Interview

Jan Raes: " Europa is rijk aan duizend jaar polyfonie"

 

© Aart van der Wal, mei 2016

 

 
 
Jan Raes (foto Marco Borggreve)

Over enige maanden gaat het project 'RCO (Royal Concertgebouw Orchestra, AvdW) meets Europe' van start. Een goede aanleiding om met Jan Raes (Antwerpen,1959), de algemeen directeur van het Koninklijk Concertgebouworkest, daarover van gedachten te wisselen. Maar daar bleef het niet bij, zoals uit het hierna volgende verslag blijkt.

RCO meets Europe
Het idee kwam voort uit een van de vele brainstormsessies die we altijd houden alvorens we serieus gaan nadenken over een beleidsplan voor de langere termijn. Ik begon hier als algemeen directeur in 2008 en het jaar daarop heb ik samen met de collega's een dergelijk plan gemaakt. Een actieplan tot 2014. In 2013/14 zijn we gaan nadenken over waar we in 2020 als orkest wilden zijn. In die twee plannen zaten tientallen ideeën en innovaties. In ons tweede plan waren de overal in de Nederlandse cultuursector ingevoerde bezuinigingen en besparingen al goed voelbaar. Ook het KCO (Koninklijk Concertgebouworkest, AvdW) ontsprong de dans niet, werd gekort en er moesten keuzes worden gemaakt. Dat had niets met onze bevlogenheid te maken en we bleven trouw aan ons uitgangspunt om vanuit de inhoud te vertrekken.

Europa is rijk aan duizend jaar polyfonie en het KCO is daar een kind van. Dat wordt ook in de samenstelling van ons orkest weerspiegeld. Mijn gedachte was om die polyfonie zowel te vieren als meer aandacht te geven, want die was immers het gevolg van een creatieve, grensoverschrijdende wisselwerking. De muziek die we spelen komt voort uit beïnvloeding, componisten die les kregen, dat in hun werk verdisconteerden en uitdroegen, en op hun beurt weer les gaven. Soms herkennen we zelfs invloeden van ver buiten Europa, want de grenzen zijn door de tijd geleidelijk verder opgeschoven. Daar is een misschien wel uitdagend statement uitgekomen: 'RCO meets Europe', met als basisidee optredens in alle 28 landen van de Europese Unie. Dat gaan we in drie seizoenen doen, deze zomer te beginnen met Dublin, om precies te zijn op 27 augustus a.s. Het wordt een lang traject dat met tussenpozen eindigt in Sofia in december 2018.

 
 
RCO meets Europe

Het cultureel krachtige Europa heeft wel wat te vieren maar ook te koesteren. Er wordt over van alles geklaagd, over onder meer de bestuursmacht in Brussel, de ECB en de immigranten, maar laten we nu toch eens die overvloedige rijkdom polyglot omarmen. De 28 landen tonen zich bij dit grote project enorm betrokken en dat geeft op zich al de nodige interactie. Daar is nog een belangrijke gedachte bijgekomen: laten we die rijkdom toch vooral doorgeven aan de volgende generatie en jong muzikaal talent steunen. Daaruit is 'Side by side' voortgekomen: in alle 28 landen gaan we het openingswerk van het concert met het jongerenorkest van dat land spelen. Dat kan het nationaal jeugdorkest zijn, of het conservatoriumorkest, of een selectie. Het is in het ene land nu eenmaal anders georganiseerd dan in het andere.
We zijn al druk bezig om een schifting te maken. Zo komen we in contact met het aanwezige talent. Deze jonge mensen zijn zonder uitzondering ontzettend trots als ze met het KCO mogen meespelen. Ze gaan dus gewoon in ons orkest zitten, 'side by side', ons orkestlid naast de jongere. Veel van die jonge talenten zullen later in Amsterdam worden uitgenodigd, al is het alleen maar om een week hier rond te lopen en elkaar te blijven ontmoeten.
Een door ons aangezochte coördinator reist momenteel Europa af om te balloteren. Sommige orkesten helpen daarbij, zoals het British Youth Orchestra dat voor ons selecteert aan de hand van criteria als leeftijd, talent en instrument. Verder zijn er lessen en masterclasses die door onze orkestleden ter plekke worden gegeven.

Het plan is gemaakt en de beslissingen zijn genomen vóór de aanstelling van chefdirigent Daniele Gatti als opvolger van Mariss Jansons. Toen hij ervan hoorde gaf hij echter spontaan zijn volmondig ja en wil hij zelfs met de jonge garde intensief repeteren vóór ze bij het orkest aanschuiven. Dat is een logistieke puzzel, want soms zijn we maar één dag in een stad, maar dat lossen we wel op.
Om het geheel nog meer glans te geven laten we bepaalde denkers voor kwaliteitskranten in die landen een essay schrijven waarop jongeren in maximaal duizend woorden met hun eigen denkbeelden over cultuur, over Europa kunnen reageren. Ik heb aan Dorian van der Brempt, de zojuist gepensioneerde directeur van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren, een culturele instelling, gevraagd om daarvoor geëquipeerde schrijvers te selecteren en aan het werk te zetten. Niet de voor de hand liggende 'usual suspects'. Het vertrekpunt moet in ieder geval zijn dat het echte debat wordt gevoed en niet ongezond nationalisme en populisme.
Ook dit is een vorm van interactie die nodig is om op een wat diepgaander manier die volgende generatie met elkaar in contact te brengen en na te denken over hun toekomst. Van die toekomst zijn ook zij een kind. De beste tien reacties leveren een uitnodiging op voor een culturele week in Amsterdam in 2019. Ik weet zeker dat daarna anders gestemd huiswaarts wordt gekeerd.
Dit project slaat aan bij het publiek, maar ook bij het orkest, want veel orkestleden komen uit die landen. Ik was bijvoorbeeld in de Bulgaarse hoofdstad Sofia om na te gaan met wie de afspraken moesten worden gemaakt, in welke zaal zou worden gespeeld en wie ons zou betalen. Onze concertmeester, Vesko Eschkenazy, is een Bulgaar. Dankzij Vesko gingen alle deuren snel gemakkelijk open. Dit is wat ongelooflijk veel energie teweegbrengt, maar ook ideeën, want op het ene volgt het andere.

Primus inter pares: concertmeester Vesko Eschkenazy (foto Anne Dokter)

Ik heb uiteraard contact met de Europese Commissie (de president, Jean-Claude Juncker, is beschermheer van 'RCO meets Europe', AvdW) en met diverse 'decision makers' over ons Europa-project. Een paar dagen geleden waren alle burgemeesters van de Europese hoofdsteden hier, op uitnodiging van Eberhard van der Laan. Ik heb daar ons project mogen toelichten. Ze vinden het geweldig wat we doen. Het loont, af en toe je nek uitsteken, de ambtenarij overschrijden. Er is behoefte aan. En ook met bescheiden middelen kan veel worden gedaan. We vragen voor dit project trouwens geen subsidies aan de Europese Commissie.

