Opera en operette

Amusant slot en nieuw begin

 

© Paul Korenhof, oktober 2021

 

Mozart/Schikaneder/Duyns: Die Zauberflöte in tijden van Corona
Roberta Alexander, Ilse Eerens, Anne Sophie Petit, Katharine Dain, Jeroen de Vaal, Jan-Willem Schaafsma, Henk Neven, Berend Eijkhout
Orkest van de Achttiende Eeuw
Dirigent: Kenneth Montgomery
Regie: Alexander Oliver
Amare, Den Haag, 20 oktober 2021

Tot de hoogtepunten in het Nederlandse muziekleven van de afgelopen jaren behoort de Mozart-cyclus die het Orkest van de 18de Eeuw opzette onder leiding van Kenneth Montgomery. Het project was ambitieus: alle 'grote' opera's van Mozart semi-concertant (of 'semi-staged') uitvoeren, en liefst ook met zoveel mogelijk Nederlandse solisten. Het leverde enkele bijzondere avonden op met voor mij als hoogtepunt een avond in een Zaanse kerk met een onvergetelijke La clemenza di Tito.

Zoals zoveel prachtige plannen werd ook de feestelijke afsluiting van deze cyclus met Die Zauberflöte het slachtoffer van de corona-maatregelen. Het resulteerde in een uitgeklede versie zonder koor met slechts een handvol solisten die in het deel vóór de pauze komen 'auditeren' voor een rol in die opera en daarbij en passant ook nog een andere aria van Mozart zingen. Na de pauze volgden dan nog een sprankelende Duitse dans nr 6 als extra 'solo' voor het orkest, een mooi intiem en fragiel 'L'amerò saro costante' van de sopraan Katharine Dain en een wat warrige versie van Der Schauspieldirektor.

Dirigent Kenneth Montgomery met het Orkest van de Achttiende Eeuw (foto Hans Hijmering)

Natuurlijk heeft - om met Johan Cruijff te spreken - ieder nadeel zijn voordeel. In dit geval (met nieuwe teksten van Don Duyns) betekende het dat niemand zich druk hoefde te maken over de vrouwonvriendelijke of racistische elementen in het libretto van Schikaneder. Ik heb mij daar overigens nooit druk over gemaakt. Het is een tijdsbeeld en als wij onze ogen sluiten voor ieder element dat ons nu onaangenaam is, maakt dit dat wij die vervlogen tijden en historische ontwikkelingen steeds minder zullen begrijpen.

Ergerlijk vind ik wel dat we zo lang ongeveer in blinde aanbidding hebben gelegen voor de wijze Sarastro zonder in te zien dat deze 'hogepriester van de wijsheidstempel' in werkelijkheid een op macht beluste huichelaar is die zich met de macht ook een jong meisje toeëigende. En dat niet alleen. Met groot inzicht vertrouwde hij Pamina vervolgens toe aan een daartoe volstrekt ongeschikte onderdaan die hij vervolgens met brute lijfstraffen beloont als deze - voorspelbaar! - in de fout gaat. En daarna zingt hij: 'In diesen heil'gen Halle kennt man die Rache nicht''- de hypocrisie ten top!

Dat het racisme en de vrouwonvriendelijke toon in Die Zauberflöte in deze productie met relativerende humor worden behandeld, is vanzelfsprekend. Ook hier wordt echter voorbijgegaan aan wat zelfs de felste critici van het werk nog steeds niet inzien, namelijk dat die twee elementen beide typerend zijn voor de wereld van Sarastro. Met andere woorden (maar ik heb dit al vaker aangekaart): niet die elementen op zich zijn voor afkeuring vatbaar, maar de hypocriete machowereld die mensen waarvan Sarastro het symbool is. Het signaleren daarvan was een schot voor open doel dat in deze voorstelling helaas werd gemist. Met een productieteam met gevoel voor drama had juist dat een paar spannende scènes kunnen opleveren!

Hoe jammer het afblazen van het oorspronkelijke plan ook is, de noodgreep leverde in ieder geval een avond op die vooral muzikaal de moeite waard bleek. Dat was vooral te danken aan het sprankelende, ragfijne Mozart-spel van Montgomery en het Orkest van de 18de Eeuw, maar ook aan bij vlagen voortreffelijke zang - helaas met een bijna volledig gesproken cameorol van Roberta Alexander als 'Schauspieldirektorin'. Een paar leuke spelmomenten waarin vooral de ervaren Papageno van Henk Neven excelleerde, konden echter niet verhelen dat de dialogen uiterst zwak en ontheatraal waren, en dat de regie niet verder kwam dan het regelen van opkomst en afgang.

