Opera & Operette

Blind slachtoffer van regieterreur

 

© Paul Korenhof, januari 2004

 

Tsjaikovski: Iolanta

De Nederlandse Opera - Iolanta. Elena Prokina, Catherine Keen, Ludovit Ludha, Aleksei Grigorev, Andrzej Dobber, Vassily Gerello, Sergej Aleksasjkin, Anatoli Kotsjerga.
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Yakov Kreizberg.
Regie: Ivo van Hove. Decors: Jan Versweyveld. Kostuums: Dirk van Seane.


Scène uit Iolanta van Tsjaikovski door de Nederlandse Opera met Elena Prokina in de titelrol en Ludovit Ludha als Vaudémont (Foto Marco Borggreve)

Het voordeel van een opera is dat je bij een voorstelling soms met je ogen dicht meer geniet dan met je ogen open. Dat was het geval bij de première Iolanta, op 15 januari in Het Muziektheater. Muzikaal behoren het grote liefdesduet (bijna een kwart van de partituur) en sommige aria's tot het beste wat Tsjaikovski voor het theater geschreven heeft, maar het libretto (naar het Deense toneelstuk De dochter van Koning René van Henrik Hertz) is dramatisch zwak, zowel door de fragmentarische opbouw en het gebrek aan karaktertekening als door de tekst zelf. Op een modern publiek dat geconfronteerd wordt met een weinig verhullende boventiteling werkt de naïeve symboliek - en vooral de overvloed daarvan - bijna lachwekkend en de vraag dringt zich op of ieder libretto echt wel bedoeld is om van de eerste tot de laatste letter begrepen te worden. Iolanta zou er in ieder geval wel bij varen, als het publiek alleen de grote lijnen kon volgen, zonder zich bewust te zijn van de puberale verzen die aan de muziek ten grondslag lagen.

Een tweede redden om de ogen te sluiten is soms de zelfingenomen en onnaspeurbare manier waarop moderne regisseur een opera ten tonele voeren. De Begische regisseur Ivo van Hove, leider van Toneelgroep Amsteram. directeur van het Holland Festival en ijverig freelance regisseur bij wie hem maar een leuk contract aanbiedt, behoort tot die groep. Wellicht zou hij zich beter op één taak kunnen concentreren, maar in plaats daarvan komt Van Hove keer op keer met een opmerkelijke visie op onverschillig welk meesterwerk, waarbij duidelijk één vaste lijn te ontdekken valt: een tekst (of partituur) ten tonele brengen op een manier die recht doet aan de dramaturgie van schrijver of componist, is uit den boze. In plaats daarvan zoekt hij naar 'nieuwe interpretaties', soms op basis van hooguit enkele zijdelingse opmerkingen in de tekst.

Bij Iolanta vond Van Hove zijn 'sleutel' kennelijk in de laatste scène, als het prinsesje haar gezichtsvermogen gevonden (of hervonden?) heeft en haar vader, koning René van de Provence, vraagt haar te beschermen 'in deze wereld van licht'. In combinatie met de kille autoriteit waarmee de vorst eerder had aangekondigd zijn dochter te willen beschermen tegen iedere kennis omtrent haar lichamelijke handicap - en over 'de wereld van het licht' - leidde dit tot een voorstelling die niet de minste suggestie bevatte van de warmte en kleurenrijkdom die toch inherent is aan een middeleeuws Provençaals sprookje. Een zwart en vrijwel leeg toneel, door gazen schermen verdeeld in rechthoekige cellen, met daarin weer een patroon van lichtende rechthoekige lijnen, was natuurlijk symbolisch voor de kille rechtlijnigheid van zowel het hof van koning René als van het leven zelf.

Ook de kostuums, in alle tinten van zwart en donker grijs, waren beroofd van ieder kleurig element. Slechts enkel witte en rode rozen, door meisje in een vaasje gezet (één per vaasje - geen overdrijving) omdat de tekst nu eenmaal hun aanwezigheid vereiste, zorgde voor een heel klein beetje fleurigheid. Het enige teken van leven en fantasie was te vinden in een grillig bloemen patroon op de gazen schermen, maar die werden natuurlijk opgehaald toen Iolanta's ogen geopend waren. Alleen een paar verlepte bloemen gaven aan dat er ooit een gedachte aan warmte geweest was, maar met het ophijsen van de gazen schermen was het laatste sprankje hoop verdwenen. Ontwerper van al dat fraais: Jan Versweyveld, verantwoordelijk voor een paar van de lelijkste en meest fanatsieloze toneelbeelden die ik ooit in enig operatheater gezien heb (La clemenza di Tito, Amsterdam en I due Foscar, Brussel).

Wat dat alles met Iolanta te maken had, bleef onduidelijk, maar muzikaal was de voorstelling een feest. In hoge mate geïnspireerd door zijn nieuwe chef Yakov Kreizberg verleende het Nederlands Philharmonisch Orkest Tchaikovski's muziek een warmte en een levendigheid, die volledig tegengesteld leken aan wat op het toneel te zien was. Wat daar vocaal gebeurde, was echter hartverwarmend. Voor dit zelden uitgevoerde werk had De Nederlandse Opera een ware gala-bezetting bijeengebracht, die werd aangevoerd door enkele solisten van het Marijinski Theater. Het toneel werd gedomineerd door de bas Sergej Aleksasjkin als een koning van grote fysieke en vocale autoriteit, terwijl de bariton Vassily Gerello een prachtig lyrisch hertog van Bourgondië neerzette. Op hetzelfde niveau bewoog zich de 'Moorse' geneesheer van Andrzej Dobber, een opmerkelijke Poolse zanger die zich hier vorig seizoen al profileerde als Verdi-bariton in Macbeth en La traviata. Bij de première had de sopraan Elena Prokina een paar onevenwichtige momenten (zenuwen?), maar desondanks toonde zij zich weer een Tsjaikovski-sopraan bij uitstek. De boe-roeper na afloop gaf met zijn onwelluidende bijdrage in ieder geval geen blijk van kennis van zaken. Een lichte tegenvaller was hooguit de Slovaakse tenor Ludovit Ludha. Zijn timbre klonk te dun en te geknepen voor een romantische 'ridder op het witte paard', wat Vaudémont in de verbeelding van Iolanta toch is.

Het blijft een twistpunt of Iolanta echt in het theater thuishoort, of misschien toch in de concertzaal, maar met zo'n dirigent en zo'n bezetting is het werk het aanhoren meer dan waard. Dat zal blijken bij de rechtstreekse uitzending door de NPS op zaterdag 7 februari.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links