In Engeland, Frankrijk, België, Zwitserland en Amerika hebben we vrienden die zich in 'foundations' hebben verenigd. Ze komen meer en meer naar Amsterdam voor concerten en evenementen. Een deel van hen zal met ons meereizen naar een aantal van de 28 landen die wij aandoen. Zoals onze Zwitserse vrienden voor het eerst met ons meegingen naar Sint-Petersburg. Die wisselwerking, dat is ook Europa. Dat is wat we moeten uitdragen en dat is waar grootse dingen uit zijn voortgekomen en nog zullen voortkomen.

Naar een innoverend marketing concept
Dat hoor ik vaak: het beeld van teveel 'grijze hoofden' in de concertzaal, maar ik vind niet dat het, althans wat het KCO betreft, overeenkomt met de feiten. Wij weten met behulp van gedegen marktonderzoek vrij nauwkeurig wie er bij onze concertseries in de Grote Zaal zitten en wanneer, op woensdag-, donderdag-, vrijdag- of zaterdagavond, of zondagmiddag. We kennen de leeftijdsgroepen, het type mens., Er zijn twee tendensen te onderscheiden. De eerste is dat de abonnementsverkoop bij ons stabiel is maar wereldwijd onmiskenbaar onder druk staat door de teruglopende loyaliteit. Mensen die werken zijn druk bezet en zitten bovendien vaak in een familiaal model van tweeverdieners. Zij zijn huiverig voor een abonnement omdat ze niet ruim tevoren kunnen overzien of ze die en die avond vrij zijn. Dan zijn er de files, is er het dure parkeren. De tweede tendens is dat de volgende generatie ook als kind vooral via de media een ander referentiekader heeft gekregen, terwijl het muziekonderwijs op de basisschool dramatisch is geïmplodeerd. Voeg daarbij de veel grotere keuzemogelijkheid in het digitale tijdperk en het zal duidelijk zijn dat er veel meer inspanning nodig is om aan die loyaliteit te bouwen. Zeker, we bieden verschillende interessante series aan, maar we beseffen maar al te goed dat dit niet voldoende is. Het zijn deze omstandigheden die om een heel ander, sterk innoverende programmering en een marketingconcept vragen.

Geen klasssieke noot
Toch moet ik op een punt relativeren: vroeger was het publiek ook niet jong. Maar de grote opgave is toch wel dat we de jonge generatie naar de concertzaal moeten zien te krijgen, van klassieke muziek moeten leren genieten. Ik noemde het al, de grotendeels weggevallen, gestructureerde muzikale vorming als onderdeel van de opvoeding, primair op school maar ook thuis. Er zijn talloze gezinnen waar in de huiskamer geen klassieke noot klinkt of waar niet zelf muziek wordt gemaakt. Het begint al bij de ouders die niet met hun pubers naar de concertzaal komen. Er ligt hier dus zeker een grote taak voor onszelf, terwijl we daarvoor niet altijd de middelen krijgen. Zeker is dat we het muziekonderwijs niet kunnen redden vanuit alleen de orkesten, maar aan de andere kant is het KCO wel veel meer initiërend (in dit geval een typisch Vlaamse uitdrukking, kennismaking met de eerste beginselen van muziek, AvdW), zijn er meer initiatieven gekomen die deel uitmaken van ons educatiebeleid. Tien jaar geleden deed het orkest niets aan educatie en nu hebben we een meersporenbeleid, waarvan initiatie deel uitmaakt. We stimuleren kinderen om zelf meer te musiceren, we willen meer muziek in de klas, extra aandacht voor de leerorkesten en zo meer, zoals we ook samen met de Sweelinck Academie (van het Conservatorium van Amsterdam, AvdW) en onze eigen orkestacademie jong talent willen steunen. Het geven van masterclasses wereldwijd hoort daar trouwens eveneens bij.

Een nieuwe Horizon
Het zijn de kinderen, jongeren, maar ook volwassenen die misschien net die helpende hand nodig hebben om in die gelaagde, rijke wereld van het luisteren te komen. Wie dit eenmaal heeft ontdekt, zal blijven ontdekken. We hebben een aantal concertseries geheroriënteerd of uitgevonden, zoals 'Essentials', om daarmee mensen te verleiden om eens te komen luisteren, zonder onze programmering echter oppervlakkiger te maken. Het is een andere manier om nieuw publiek te bereiken. Dat gaat niet meer met alleen maar posters in de stad. Sociale media als Facebook, Twitter en YouTube horen er uitdrukkelijk ook bij.
De A-serie hebben we tot 'Triple A' (Actueel, Avontuurlijk, Aangrijpend, AvdW) gemaakt. Vanaf volgend seizoen is de naam van deze serie Horizon. Daarin werken we veel meer samen met andere kunstinstituten omdat ik vind dat het interdisciplinaire karakter ervan een divers publiek bij elkaar kan brengen (in dit seizoen zijn dat de journalistiek, fresco's en popmuziek/popart. Vóór het concert spreekt een bijzondere gast over het desbetreffende thema. Musici van het KCO spelen kamermuziek, AvdW). Wij kiezen het thema en daar zoeken we dan de geschikte partijen bij. De opzet is om het geheel in een dramaturgische logica te positioneren, waardoor je ander publiek naar de zaal brengt. Dat wekt interesse, dat wekt vertrouwen en nog belangrijker, het werkt. We verdelen de serie over twee avonden en mogen in totaal gemiddeld zo'n drieduizend bezoekers verwelkomen. Dat zie je echt niet in Wenen of Parijs. We doen het twee keer omdat het artistiek dan meer indaalt.
Dat is langs de bovenkant. Langs de andere kant hebben we twee jaar geleden de 'Essentials'-serie opgezet. Het idee is simpel, maar werpt zijn vruchten af: we programmeren één meesterwerk zonder pauze op een zaterdagavond. Na onderzoek is gebleken dat tweeverdieners op zaterdagavond rond negen uur verlost zijn van hun verplichtingen en lekker ontspannen naar het concert kunnen gaan, met na afloop de mogelijkheid elkaar onder een drankje te ontmoeten. Dan zie je dus echt de dertigers en veertigers komen. We zoeken qua programma heus niet de gemakkelijkste weg, met bijvoorbeeld Strauss' 'Alpensinfonie' of een symfonie van Sjostakovitsj, en volgend jaar zelfs de derde akte uit 'Die Walküre'. We gaan dus echt niet op onze knieën zitten, maar de tijdspanne is korter. Dan zijn we gelukkig met de presentator en musicus Thomas Vanderveken, een Vlaming evenals ik, die over het charisma beschikt om mensen tot goed luisteren te verleiden.

