Solisten

In memoriam Teresa Berganza (1933~2022)

 

© Paul Korenhof, mei 2022

 

Jeugdindrukken kunnen heel sterk zijn en voor mij geldt dat in het bijzonder voor een van de weinige in alle opzichten ideale voorstellingen die ik heb meegemaakt (en ook toen was ik al heel kritisch!). Dat gebeurde op 19 juni 1962 in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag: de première van Il barbiere di Siviglia in het kader van het Holland Festival met een ware topbezetting: Carlo Maria Giulini dirigeerde het Residentie Orkest en op het toneel stonden Renato Capecchi, Luigi Alva, Fernando Corena en Ugo Trama naast een vocaal betoverende en in spel sprankelende Teresa Berganza als Rosina.

Uit de Holland Festival Gids 1962

Zelf zat ik van mijn opgespaarde zakgeld op de eerste rij van het schellinkje (rij 1, stoel 50 - akoestisch de beste plaats van het theater) en ik wist niet wat mij overkwam. Dit was dus ook opera en zo klonken deze stemmen 'in het echt'! Tot mijn grote spijt had ik geen kaartje gekocht voor de tweede voorstelling, want mijn zakgeld was beperkt en er was nog veel meer wat ik wilde zien, maar dat maakte misschien dat ik die voorstelling extra sterk in mij heb opgezogen.

Teresa Berganza, op 16 maart 1933 geboren in Madrid en dus pas 29 jaar oud, was toen in het internationale circuit al lang geen onbekende meer. Nederland had haar een jaar eerder leren kennen als Cherubino in Le nozze di Figaro (helaas niet in alle voorstellingen). Toen gaf zij ook met haar echtgenoot , de pianist Felix Lavilla, in Amsterdam het eerste van een lange reeks recitals in ons land met een programma dat kenmerkend was: op drie aria's van Pergolesi, Cherubini en Vivaldi volgden liederen van Fauré en Debussy, terwijl het tweede deel van de avond gewijd was aan het repertoire waarvoor ze na Victoria de los Angeles de tweede grote ambassadrice zou worden: de Spaanse liedkunst.

Haar grote faam verwierf zij echter in het theater met de opera's van Mozart en Rossini. Haar soepele mezzosopraan stelde haar in staat om zo ongeveer alle rollen voor eerste en twee sopraan van Mozart te zingen (haar opnamen van de aria's van Fiordiligi en Susanna bevestigen dat ten overvloede). Daarnaast maakte haar romige, fluwelen timbre haar de ideale Dorabella, Cherubino en Sesto naast helderder getimbreerde zangeressen in de rollen voor 'eerste sopraan'.

Hoewel Berganza zelf - zij het met gering verschil - Mozart op de eerste plaats stelde, gold zij voor het internationale operapubliek vooral als de Rossini-vertolkster bij uitstek, en terecht. Met haar timbre plaatste zij Rosina, tot die tijd vaak door lichte sopranen gezongen, definitief naast Isabella (L'Italiana in Algeri) en Angelina (La Cenerentola) in het repertoire van de lyrische mezzosopranen. Haar perfecte techniek en haar geraffineerde kleuring verleenden daarbij - in combinatie met de subtiele frasering van de liedzangeres - Rossini's coloraturen een expressiviteit die ver uitsteeg boven gewone virtuositeit.

 
 

Als Rosina

Daarnaast had zij een zwak voor de 'Spaanse' Rosina, die lange tijd gold als haar muzikale visitekaartje. Later werd dat de eveneens 'Spaanse' Carmen, die zij voor het eerst en met enorm succes zong onder Claudio Abbado tijdens het Edinburgh Festival 1977. Toen ik haar tijdens een van onze laatste ontmoetingen vroeg waarom zij zo lang gewacht had met een rol die in alle opzichten ideaal voor haar leek, was haar antwoord veelzeggend: "Rosina voelde altijd aan als míjn rol en Carmen vraagt om zo'n andere manier van omgaan met je stem, dat ik daarna Rosina nooit meer had kunnen zingen zoals ik het daarvóór deed!"

Teresa Berganza overleed op 13 mei op 89-jarige leeftijd en haar stem hebben wij dus al lang niet meer kunnen horen. Gelukkig zijn er wel platen en cd's: complete opnamen van onder andere Carmen en diverse opera's van Mozart en Rossini, veel liedrecitals en natuurlijk talloze losse operafragmenten. Helaas ontbreekt daarbij haar Charlotte in Werther en precies op de avond waarop de BBC die opera zou uitzenden vanuit Covent Garden met Alfredo Kraus in de titelrol, moest zij op het laatste moment verstek laten gaan. Wij danken daaraan een schitterende opname van de eveneens onlangs overleden Josephine Veasey, maar het gemis blijft onherstelbaar.

Een wezenlijk onderdeel van Berganza's uitstraling was haar gevoel voor humor, waarmee zij al in 1962 de Koninklijke Schouwburg aan haar voeten kreeg. Op plaat en cd resulteerde dat in een heerlijke opname van La Périchole van Offenbach en in diverse opnamen van hoogtepunten uit zarzuela's. De charme waarmee zij deze 'lichte' muziek zingt, maakt die opnamen tot een onderdeel van haar fonografische nalatenschap die mij even dierbaar is als haar opnamen van opera's en liederen. *)

________________
*) De bewering in de Nederlandse versie van Wikipedia dat zij 'een beslissende rol' speelde in de herleving van deze Spaanse operettevorm, is pure onzin (zoals veel opmerkingen over zangers in de Nederlandse Wikipedia). Niet alleen is de zarzuela in Spanje altijd zo populair geweest, dat een 'herleving' onnodig en zelfs onmogelijk was, maar desgevraagd vertelde Berganza mij ooit dat zij na haar studietijd nooit een zarzuela op het toneel gezongen heeft. Wel werkte zij - zoals zo veel Spaanse solisten van naam - mee aan diverse platen met hoogtepunten, maar alleen omdat er een markt voor was en omdat het 'gewoon goede en heel leuke muziek is!'


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links