Opera en operette

Adiós, Montserrat Caballé!

 

© Paul Korenhof, oktober 2018

 

In een smal straatje in de barrio gótico van Barcelona, niet ver van een koffiehuis waar je de lekkerste churros van heel Catalonië kunt krijgen, markeert een gevelsteen het huis waar op 12 april 1933 Montserrat Caballé werd geboren. En niet zomaar een gevelsteen, maar een kingsize-steen zoals alles wat Caballé deed op de een of andere manier buitensporig was.

Over Maria Callas zei Peter Diamand mij ooit dat alles aan haar 'larger than life' was, maar zo'n kwalificatie past ook bij Caballé, bij haar optreden, bij haar repertoire, en bij het gemak waarmee zij van fortissimo kon teruggaan naar een tot nul wegstervend pianissimo. Haitink zei na een voorstelling van Un ballo in maschera over haar: "Je moet soms een concessie doen, maar je krijgt er heel veel voor terug." Het overlijden van Montserrat Caballé, 6 oktober in haar geliefde Barcelona, betekende de definitieve afsluiting van het tijdperk van de grote operadiva's.

Fysieke problemen
Natuurlijk paste het woord buitensporig ook bij haar verschijning die een grapjurk in de Volkskrant ooit bracht tot een weinig humoristische woordspeling over 'de monsterrat Caballé'. Als er iets is waarmee Caballé bij vriend en vijand bewondering heeft gewekt, was het echter haar omgang met haar fysieke problemen. Natuurlijk was haar omvang problematisch en regisseurs waren soms genoodzaakt een productie speciaal voor haar te ontwerpen of aan te passen. Legendarisch is een Barcelonese Salome die zij absoluut wilde zingen (het was zelfs een van haar favoriete rollen!), zodat de regisseur haar uiteindelijk in een toren opzij van het toneel zette, van waaruit zij de handeling min of meer als een droom aan zich zag voorbijtrekken. Maar ondertussen zong zij zo betoverend als ik nooit een andere Salome heb horen zingen.

Iedereen die haar kende, wist dat zij als gevolg van een ernstige vorm van suikerziekte haar lichaamsgewicht niet kon beheersen op de manier waarvan men dat van een ster mocht verwachten. Maar Caballé zette door, zoals zij ook in de jaren tachtig besloot de waarschuwingen te negeren dat een hersentumor haar zonder behandeling nog hooguit drie jaar zou gunnen. Ook toen zette zij door, liet zich niet behandelen, en vervolgde haar loopbaan geen drie jaren maar drie decennia, tot uiteindelijk tijdens een tournee door Rusland in 2012 een beroerte haar activiteiten definitief tot een minimum reduceerde.

Bel canto
De breedte van haar repertoire was absoluut uniek. Van Strauss zong zij niet alleen Salome, Arabella en de Marschallin in Der Rosenkavalier, maar zij beheerste ook de titelrol in Elektra en ooit vertelde zij mij opgetogen dat zij met de Wiener Staatsoper in gesprek was om die rol eindelijk op het toneel te kunnen zetten. Ook zong zij Tristan und Isolde, terwijl we het toch hebben over een sopraan die de geschiedenis is ingegaan door de fluwelen toonvorming en de technische perfectie waarmee zij zo ongeveer het hele Italiaanse repertoire beheerste, van Bellini en Donizetti via alle grote Verdi-partijen tot Puccini's Turandot , terwijl zij in diezelfde opera ook een superieure Liù heeft neergezet. En wat zij ook zong, in totaal ruim negentig verschillende rollen, alles gebeurde op basis van 'bel canto' in de waarste zin van het woord.

