Opera en operette

Felle dramatiek en gloedvolle lyriek in Fidelio

 

© Aart van der Wal, januari 2017

 

Beethoven: Fidelio

Katrin Kapplusch (Fidelio) - Arnold Bezuyen (Florestan) - Michael Tews (Rocco) - Wiebe-Pier Cnossen (Don Pizarro) - David Wilson-Johnson (Don Fernando) - Laetitia Gerards (Marzelline) - Fabio Trümpy (Jaquino)
Rotterdam Symphony Chorus (dirigent Wiecher Mandemaker)
Orkest van de Achttiende Eeuw
Dirigent: Jonathan Darlington
Regie: Jeroen Lopes Cardozo
Decor: Melle Hammer
Kostuums: Aziz Bekkaoui en Carolien Hoelzemer
Gehoord en gezien: de Doelen, 27 januari 2017
Voorstellingen: Utrecht (28/1), Amsterdam (31/1 en 1/2)


Het lijkt bijna symbolisch: Beethoven laatste versie van Fidelio oder Die eheliche Liebe moest het tijdens de première in 1814 in het Weense Theater an der Wien nog zonder nieuw geconcipieerde ouverture stellen en koos hij uit nood geboren voor de ouverture ‘Die Ruinen von Athen', losgerukt uit het drie jaar eerder gecomponeerde gelijknamige ‘Festspiel'. Hij had naar eigen zeggen in dat jaar met Fidelio 'op oude ruïnes een nieuw kasteel gebouwd'. De ruïne was de in 1805 gesjeesde opera Leonore, die al na drie voorstellingen van het programma werd geschrapt. Dat had niet alleen te maken met het door Joseph von Sonnleithner vertaalde en verder nog aangevulde libretto (‘Léonore, ou l'amour conjugal') van Jean-Nicolas Bouilly, maar ook met de bezetting van Wenen door de Napoleontische troepen en de daarop volgende grootscheepse uittocht van de bevolking, waaronder vrijwel alle notabelen en daarmee tevens degenen die Beethoven een muzikaal warm hart toedroegen. Voor Emanuel Schikaneder, de directeur van het theater die Beethoven de opdracht had gegeven tot het componeren van de opera, was het niet minder een deceptie als voor de componist die een lang gekoesterde wens bijna letterlijk in rook zag opgaan.

Laetitia Gerards als Marzelline (foto Jan Hordijk)

Beethoven was weliswaar ten prooi aan een forse inzinking, maar toch niet zodanig dat hij al snel het plan opvatte om het werk opnieuw onder handen te nemen. Het libretto werd aangepast, de muziek werd ingrijpend ingekort en aangepast, terwijl daarnaast een nieuwe ouverture werd ontworpen. De oorspronkelijke drie bedrijven werden naar twee teruggebracht en al in het voorjaar van 1805 was het deze versie die in zijn nieuwe gedaante in hetzelfde Theater an der Wien een herkansing beleefde. Helaas, het succes bleef uit, wat nog verergerd werd door veel gedoe over Beethovens honorarium. Het conflict met theaterdirecteur Freiherr Peter von Braun liep hoog op en bleek uiteindelijk onoplosbaar. Beethoven trok zich uit de opera terug. Maar in 1814 keerde het tij. Beethovens goede vriend Georg Friedrich Treitschke had zich over het nog steeds lijvige libretto gebogen en daarin een groot aantal wijzigingen aangebracht. Dankzij diens inspanningen kreeg niet alleen de handeling veel meer vaart maar daardoor ook de muziek. Daarmee was het succes geboren: de première in het Weense Kärtnertortheater viel al direct in de smaak.

Katrin Kapplusch als Fidelio en Arnold Bezuyen als Florestan (foto Jan Hordijk)