Abonnementen als basis
Trekken aan nieuw publiek, het is noodzaak. We werken al geruime tijd veel met expat-centra, want er zijn hier veel buitenlanders. Er komen ook steeds meer toeristen die pas 's middags beslissen of ze die avond komen.
We mogen daarom van geluk spreken dat ons abonnementspubliek nog stabiel blijft - wat er elders in de wereld vaak anders uitziet. Dat is de kern, de basis van onze inkomsten. Dat publiek komt niet in de laatste plaats op basis van vertrouwen (of noem het zekerheid) en dan moet je niet teveel gaan experimenteren. Het zogenaamde 'ijzeren' repertoire blijft belangrijk. Bovendien, iedere zeven, acht jaar maakt een andere generatie zijn opwachting en mag er best een complete cyclus van een klassieke componist worden gespeeld. Want dat heeft die generatie bij ons nog nooit gehoord.
We werken er keihard aan om het bestaande publiek te behouden en nieuw publiek te werven, met als belangrijkste uitgangspunt het bieden van consistente topkwaliteit in alle geledingen van het orkest en van het repertoire. Muziek ook waar wij in geloven, die wij graag overdragen.
Maar we moeten het belang van losse kaarten zeker niet onderschatten. Iemand van twintig, dertig jaar beslist niet vandaag wat hij volgend jaar op woensdagavond 17 mei doet. Het is het onderscheid tussen de vaste kern die er a priori vanuit gaat dat het op die avond wel weer fantastisch zal zijn, onverschillig wat er op het programma staat, en degenen die niet zo ver vooruitkijken, pas veel later beslissen en daarbij hun keus meer laten afhangen van wie er op de bok staat, wie de solist is en welk programma er wordt gespeeld. Onze vaste kern kent een oudere leeftijdscategorie, maar wel is het zo dat naarmate het weekend eraan komt, het publiek doorgaans jonger is dan op de woensdagavond.

Mariss Jansons dirigeert het Koninklijk Concertgebouworkest (foto Anne Dokter)

Op zoek naar een nieuwe chefdirigent
Toen we eenmaal wisten dat Mariss Jansons afscheid zou nemen als chefdirigent - wat overigens in een buitengewoon goede sfeer is gebeurd, wat best uitzonderlijk mag heten - hebben wij voor zijn opvolger een profiel opgesteld zonder eerst aan namen te denken. Dat moet je, vind ik, altijd doen, al zet je misschien het schaap met vijf poten op papier. Wat heeft het orkest nodig ná Jansons, na zes chefdirigenten, de fase waarin het zich nu bevindt? Het orkest schrijft geschiedenis met zijn chefdirigent, met inbegrip van de verantwoordelijkheden en de stress die daarmee gepaard gaan. Om het nu eens helder te zeggen: we zochten geen tweede Jansons. Dat is onmogelijk. Dat is een essentieel verschil van benadering. Na dat profiel kwamen pas de namen, met eerst een longlist en uiteindelijk een shortlist. De grote selectiecommissie is daarbij niet over één nacht ijs gegaan, heeft er goed over nagedacht, gewikt en gewogen. Kort samengevat geen herhaling van zetten, maar uitgaande van een wezenlijk aspect van de muziek: het proces van wat ik 'hercreatie' noem, in plaats van routine. Dat heeft niets met Jansons te maken, maar wel met een belangrijk aspect dat voor ons zwaar heeft meegeteld: vergeleken met vijf jaar geleden is het orkest behoorlijk verjongd, er is sindsdien sprake van maar liefst zestig nieuwe orkestleden (van de 120, AvdW) en dat betekent dat veel van het repertoire voor hen in die hoedanigheid nieuw is. Dan heb je een chef nodig die het orkest opleidt, aan de hand neemt, streng kan zijn en over een natuurlijk gezag beschikt. Maar er kwam nog een belangrijke factor in het spel: we wilden een chef die alleen bij ons chef is en nergens anders. In het geval van Gatti gold dat hij die rol alleen bij ons kon vervullen als hij afscheid nam van zijn chefschap in Parijs en nergens anders in een vergelijkbare functie zou treden, opera uitgezonderd. Dat was voor ons een absolute voorwaarde. Kort gezegd, naar de nieuwe chef toe: 'You have to care'. Jansons was altijd zeer zorgzaam, zelfs met twee chefschappen, in Amsterdam en München, in feite een bijna onmogelijke opgave en door zijn fragiliteit werd dat stilaan te veel.

Toen ik hier aantrad was Jansons al aan het werk, hij had al twee chefschappen. Door het vertrek van Jansons was de situatie plotsklaps veranderd, konden er aan de nieuwe chef specifieke condities worden gesteld. Alleen bij ons chefdirigent zijn heeft voor ons positieve gevolgen, voor het media- en programmabeleid, voor contracten met labels, voor de tijdsverdeling qua aandacht en voor het instuderen van nieuwe werken. Gatti paste perfect in dat met grote zorg samengestelde profiel. Ook artistiek, want hij is een musicus die duidelijk de muzikale spanning opzoekt, zich volledig wil focussen op het KCO en bovendien een breed repertoire heeft. Zijn belangstelling voor het eigentijdse repertoire is niet gratuit: hij heeft compositie gestudeerd en kijkt als componist naar een partituur. Hij heeft ook een aparte studiemethodiek, is iemand met veel zelfvertrouwen maar tegelijkertijd een zoeker en een twijfelaar. De interpretatie van vandaag kan straks weer anders zijn. Gatti is niet het type dirigent dat zijn plaatje afdraait en dat is dat. Ik hoorde zijn 'Falstaff', zijn Mahler III en Berlioz, en het is zelfs na een paar dagen alweer geëvolueerd. Zodra hij van het podium stapt komt de twijfel, kritisch als hij op zichzelf is. Hij is Italiaan, maar zijn grote kracht ligt in het Duitse en Oostenrijkse repertoire, in de Eerste en Tweede Weense School in het bijzonder. Hij weet goed wat een sterke partituur is, hij is geen 'pleaser'. Zo zijn we zijn geland bij de nummer 1 van onze shortlist: Daniele Gatti!

