Opera en operette

John Relyea superieur
in Romeinse
Mefistofele

 

© Paul Korenhof, november 2023
Foto's:
© Fabrizio Sansoni, Teatro dell'Opera di Roma

 

Boito: Mefistofele

John Relyea, Jerzy Butryn (Mefistofele), Joshua Guerrero, Anthony Ciaramitaro (Faust), Maria Agresta Valeria Sepe (Margherita, Elena), Sofia Koberidze (Marta, Pantalis), Marco Miglietta (Wagner), Leonardo Trinciarelli , Yoosang Yoon (Nereo)
Opera di Roma
Dirigent : Michele Mariotti
Regie: Simon Stone
Toneelbeeld : Mel Page
Rome, 29 & 30 november 2023

Proloog

Hoewel ik primair naar een opera ga vanwege het werk zelf en de muzikale kant van de uitvoering, is het soms toch ook de enscenering of het werk van een bepaalde regisseur in het algemeen waardoor ik nieuwsgierig word. Dat laatste gebeurde mij recentelijk met de Australische film- en toneelregisseur Simon Stone, onder meer door zijn ensceneringen van Verdi's La traviata in Parijs, Korngold's Die tote Stadt in München en Saariaho's Innocence in Aix-en-Provence en Amsterdam. Vooral die laatste enscenering gaf mij een duwtje in de rug toen ik overwoog om naar Rome te gaan voor een nieuwe productie van Mefistofele, een werk dat ik toch al niet zo vaak zag als ik zou willen. Het feit dat daarbij twee verschillende bezettingen van de hoofdrollen zouden aantreden, werd een extra stimulans.

In de orkestrale inleiding van de proloog wekte dirigent Michele Mariotti, vorig jaar in de ZaterdagMatinee met een door veel decibels geteisterde Norma, het vermoeden dat Boito's partituur naar zijn mening een beetje opgepept moest worden, onder meer met slagwerk dat klonk alsof de Apocalyps werd aangekondigd. Ondanks zijn aanhoudende neiging effecten en accenten te benadrukken ten koste van lyriek en subtiele nuances bleef het echter een genoegen om het Romeinse operaorkest weer te horen, zeker in de fraaie akoestiek van het Teatro Costanzi. Minder homogeen en gedisciplineerd klonken de koren, vooral tijdens de proloog, maar mogelijk speelde de opstelling in lange, gerekte lijnen op meerdere niveaus daarbij een rol.

Tuinscène - Sofia Koberidze (Marta) en John Relyea (Mefistofele)

Stralend lichtpunt in de eerste bezetting was een sonore, met een breed palet aan donkere kleuren gezongen en waarlijk mefistofeliaanse titelrol van de Amerikaan John Relyea. Is het toeval dat hij mij vanaf het eerste moment sterk deed denken aan zijn landgenoot Norman Treigle, ooit in de drie Mefisto-rollen van Gounod, Berlioz en Boito een ster van de New York City Opera? Diens HMV-opname onder Julius Rudel blijft mijn favoriete opname van deze opera, maar zang en spel van Relyea suggereerden eenzelfde elektriserende uitstraling. In dreiging en venijn maakte hij deze theaterduivel een waardige collega van Jago en Scarpia, maar hij overgaat dat met de élégance van een Don Giovanni.

In vergelijking met Relyea klonk de Poolse bas Jerzy Butryn in de tweede bezetting solide maar kleurloos, en zijn uitstraling was beduidend minder. Hun tegenspelers hadden geen van beide het niveau van grote Faust-vertolkers uit het verleden. De Mexicaanse tenor Joshua Guerrero liet fraai materiaal horen, maar ook een sterk larmoyante stijl. Erger was dat hij constant deed vermoeden dat hij niet echt begreep wat hij zong. Op dat punt scoorde zijn jonge Amerikaanse collega Anthony Ciaramitaro beduidend hoger, maar zijn zang leek wat onzeker (ik hoorde hem op zijn eerste avond) en leidde mogelijk tot een pijnlijk moment aan het slot van 'Giunto sul passo estremo'.