Hoewel Fidelio te boek staat als opera is het in feite een ‘Singspiel', een genre dat kwam overgewaaid uit de Franse ‘opéra-comique' en vooral in de tweede helft van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw zeer populair was. Het ‘Singspiel' onderscheidt zich van de opera door het ontbreken van recitatieven, maar ook door gesproken dialogen en relatief eenvoudige aria's. In dit opzicht was Beethoven, vergeleken met zijn grote voorganger Mozart, zeker geen vernieuwer: dankzij Mozart had in Wenen het eenvoudige ‘Singspiel' immers de ontwikkeling naar de opera buffa en opera seria doorgemaakt. En dat terwijl Beethoven zich voor het componeren van zijn Fidelio wel degelijk intensief had beziggehouden met de verschillende ensembles in Mozarts Da Ponte-opera's en daaruit ten behoeven van zijn operakennis belangrijke delen had overgeschreven. We vinden dat in Fidelio zelfs onvervalst terug: het met een echte canon beginnende vocale kwartet ‘Mir ist so wunderbar' lijkt rechtstreeks afgeleid van ‘El nel tuo, nel mio bicchiero' uit Così fan tutte. Dat ook Cherubini Beethoven sterk heeft geïnspireerd is overigens niet minder evident. Beethoven stak in zijn omgeving zijn grote bewondering voor deze Italiaanse componist en pedagoog niet onder stoelen of banken en zal diens opera's zeker ook hebben bestudeerd. Dat geldt dan met name voor Faniskade, opera in drie bedrijven die op 25 februari 1806 in het Kärtnertortheater in première ging en waarvoor dezelfde Joseph von Sonnleithner het libretto had verzorgd. De ontwikkeling van het Duitse ‘Singspiel' naar de Duitse opera begon feitelijk pas na Beethoven, bij Carl Maria von Weber en uiteraard Richard Wagner.

Wiebe-Pier Cnossen als Don Pizarro (foto Jan Hordijk)

In Beethovens enige opera draait het om onbaatzuchtige zelfopoffering, standvastigheid vermengd met heldendom en in niet minder universele termen de strijd tegen (politiek getint) onrecht, met als niet minder belangrijke boodschap dat ware liefde onoverwinnelijk is. Daarmee staan we midden in Beethovens muzikale maar niet minder filosofisch getinte geloofsbelijdenis die uiteindelijk met nog niet eerder vertoonde expressieve kracht zal doorklinken in zowel de Negende symfonie als in de Missa Solemnis.

Katrin Kapplusch als Fidelio (foto Jan Hordijk)

De semiscenische uitvoering van Fidelio bleek in de goed gevulde Doelenzaal na een zeer succesvolle en eveneens semiscenische Le nozze di Figaro in oktober 2015 opnieuw een schot in de roos. Sieuwert Verster, sinds de oprichting van het Orkest van de Achttiende Eeuw samen met dirigent Frans Brüggen (hij overleed in 2014) directeur van en drijvende kracht achter het orkest had het niet treffender kunnen zeggen: “Deze semiconcertante aanpak moet je eigenlijk vergelijken met zo'n klein Frans door en door armoeiig circusje dat 's ochtends een stadje, een dorpje in Frankrijk binnenrijdt en met man en macht in regen en wind de tent opzet. Zo'n droeve kameel die buiten staat, een dame met nylons met ladders erin, die achter de kassa. met blonde haren kaartjes verkoopt. Alles lijkt even verdrietig en run-down. Maar dan is het acht uur en gaat het licht aan. De cassière blijkt dan aan de trapezes te kunnen hangen, de lama is niet gedeprimeerd maar vliegt door brandende hoepels. Opeens ontstaat de magie.”

Magie bleek het sleutelwoord. Zij nam overtuigend de plaats in van de onvermijdelijke anachronismen die deze semiscenische of -concertante aanpak op het toch al druk bezette podium van deze toch al niet zo gemakkelijk te bespelen zaal met zich mee bracht. De grote betovering schuilde niet in een realistisch getinte setting en al evenmin in de daarbij passende kostuums, maar in minder dialogen en de kracht van Beethovens muziek zoals die in deze voorstelling vocaal en instrumentaal met grote inzet en gedrevenheid op de planken werd gebracht.

Wiebe Pier-Cnossen als Don Pizarro en Michael Tewis als Rocco (foto Jan Hordijk)