Veel is geschreven over het belastingschandaal waarin zij nog maar enkele jaren geleden in Spanje verwikkeld was, en dat zelfs tot een veroordeling leidde. Iedereen die haar kende, begreep echter de achtergrond: haar huwelijk met een tenor die om gezondheidsredenen zijn carrière had moeten afbreken en die sindsdien - niet tot ieders genoegen - als haar zaakwaarnemer fungeerde. En als rechtgeaarde katholieke Spaanse accepteerde zij de gevolgen. Haar positie en haar populariteit gaven haar in Spanje een immuniteit die een ander zeker niet ten deel zou zijn gevallen.

Haar Tosca bij de oude Nederlandse Opera in 1959 is mij voorbijgegaan, maar wel was ik bij het concert in de VARA-matinee tijdens het Holland Festival 1972 en bij diverse andere recitals die zij in de loop der jaren in Nederland gaf. Daarnaast hoorde ik haar onder meer in Cherubini's Demophoon in Rome en Verdi's Simon Boccanegra in Orange, beide in absolute sterbezettingen, en in diverse voorstellingen in Covent Garden.

Montserrat Caballé als Madame Cortese in Il viaggio a Reims - Londen 1992 - Foto: Clive Barda/ROH

Onvoorspelbare humor
In Covent Garden maakte ik ook een voorbeeld mee van haar gevoel voor humor en de manier waarop zij gezagsverhoudingen aan haar laars kon lappen. In 1992 zong zij daar Madame Cortese in een productie van Rossini's Il viaggio a Reims met verder onder meer Renée Fleming, Sylvia McNair, Della Jones en Alastair Miles. De regisseur had haar daarbij uitgerust met een mandje sinaasappelen waarvan zij er uit balorigheid tijdens een voorstelling een paar naar de dirigent gooide. Schaterend vertelde zij mij een paar dagen later dat zij van de directie een boze brief had gekregen waarin gedreigd werd met ernstige maatregelen als zij zich nog een keer aan dergelijk ondisciplinair gedrag te buiten zou gaan.

De pers had van het gebeuren lucht gekregen en daarmee ook het publiek, en toen diezelfde avond (ik zat schuin achter de dirigent op de tweede rij) Caballé met haar mandje sinaasappelen naar het voetlicht wandelde, viel er een ijzingwekkende stilte. Wat zou zij doen? Wel, zij deed iets waarvoor alleen Montserrat Caballé het lef had: na een schijnbeweging met één enkele sinaasappel trok ze de brief van de operadirectie uit haar jurk tevoorschijn en ging die aan het publiek voorlezen. Rossini schreef heel komische opera's, maar op het lachsalvo dat Caballé die avond losmaakte, kon hij jaloers zijn.

Die onvoorspelbare, soms zelfs ongepaste humor was kenmerkend voor een zangeres met wie niet iedereen overweg kon. Van de dirigent Carlo Maria Giulini, de muzikale gentleman bij uitstek, weten we dat hij na de opnamen van Don Carlos voor EMI verklaarde dat hij nooit meer met 'dat mens' wilde werken. Ongedisciplineerd was zij soms trouwens ook en toen zij bij het KCO met Bernstein Beethoven's Missa solemnis zou zingen, werd zij al bij de eerste repetitie weggestuurd omdat zij haar partij niet kende.

Wie met haar overweg kon, beleefde echter gouden momenten en wie haar sympathie had gewekt, kon zijn handen dichtknijpen. Het bekendste voorbeeld: de tenor José Carreras die zij als een veelbelovende beginneling in Barcelona onder haar hoede nam, en die dankzij haar menige deur eerder zag opengaan dan wanneer hij helemaal op eigen kracht carrière had moeten maken. Maar haar plaats in de operageschiedenis dankt zij toch aan de combinatie van een wondermooie stem met een superieure zangkunst, zoals zij in 1972 in de Met demonstreerde tijdens een Don Carlos met Franco Corelli waarnaar ik luister terwijl ik deze woorden schrijf. Een groot actrice was zij niet, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de warmte die zij uitstraalde.

Lieve Montserrat Caballé, ik zal je nooit vergeten!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links