Heksensabbat - John Relyea (Mefistofele)

In de eerste bezetting werden Margherita en Elena gezongen door Maria Agresta, een slanke stem met een helder timbre, technisch solide en daarmee een van de leidende Italiaanse sopranen van dit moment. Als de ietwat koele, 'klassieke' Elena was zij perfect op haar plaats, maar haar voordracht mist de 'veristische' persoonlijkheid waardoor het emotioneel geladen 'L'altra notte' kan uitgroeien tot een showstopper en het emotionele hoogtepunt van de voorstelling. Ook de vocale kwaliteiten van Valeria Sepe in de tweede bezetting staan buiten kijf, maar deze jonge(re) Napolitaanse sopraan bleek nog niet helemaal in staat Margherita in twee scènes, waarvan de eerste bovendien sterk fragmentarisch is, tot een ontroerend karakter te maken.

Voor ontwerpster Mel Page, eveneens verantwoordelijk voor het toneelbeeld van Innocence, was voor de enscenering in het Teatro Costanzi een draaitoneel kennelijk onmogelijk. Zij bezorgde Simon Stone daarom acht verschillende decors met als hoofdkleuren wit, grijswit en gebroken wit. De proloog speelde zich af in een diepe, toneelbrede ruimte met het grootste deel van het koor in drie rijen boven elkaar in de achterwand en met het kinderkoor en een deel van het vrouwenkoor in een brede u-vorm op het toneel tegen de decorwanden aan. Dat werkte visueel, maar leidde niet tot de compacte overweldigende klank waar de muziek om vraagt.

Kerkerscène - Maria Agresta (Margherita)

De kermis in het tweede tafereel werd aangegeven met een levensgrote draaimolen (de 'grijze frater' was hier een grijswitte clown) en de studeerkamer van Faust leek een enorme galerie met een bureau erin. De daarop volgende tuinscène toonde een toneelbrede ballenbak (type kindercrèche) met duizenden gekleurde ballen waaruit de vier personages af en toe opdoken om te zingen (of waaruit zij alleen een been of een arm opstaken).

Bij de heksensabbat leek het podium echter een politieke arena met het koor bewegingloos als 'partijtop' achter een Mefisto die op een zeker moment met een zwarte militaire muts associaties met Mussolini opriep. De sobere kerkerscène kreeg enige diepte door spiegeleffecten en 'dramaturgische doorkijkjes', terwijl de 'klassieke sabbat' vol 'Griekse' zuilen en tempeldelen wreed werd verstoord (waarom bleef weer onduidelijk) door moderne militairen met de obligate automatische wapend. Tot slot verplaatste de epiloog ons naar een waar Faust was opgenomen en Mefisto kennelijk de scepter zwaaide.

'Klassieke' sabbat

Dat dit alles overdadig en soms overtrokken overkwam, is tot daar aan toe. Daarbij was het decor echter kennelijk zo gecompliceerd dat in een voorstelling met toch al twee 'grote' pauzes op één na alle decorwisselingen ook nog eens leidden tot lange ombouwpauzes, waarbij het gestommel en getimmer bij de tweede ombouwpauze het orkestrale naspel ruimschoots overstemde. In de 19de eeuw was dit misschien normaal, maar dat zoiets in onze tijd ook nog mogelijk is, verbaast mij hogelijk!

Over de regie zelf valt weinig te zeggen. Het is of Stone er niet zoveel raad mee wist, ook doordat met uitzondering van titelfiguur de karakters weinig dramatische substantie hebben. Er waren leuke vondsten, zoals een Mefisto die het duidelijk koud heeft als hij vanuit zijn warme hel in 'hogere sferen' belandt, en die op de vraag van het Chorus Mysticus 'Ken je Faust?' zijn iPad tevoorschijn haalt om te googelen. Maar er waren ook minder sterke, zelfs onprofessionele momenten, bijvoorbeeld als Mefisto in het derde tafereel zijn mantel uitspreidt om met Faust weg te vliegen. Stone moest hier zijn toevlucht nemen tot het volledig dimmen van de belichting zodat de beide zangers door een gat in de toneelvloer konden verdwijnen, en daarna ging het licht weer aan. Heel zwak!

Epiloog - John Relyea (Mefistofele) en Joshua Guerrero (Faust)

Het niveau van het anekdotische oversteeg Stone's regie bij dat alles zelden en waar onder de tekst de emoties zich overduidelijk aandienen (vooral in de kerkerscène en de epiloog) kreeg de enscenering opvallend weinig zeggingskracht. Daarmee bevestigde deze Mefistofele wat ik eerder schreef over deze regisseur: hij moet handelingen en karakters kunnen vertalen in bewegingen. Met onderliggende emoties en zeker met emoties die in de muziek naar voren komen, kan deze filmregisseur opvallend weinig. Maar op dat punt vormt hij onder de moderne regisseurs geen uitzondering!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links