Vl.n.r. Mariss Jansons, Jan Raes en Daniele Gatti (foto Renske Vrolijk)

Ideale leeftijd
We hebben vooraf intensief met elkaar gesproken. Gatti heeft straks meer tijd, hij kan straks orkesten afzeggen die hij niet meer nodig heeft. De dirigent Gatti is in de loop der jaren sterk geëvolueerd. Ik ken hem nu zo'n jaar of tien, ik volgde hem al in Rotterdam, toen als directeur van het Rotterdams Philharmonisch. Ik was op zoek naar een nieuwe chef, maar het was eigenlijk al te laat. Nu, na zeventien jaar, heeft de Berliner Philharmoniker hem herontdekt en willen hem ieder jaar weer hebben. Zo kan het gaan.
Ik denk dat Gatti, hij is nu 54, op de ideale leeftijd is aanbeland om vanaf het komende seizoen als onze zevende chefdirigent bij ons te komen. We zijn geen tien jaar te vroeg maar ook niet te laat en ik voorzie nog heel veel positieve ontwikkelingen in onze samenwerking. Je weet nooit waar je uitkomt, maar dat het niet voorspelbaar is zie ik alleen maar positief.
Hij is goed voor een jong orkest en goed voor een repertoire dat we sinds lang niet meer of helemaal niet hebben gespeeld. Ook wat een vooruitstrevende programmakeuze betreft is de chefdirigent zeker belangrijk. Kijk maar naar Londen, waar Valery Gergiev veel moedige programma's heeft gedirigeerd. Als de chefdirigent gelóófd wordt, volgt het programma vanzelf.
Positief is voorts dat Gatti straks ook voldoende tijd en energie heeft om aan coaching te doen, bijvoorbeeld met het Amsterdams conservatoriumorkest. En hij zal zeker in gesprek gaan met het publiek, wat de wisselwerking met het orkest nog eens extra reliëf kan geven. Gatti is niet gladjes, niet cosmetisch, maar wel aanraakbaar. Hij is niet koppig als je een ander idee hebt dan hij, een luisteraar zowel op als buiten het podium. Soms zelfs een timide man, wat hij op het podium zeker niet is! Een dirigent ook met een enorme partituurkennis. Met Gatti gaan we in vol vertrouwen een huwelijk aan en naarmate de samenwerking vordert verandert het aan beide kanten. Hij zal verder evolueren, het orkest is jong en zal eveneens evolueren. Het is een huwelijk met 120 mensen.
Dat beantwoordt tevens de vraag of een chefdirigent werkelijk nodig is. Zijn invloed is niet alles overheersend, maar wel belangrijk. Consistente homogeniteit in het orkest, het behoud van de eigen klankidentiteit, meedenken bij het ontwikkelen van nieuw beleid, dat zijn zaken die de gastdirigenten nu eenmaal niet direct aankleven, hoewel ze op het klankkarakter van het orkest wel degelijk hun invloed hebben of hebben gehad. Harnoncourt, Chailly, Haitink en zoveel anderen hebben ieder hun eigen stempel op de klank gezet, maar denk niet dat dit snel is gegaan.

Daniele Gatti dirigeert het Koninklijk Concertgebouworkest (foto Anne Dokter)

Topspelers
Jonge orkestleden staan open voor nieuwe ontwikkelingen, ze zijn blij dat ze het proefspel hebben 'overleefd' en dat ze in het orkest een plek hebben verworven. Er is het besef dat ze het goed getroffen hebben. Vroeger viel het geld bij wijze van spreken uit de hemel, kon en mocht alles, maar sinds de economische crisis is dat beeld gekanteld. Er is bezuinigd, de overheid heeft zich deels teruggetrokken, er is veelal geen langetermijnvisie bij de overheid. Om dan al jong in zo'n toporkest te mogen spelen betekent wel iets.
Men komt tegenwoordig ook jonger in het orkest dan vroeger. Vroeger was dat anders, men begon in een traditioneel provincieorkest maakte na geruime tijd de overstap naar een beter orkest, dan naar de omroep of naar Rotterdam om hopelijk ooit nog eens bij het KCO te landen. Nu doet een drieëntwintigjarige auditie, slaagt en stapt gelijk in ons orkest. Het internationale spelniveau is enorm toegenomen, de kandidaten komen letterlijk overal vandaan. Ze zijn beter getraind, beter voorbereid en slagen dikwijls direct. Vaak komen ze uit andere landen dan vóór de crisis. Zo hebben we meer Fransen en Spanjaarden in ons orkest dan vijf jaar geleden. Topspelers weten precies waar ze het zoeken moeten, te midden van het toegenomen aantal omvallende of minder goed presterende orkesten. Het is logisch dat een topspeler bij voorkeur een excellent ensemble zoekt, al is dat meestal niet om de hoek. De beste lopen weg, zoeken hun heil elders. Dat brengt met zich mee dat we door het sterk gegroeide aanbod meer keus hebben Dat is het cynische aan deze situatie.

Academiemodel
Kandidaten komen soms ook voort uit onze orkestacademie. Er zijn er slechts zeven academisten per jaar, gekozen uit driehonderd kandidaten, voor die instrumenten die wij vooraf hebben bepaald. Meestal is dat een strijkkwintet met een of twee blazers omdat zij dan ook met elkaar kunnen musiceren en er voor die instrumenten altijd wel een plek in het orkest is. Bovendien is het makkelijker om hen in de tutti mee te laten spelen, want voor de eerste lessenaars komen ze uiteraard nog niet in aanmerking. We zoeken de risico's niet op, wel de functionaliteit. Ze repeteren mee, spelen mee tijdens onze concerten. Ook op het gebied van de kamermuziek wordt ervaring opgedaan, samenspelend met onze orkestleden. Naar elkaar luisteren is heel belangrijk. Ten slotte kunnen zij deelnemen aan het verplichte proefspel. Het helpt echter dat we ze kennen, want ze moeten niet alleen superieur spelen, maar ook qua mentaliteit en muzikale intelligentie bij ons passen. Hier ligt ook een belangrijke rol voor de aan hen toegewezen mentor. Die proefperiode is nog belangrijker dan het proefspel. Om de vier maanden wordt door veertig collega's de kandidaat geëvalueerd. Bij twijfel komt er nog een jaar extra proeftijd bij, maar soms moet helaas worden gezegd: "Je bent ongelooflijk goed, maar je past hier niet." Het proefcontract wordt dan stopgezet. Dat doen we discreet, voorzichtig, met zijden handschoenen aan, met veel feedback en zo meer, maar het is onvermijdelijk. Ieder seizoen krijgen er uiteindelijk vier tot vijf musici uit de academie een definitieve aanstelling bij ons orkest. Soms zit daar een oud-academist bij.
Tijdens de leerperiode worden ze - anders dan in bijvoorbeeld Berlijn - niet door ons betaald. Ze ontvangen dus geen salaris. Daarvoor ontbreekt eenvoudig het geld (de academie wordt betaald door onze donateurs). Wel zijn de lessen gratis, waaronder coaching, mental training, bepaalde lessen op het conservatorium, voorbereidingen voor het proefspel en zo verder, en bieden wij hulp bij de huisvesting. Wel worden ze als freelancer betaald voor hun deelname aan de repetities en concerten.
Het grote voordeel van de orkestacademie is dat de jonge musici echte orkestervaring kunnen opdoen. Dat ze intensieve repetities kunnen meemaken met topdirigenten. Bruckner V instuderen met Nikolaus Harnoncourt en de week daarop weer een geheel ander programma onder een andere dirigent. Zo leren ze ook wat flexibiliteit binnen het orkest inhoudt, hoe snel ze zich moeten aanpassen. En ze zitten niet aan ons vast: soms zie je dat ze zowel in Amsterdam als in Berlijn deelnemen aan de academie. Terwijl er in ons orkest ook musici zijn die exclusief aan de Berlijnse academie zijn opgeleid, en anderen weer alleen aan die in Amsterdam. Alle vroegere deelnemers aan de academie hebben overigens allemaal een job, waar ook ter wereld. Sommigen komen na een jaar of vijf weer bij ons aankloppen voor een nieuw proefspel.

