Opera en operette

DNO seizoen 2019-2020:

Lonken naar jong, nieuw en oud publiek

 

© Paul Korenhof, februari 2019

 

Sinds september is Sophie de Lint artistiek directeur van DNO, maar wat wij van haar kunnen verwachten, merken wij pas volgend jaar. Het programma dat zij half februari presenteerde komt nog geheel uit de koker van Pierre Audi en enkele van zijn ideeën zullen wellicht ook na het komende seizoen nog merkbaar zijn. We kijken dus met spanning uit naar het programma voor 2020-2021, maar ondertussen verdient zeker ook het komende seizoen de aandacht.

Als een van de 'speerpunten' voor het nieuwe seizoen (vrij van clichés is de berichtgeving van DNO bepaald niet) geldt het aantrekken van 'nieuw en jong publiek' (idem). Die extra aandacht voor een jong publiek is in deze tijd van audiovisuele overvloed niet onbelangrijk en uit zich onder meer in drie 'familievoorstellingen'. In het najaar speelt DNO Kriebel , een opera op muziek van Leonard Evers die zelfs lonkt naar de allerkleinsten, in maart volgt Een lied voor de maan van Mathilde Wantenaar en het seizoen wordt besloten met drie voorstellingen van Het monster van Minos van Jonathan Dove.

Oud en nieuw publiek
Het streven naar 'nieuw publiek', de flink afgezaagde slogan van de marketinggeneratie, verdient echter enige relativering. Sinds het aantreden van Audi heeft DNO niets anders gedaan, zelfs ten koste van het 'oude publiek'. Of dat verstandig was, heb ik altijd betwijfeld. Dat 'oude publiek' behoorde tot de soort dat op de eerste plaats werd aangetrokken door namen als Verdi, Bellini, Donizetti, Puccini en Wagner, en dat al gevoelsmatig reageerde bij het horen van titels als Rigoletto, Norma, Tosca, Lucia di Lammermoor en Lohengrin. Zo'n publiek is namelijk trouwer dan een 'nieuw publiek' dat vaak meer aangetrokken wordt door de ambiance en het theatrale gebeuren dan door liefde voor de opera.

De gevolgen zijn de afgelopen jaren duidelijk geworden in de steeds moeizamer verlopende kaartverkoop en daarom is het verheugend dat het nieuwe seizoen iets weg heeft van een verlate knieval voor de 'echte operaliefhebber' Ook als die zich in bepaalde regisseurs kan vinden, zijn het repertoire en het solistenplateau van dien aard dat een abonnement weer de moeite waard wordt. Laten we hopen dat het nog niet te laat is. Echte operaliefhebbers komen immers niet voor de regisseur of een hoogst interessante actualisering, maar voor het werk zelf, en dat publiek is toch de kurk waarop de opera drijft!

Flexibele prijzen
Op basis van het gepresenteerde programma zouden we dus zeker een stijging van de abonnementsverkoop mogen verwachten, maar een waarschuwing aan kopers van losse kaarten is daarbij wel op haar plaats. Niet alleen is het seizoen opgedeeld in drie groepen opera's waarvoor de kaartverkoop start op respectievelijk 4 juni, 10 september en 10 december (exact 12.00 uur 's middags), maar bij druk bezochte voorstellingen bestaat wel de mogelijkheid dat de prijzen stijgen naarmate de premièredatum dichterbij komt. Op het laatste moment een kaart kopen bij een druk bezochte voorstelling kan dus ongunstig uitballen!

CavPag wordt PagCav
Het seizoen wordt geopend met een nieuwe productie van een operatweeling die al eerder op het programma stond, zodat wij moeten aannemen dat die oude productie in de vuilnisbak ligt. In een land waarin de toch al karige kunstsubsidies voortdurend onder vuur liggen, blijft zoiets een aanvechtbare kapitaalvernietiging. Aan de andere kant is een regie van Robert Carsen is natuurlijk altijd de moeite waard, hoewel we hier ook een van zijn grootste missers hebben gezien, maar daarover later meer. In ieder geval kunnen we met spanning uitkijken naar een voorstelling met enkele klinkende namen, waaronder die van Anita Rachvelishvili als Santuzza. De grootste trekpleister is voor mij de muzikale leiding door Sir Mark Elder, onbetwist een van de beste operadirigenten van dit moment.

