor de luisteraar dat hij op die momenten de akoestiek verlaat, terwijl het nu juist zo plezierig is om bij die akoestiek, dat ensemble betrokken te blijven. Ik vind dergelijke ‘uitstapjes' onmuzikaal, maar ik kan het vrij gemakkelijk oplossen. Op die band is altijd wel een stukje akoestiek, doorgaans zelfs fragmenten van minuten, te vinden dat ik kan gebruiken om die leegten op te vullen. Met een mooie crossfade laat dan die akoestiek keurig doorlopen. Het is een deel van het proces dat qua omvang en benodigde tijd vaak wordt onderschat. De beloning van al dat restauratiewerk is dat de luisteraar niet wordt afgeleid en volledig ‘in de muziek kan zitten'. Daar gaat het tenslotte om.“

Compressie
“Tegenwoordig hebben we het over een niveau van zo'n -100dB. De beste A/D-converters halen zelfs zo'n -115dB. Dat is dan de grens die maximaal haalbaar is. In het analoge domein hebben we het over een ruisafstand van 65dB, met Dolby hoogstens 72dB. De dynamiek is aanzienlijk minder. De analoge band heeft van nature een begrenzing in de vorm van compressie, met name in de hoge frequenties. De magnetische flux van zo'n band wordt gemeten in nanometers. Bij de banden die hier momenteel voorbijkomen, meestal van BASF en AGFA, ligt dat bij ongeveer 320nm. Dat is het referentie 0-niveau, waar je in de opname dan hoogstens nog zo'n 10dB boven kon gaan. Rood op de meters zelfs +20dB, maar als je dan afspeelde kwam je – door de onvermijdelijke compressie - uit op +8dB. In de huiskamer was dat trouwens niet eens zo onprettig: de dynamiek was immers niet zo extreem groot, de volumeregelaar kon, eenmaal in een bepaalde stand gezet, verder wel met rust worden gelaten.“

Oud of versleten? Vervangen!

Afspeelvolume
“Dynamiek is een van de lastigste aspecten van het opnemen van klassieke muziek. Laat je het origineel overeind, wat veel mensen willen? Als dat consequent wordt toegepast komt bij de ene cd het gemiddelde afluisterniveau misschien wel 10dB lager te liggen dan bij een andere cd. De argeloze consument die opname A met B gaat vergelijken zal dan misschien de luidere opname wel mooier vinden! Het afluisterniveau heeft zowel met perspectief als met de algemene klankindruk te maken. Maar afgezien daarvan: afhankelijk van de cd moet het afspeelvolume steeds opnieuw worden aangepast, wat me geen pretje lijkt. Er moet dus aan de weergavekant door ons worden gecompenseerd. Dat is veel lastiger dan menigeen misschien denkt. Ik heb voor alle door ons gemaakte nieuwe producties het correcte afluisterniveau gevonden. De grote studio, waar we nu zitten, biedt voor alle door ons gemaakte nieuwe producties het voor mij perfecte referentieniveau. Voor oude producties, zoals deze banden die klaar liggen voor remastering, ga ik er een 6dB onder zitten omdat het niveau na het digitaliseringsproces veel hoger komt te liggen. Ik weet niet alleen, maar ik voel ook dat het niveau van de oude opnamen anders is. Ik luister zachter af, terwijl ik, vergeleken met nieuwe opnamen, dan toch dezelfde geluidsdruk heb.“
Het ruisniveau van de analoge band laat ik daarbij onaangetast. Het is ook in de zachte passages geen storende factor. Bovendien went het heel snel omdat ruis in dit geval een constante factor is en bovendien is het – zeker bij Dolby-banden – op een laag niveau. Het devies luidt dus: blijf er vanaf als het appreciëren van de muziek er niet door wordt belemmerd. Je kunt deze vorm van ruis vergelijken met de zaalakoestiek: het valt niet op totdat het plotsklaps wegvalt of erin komt. Ons gehoor is wel uitermate gevoelig voor veranderingen, maar niet voor constanten. Een incidenteel tikje, een spettertje, valt meteen op.“

 
 
Een felbegeerde set...