Wat is een goed musicus?
In ons orkest is dat iemand die niet alleen zijn vak beheerst maar ook tijdens het musiceren dienstbaar is aan de ander of de anderen. Dat bijvoorbeeld de tweede hobo in die drie maten van een symfonie de leiding heeft en de eerste hobo zich daaraan moet aanpassen. Concentratie is uiteraard ook heel belangrijk. Er zijn veel gastdirigenten, hun telkens andere aanwijzingen moeten nauwkeurig worden gevolgd. Dienstbaar aan de dirigent, aan de overige orkestleden, aan de partituur. Dat vraagt niet om solistische trekjes als die er niet behoren te zijn. Ik zou bijna zeggen: een kamermuzikale houding, een zeer veeleisende en kritische manier van musiceren. Het is mooi om te zien en te horen hoe nieuwe musici zich na verloop van tijd aanpassen aan het orkest. Daarop selecteren we en daardoor is onze identiteit zo bijzonder en zo stabiel. Waarbij het ons niet uitmaakt of de musicus uit Zeeland of uit Nieuw-Zeeland komt.

Twee leden van het KCO, Liviu Prunaru (viool) en Brenedikt Enzler (cello), met pianist
Hans Eijsackers in de kleine zaal van het Concertgebouw
(foto Renske Vrolijk)

Soms betekent een puur kwaliteitsbewuste benadering dat minder goed presterende orkestleden het veld moeten ruimen voor betere. Dat gebeurde bijvoorbeeld in Rotterdam, onder Edo de Waart en ik heb het in Antwerpen ook moeten doen. Als eenmaal een bepaald hoog niveau is bereikt, is het in zekere zin zelf regulerend, maar dat neemt niet weg dat een chefdirigent en directeur soms moeilijke beslissingen moeten nemen ter wille van het behoud van de hoge spelkwaliteit. En het is ook zo dat hoe beter de orkestleden zijn, des te meer ze voor collectieve kwaliteit gaan en niet voor het individueel zwakkere belang. Dit is al zo sinds Mengelberg. Mediocriteit is nooit een optie voor wie naar de hoogste kwaliteit wil streven. Het is echter niet zo dat áls het een keer voorkomt, wij geen oog zouden hebben voor wat er mogelijk áchter het probleem steekt. We helpen als er sprake is van een mentaal of fysiek probleem, door het orkestlid minder te laten spelen, of een speciale masterclass aan te bieden, een fysiotherapeut of (bij een mentaal probleem) een psycholoog in te schakelen. Het betekent nogal wat, zo'n 130 concerten per jaar, waarvan het merendeel van de orkestleden er zo'n 90 voor zijn/haar rekening neemt. Waarbij we altijd proberen preventief personeelsbeleid te voeren, een individueel probleem zoveel mogelijk vóór te zijn, of al in de kiem op te lossen.

De media uitvergroot
Het is uitermate belangrijk om de relatief nieuwe media in kaart te brengen en die als orkest doelbewust en doelmatig te gebruiken. Je moet zowel gehoord worden als in beeld komen. De jonge generatie gebruikt die bijna als een soort van tweede natuur en dat zal alleen maar toenemen. Binnen de traditionele context van radio en televisie valt bovendien een aanzienlijke verarming waar te nemen van het culturele aanbod. Wel blijft tv belangrijk, want er wordt veel uitgesteld gekeken. Ook de website met zowel beeld als geluid heeft sterk aan betekenis gewonnen en moet permanent worden vernieuwd. Dat kost geld en waar zitten je rechten nog? Het is een permanente evolutie, met veel dynamiek.

Binnenkort gaat onze nieuwe website van start. Televisie en computer schuiven als media in elkaar, in een geheel andere structurele vormgeving, mede door de toegenomen mobiele toepassingen.
We maken zelf televisie, verkopen onze programma's aan zenders en netwerken. Polycast en Polyhymnia werken op dit vlak voor ons, maar wij blijven eigenaar van hetgeen we aanbieden. Wij verkopen zelfs programma's aan AVRO/TROS, zij maken programma's van, over of voor ons (waarvoor vroeger goed werd betaald, maar nu nog zelden of weinig). We hebben ook een link met Mezzo, verkopen onder meer aan Arte en zo verder. Onze mediarol is in de afgelopen paar jaar drastisch veranderd, van passieve naar actieve betrokkenheid. Dat is boeiend, maar zonder eigen investeringen gaat dat niet, waarbij we hopen dat we die met onze producties ooit terugverdienen. Dit is puur de 'kapitalisatie' van onze concerten. Dan hebben we van onze wereldtournee een film laten maken. Van zo'n tournee zetten we dagelijks iets op onze website, wat de mensen thuis de mogelijkheid biedt als het ware mee reizen. Dat genereerde maar liefst 42 miljoen contacten in één kalenderjaar! Je komt daardoor buiten je 'incrowd', je bereikt mensen die om welke reden ook graag elke dag iets van die tournee willen meemaken. Het tv-programma 'Bloed, zweet en snaren' bood een soortgelijk beeld. Om te ervaren wat het betekent om een orkestlid te zijn, te moeten studeren, repeteren en optreden als je zeven kinderen hebt, de obstakels, de tegenslagen, wat de dirigent precies doet, hoe processen binnen en buiten het orkest verlopen. Gegarandeerd, je gaat anders luisteren. Het is uitgegroeid tot een veelsporig mediabeleid geworden met ons aan het stuur.