Opvallend in de programmering van beide operaatjes is overigens de omkering van de traditionele volgorde, een idee van de regisseur dat mogelijk samenhangt met de neiging beide werkjes tot één verhaal samen te smeden. Beginnen met Pagliacci kan er daarbij op duiden dat de regisseur Tonio's proloog op beide opera's wil betrekken. Op zich geen slecht idee, al blijkt uit de tekst duidelijk dat Cavalleria rusticana met Pasen speelt en Pagliacci op 15 augustus, maar we zullen het moeten afwachten.
Vreemd is wel de vertaling van Pagliacci met 'Komedianten'. Inderdaad is een Pagliaccio een komediant, maar niet iedere komediant is een Pagliaccio. Bovendien suggereert die vertaling dat de titel slaat op het groepje artiesten dat op het dorpsplein een toneelstukje komt opvoeren en dat getuigt van evenveel onbegrip voor Leoncavallo's bedoelingen als de traditionele fout om de opera aan te duiden als I Pagliacci.

Così en Walküre
Wel een reprise is de Così fan tutte in de regie van Jossi Wieler en Sergio Morabito. Het is geen productie die de onderste steen uit de partituur naar boven haalt, maar wel de minst controversiële van hun Da Ponte-ensceneringen. Of hun erotische vakantie-avontuur inmiddels niet gedateerd overkomt, moeten we afwachten, maar met een Mozart-specialist als Ivor Bolton in de bak en een cast met onder meer Annett Fritsch (Fiordiligi) en Thomas Oliemans (Don Alfonso) op het toneel kan het zeker muzikaal een mooie voorstelling worden.

Dat laatste geldt in nog sterkere mate voor de echt allerlaatste voorstellingen van Die Walküre uit Audi's alom bejubelde visie op Der Ring des Nibelungen. Het geeft ons bovendien de kans Marc Albrecht in zijn laatste seizoen als chefdirigent ook nog in een deel uit Wagner's tetralogie te horen. In de op papier sterke bezetting vindern we de naam van Eva-Maria Westbroek, die we nu ook in Amsterdam kunnen horen in de rol waarmee zij van Bayreuth tot New York zoveel succes heeft geboekt.

 La Cenerentola
Het 19de-eeuwse bel canto was niet Audi's sterkste punt en van Rossini's Italiaanse opera's hebben we de afgelopen jaren niet veel meer gehoord dan een paar komedies. Ook La Cenerentola staat als zodanig te boek, maar niet helemaal terecht. In Rossini's repertoire is het werk een schakel tussen de 'opera buffa' en het kort daarop tot bloei gekomen 'melodrama' met de Assepoester uit de titel als de eerste echte romantische heldin, een voorloopster van Ninetta in Rossini's eigen La gazza ladra, Amina in Bellini's La sonnambula en Linda in Donizetti's Linda di Chamounix.

Aan regisseur Laurent Pelly is een moderne visie op deze romantische komedie wel toevertrouwd en met nog meer spanning kunnen we uitkijken naar de hoofdrollen van de Amerikaanse mezzosopraan Isobel Leonard als Angelina en de tenor Lawrence Bromslee, een van de grote Rossini-virtuozen van dit moment, als haar 'prince charmant'. Don Magnifico, de boze stiefvader, wordt vertolkt door de geroutineerde bariton Nicola Alaimo, een van de grote Italiaanse buffo's van dit moment.

