Solisten

In memoriam Jean Guillou (1930 ~ 2019)

 

© Gerco Schaap, februari 2019

 

Op 26 januari 2019 is de Franse organist, pianist, componist en pedagoog Jean Guillou in zijn woonplaats Parijs overleden. Hij is 88 jaar geworden en was een bekende, niet onomstreden verschijning in de Nederlandse orgelwereld. Hij was nog steeds actief; dit voorjaar stonden er nog concerten gepland in Italië, Marseille en Rome, en op 5 juni a.s. zou de maestro in de Grote of Sint-Laurenskerk te Rotterdam nog meewerken aan een dubbelconcert met zijn oud-leerling Zuzana Ferjencíková.

 

Jean Victor Arthur Guillou wordt geboren op 18 april 1930 in de West-Franse stad Anger. Nadat hij zich als jongen het orgelspelen eigen heeft gemaakt, wordt hij op twaalfjarige leeftijd organist van de Eglise St.-Serge in zijn geboorteplaats. De muziek van Johann Sebastian Bach krijgt een niet meer weg te denken plaats in zijn leven na een uitvoering van de Johannes Passion . “Ik was twaalf of dertien jaar en ging met mijn ouders naar het concert. Ik herinner me nog dat ik na afloop zo moest huilen dat ik, toen we naar buiten gingen, niets kon zien.” (1) Op zijn zeventiende maakt hij al een orgeltranscriptie van Bachs Musikalisches Opfer. “Dat was heel ingewikkeld. Ik dacht: als ik dit kan, kan ik alles.” Sindsdien is Bach niet meer van zijn lessenaar af geweest.

Ondertussen studeert hij aan het Parijse Conservatorium bij Marcel Dupré, Maurice Duruflé en Olivier Messiaen. Al snel richt hij zijn blik over de landsgrenzen heen en onderhoudt hij contacten met Duitse orgelbouwers en musici. Nadat in 1954 zijn eerste compositie bij Leduc is verschenen, Fantaisie pour Orgue Op. 1, wordt hij een jaar later docent orgel en compositie aan l'Institutio de alta cultura in Lissabon. In Sint-Petersburg ontstaat in 1958 zijn eerste Pianosonate Op. 5. Een lang verblijf in een sanatorium brengt Guillou in West-Berlijn. Hij woont er vijf jaar, maakt er naam als componist en interpreet en raakt blijvend beïnvloed door de Duitse orgelbouw. In deze periode ontstaan de Sinfonietta Op. 4, zijn Concert voor orgel en kamerorkest Op. 7 en zijn bekende Toccata Op. 9.

 

In 1963 begint Guillou's tweede levensfase, zoals hij die in een interview met ondergetekende in 2000 beschreef; hij keert terug naar Frankrijk en wordt benoemd tot Organiste titulaire van de Eglise Saint-Eustache in Parijs. Hij volgt André Marchal op, die dat jaar ontslag heeft genomen vanwege een diepgaand meningsverschil over de herbouw van het orgel. In die tijd is het orgel nog niet speelklaar. Nadat orgelbouwer Jean Hermann niet veel verder is gekomen dan het installeren van een vijfklaviers speeltafel wordt het orgel pas eind 1972 voltooid door de firma Danion-Gonzalèz. Niettemin werkt Guillou in 1969 mee aan een wereldberoemd geworden plaatopname van Philips, Visions Cosmiques. Naar aanleiding van de Apollo 8 ruimtemissie improviseert hij op het dan nog in aanbouw zijnde Eustache-orgel over ‘ruimtelijke' thema's. De plaat wordt opgedragen aan de bemanning van de Apollo 8.

