Opera en operette

Die Walküre 'authentiek'

 

© Paul Korenhof, maart 2024

 

Wagner: Die Walküre

Derek Welton (Wotan), Ric Furman (Siegmund), Sarah Wegener (Sieglinde), Patrick Zielke (Hunding), Claude Eichenberger (Fricka), Christiane Libor (Brünnhilde), Natalie Karl (Helmwige), Chelsea Zurflüh (Gerhilde), Ida Aldrian (Siegrune), Marie-Luise Dreßen (Roßweiße), Eva Vogel (Grimgerde), Karola Sophia Schmid (Ortlinde), Ulrike Malotta (Waltraute), Jasmin Etminan (Schwertleite)
Concerto Köln
Dresdner Festspielorchester
Dirigent: Kent Nagano
NTR ZaterdagMatinee
Amsterdam, Concertgebouw, 16 maart 2024

Het ambitieuze Projekt Wagner-Lesarten dat de Kunststiftung NWR en dirigent Kent Nagano in 2017 opstartten in samenwerking met onder andere Concerto Köln, verliep door alle bijkomende problemen minder voorspoedig dan gehoopt was. Het hield in 2020 zelfs op te bestaan, maar gelukkig werd het project nieuw leven ingeblazen dankzij samenwerking met Dresdner Festspiele. Dat resulteerde in 2023 in een hernieuwde start onder titel The Wagner Cycles met als eerste hoorbare resultaat de concertante uitvoering van Die Walküre die afgelopen zaterdag ook in de ZaterdagMatinee te horen is geweest.

Als doelstelling formuleerde Nagano in een gesprek dat ik anderhalf jaar geleden met hem had (klik hier): "Het belangrijkste punt is om heel, heel dicht te komen bij wat Wagners bedoelingen en prioriteiten waren, het soort stemmen dat hij in zijn hoofd hoorde, wat hij verwachtte van de vocale technieken, en hoe deze techniek zou werken. […] Hoe dat alles van toepassing is op de weergave van de tekst, hoe de instrumenten destijds werkelijk klonken […] en daarmee: hoe klonk de wereld, hoe klonk Wagner en hoe behandelt hij de diapason met een groep landelijk verzamelde muzikanten."

"Een specifieke vraag was bijvoorbeeld: wat verwachtte Wagner van een portamento? Was dat van de lagere noot naar de hogere? Was het de manier waarop je de bovenste noot benaderde? Was het langzaam? Dat was uiteraard ook afhankelijk van de context. we probeerden bewaarde notaties te analyseren over de vingerzetting van de strijkers in de tijd van Wagner, over de positie van de hand, en we probeerden aan de hand van de vingerpositie te zien welke verschuiving zou worden gebruikt om naar de bovenste noot te gaan." Dat alles geeft ook aan "waarom het project zoveel tijd heeft gekost, maar aan de andere kant illustreert het ook waarom het zo fascinerend is om dicht te komen bij wat Wagner in zijn verbeelding had."

Foto © Simon Van Boxtel/NTR

Klankkleuren
Natuurlijk is het ondoenlijk om als bezoeker van één enkele concertante uitvoering alle details op te merken en in zich op te nemen, maar de totaalindruk van tijdens de recenste ZaterdagMatinee in het Concertgebouw te horen werd gebracht, was fascinerend. Al in de onstuimige openingsmaten openbaarden zich in deze muziek ongekende klankkleuren in het spel van de leden van Concerto Köln, voor dit project aangevuld met musici van het Dresdner Festspielorchester. Ongetwijfeld zal de speelstijl, de stemming en de grootte van het orkest daarbij hebben meegewerkt, maar nooit eerder werd ik mij zo bewust van het effect van het effect van darmsnaren. Dit klonk gewoon 'heel anders' en deed mij zelfs even de ook niet bepaald bombastisch klinkende uitvoeringen onder Joseph Keilberth en Rudolf Kempe vergeten.

Dat de talloze instrumentale soli in dit lange werk (hoewel Nagano met 60-80-65 de kortste Walküre dirigeerde die ik ooit gehoord heb) evenzovele auditieve juweeltjes werden, spreekt bijna voor zich. Een andere verrassing was de combinatie van de voortdurend van kleur wisselende strijkersklanken met een kopersectie die vooral in de tutti een zinderende diepte ontplooide, waarbij de muziek nooit dichtslibde tot een dikke muur van klanken. En dat alles was doordrongen van dramatische impulsen waarin Wagner's leidmotieven door Nagano helder werden uitgelicht zonder dat zij een eigen leven leken te leiden.

