Opera en operette

Sprankelend Rossini-feest
besluit covid-beperkingen

 

© Paul Korenhof, februari 2022

 

Rossini: L'Italiana in Algeri
Vasilis Berzhanskaya (Isabella), Alasdair Kent (Lindoro), Ricardo Seguel (Mustafà), Pablo Ruiz (Taddeo), Lilian Farahani (Elvira), José Coca Loza (Haly), Esther Kuiper (Zulma)
La Cetra Vokalensemble Basel
Koordirigent: Federico Sepúlveda
Orkest van de Achttiende Eeuw
Dirigent: Giancarlo Andretta
Amsterdam, Concertgebouw, 19 februari 2022

In wellicht geen enkele andere opera wordt de man zo duidelijk afgeschilderd als dom, kortzichtig en seksistisch als in L'Italiana in Algeri (1813), Rossini's eerste grote muzikale komedie. Het lijkt koren op de molen van feministes en #Metoo-activistes, maar een probleem is wel dat de beide vrouwenrollen nog niet het 'moderne' karakter hebben van Rosina in de Barbiere (1816) en Angelina in La Cenerentola (1817). Isabella, de Italiaanse uit de titel, is namelijk wel heel erg van zichzelf overtuigd, op het arrogante af, terwijl Elvira het symbool wordt van de slaafse echtgenote die niets liever doet dan zich aan haar man onderwerpen. Het maakt Rossini's komedie snel tot een klucht rond Isabella en de opgeblazen Bey Mustafa.

De verhoudingen liggen echter opeens anders als die 'seconda donna', helaas zonder eigen aria, gezongen (en gespeeld!) wordt door een zangeres als Lilian Farahani, die haar afgelopen zaterdag in het Concertgebouw een allure gaf zoals ik die al heel lang niet meer heb meegemaakt. Haar Elvira bleek opmerkelijk sterk aanwezig in dit levendig geacteerde semi-concertante dramma giocoso en vocaal was zij niet weg te denken uit de ensembles, zeker niet uit die altijd weer hilarische finale van het eerste bedrijf.

Dat was overigens maar een detail van het Rossini-feest waarmee de ZaterdagMatinee het einde van de covidbeperkingen leek te vieren, maar het bewees eens te meer hoeveel onrecht we Rossini doen door hem af te schilderen als een conservatieveling die in de verkeerde eeuw terechtkwam. Zoals hij in zijn Barbiere laat doorschemeren dat na de macht van de adel vervangen is door die van de burgerij en het kapitaal, zo zijn de vrouwenfiguren in zijn komedies (waarbij we Il Turco in Italia niet mogen vergeten) voorbodes van een nieuw vrouwbeeld. Meestal denken we daarbij vooral aan schrijfsters als George Sand, Jane Austin, de zusters Brontë en te onzent A.L.G. Bosboom-Toussaint en C. de Jong (haar Hilda van Suylenburg wordt nog altijd ondergewaardeerd), maar de theatrale indicaties mogen zeker niet over het hoofd worden gezien.

Ondanks een ietwat kleine stem bleek de Russische mezzosopraan Vasilisa Berzhanskaya bovendien de perfecte Isabella, jeugdig, zelfverzekerd, vol humor en met ragfijne coloraturen, waarbij de details wezen op met smaak aangebrachte variaties. Tegenover haar stond de Chileense basbariton Ricardo Seguel als een heerlijk domme, opgeblazen Mustafà. De allures van een autoritaire heerser vertoonde hij niet en de coloraturen bij zijn entree misten het komische staccato-effect waarmee legendarische voorgangers zich graag presenteerden, maar de al voor ruim de helft gevulde zaal van het Concertgebouw kreeg hij moeiteloos op zijn hand.

Een andere verrassing was de Engelse tenor Alasdair Kent, een echte 'lirico-leggiero' en daarmee de perfecte stem voor Lindoro. Dat in zijn technisch ijzingwekkende openingsaria niet ieder nootje perfect was, zij hem vergeven. Rossini eist in deze cavatine wel heel erg veel van een tenor die koud het toneel betreedt, en afgezien daarvan kan perfectie ook vervelend zijn.

Dat laatste geldt evenzeer voor de natuurhoorns in het Orkest van de Achttiende Eeuw, maar binnen het totaaltimbre van het orkest gaven juist die hoorns Lindoro's cavatine de bijzondere sfeer mee die vooruitloopt op de geniale instrumentatie van La donna del lago. (Juist die partituur zou ik ook dolgraag eens van dit ensemble horen - en dan ook met Kent als Giacomo, Farahani als Elena en Berzhanskaya als Malcolm!)

En als ik toch aan het dromen ben: Giancarlo Andretta mag ook nog heel vaak terugkeren, en niet alleen voor Rossini. De frisheid en levendigheid waarmee hij koor en orkest samenbracht in een Rossini-festijn dat sprankelde en bruiste als de beste champagne, vormde een genoegen zoals ik dat lang niet beleefd heb. En wat helemaal zeldzaam is in de hedendaagse operawereld, was het voortdurend mee-ademen van een dirigent met de zangers, waardoor bijvoorbeeld de door hem begeleide recitatieven, subliem van timing, een volmaakte eenheid vormden met de aria's en ensembles.

Dat ik de verrukkelijke Taddeo van de bariton Pablo Ruiz, de opvallend sterke Haly van de bas José Coca Loza en de uitmuntend in dit ensemble passende Zulma van de mezzosopraan Esther Kuiper nog niet genoemd heb, doet niets af aan hun prestaties. Het was al met al gewoon een ouderwetse ZaterdagMatinee zonder één zwakke plek!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links