Een groot voordeel is dat we een mediadeal hebben met ons eigen orkest, waardoor we niet steeds opnieuw hoeven te onderhandelen of te heronderhandelen. In Rotterdam moest ik dat echt per concert doen. Ik kwam dan in een mentaliteit terecht van " we moeten geld zien ". Terwijl het geen geld meer opbrengt. Nergens! Het enige business model dat succesvol is, is dat van de Metropolitan Opera in New York. In duizenden bioscoopzalen worden - vaak live - operavoorstellingen vertoond met flarden uit de 'backstage scene'. Daar komt veel publiek op af. Wat iedereen toen hoopte gebeurde echter niet: paradoxaal genoeg bleef de zaalbezetting in de MET onvoldoende.
In dat proces van omgaan met de moderne media hebben we veel van anderen geleerd en zelf toegepast. We werken aan ons eigen mediaplan en moeten door onze beperkte financiële middelen daarin keuzes maken. We kunnen geen tien verschillende dingen proberen. We moeten consequent zijn, vasthouden aan bepaalde lijnen waar we voor hebben gekozen, die wel verder uitwerken, aanpassen, verbeteren. We weten waar we nauwlettend worden gevolgd, we zien de loyaalste bezoekers van onze social media in Japan, Spanje en Brazilië. Dat helpt dan weer als we op tournee gaan, met daar steevast uitverkochte zalen. Zie ons mediabeleid als een vliegwiel dat zijn werk doet.

Een rijk verleden voor een groot publiek
De Berliner Philharmoniker was het eerste orkest met een 'Digital Concert Hall'. We hebben met onze Berlijnse vrienden daarover contact gehad. Ze hebben, anders dan wij, er een enorme sponsoring voor. Anders was het niet te realiseren geweest. Ze hebben er succes mee geboekt, al brengt het geen winst, ondanks abonnementen en sponsoring. Voor ons is het echter geen competitie-element. Integendeel, we hebben er veel bewondering voor. Het is een strikt model, alle concerten worden uitgezonden. Dat is wat de abonnees verwachten. Wij hebben gekozen voor een ander model, we selecteren de concerten voor onze RCO Editions-serie achteraf. Straks worden die geïntegreerd in onze nieuwe website. Dat is geen zakelijke, wel een inhoudelijke deal. We blijven bepalen wat er wel en wat er niet op wordt gezet. Het ene concert is nu eenmaal beter dan het andere, dat valt vooraf niet te voorspellen. Maar we willen ook op een selectieve manier ons rijke verleden voor een groot publiek vrijmaken, die schatkist vol opnames.
Dat we selecteren brengt nog een ander voordeel met zich mee. Meer en meer orkesten streamen en daardoor is een nieuwe discussie ontstaan. Solisten en dirigenten die uitsluitend achteraf willen bepalen wat wel en wat niet mag worden doorgegeven. Ook zijn er sommigen die absoluut niet gefilmd willen worden. Dit ligt moeilijk als de abonnees iets anders is beloofd. Wij bespreken het liever achteraf met de artiesten. Laten we ook niet vergeten dat professionele opnamen bij de musici extra stress kunnen veroorzaken. Men speelt doorgaans vrijer als men weet dat niet wordt opgenomen. Wat niet wegneemt dat het alsmaar lastiger wordt om een effectieve beschermingswal op te trekken. Zo zitten er in de zaal vaak mensen die stiekem geluidsopnamen maken of zelfs filmen.

 
 
Willem Kes

Wel of geen globalisering?
Dat de gehele wereld ons werkterrein is geworden zegt op zich niet zoveel over het klankkarakter van ons orkest. Laten we vooral niet gaan generaliseren. Vanaf dag 1, in 1888, hebben er buitenlanders in het orkest gespeeld. De eerste dirigent, Willem Kes, vond geen geschikte eerst Nederlandse cellist en haalde hem van over de grens. Nu is zo'n 40% geen Nederlander, en in mijn acht jaar bij dit orkest is die verhouding amper veranderd. Ik heb de laatste tijd veel excellente orkesten gehoord, Philadelphia, Chicago, Cleveland, de Wiener, de Berliner, Budapest Festival, Bayerische Rundfunk. Ze hebben ieder hun eigen typische klank, wat te maken heeft met hun chefdirigent, de akoestiek van de zaal en het type musici dat elkaar aantrekt. Want soort zoekt blijkbaar soort. Wij selecteren andere mensen op een proefspel dan de Berliner. Je kiest wat je mooi vindt. Zelfs het Rotterdams Philharmonisch heeft een ander soort musici dan het KCO. Zo hebben Edo de Waart, Valery Gergiev en de Doelen daarop hun stempel gedrukt en daarop is voort ge borduurd. Bij ons hebben dirigenten als Willem Mengelberg, Bernard Haitink, Riccardo Chailly en Mariss Jansons door hun lange verbondenheid als chefdirigent belangrijke sporen nagelaten.
Wel is het jammer dat sommige karakteristieke instrumenten uit orkesten verdwijnen of zijn verdwenen, zoals de typisch e Franse fagot. Maar je speelhouding, je spelcultuur neem je ook over de grens mee. Ook de akoestiek speelt een belangrijke rol. De Grote Zaal van het Concertgebouw heeft een moeilijk podium, men hoort elkaar zwak, maar heeft voor ons publiek wel een prachtige akoestiek. Veel buitenlandse orkesten die er optreden ervaren dat ook. Zodra iemand solistisch speelt, hoort hij of zij de buur man moeilijk. De bijzondere klankcultuur van het KCO is een positief gevolg van dat lastige podium.

Eigentijdse muziek
Wij spelen ieder jaar een aantal wereldpremières en Nederlandse premières. Dan komt er toch kritiek van de pers dat we dat te weinig doen. De zaal hoeft niet per se bij ieder concert vol te zitten, maar we willen wel een goede bezetting, onze inkomsten zijn er mede van afhankelijk. Doordat het publiek steeds minder weet, wordt dat wel problematisch. Het kent Saariaho niet, of Benjamin, maar toch investeren we in die nieuwe muziek. Zo hebben we ook nieuw werk van de Nederlandse componisten Michel van der Aa en Richard Rijnvos op het programma gezet. En dat doen we niet slechts één keer. We geven bovendien compositieopdrachten (zoals aan Louis Andriessen die het orkestwerk 'Mysteriën ' in opdracht van het toen jubilerende KCO componeerde, AvdW). Het is echter uitgesloten dat we dat ieder concert kunnen doen.
Een ander deel van het verhaal is dat Mariss Jansons weinig tijd had, in zijn programmakeus voorzichtig was, én radio en tv weinig geïnteresseerd zijn in eigentijdse muziek. Vroeger werd bij wijze van spreken alles uitgezonden, maar nu mogen we blij zijn dat de omroepen nog komen. De muziek mag niet te moeilijk zijn, niet te lang duren, wat zelfs geldt voor onze traditionele Kerstmatinee. Vandaar dat we een eigen label hebben met eigen dvd- en cd-opnames. Daarin komt ook nieuwe muziek aan bod. Onze Horizon-serie staat zelfs bol van de premières. Welk ander orkest doet of kan dat nog?