Een van de moeilijkste punten bij Wagner is altijd de organische integratie van details en accenten, maar bij deze uitvoering gebeurde het slechts één keer (bij de opkomst van Hunding in het eerste bedrijf) dat ik even door een instrumentaal detail van het geheel werd afgeleid. Alleen al daarom een uitvoering om vaker te beluisteren. Jammer dat de ronduit barbaarse audioconversie van Ziggo voor menigeen bij het meebeleven thuis wellicht voor minder genot zal hebben gezorgd. De kopie die ik inmiddels ontving van de AAC-conversie (320kbps) bij de directe uitzending via de NTR-site blijkt aanmerkelijk beter van klank; hopelijk zal die kwaliteit ook bij herbeluistering via de website beschikbaar zijn.

Foto © Simon Van Boxtel/NTR

Niet alles goud …
Natuurlijk is het moeilijk om voor zo'n bijzonder project dat ook veel voorbereiding vergt, een solistenteam bijeen te brengen dat in overeenstemming is met het niveau dat Nagano met het orkest weet te bereiken. Het begon op dit punt hoopvol met de tenor Ric Furman als een heldere, jeugdige Siegmund, nu eens gereserveerd, dan weer onstuimig, die van Nagano beide keren de ruimte kreeg voor een stralende, niet overdreven heroïsche Wälse-roep (op de foto hierboven is dat ook zichtbaar). Dat laatste was in zoverre opmerkelijk, omdat bij deze uitvoering over het algemeen de gezongen noten korter leken, minder 'uitgezongen' en dichter bij spreektaal dan normaal het geval is.

De sopraan Sarah Wegener bleek vanaf haar eerste noot een charmante, meisjesachtige Sieglinde, maar waar Furman in hun duet de grens van zijn mogelijkheden alleen maar naderde, bleek haar stem toch al snel een maatje te klein, zowel in het eerste bedrijf als later in het extatische 'O hehrstes Wunder!' In handen van de slank getimbreerde bas Patrick Zielke klonk Hunding minder dreigend dan meestal het geval is, maar paste daardoor wel perfect in de benadering van Nagano, terwijl bij alle drie de solisten de dictie zonder meer opmerkelijk was.

In het tweede bedrijf nam de vocale glans verder af. De basbariton Derek Welton zette weliswaar een sympathieke, vaderlijke Wotan neer, maar miste al in de scène met Fricka de autoriteit waar de rol om vraagt (zinnetjes als 'Heut' hast du's erlebt' en 'Nimm den Eid'!) en dat Brünnhilde zijn weinig gezaghebbende 'Siegmund falle' aan haar laars lapt, leek afgelopen zaterdag alleen maar logisch. Niet ideaal waren eveneens de vrijwel volledig onverstaanbare mezzosopraan Claude Eichenberger, een zwak gekarakteriseerde Fricka, en de sopraan Christiane Libor, een Brünnhilde met al weinig straling in de door Wagner intiem gehouden Todeserkündigung.

Foto © Simon Van Boxtel/NTR

Werkelijk onvergetelijk tijdens de matinee die Edo de Waart in 1991 dirigeerde, was zijn opkomst voor het derde bedrijf met acht zangeressen die er niet alleen uitzagen als wagneriaanse Walküren, maar die stuk voor stuk ook zo klonken. Met De Waart en het Radio Filharmonisch Orkest zetten zij toen een ouderwets grootse Walkürenritt neer waarover de liefhebbers nu nog spreken. Het vocale deel van zo'n effect kwam afgelopen zaterdag heel wat minder indrukwekkend over en dat was jammer, want ook hier wierpen Nagano en zijn instrumentalisten zonder een spoor van effectbejag een verrassend licht op overbekende muziek. En dat niet alleen. Opmerkelijk was eveneens dat hier een dirigent stond die beseft dat bij een concertante uitvoering de hoor- en verstaanbaarheid van de zangers extra aandacht verdient. Nagano's omgang met de dynamiek, zeker tijdens de vaak zo 'lawaaierige' Walkürenritt, was onnavolgbaar!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links