Solisten

 James King (1925 ~ 2005)

 

© Paul Korenhof, november 2005

 

Het was juli 1975 en de plaats was Bayreuth. Mijn eerste bezoek aan de Groene Heuvel combineerde de eerste Parsifal in de regie van Wolfgang Wagner met de laatste serie voorstellingen van diens Ring. Het zou een bijzondere Ring worden met het officiële afscheid van Gustav Neidlinger, twintig jaar lang de belangrijkste Bayreuther Alberich, en het officieuze afscheid van James King, al konden we dat toen niet vermoeden. Later zou ik mij de haren uit het hoofd trekken dat ik die zomer de Walküre niet intenser had meebeleefd, maar op dat moment accepteerde ik die glorieus gezongen eerste akte, met de stralende Siegmund van James King en de intens warme Sieglinde van Marita Napier als min of meer 'normaal'. Ik was immers in Bayreuth?

In 1990 hoorde ik King voor het laatst, dit keer in het Concertgebouw tijdens een concertante uitvoering van Die Frau ohne Schatten onder Edo de Waart, maar dat hij toen de 65 al gepasseerd was, viel uit zijn zang niet af te leiden. Nog altijd bezat die stem dezelfde stralende klank met een schijnbaar onbekommerde hoogte en een duidelijk baritonale ondertoon. Zijn timbre was altijd uit duizenden te herkennen, maar het grootste wonder was dat zijn stem tijdens een carrière van vier decennia niet verouderd leek, en dat hij tot op hoge leeftijd die stralende hoogte had behouden, waarmee hij beter dan enige andere tenor van zijn generatie de grote tenorpartijen van Richard Strauss de baas kon. Als Bacchus in Ariadne auf Naxos en als de Keizer in Die Frau ohne Schatten had hij de maat gesteld voor alle andere tenoren van zijn generatie en nog steeds heb ik niemand gehoord die hem in deze twee beruchte partijen zelfs maar evenaarde.

Essentieel voor de frisse klank die de stem van King altijd behouden heeft (hij zong zelfs nog op 75-jarige leeftijd zijn laatste Siegmund) is ongetwijfeld het feit dat zijn carrière pas laat op gang kwam. Hij werd geboren op 22 mei 1925 in Kansas als zoon van arme ouders, zong al vroeg in koren en kreeg de kans om reeds op 9-jarige leeftijd viool te studeren. Pas na het vervullen van zijn dienstplicht legde hij zich serieus toe op de zangkunst, ontplooide daarbij een fraaie bariton, maar zocht zijn toekomst toch vooral in een docentschap aan de universiteit van Kansas City. Pas na negen jaar - hij was toen 31 - realiseerde hij zich dat het tenorvak hem beter lag en hij liet zich omscholen door de bariton Martial Singher, die hem voorbereidde op de rol die zijn doorbraak zou vormen: Don José in een voorstelling van Carmen met Marilyn Horne in de titelrol (San Francisco, 1961). Kort daarop zong hij in Cincinnati zijn eerste Bacchus en daarna vertrok hij naar Europa, waar hij door de Deutsche Oper Berlin werd geëngageerd als eerste tenor voor het Duitse en Italiaanse repertoire. Vanaf dat moment vertoonde zijn carrière een snel stijgende lijn en in 1963 debuteerde hij als Bacchus aan de Weense Staatsopera, waar hij 366 voorstellingen van 23 verschillende opera's zou zingen. Daarop volgden engagementen in München (1964), Bayreuth (1965) en aan de Metropolitan Opera in New York (1966)  met rollen Bacchus, de Keizer, Siegmund, Lohengrin, Parsifal en Florestan als de hoekstenen van zijn repertoire. Daarnaast zong hij diverse Italiaanse partijen, waaronder Canio, Calaf, Manrico, Radames en Otello, maar ook Palestrina, Vere (Billy Budd) Paul (Die tote Stadt) en de Tamboer-majoor (Wozzeck). Zijn  laatste optreden in Europa vond plaats in Wiesbaden als Otello (1995).  James King overleed op 20 november 2005 in Bloomington (Indiana).

Naschrift:

In Opera Actueel van 21 december a.s. is een fragment te horen van de 75-jarige (!) James King als Siegmund in een opname van de eerste akte van Die Walküre, gemaakt op 15 november 2000 met Caroline Dowd-Higgins als Sieglinde en het Orchestra of the University of Indiana o.l.v. Thomas Baldner.


Selectieve Discografie

Tot de belangrijkste officiële opnamen waaraan James King meewerkte, behoren:

Hindemith: Mathis der Maler - met Dietrich Fischer-Dieskau, Gerd Feldhoff, Manfred Schmidt, Peter Meven, William Cochran, koor en orkest van de Bayerische Rundfunk o.l.v. Rafael Kubelík. EMI 555.237-2 (3 cd's) 1977

Mahler: Das Lied von der Erde -met Janet Baker en het Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink. Philips 432.279-2 - 1975

R. Strauss: Ariadne auf Naxos (Bacchus) - met Gundula Janowitz, Teresa Zylis-Gara, Sylvia Geszty, Theo Adam, Hermann Prey e.a., Staatskapelle Dresden o.l.v. Wolfgang Sawallisch. EMI 641.159-2 (2 cd's) 1968

R. Strauss: Daphne (Apollo) - met Hilde Güden, Fritz Wunderlich Paul Schoeffler e.a., Weens Staatoperakoor, Wiener Symphoniker o.l.v. Karl Böhm. DG 445.322-2 (2 cd's) - 1971

R. Strauss: Die Frau ohne Schatten (Keizer) - met Leonie Rysanek, Birgit Nilsson, Ruth Hesse Walter Berry e.a., Weense Staatsopera o.l.v. Karl Böhm. DG 445.425-2 (3 cd's) - 1977

R. Strauss: Salome (Narraboth) - met Montserrat Caballé, Sherill Milnes e.a. London Symphony Orchestra o.l.v. Erich Leinsdorf. RCA GD 86644 (2 cd's) 1968

Wagner: Lohengrin - met Gundula Janowitz, Gwyneth Jones, Thomas Stewart, Karl Ridderbusch e.a., koor en orkest van de Bayerische Rundfunk o.l.v. Rafael  Kubelík. DG 449.591-2 (3 cd's) - 1971

Wagner: Parsifal - met Gwyneth Jones, Thomas Stewart, Franz Crass e.a., ensemble van de Bayreuther Festspiele 1970 o.l.v. Pierre Boulez. DG 435.718-2 (3 cd's) - 1970

Wagner: Parsifal - Yvonne Minton, Bernd Weikl, Franz Mazura, Kurt Moll e.a., koor en orkest van de Bayerische Rundfunk o.l.v. Rafael Kubelík. Ats Archives 43027-2 (4) - 1980 (opn. DG)

Wagner: Die Walkürem (Siegmund) - met Régine Crespin, Birgit Nilsson, Christa Ludwig, Hans Hotter, Gottlob Frick e.a., Wiener Philharmoniker o.l.v. Georg Solti. Decca 455.559-2 (4 cd's) - 1965

Wagner: Die Walküre (Siegmund) - met Leonie Rysanek, Birgit Nilsson, Annelies Burmester, Theo Adam, Gerd Nienstedt e.a., ensemble van de Bayreuther Festspiele 1967 o.l.v. Karl Böhm. Philips 412.478-2 (4 cd's) - 1967


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links