Rodelinda
In de regie van Claus Guth zal de nieuwe productie van Händel's Rodelinda er ongetwijfeld heel anders uitzien dan de voorstellingen met Joan Sutherland en Huguette Tourangeau, waarmee DNO het werk hier veertig jaar geleden introduceerde. Muzikaal zal het zeker ook anders klinken met een 'authentiek' ensemble als het Concerto Köln onder leiding van Christian Schmidt in de bak. Op het toneel staan naast Lucy Crowe in de titelrol onder meer gerenommeerde contratenoren als Bejun Mehta en Lawrence Zazzo.

Nabucco
Na de concertante uitvoering in de NTR-matinee van 13 april keert Verdi's Nabucco ook weer terug bij DNO, waar het werk ooit een kassucces was in voorstellingen met Jan Derksen en Pauline Tinsley. Hun rollen zullen nu worden gezongen door George Petean, een van de weinige echte Verdi-baritons van dit moment, en de bij velen nog onbekende Anna Pirozzi, een Italiaanse dramatische sopraan over wie ik kort geleden schreef dat het jammer was dat we haar niet bij de NTR te horen krijgen. Mijn wens is nu dus verhoord door DNO!

Spannend is de regie van Andreas Homoki, de intendant van de Opera in Zürich waar Sophie de Lint lange tijd zijn rechterhand is geweest. De ontworpen affiche suggereert een voorspelbare actualisering, maar belangrijker is de 'Personalführung' en meestal is de benadering van Homoki op dat punt zowel gedegen als verrassend. Daarbij levert zijn samenwerking met vormgevers niet zelden bijzondere resultaten op, zoals bleek bij een visueel onvergetelijke Frau ohne Schatten. Dat die vormgever nu niemand anders is dan Wolfgang Gussmann, vooral bekend door zijn samenwerking met Willy Decker, maakt mijn nieuwsgierigheid alleen maar groter.

Mahagonny
Het vijfde OFF (Opera Forward Festival) staat in het teken van 'verandering en verbazing'. In hoeverre die thematiek aan het geprogrammeerde repertoire gerelateerd is, valt moeilijk te voorspellen met twee wereldpremières waarover nog weinig te melden valt: Ritratto van Willem Jeths en de familie-opera Een lied voor de maan van Mathilde Wantenaar. Ook over Das Jagdgewehr van Thomas Larcher valt weinig meer te zeggen dan wat valt op te maken uit recensies die verschenen na de première tijdens de Bregenzer Festspiele 2018.

Het pièce de résistance van het OFF 2020 is echter een oude bekende: Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van Kurt Weill en Bertolt Brecht, door DNO terecht aangekondigd als wervelend muziektheater (in één scène zelfs letterlijk op te vatten). Met dirigent Markus Stenz en regisseur Ivo van Hove als motoren achter deze productie kan het al een enerverende voorstelling worden, maar de bezetting liegt er ook niet om. Sir Willard White keert terug als Dreienigkeitsmoses, de tenor Nikolai Schukoff zingt en speelt Jim Mahoney, de rebel die wil veranderen wat niet veranderd wil worden, en de kapitale rol van Leokadja Begbick is toevertrouwd aan niemand minder dan Doris Soffel.

Die Frau ohne Schatten
Het afscheid van Marc Albrecht wordt de opera waarmee hij in 2008 in Amsterdam is begonnen. Toen dirigeerde hij de onvergetelijke productie van Andreas Homoki die voordien in Genève en Parijs te zien was geweest, nu leidt hij een nieuwe productie van Katie Mitchell, maar in dit geval houd ik toch een slag om de arm. Niet alleen heeft Mitchel de gewoonte van een bekende opera een onbekend en soms ook onlogisch verhaal te maken, maar zij doet dat ook bij voorkeur in een kamertjesdecor dat nu eens monotoon werkt, dan weer de zang ongunstig beïnvloedt en soms ook publieksonvriendelijke zichtlijnen oproept.

Grote verwachtingen wekt gelukkig de bezetting van de drie centrale vrouwenrollen met Irène Theorin als de Färberin, Elza van den Heever als de Kaiserin en Michaela Schuster als Die Amme. Zij worden terzijde gestaan door de bariton Josef Wagner als Barak en de tenor A.J. Glueckert in de hondsmoeilijke rol van de Kaiser. (De bezetting van de overige rollen is nog onbekend.)