Wagner in Berlijn: sprong in het diepe
“Het was een enorm project waar ik middenin zat. Ik ben er pas later, toen de ‘klus' was geklaard, over na gaan denken: dat ik de enige in de wereld ben die de tien grote Wagner-opera's (concertant) live heeft opgenomen en op cd heeft gezet! Iedere opera binnen één week, met vier dagen repetities en slechts één uitvoering. In het begin werden we voor gek verklaard, want dit kon helemaal niet. De risico's waren natuurlijk legio, in feite sprong PentaTone evenals wij met dit project in het diepe, maar we hadden blijkbaar een engeltje op onze schouders, want het ging zelfs boven verwachting.
Een dag vóór de concertuitvoering van Parsifal werd de eerste trompettist ernstig ziek. Hij kon met geen mogelijkheid verder spelen. Laat nu net in Berlijn op dat moment de eerste trompettist van het Beiers omroeporkest rondlopen die net een maand daarvoor in Parsifal had gespeeld. Hij had tijd en speelde alle belangrijke trompetpartijen, als om door een ringetje te halen.
We werden niet geconfronteerd met afhakende zangers (niet voor niets heeft een operahuis een tweede cast achter de hand) of andere belangrijke orkestleden, er waren niet of nauwelijks technische problemen of allerlei randverschijnselen die ons werk hebben bemoeilijkt. Het liep in die zin op rolletjes.“

Van radio- naar cd-productie
“De solisten waren al gecontracteerd alvorens werd besloten om het project op cd vast te leggen. Het gehele project was bedoeld als eenmalige radioproductie. Dat plan werd pas later bijgesteld. Voor de dirigent, Marek Janowski, was het zeker aanpassen geblazen, want ook hij was oorspronkelijk uitgegaan van die ene radioproductie, wat iets anders is dan een cd-uitgave voor de spreekwoordelijke eeuwigheid. Dat gaf niet alleen aan de repetities een extra signatuur (iedere noot moest worden gerepeteerd en opgenomen, in verband met mogelijk latere correcties), maar er moest ook worden gedacht aan zaken als het uitklinken van de muziek (die in de stilte moest verdwijnen). In alleen een live-uitzending is dat niet zo belangrijk, want er komt geroezemoes van het publiek doorheen, maar voor een cd-opname gelden nu eenmaal andere spelregels.
We namen tijdens de repetities vrijwel alles twee keer op, heikele passages soms wel drie tot vier keer, in de wetenschap dat het zelden direct al optimaal is. Meer keus betekent later bij het monteren meer mogelijkheden, meer combinaties. Correcties – onvermijdelijk bij een live-opname als deze – werden achteraf gemaakt, uiteraard op basis van het daarvoor geschikte repetitiemateriaal.“

Marek Janowski repeteert Wagner

Precisie telt
“Wat ik van tevoren nooit doe is luisteren naar hoe de andere collega's het hebben gedaan. Ik wil er per se fris instappen, onbevooroordeeld, op basis van mijn eigen uitgangspunten. De partituur heb ik uiteraard wel tevoren grondig bestudeerd, alvast de noodzakelijke aantekeningen gemaakt. De takes gaan meestal kriskras door elkaar heen, want er moet wel efficiënt worden gewerkt. We laten geen solist opdraven voor alleen maar een halve minuut solo.
Ik noteer exact, maar dan ook exact, wie waar moet staan en vooral tijdens die repetities en de uitvoering zelf moet blijven staan. Ook op het podium wordt dat precies zo aangetekend. De microfoons krijgen ieder een uniek nummer op basis van al die verschillende posities. Niet alleen op het podium, maar ook elders in de zaal, op de balkons, vanuit de plafonds, enzovoort. Dat is bij een opera als Die Meistersinger geen geringe opgave. Daar komt nogal wat aan te pas! De Berlijnse Philharmonie is geen moeilijke zaal om op te nemen, maar is wel ‘droger' en mist daardoor de warmte van bijvoorbeeld het Concertgebouw. Berlijn kent een bijzonder transparant geluidsbeeld, maar om er thuis echt van te kunnen genieten moeten we wel zo het een en ander eraan doen! Akoestische aanpassingen zijn daarbij sowieso onvermijdelijk omdat er tijdens de repetities eigenlijk niemand in de zaal zit, terwijl tijdens de uitvoering zelf er bij wijze van spreken geen notenkraker nog bijkan. In het begin van dit project was dit alles tezamen genomen een heel zware, hoewel uiterst dankbare opgave, maar geleidelijk aan ontstond een bepaalde cadans, een zekere routine ook.“