Wat we in de laatste jaren alleen al op het gebied van de premières hebben gedaan is heel mooi, maar als we qua repertoirekeuze voortdurend over bepaalde grenzen heengaan, beschadigen we onze onmisbare inkomsten. Dan krijgen we klappen en de overheid zal niet bijspringen. Natuurlijk, er is niets makkelijker dan Vivaldi en Mozart spelen in de B-serie. Lekker safe, maar dat doen we dus niet.
Ik erken tegelijkertijd dat er geen eenduidige oplossing is voor een mogelijk groeiend onbehagen of een zich wijzigend luistergedrag. Er zijn zoveel mogelijkheden om naar muziek te luisteren, inclusief relatief nieuwe media als Spotify and iTunes. Die mogelijkheden werken echter ook vluchtigheid in de hand. Ik ken maar weinig mensen die muziekdiensten gebruiken en een werk dan volledig uitluisteren. Het is kort en oppervlakkig, en alleen al op dit punt totaal niet te vergelijken met een live concertbezoek of serieus naar een cd luisteren.

Nederlandse muziek
Nederlandse muziek meenemen op buitenlandse tournees ligt spijtig genoeg moeilijk. We kunnen ieder jaar tientallen concerten geven in Azië, want men kent ons en men wil ons graag. De concerten op onze tournees zijn altijd uitverkocht. Maar let wel, we krijgen minder subsidie en we moeten ook eigen inkomsten genereren. Dat maakt ons qua repertoirekeuze in het buitenland noodgedwongen voorzichtig. Laat ik het zo expliciet zeggen: wanneer we stukken zouden aanbieden die men niet kent, kunnen we niet in Tokyo of New York spelen. Dan worden we gewoonweg niet uitgenodigd. Misschien dat muziek van Van der Aa of Andriessen nog wel lukt, maar onbekend maakt onbemind, in een meer commerciële markt. Het risico ten aanzien van de zaalbezetting is te groot, het contract wordt door onze partners dan niet getekend. Dat is pure marktwerking en dat is enorm spijtig. Een soortgelijke tendens zie je bij de muziekfestivals die te graag op safe spelen.
De tournees worden organisatorisch en logistiek goed, zeg maar tot in de puntjes voorbereid. Dat geldt niet minder voor de muziek die we zullen spelen. Iemand met een bepaalde compositie een plezier te doen in een bepaalde stad is uit den boze, want dagenlang repeteren op één stuk voor één uitvoering is een onmogelijke en onbetaalbare onderneming. Onze programma's moeten een gehele tournee muzikaal kunnen dragen.

 
 
Radio Legacy uitgave van het KCO

Spagaat
Ik vind het essentieel dat we het 'gouden' repertoire blijven herhalen en het is en blijft interessant om dat onder verschillende dirigenten te doen. Verschillende visies, daar wordt zowel het orkest als het publiek rijker van. En de volgende generatie moet bij ons ook Beethoven kunnen horen. Maar zeker de melomaan mag tevens moderne werken niet worden ontzegd, hoewel er ook daar sprake is van verschillende doelgroepen. Er zijn mensen die graag Berg en Zemlinsky willen horen, en minder geïnteresseerd zijn in eigentijds werk, terwijl er ook liefhebbers die dat juist niet willen maar wel naar ons concert komen voor het nieuwste stuk van Van der Aa. Dat zijn er misschien maar een paar honderd, maar in die spagaat zitten we. Niet het één of het ander. Er zijn wel gespecialiseerde ensembles maar die spelen geen symfonisch werk. We zijn blij met het Vioolconcert van Van der Aa, uitgevoerd door Janine Jansen, dat op cd is gezet en nu de wereld rondgaat. Het is tevens een teken dat althans onze cd-markt niet is geïmplodeerd. Als het maar interessante uitgaven zijn. Zoals ook de Beethoven-symfonieën onder Iván Fischer. Die verkopen zeer goed. Dan zijn er de Radio Legacy-boxen die niet zijn aan te slepen. Onze Horizon-serie wordt wereldwijd verkocht. Wat we bieden is feitelijk een schitterende muziekbibliotheek op cd. Het brengt niet direct geld op, maar je ziet ze wel bij de kenners die weten dat Gatti hier Alban Berg excellent heeft opgenomen.

Vluchtelingencrisis
Voor de Triple A-concerten van 15 oktober en 16 oktober was de Amerikaanse componist John Adams bij ons te gast. Er stonden actuele stukken van hem op het programma. Het thema was 'Breaking News', met als partner World Press Photo (in de belendende Spiegelzaal waren er verhalen te zien en te horen over het leven in Noord-Afrika: 'stories of change beyond the Arab Spring', AvdW). De kunstenaar als journalist: Adam s schrijft werken die daaraan gelieerd zijn, van 'Nixon in China' tot nu 'Shéhérazade 2' dat de onderdrukte rol van vrouwen in de Arabische wereld als hoofdthema heeft. Het was in de week dat er die verschrikkelijke misère was op de stranden aan de Middellandse Zee, in Griekenland en Italië. Toen er duizenden vluchtelingen aankwamen in Nederland. We hebben op 15 oktober acht bussen met Syriërs uit AZC's op onze kosten naar ons concert laten komen. Vierhonderd vluchtelingen die pas een dag hier waren kwamen naar muziek van John Adams luisteren. Ik heb die dag het orkest tijdens de repetitie gevraagd "Wie is bereid om in de komende maanden vrijwillig en onbetaald in AZC's te gaan spelen?" Iedereen stak zijn hand op. Dat loopt nu. We spelen daar tot de zomer om geregeld kamermuziekprogramma's van rond drie kwartier. Na het concert wordt met de vluchtelingen koffie en thee gedronken, gepraat. Dat verandert ook ons orkest. We hebben er geen ruchtbaarheid aan gegeven. We doen dit omdat het humaan is en de actualiteit erom vraagt.

 
 
Paukenist Marinus Komst in Soweto

In Zuid-Afrika hebben we ook in een township gespeeld, in Soweto, en over wat de orkestleden daar zien en horen, beleven, wordt nagedacht. Dat is belangrijk, we moeten ons niet verwend gedragen. Ik ben in Cyprus geweest, in Nicosia, ter voorbereiding van 'RCO meets Europe'. Er loopt prikkeldraad dwars door de stad, er zijn vredesgesprekken. Denk je eens in wat het betekent voor de jonge Cypriotische muziekstudenten om onder die omstandigheden een keer met ons mee te spelen! Wat Barenboim heeft gedaan, met zijn West-Eastern Divan Orchestra, zijn musiceren met jongeren uit Israel en Palestina. Het lijkt misschie n een druppel op een gloeiende plaat, maar het doet iets met alle betrokkenen en het heeft ongetwijfeld een positief effect.