Roberta Alexander en Henk Neven (foto Hans Hijmering)

Een nieuw begin
Sinds het Gebouw voor K&W in 1964 in de as werd gelegd, heeft het Haagse muziekleven doorlopend gekwakkeld. Het pretentieuze Congrescentrum, ontworpen door een architect die zelfs niet de moeite nam andere zalen te bestuderen ("als ik klaar ben, komen ze hier wel kijken") was akoestisch een ramp en de daarna gebouwde, sfeerloze Dr. Anton Philipszaal bleek evenmin ideaal. Tussendoor werd er van alles en nog wat verzonnen, maar het bleef sappelen voor het Residentie Orkest dat eigenlijk niet eens zo ontevreden mocht zijn met het Zuiderstrandtheater waar het de afgelopen jaren zijn toevlucht had gezocht.

Die situatie lijkt nu ten einde sinds de opening van Amare, het nieuwe, vier zalen tellende concert- en theatercomplex dat de afgelopen jaren aan het Spui is verrezen, en dat vorige maand gedeeltelijk in gebruik werd genomen. De finishing touch zal nog wel even in beslag nemen, en niet alleen aan de buitenkant, waar het nog oogt als een onafgewerkte bouwput. In het gebouw zelf stuit de bezoeker nog op talloze afgesloten en onafgewerkte ruimtes, stapels dozen en provisorische wegwijzers, terwijl in de toiletruimtes nog niets valt te bekennen van handdoek- of wc-rolhouders.

De concertzaal zelf bleek echter een aangename verrassing, zowel akoestisch als visueel, met gedekte tinten, fraaie rondingen en geen overbodige poespas als de luipaardmotieven van Marthe Röling. Hoewel een slechts voor een kwart gevulde zaal niet echt goed te beoordelen is, werd bij het eerste bezoek wel duidelijk dat helderheid van klank en draagkracht van de tonen weinig te wensen overlaten. Dat het geluid van het naar verhouding klein bezette Orkest van de 18de Eeuw in die meer dan halflege zaal niet ging 'zwemmen', was een pluspunt dat grote verwachtingen wekt voor concerten van uiteenlopende ensembles in een vollere zaal.

Het eerste deel van het concert beluisterde ik in het achterste deel van de zaal en voor het tweede deel verhuisde ik naar de laatste rij van het tweede (bovenste) balkon. Klonk het orkest in de zaal al prachtig helder en doorzichtig, achteraan op het balkon was het zonder meer een feest: dezelfde helderheid maar met nog iets meer spreiding. Bij het ludieke extra slagwerk dat Mozart in zijn zesde Duitse Dans had verwerkt, was het zelfs mogelijk het timbre van ieder afzonderlijk instrument duidelijk te onderscheiden.

Hoe vocale solisten bij een volle zaal overkomen, is minder goed te voorspellen. Wel bleek al dat solostemmen achterin de zaal iets beter doorkomen dan op het balkon, maar dat is op zich niet vreemd. Bij operamatinees in het Concertgebouw zit ik ook liever op rij 20 dan op de eerste etage, terwijl ik het grote romantische orkestrepertoire liever boven beluister. Wel is duidelijk dat de akoestiek niet is ingesteld op spreekstemmen, maar ook dat is inherent aan een goede concertzaal.

Kort en goed: de eerste ervaring met Amare wekt grote hoop voor de toekomst van het Haagse muziekleven en ik ben dan ook benieuwd naar de overige zalen in het complex. Het eveneens gesloopte Lucent Dans Theater was de beste operazaal van Nederland en het is nog maar de vraag of het nieuwe podium van het Nederlands Dans Theater akoestisch dezelfde kwaliteiten zal hebben. Als dat zo is, is Den Haag helemaal een hoogwaardig cultuurcentrum rijker. (Alleen bleek in de ambtenarenstad nu nog niet ieder personeelslid te beseffen, dat het gastvrij ontvangen van uitgaanspubliek iets anders is dan frauderegeltjes hanteren bij de belastingdienst.)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links