Concerten in Nederland
Op 16 maart 1970 treedt Guillou op in de serie Meesters van het Orgel van het Amsterdamse Concertgebouw. De Nederlandse orgelwereld staat “op z'n achterste benen”, meldt het Reformatorisch Dagblad. (2) Twee jaar later speelt hij weer in die serie; organist Harke Iedema, oud-leerling van de Leeuwarder organist Piet Post, herinnert zich het concert dat hij met zijn docent en studiegenoten bezocht nog levendig:

“Zo gingen we op 2 maart 1972 [...] naar het Concertgebouw in Amsterdam waar de bekende Franse organist Jean Guillou een concert zou geven. Op het programma stonden werken van Bach en Liszt. In aansluiting op bijna al zijn concerten improviseerde Jean Guillou op een aangedragen thema van een organist of bezoeker. Dit wetende hadden we enkele thema's op papier gezet en had onze leermeester een vrij pittig thema ‘gecomponeerd'. Hoe Post het heeft klaargespeeld weet ik niet maar in een mum van tijd stonden we met z'n allen in de kleedkamer van Jean Guillou. Oog in oog met deze wereldberoemde organist: dit kon toch niet waar zijn? Als klap op de vuurpijl kregen we ook nog een handtekening op het eerder uitgereikte programma. Dit hield je toch niet voor mogelijk? Reikhalzend keken we uit naar de improvisatie. Wat kunnen Bach en Liszt, hoe mooi het ook is, dan lang duren! Maar … wat we toen ook te horen kregen was in één woord samengevat: fenomenaal! Met Posts ‘hoofdthema' en onze kriebels als ‘tweede thema's' werd een schitterende improvisatie neergezet waar wij allen diep van onder de indruk waren. Na afloop hebben we er, in een nabijgelegen café, nog lang over nagepraat!” (3)

Aan het Doelen-orgel, oktober 1977
(foto Stichting tot Bevordering der Orgelkunst)

Vanaf die tijd is Guillou regelmatig te horen op bekende Nederlandse orgels: Bolsward, Breda, Haarlem (Oude Bavo), Rotterdam (Laurenskerk en De Doelen), Utrecht (Domkerk) ... In De Orgelvriend van juni 1977 wordt een concerttournee aangekondigd met een niet mis te verstane aanbeveling door organist Jan van Westering: “Met de meeste klem wordt alle orgelvrienden op het hart gedrukt minstens één van deze concerten bij te wonen. De gemeenplaats ‘dit mag u niet missen' is hier volledig van kracht. [...] Wie dit één keer heeft meegemaakt vergeet het nooit weer. [...] Niemand ontkomt aan de wonderbaarlijke uitstraling die van deze man uitgaat. [...] Organisten die het hart op de rechte plaats dragen zullen onzegbaar verrijkt huiswaarts gaan, geïnspireerd en als een muzikale accu opgeladen.”

In de praktijk blijken de meningen van orgelpubliek en recensenten nogal verdeeld over Guillou's orgelspel. Zijn techniek en virtuositeit worden geroemd maar bij zijn hoogst individuele interpretaties van bijvoorbeeld Bach en Franck worden nogal eens vraagtekens gezet.

“‘Circus Guillou' noemen sommige organisten en orgelliefhebbers deze kunstenaar en dit staat dan voor een musiceerpraktijk waarbij exotische registratiekeuzes, felle virtuositeit en een zeer pianistische benadering van het orgel, in het oog lopende kenmerken zijn” schrijft Rob van der Hilst in Trouw naar aanleiding van het bijwonen van een meestercursus in de Rotterdamse Laurenskerk in 1983 (4). Op de vraag wat de componist zelf van Guillou's interpretatie van Franck zou hebben gedacht, antwoordt Guillou in 2000: “De compositie an sich is abstract. De interpreet is een mens, een musicus, die als medium tussen muziek en luisteraar fungeert. Ook deze interpreet heeft iets te zeggen. Hij moet niet pretenderen alsof César Franck daar in levenden lijve zit: dat is niet interessant! De vertolker moet de muziek analyseren en proberen zich zó goed uit te drukken dat de luisteraar zegt: ‘Ah, wat mooi, dat is interessant!' [...] César Franck blijft altijd aanwezig. Ik verander niets aan de noten!” (5)

Andere uitspraken uit hetzelfde interview onderstrepen zijn overtuiging: “Het tempo biedt zo veel mogelijkheden ... het tempo is voor iedereen net zo verschillend als de eigen hartslag.” En: “In de kunst kun je nooit zeggen: je moet zó schilderen of zó spelen, dan zou je niet meer hoeven denken, en in de kunst móet je denken en dat ook laten zien!”