Subsidie
Dat we streven naar uitmuntendheid weet iedereen wel, maar ons grootste probleem ligt elders, bij de overheid waar een langetermijnvisie ontbreekt. Ik zou willen dat de overheid goed nadenkt over wat zij wil overhouden. Hierin past geen dagjespolitiek. Wil men over tien tot vijftien jaar nog een excellent Concertgebouworkest? Er zijn niet veel landen met zo'n orkest.
We ontvangen steeds minder overheidssteun terwijl de kosten lichtjes blijven stijgen. Op dit moment zo'n twee tot drie procent per jaar. De eigen inkomsten stijgen weliswaar ook maar er is een niveau waarop die vastlopen, percentueel niet meer kunnen groeien. Daarom vind ik dat die overheid voor een orkest als het onze een soort veiligheidsklep moet inbouwen die ons bestaan verzekert. Er zijn andere subsidiemodellen dan de huidige mogelijk zonder ons 'lui' te maken. Bijvoorbeeld dat er altijd sprake is van 50/50: dat er tegenover 50% eigen inkomsten als regel 50% subsidie staat. Dat is voor ons al een uitdaging. We zitten daar nu zelfs nog boven, uniek in Europa, maar we kunnen niet 60% genereren en de overheid 40%. Of we moeten onze identiteit verloochenen. Er moet echt een ander financieringsmodel komen dat vanuit een langetermijnvisie is ontwikkeld. Een orkest als het onze verdient, nee vereist een langetermijnadem en kan wat de subsidiëring betreft echt niet van verkiezing naar verkiezing hobbelen. Het roer moet echt om. We moeten nu programma's samenstellen en contracten opstellen zonder te weten of die straks deels door subsidies worden gedekt. Dat betekent elke dag risico's nemen. Wij hebben enige maanden geleden subsidies aangevraagd voor de periode 2017-2020. We zitten nu nog in de cyclus 2013-2016. Wij zijn tournees aan het plannen waarmee alleen al per seizoen meer dan een miljoen euro gemoeid is, in een veranderlijke wereld. Je kunt niet alles voorspellen, maar het betekent wel dat ik nu een contract moet maken voor een Amerika-tournee in 2019, met solist en dirigent, terwijl ik op dit moment niet weet welk subsidiebedrag we krijgen. Als we echter te laat zijn hebben we niet meer die programma's, die zalen, die goede solist, die goede dirigent. Dat is spannend, maar eigenlijk ongehoord. We zijn gezond, maar ik wil het ook gezond houden, en de risico's binnen de perken houden. Waaraan ik gelijk toevoeg dat we niet per se daar willen spelen waar onze inkomsten het hoogst zijn. Niet iedereen weet dat, maar wij verdienen meer geld in Boekarest dan in New York. Dat is ook de markt. Op de plekken waar iedereen wil spelen, dus Wenen, New York, wordt minder betaald. Vraag en aanbod! Maar we spelen ook in Heerlen omdat er een prachtig coalitieakkoord is en men daar voor topcultuur gaat. Daar is wel sprake van een langetermijnvisie. Dat is het feest van de stad, dat is geweldig en we gaan er graag naartoe. De rest van Nederland loopt op zijn tandvlees, enkele goede zalen kunnen ons niet meer uitnodigen. En dan is er nog iemand die zegt dat we meer Nederlandse muziek moeten spelen. Dat betekent veel ballen tegelijk in de lucht houden. We voeren een gebalanceerd beleid, maar het is onmogelijk om iemand die alleen vanuit één niche denkt een plezier doen.

Als er over het Nederlandse subsidiebeleid wordt gesproken, wordt de situatie in Amerika er nogal eens bijgesleept. Daar worden veel onjuistheden over gezegd en geschreven; ook in de Nederlandse pers. Wij hebben contact met de overheid en wij leggen dat goed uit. Er is behoefte aan die informatie, want daar leert men hopelijk van. Wat is dat model in Amerika of breder nog, in de Angelsaksische wereld? In Amerika zijn er nog slechts drie orkesten die financieel gezond zijn. Zij 'leven' op hun vermogen. Bijvoorbeeld in Boston een half miljard. Het Boston Symphony ontvangt subsidies uit hun eigen vermogen. Ook Los Angeles beschikt over een groot vermogen, mede dankzij zo'n enorme kasmachine als de openluchtconcerten in de Hollywood Bowl. Elders zijn de bronnen uit mecenaat en bedrijfsleven door de financiële crisis meestal weggezakt. Het gaat gewoon slechter, van Chicago tot Dallas, van Pittsburgh tot Detroit, van Cleveland tot Minneapolis. Als wij over een paar honderd miljoen kunnen beschikken, hebben we geen subsidies meer nodig. Voor veel kunstinstellingen in de Angelsaksische landen betekent het tegenwoordig omvallen of eigen vermogen opeten.

De kaasschaaf is dodelijk
In de Amerikaanse orkestwereld is men jaloers op Europa, want daar is veel kwaliteit te vinden, die van oudsher bijzondere klankcultuur. In West-, Midden- en Oost-Europa is men meestal nog trots op 'Bildung'. Ik vind dat in Nederland veel te veel wordt 'vermarkt' en er veel te Angelsaksisch wordt gedacht; en wat wordt afgebroken kan niet of amper nog worden opgebouwd. Hier kan de politiek het verschil maken. Wij hebben vorige week kamermuziek gespeeld voor de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble die cultuur hoog op zijn agenda heeft staan. Hij praat met de musici en heeft een Europees programma: iedere zes maanden is een ander EU-land voorzitter van de EU en hij nodigt dan de culturele top uit dat land uit. Vandaar de uitnodiging aan ons. Er was grote belangstelling, ik werd daar publiekelijk geïnterviewd. Die culturele interesse zit in het Duitse DNA. Dat kennen wij hier minder. Politiek en ambtenarij zijn sterk met elkaar verweven en culturele uitstapjes worden nog nauwelijks gemaakt. Ik ben al dertien jaar in Nederland, eerst vijf in Rotterdam en vervolgens acht hier in Amsterdam en wacht nog steeds op het moment dat er vanuit de politiek echte keuzes worden gemaakt. Het erfgoed, het levend patrimonium, daar is men in het buitenland jaloers op. Dat moet zo blijven, maar de kaasschaaf is dodelijk.
Natuurlijk, er zijn grote maatschappelijke problemen, maar volgens mij hebben wij elkaar nodig. Er is geen enkele economie die zonder beschaving floreert. Er moet nog veel worden opgelost, maar dat vraagt visie, moed en voorbeeldgedrag. Daarom gaat het KCO in Europa op reis omdat ook wij onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Zoals Daniel Barenboim dat doet en Claudio Abbado dat met zijn jeugdorkesten heeft gedaan. Europa verkeert nu meer in een culturele crisis dan in een financiële. Het één is het gevolg van het ander. Al die selectieve gevoelens van verontwaardiging en nationalisme worden gevoed door gebrek aan cultureel leiderschap.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links