Arnold Bezuyen presenteerde een niet zozeer een heldhaftige als wel tot in het diepst van zijn ziel gekwelde, zij het niet altijd even genuanceerd zingende Florestan. Hij zong meer op volume dan op vertwijfeling en lyriek. Het orkest was hem terwille door een voor zijn tenorstem passende stemming te kiezen: niet 440 maar 430 Hz. Katrin Kapplusch een glanzende, door roeien en ruiten gaande en bovenal moedige Fidelio, Michael Tews in zijn rol van Rocco een ideale mix van goedmoedigheid en gehoorzaamheid, maar niet zonder behoud van dat laatste beetje zelfrespect dat hem op de valreep er nog net van weerhield de door Pizarro geplande moord op Florestan. uit te voeren. Wiebe-Pier Cnossen ontplooide onverholen Pizarro's boosaardige krachten voor wiens wraakzucht alles en iedereen moest wijken. Het contrast met de nobele, weinig autoriteit uitstralende David Wilson-Johnson als Don Fernando als reddende engel kon niet groter zijn. Niet minder vocaal overtuigend waren de innemende Marzelline van Laetitia Gerards en de wat naïeve Jacquino van Fabio Trümpy. Er waren echter nog twee zegepalmen te verdelen: het fabuleus spelende orkest met zijn kruidig klinkende ‘authentieke' hout- en koperblazers, felle pauken en fraaie strijkers. Zo werd Beethovens dramatiek en lyriek bijna letterlijk in vuur en vlam gezet. Alleen al de fabuleus gerealiseerde harmonische wendingen in 'Ein Stoss - und er verstummt' en ‘Nur hurtig fort und frisch gegraben', naast het scherp dissonerende begin van de laatste akte alleen al waren deze voorstelling waard. Dat het trompetsignaal dat de komst van de gouverneur aankondigt niet, zoals gebruikelijk, vanachter een (meestal op een kier staande) deur werd gespeeld, liet zich uit de door Pizarro gesproken tekst gemakkelijk verklaren (tegen de ‘Hauptmann': “Besteigen Sie mit einem Trompeter den Thurm; sehen Sie mit der grössten Achtsamkeit auf die Strasse von Sevilla; sobald Sie einen Wagen, von Reitern umgeben, gewahr werden, geben Sie augenblicklich cin Zeichen.”) Maar het was wel dringen op het podium. Zo moest Pizarro volgens het libretto Rocco naar zich toe roepen, maar ze stonden toen al pal tegenover elkaar. Het zijn van die kleine smetjes die niet of nauwelijks afbreuk doen aan een muzikaal al spectaculair theaterstuk als dit.
Fenomenaal was ook het jonge en uiterst professionele Rotterdam Symphony Chorus, opgericht door de Rotterdamse Stichting Laurenscantorij als aanvulling op het Laurens Collegium Rotterdam. Een symfonisch gewelfd koor dat zich al eerder had bewezen in Brahms' Ein deutsches Requiem, Vaughan Williams' ‘A Sea Symphony' en in het slotkoor van Beethovens Negende. Het stond borg voor een uitgelezen gevangenenkoor (‘O welche Lust in freier Luft') dat ook nog fraai acteerde en het de uiterste grenzen opzoekende jubelkoor als finale uitsmijter.

Het trompetsignaal weerklinkt (foto Jan Hordijk)

Jonathan Darlington, de chefdirigent van de Vancouver Opera met veel ervaring in het genre, leidde een uitvoering die werd gekenmerkt door een zorgvuldige voorbereiding, met afwisselend felle dramatiek en gloedvolle lyriek, muzikaal stilistisch fraai vormgegeven met een zowel krachtige als beschouwende, maar vooral veelkleurige toets. Dat verliep soms niet zonder risico, maar zo kon het drama met zijn donkere ondertonen wel optimaal evolueren naar de ontstuitbare jubel aan het slot. Een daverend en lang aangehouden applaus was de beloning.

Wie had kunnen denken dat na de dood van Frans Brüggen voor ‘zijn' orkest toch nog een briljante toekomst in het verschiet lag? Het klinkt misschien als ‘Le roi est mort, vive le roi', maar de werkelijkheid is nu juist dat er geen nieuwe ‘koning' werd benoemd en dat het orkest met wisselende dirigenten op tournee gaat. Dat was in eerste aanleg toch wel een gedurfd experiment, maar het bleek in de praktijk fabuleus goed uit te pakken. Dat Frans Brüggen onvergetelijk blijft net zo voor zich als dat nieuwe wegen naar de toekomst zijn gevonden. Deze Fidelio was zoals ook Le nozze di figaro (eveneens geregisseerd door Cardozo), er het best denkbare bewijs voor.

____________
Tip: De originele versie van Fidelio, gedirigeerd door Herbert Blomstedt, kunt u op Spotify beluisteren.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links