Opera en operette

Audi of De Roo?

 

© Paul Korenhof, maart 2022

 

In het Cultureel Supplement van de NRC (3 maart, C11) verklaarde Pierre Audi onlangs over de opera in Nederland: "Toen ik kwam was er niets". Vervolgens deed hij het zelfs voorkomen (bepaald niet voor het eerst) of hij met grote moeite het operaleven van de grond af heeft moeten opbouwen. Daarom toch even een paar feiten:

- Zijn indirecte voorganger Hans de Roo werkte van 1971 tot 1986 onder veel moeilijker omstandigheden, zonder eigen theater en vanaf 1977 met als enige eigen repetitieruimte een studio aan de Korte Leidsedwarsstraat waar ook de kantoren waren gevestigd. Wel beschikte de operastichting over diverse andere ruimtes en ateliers, verspreid over Amsterdam, waardoor het mogelijk was vrijwel alle voorstellingen in eigen beheer te produceren. Bepaald geen ideale situatie, maar de resultaten waren zeker niet inferieur!

- Mede dankzij het management van zijn zakelijk directeur Nando Schellen kon De Roo zelfs seizoenen programmeren van 180 tot 220 voorstellingen met 18 tot 20 verschillende titels, meer dan het dubbele van wat Audi jaarlijks presenteerde.

- Daarbij zag het publiek onder meer een Monteverdi-cyclus, een Janácek-cyclus, onbekend Italiaans, Russisch en Amerikaans repertoire, en Lulu van Alban Berg in zowel de onvoltooide als de voltooide versie. Het aantal wereldpremières in die jaren deed in frequentie beslist niet onder voor de programmering door Audi met o.a. werken van Bruno Maderna ( Satyricon), Peter Schat (Houdini, Aap verslaat de knekelgeest ), Theo Loevendie (Naima), Konrad Boehmer (Doktor Faustus), Jan van Vlijmen (Axel) en Philip Glass (Satyagraha).

- In die periode introduceerde De Roo hier regisseurs als Robert Wilson, Peter Sellars, Tito Capobianco, Philippo Sanjust, Harry Kupfer en Götz Friedrich (gedurende enige jaren chefregisseur!).

- Naast een groot aantal Nederlandse zangers (vrijwel non-existent voor Pierre Audi) onder wie Elly Ameling, Cristina Deutekom, Cora Canne Meyer, Adriaan van Limpt, Jan Derksen en Pieter van der Berg engageerde hij aankomende maar ook gerenommeerde internationale grootheden als Joan Sutherland, Gabriela Benacková, Evelyn Lear, Berit Lindholm, Teresa Stratas, Pauline Tinsley, Hanna Schwarz, Frederica von Stade, Tatiana Troyanos, Jaime Aragall, Neil Shicoff, Spas Wenkof, Renato Capecchi, Tom Krause, Thomas Stewart, Robert Lloyd en Willard White.

Dat nu aan het Waterlooplein een modern en goed geoutilleerd operatheater staat waarin Audi zich dertig jaar lang heeft kunnen uitleven, hebben we trouwens ook aan de Roo en zijn medestanders te danken. De vraag is dan toch wie het publiek beter bediende en wie uiteindelijk meer voor de opera in Nederland betekend heeft.

Pierre Audi is een uitmuntend regisseur en was als operaleider verantwoordelijk heeft menige bijzondere voorstelling, hoewel enkele van de meest spraakmakende producties uit zijn eerste jaren (Il ritorno d'Ulisse in patria en Moses und Aron) al helemaal door zijn voorgangers waren voorbereid. In de 25 jaar vóór zijn komst heb ik hier echter meer onvergetelijke voorstellingen meegemaakt dan in de dertig jaar van zijn bewind. Iets meer historisch besef en iets meer waardering voor zijn voorgangers zou hem zeker sieren.

 


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links