Carmen
Met Carmen wil het in Amsterdam maar niet lukken. In een vroegere productie van Homoki bleef door het schrappen van alle dialogen weinig van het drama over en de enscenering door Robert Carsen uit 2009 was een van de grote missers van de afgelopen twintig jaar. Behalve de Don Giovanni van Jossi Wieler (het 'beddenpaleis') en de Rosenkavalier van Jan Philipp Gloger (een doorgedraaide Marschallin en een Ochs in onderbroek) was er geen productie te zien die zo in strijd was met het werk zelf.
Carsen behandelde Carmen als een spectaculaire 'grand opéra', wat het werk niet is, en van de hoofdpersoon maakte hij een ordinaire bordeelhoer, waarmee hij een van de fascinerendste karakters uit de hele operaliteratuur eenvoudigweg om zeep bracht. Één troost: voor een regie kun je - letterlijk - je ogen sluiten, dus als de dirigent kiest voor een meer idiomatische benadering, kan het toch nog een bijzondere voorstelling opleveren. Tenslotte blijft de partituur wel een van de geniaalste uit de hele operageschiedenis!

Voorlopig stel ik mijn hoop daarom op de jonge Colombiaanse dirigent André Orozco-Estrada, want hoewel de bezetting op hele degelijk uitziet, moet ik toch constateren dat er niet één Franstalige solist(e) bij zit. Ooit hoorde ik in Zürich de Amerikaanse bariton Simon Estes als Escamillo de onvergetelijke zin uitspreken: "Cawmen, la pwemièwe fwois que je fwappewai le towo, c'est ton nom que je nommewai" en dat is toch niet wat ik in een gerenommeerd operatheater verwacht. Nog erger dan een on-Franse uitspraak is echter een on-Franse zangstijl, maar helaas is dat een euvel waaraan tegenwoordig veel voorstellingen van Carmen mank gaan.

44 jaar Willard White bij DNO
Toen in november 1976, DNO voor het laatst Dvorak's Rusalka op het toneel bracht, werd de Watergeest het Nederlandse debuut van dezelfde Willard White die komend seizoen als Sir Willard White gerijpt en gelauwerd nog een keer terugkeert in Mahagonny. De titelrol in die voorstelling werd gezongen door de inmiddels legendarische Teresa Stratas, een van de grootste zingende actrices uit de periode 'na Callas'. Hun beider optreden in dezelfde opera illustreerde zowel het niveau dat Hans de Roo met de Nederlandse Operastichting wist te bereiken, als de neus die hij kon tonen in het aantrekken van talent. Willard White herhaalde zijn Watergeest nog deze eeuw in Brussel en aan de Met en het zou DNO sieren als zij deze grote zanger na een carrière van bijna een halve eeuw eens extra in het zonnetje zou zetten.

Rusalka
Daarmee zijn we meteen beland bij de laatste echte opera van het komende seizoen, een werk dat te lang op het repertoire ontbroken heeft. De terugkeer in het kader van het Holland Festival betekent de medewerking van het KCO, ditmaal gedirigeerd door de jonge Tsjechische dirigent Jakub Hrûsa, waarmee een ideale muzikale ondergrond voor dit muzikale sprookje gegarandeerd lijkt. Of regisseur Philipp Stölzl het ook als sprookje zal opvatten, moeten we voorlopig nog afwachten, maar de bezetting lijkt veelbelovend met onder meer Eleonora Buratto in de titelrol en Elena Zhidkova als de Vreemde Prinses. Als Watergeest horen we ditmaal de imposante Russische bas Dmitry Ivashchenko en de Prins wordt gezongen door de hier vooralsnog onbekende tenor Brian Jagde. Voor liefhebbers van een authentiek Tsjechische bezetting vermeld ik er echter bij dat deze rol bij de laatste twee voorstellingen wordt overgenomen door de Tsjechische tenor Pavel Cernoch.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links