Na ‘Lissabon' is Guillou nooit meer aan een conservatorium verbonden geweest; wel wordt hij in 1970 door de Zwitser dr. Alfred Gerber gevraagd meestercursussen interpretatie en improvisatie te geven op het orgel van de Tonhalle in Zürich. “Twee weken lang hebben we deze zaal dan voor ons alleen, en daardoor heb ik veel jonge organisten leren kennen van over de gehele wereld.” In de jaren '80 ontwerpt hij zelfs een nieuw orgel voor de concertzaal dat wordt gebouwd door de firma's Kleuker en Steinmeyer en op 11 januari 1988 in gebruik wordt genomen. (6)

Met de auteur in gesprek op de Pandhof van de Utrechtse Domkerk, jan. 2000

Orgelbouw
Zich bezighouden met het wezen van het orgel hoort bij de derde levensfase zoals Guillou die mij beschreef. Zijn ideeën over orgelbouw en -klank verwerkt hij in een aantal moderne orgels op verschillende plekken in Europa die ook opvallen door hun vormgeving. Het orgel voor de Notre-Dame des Neiges in Alpe-d'Huez (Kleuker 1978) krijgt het uiterlijk van een opgeheven hand; de kas van het orgel in de Eglise Notre-Dame des Grâces (Kleuker 1981) te Sint-Pieters-Woluwe (Brussel) heeft de vorm heeft van een vogel met gespreide vleugels. Voor het Conservatorio San Pietro a Majella in Napels maakt hij in 2006 een nieuw ontwerp voor het in 1983 door Tamburini gebouwde vierklaviers lesorgel.

In zijn boek L'Orgue - Souvenir et Avenir (1978) beschrijft hij behalve de ontwikkelingsgeschiedenis van het orgel ook zijn visie op het orgel van de toekomst. Het boek beleefde vier drukken en is ook uitgegeven in het Duits en Engels.

Vele jaren (van 1977 tot 1989) heeft Guillou het zonder ‘zijn' orgel in de St.-Eustache moeten stellen. Maar in september 1989 kwam de herbouw van dit orgel door Gebr. Van den Heuvel uit Dordrecht gereed en kon hij zijn concertpraktijk in het hart van Parijs hervatten. Het orgel kreeg zowel een klaviatuur ‘boven' als een speeltafel op de kerkvloer die van alle elektronische gemakken was voorzien. Voor cd-opnamen speelde hij overdag, wanneer het rumoerig was rond de kerk, zijn repertoire in op de speelcomputer. Vervolgens werd de computer 's nachts afgespeeld en werd de cd opgenomen zonder dat hij erbij was. Op deze manier zijn de cd's van het label Dorian opgenomen.

Zijn grote droom was het Orgue à Structure Variable, een groot transportabel orgel opgesplitst in een aantal kleine orgels die je overal kunt neerzetten: op een festival, in de openlucht of in een concertzaal. In het voorjaar van 2008 realiseerde hij die droom op kleine schaal, toen hij zijn nieuwe compositie La Révolte des Orgues voor groot orgel, acht portatieven en slagwerk liet uitvoeren in de St.-Eustache. “Het bijzondere van Guillou is dat hij dóórgaat waar anderen stoppen”, zegt oud-leerling Zuzana Ferjencíková over dit project. (7) We kennen allemaal grenzen in ons bestaan. Het punt waarop we zeggen: dit kan ik niet. Guillou zegt: waarom niet? Hij moedigt ons aan verder te gaan tot we echt op de grens van een instrument of een klank stuiten. Nog nooit heeft iemand een stuk voor negen orgels geprobeerd. Ik heb daar veel respect voor.”