Spoorrails...
“We hadden in de Philharmonie in Berlijn een standaardopstelling van vijf hoofdmicrofoons voor zowel stereo alsook surround. Voor de solisten hadden we 6 tot 10 kanalen gereserveerd. Soms werden tijden de pauze tussen de aktes microfoons omgestoken voor nieuwe solistenposities, om op die manier het aantal kanalen te reduceren. Voor het koor standaard 4 kanalen. Strijkers 5, hout 4, hoorn, harp, pauken ieder 1. Verder hadden we bij vrijwel alle opera's, buiten de zaal in foyer, nog z.g. 'Bühnemusiker' in vorm van complete ensembles, koren en/of solisten. Daarvoor hadden we dan ook nog eens 2 kanalen paraat. Al met al een hele logistieke operatie om dit allemaal bij te houden en op het juiste moment, zonder generale repetitie, allemaal goed te laten verlopen.
Ik kan me herinneren dat we voor Das Rheingold uit voorzorg nog 2 extra sporen hadden gereserveerd voor de 'smidse' waar het goud werd bewerkt. In de partituur staan 16 slagwerkers met ieder 2 hamers en 16 aambeelden voorgeschreven. Normaal wordt dit gereduceerd tot 2 of 4 spelers. Wij hadden inderdaad 16 spelers, ieder 2 hamers, en een hoeveelheid spoorrails waar de NS jaloers op zou zijn geweest. In de mix heb ik deze extra kanalen niet hoeven gebruiken.“

Snel handelen
“Er zijn altijd wel verrassingen; en niet per se aangename. Een zangeres die voor de ‘verkeerde' microfoon gaat staan. Ik zie dat vanuit de controlekamer want er is beeldverbinding. Dat betekent dan snel handelen. Staat ze zo'n dertig centimeter verder weg van de microfoon moet ik ook direct ingrijpen, want de niveau's voor de microfoons staan vooraf ingesteld (hoe luid ze in de mix moeten zijn) op basis van de parameters die tijdens de repetities zijn bepaald. Dat betekent in een dergelijk geval 2dB erbij.
We namen doorgaans 32-kanaals op, direct naar de harde schijf, met Pyramix als ‘virtuele' mengtafel, zowel een van de Philharmonie op 48kHz (voor de radio) als 96kHz voor de cd-opname. Voor Die Meistersinger werden het 48 kanalen. De cd's zijn zowel in surround als in gewoon stereo afspeelbaar.“

Janowski komt naar Baarn
“De laatste opname was die van Götterdämmerung, waar we hier in Baarn twee edits op hebben ‘losgelaten', waarna ik het geheel een keer heb gemixt en het resultaat daarvan naar Janowski stuurde. Hij kwam vervolgens naar deze studio hier in Baarn om er samen aan te werken. We hadden er een heel weekend voor uitgetrokken. Hij kwam vrijdagavond aan, we zijn zaterdagmorgen om negen uur begonnen en 's middags om halfdrie waren we klaar. Toen hadden we de hele Götterdämmerung, die vier uur duurt, doorgeluisterd en alle nog noodzakelijke correcties gemaakt. Met andere woorden: die waren er dus vrijwel niet. Janowski kon weer richting Schiphol!“

Afluisteren doen we zo...

Geniaal concept
Die Meistersinger was, alles overziende, de moeilijkste, met de verschillende ensembles op het podium en elders in de zaal. Om dat allemaal gelijk te mixen – het was bovendien een radio-uitzending – was buitengewoon lastig. Met mijn linkerhand bladeren door de partituur, met de rechter de mixer instellen. Lezen en mixen tegelijkertijd. Ik zeg niet dat het een wonder is dat het goed is gegaan…
Als je zo intensief met deze muziek bezig bent, de partituur zo vaak onder handen hebt gehad, besef je pas goed hoe geniaal Wagners concept van het ‘Gesamtkunstwerk' in elkaar steekt. Het is niet alleen de op zich al schitterende muziek met zijn talloze psychologische wendingen, maar ook het door hem geschreven libretto en de erbij bedachte enscenering. Wat me wel altijd heeft verwonderd zijn de soms voor de zangers bijna onmogelijke melodielijnen die hij op papier heeft gezet. Wagner is geen componist die in dit opzicht gemakkelijk schreef. Als je, zoals ik, al die opera's zo intensief hebt meebeleefd, wordt dat steeds duidelijker, komt dat meer op je af. Ik stond steeds weer versteld van wat de zangers er nog van wisten te maken. De orkestpartijen zijn ongelooflijk mooi en dan ontstaat bij mij soms de indruk dat de zangers voor de begeleiding moeten zorgen! Zo'n beetje de omgekeerde wereld in een opera. De zangers zingen en acteren het verhaal, om hen zou het toch in feite moeten gaan, met het orkest dat voor de omlijsting zorgt; maar zoals gezegd, het is vaak andersom. Voor de zangers is het bovendien een regelrechte uitputtingsslag. De Ring kan gewoon niet in vier opeenvolgende dagen worden gedaan, tenzij met een dubbele vocale bezetting wordt gewerkt.“

Geweldige inzet
“Het Rundfunk Sinfonieorchester Berlin is echt een geweldig orkest. Ze zijn niet alleen heel goed thuis in het klassieke en romantische repertoire, maar ook in de eigentijdse muziek en zelfs filmmuziek. Veelzijdigheid is een van de belangrijkste eigenschappen van welk orkest ook. Daar komt dan in dit geval nog een enorme motivatie bij. Ik herinner me die uitermate lastige strijkerspassages, bijna niet te doen, bladzijde na bladzijde, alleen al zestig voor de strijkerspartijen. Dan werd er de gehele morgen gerepeteerd, meestal nog verder in de middag. Daarna ging alleen de strijkersgroep nog door om al die extra lastige momenten nogmaals en nogmaals te beproeven. Dat was geen enkele verplichting, de orkestrepetitie was formeel afgelopen, maar de strijkersgroep ging door. Niet een dag, maar drie tot vier dagen. Wat een geweldige inzet toonden die musici. Ze wilden het echt tot de allerlaatste noot goed hebben! Het betaalt zich ook uit. Misschien zijn de blazers van de Berliner Philharmoniker nog iets beter, maar qua ensembleklank kan het omroeporkest de vergelijking echt met glans doorstaan, met dank aan Janowski die er wat deze Wagners betreft keihard aan heeft gewerkt. Het draait uiteindelijk om kwaliteit en engagement.“

De kopersectie van het Rundfunk Sinfonieorchester Berlin geeft Wagner het volle pond

Berlin revisited
“Onlangs hebben we nog een compilatie gemaakt, waarvoor we speciaal zijn teruggegaan naar Berlijn. Want het het slot van de ouvertures en voorspelen, maar ook het begin en einde van de tussenspelen moest opnieuw worden opgenomen. In de opera zelf loop het in elkaar over, maar apart uitgebracht natuurlijk niet. Dat was de enige optie, want tijdens de repetities en na de live-uitvoering van een complete opera was dat gewoon onbegonnen werk. We hebben toen besloten om dat later nog een keer te doen. Dat werd dus vijf jaar later. Alles ‘terugzetten' zoals hij toen was, alleen voor die paar maten… De klank van toen en die van vijf jaar later moesten precies op elkaar aansluiten, in elkaar passen. Ook dat bleek – ook in multitrack - weer een behoorlijke uitdaging, maar ook dit is heel goed gelukt. Denk alleen maar aan de microfoonniveau's die niet kloppen. Dat hoor je op slag. In die twee uur die de Philharmonie beschikbaar had was er geen tijd om het resultaat tot in detail te controleren. Ons kompas waren de gedetailleerd genoteerde microfoonposities en –niveau's, en het gebruik van multitrack dat ons veel aanvullende mogelijkheden bood. Ik denk niet dat er iemand is die nu het verschil nog kan waarnemen. Sommige passages namen we langer op, we maakten dan later een knip in de opname van vijf jaar geleden en plakten de nieuwe erin!“


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links