Hoewel Guillou vernieuwing voorstond, waren daar voor hem wel grenzen aan. Tegenstanders van elektronische orgels vonden in hem een bondgenoot. “Ik geloof niet in muziek die uit luidsprekers komt. Luidsprekers maken geluid, maar er komt geen lucht aan te pas. Het zijn geen instrumenten. Er zit geen leven in. Hoewel je er interessante dingen mee kunt doen, is er geen sprake van kunst.” (8)

Aan de 'beneden'-speeltafel in de Église St.-Eustache, Parijs

Op 22 september 2014 werd Jean Guillou benoemd tot “emeritus-titularis” van de Saint-Eustache. Als vrijwilliger – Guillou werd niet betaald voor het titulairschap – had hij verwacht betrokken te worden bij zijn opvolging. Zeer tegen zijn zin werd daarvoor echter een concours uitgeschreven. In maart 2015 kwamen twee winnaars uit de competitie die als co-titulaires werden benoemd met elk een eigen taakgebied: Baptiste-Florian Marle-Ouvrard en Thomas Ospital. Het concert dat Guillou op de avond van zijn 85 e verjaardag in ‘zijn' kerk gaf en door 2.000 mensen werd bezocht, werd derhalve zijn laatste concert in de St.-Eustache. “De beroemde organist, die zich weinig gerespecteerd acht, besloot de deur van de Parijse kerk voorgoed dicht te slaan”, aldus een bericht in de Franse krant Le Figaro. (9)

De orgelwereld heeft een eigenzinnig musicus verloren die zijn hele artistieke leven aan het orgel heeft gewijd en in meerdere opzichten een rijke erfenis heeft achtergelaten. Een tastbare nalatenschap in de vorm van een enorm œuvre voor orgel en andere instrumenten, en een aantal volgens zijn ideeën gebouwde orgels. Maar er is ook een erfenis aan opvattingen over kunstenaarschap en creativiteit. Als schepper en ontwerper keek Guillou altijd naar de toekomst; het verleden interesseerde hem alleen wanneer hij er een nieuwe vorm aan kon geven. Hij hield van historische orgels maar historiserende orgelbouw was hem een gruwel. Hij zag het orgel niet in de eerste plaats als sacraal instrument en maakte er dan ook transcripties voor van bijvoorbeeld de Schilderijententoonstelling van Moesorgski.

Zijn vrijheid van denken heeft hij door de jaren heen aan een groot aantal studenten doorgegeven. Met zijn vertolkingen, ideeën en composities heeft hij de orgelwereld onmiskenbaar kleur gegeven.

https://www.youtube.com/watch?v=YYECnOjkgDI

Een werkenlijst van Jean Guillou is hier te vinden.

_____________________
(1) Sandra Kooke, ‘Werken van Bach hebben nooit zwakke plekken', Trouw 2 mei 2000.

(2)Jan van 't Hul, ‘Het mirakel Guillou 80 jaar', Reformatorisch Dagblad 17 april 2010.

(3) Harke Iedema, ‘Dierbare herinneringen aan Leeuwarder organist', www.harkeiedema.nl .

(4)Rob van der Hilst, ‘Virtuositeit per strekkende meter door Jean Guillou', Trouw 22 augustus 1983.

(5) Gerco Schaap, ‘Jean Guillou: “Vuur is de dynamiek van het leven”, De Orgelvriend april 2000.

(6) In 2017 is dit orgel gedemonteerd en verkocht aan de Kathedraal van Capodistria in Slovenië. Op de petitie voor het behoud van het Tonhalle-orgel die door zeker 2.000 mensen werd ondertekend, komt de naam Jean Guillou overigens niet voor.

(7) Jacqueline Oskamp, ‘Nieuwe vormen voor oude ideeën. Jean Guillou en zijn Révolte des Orgues ', Timbres  3, voorjaar 2008.

(8) Gert de Looze, ‘Dromen, dramatiek en poëzie', Reformatorisch Dagblad 31 januari 2000.

(9) ‘Adieux d'un organiste en froid avec son curé', Le Figaro, 14 april 2015.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links