Interview

Yannick Nézet-Séguin,

de nieuwe chefdirigent van het

Rotterdams Philharmonisch Orkest

 

© Bas van Westerop, april 2008

 

In december 2006 werd Yannick Nézet-Séguin voorgesteld als de nieuwe chefdirigent van het Rotterdam Philharmonisch Orkest waar hij Valery Gergiev opvolgt aan het begin van het seizoen 2008-2009. Bovendien maakte het London Philharmonic Orchestra bekend dat hij daar als vaste gastdirigent is aangesteld, ook vanaf het begin van het volgende seizoen.

Yannick Nézet-Séguin repeteert met het Rotterdams Philharmonisch Orkest (foto: Marco Borggreve)

Yannick Nézet-Séguin kreeg zijn eerste pianolessen op vijfjarige leeftijd. Aan het  conservatorium van Montréal studeerde hij piano, kamermuziek, compositie en orkestdirectie. Tegelijkertijd bekwaamde hij zich in koordirectie aan het Westminster Choir College in Princeton, New Jersey. In 1995 richtte Yannick het ensemble La Chapelle de Montréal op. Hij schoolde zich verder bij een aantal beroemde dirigenten, onder wie  de grote maestro Carlo Maria Giulini. In April 2000, werd hij aangesteld als artistiek directeur en chefdirigent van het Orchestre Métropolitain du Grand Montréal.

In de week vóór Pasen dirigeerde Yannick Nézet-Séguin  drie uitvoeringen van de Matthäus-Passion van Bach bij het Rotterdam Philharmonisch Orkest. Een dappere keus want voor veel Nederlanders is de Matthäus haast een tweede volkslied.

Bernard Haitink (79) dirigeerde in dezelfde week in Boston (op "veilige" afstand) zijn eerste Matthäus, Riccardo Chailly deed de Matthäus in zijn Amsterdamse jaren slechts eenmaal.

Yannick Nézet-Séguins carrière gaat momenteel van hoogtepunt naar hoogtepunt dus ik was blij hem ontspannen en lachend te ontmoeten in De Doelen, net  voordat een auditie voor plaatsvervangend concertmeester zou beginnen. Valery Gergiev was in de 13 jaar dat hij chefdirigent was nooit aanwezig bij een auditie... Dus vraag ik Yannick hoe belangrijk het is voor de volgende chef.

Yannick Nézet-Séguin: Ja, de laatste keer dat er een dirigent bij een auditie zat was 15 jaar geleden. Ik vind het wel belangrijk dat ik er ben, zeker als het gaat om sleutelposities in het orkest.  En je moet een keer beginnen, en dat is dus vandaag!.

Hoe was je week hier, "jouw" Matthäus"?

O, het was prachtig, prachtig! Ik had gelukkig al ervaring met het dirigeren van dit soort werken. Dus wist ik dat er, net als bij een opera, veel spanning zou zijn aan het begin van de week: je wilt van alles repeteren, dan heb je nog de zangers, het kinderkoor, de podiumverdeling, er komt heel veel op je af.  Ik wist dat ik na de eerste twee dagen heel, heel moe zou zijn, een beetje teneergeslagen. Alles ging uiteindelijk goed, maar er gebeurde veel...dit, dit en dat. Maar toen, uiteindelijk....de concerten!! Wat ik bedoel: de hele week voelde ik hoe belangrijk deze muziek is voor de mensen hier.

Was het jouw keuze om de Matthäus te doen ?

Ja hoor, dat was al besloten voordat ik als de nieuwe chefdirigent werd benoemd. We hadden al gepland dat ik in dit seizoen twee of drie keer zou komen omdat het zo goed klikte met het orkest. Ik denk dat Cynthia Wilson (de toenmalig artistiek directeur, BvW) wist dat ik af en toe barokmuziek deed. Zij vroeg me of ik zin had om de Matthäus te doen en vertelde me over de grote Matthäus-traditie hier in Nederland. Ik dacht: : Oké, prima...ik wist toen nog niet hoe groot die traditie was maar ik "gooi" mezelf altijd in van die "grote" dingen, ik denk dat zoiets me laat groeien en dat vind ik erg belangrijk, het groeiaspect. Ik krijg veel terug van de musici en natuurlijk heb ik mijn eigen visie op een stuk maar....het was een heel speciale week voor me, echt heel bijzonder!

Hecht je belang aan recensies?

Ik lees ze, altijd. Echt alles. Ook de kranten van vandaag en ja, dat was leuk om te lezen. Mijn houding tegenover critici was altijd hetzelfde: het doet me wat als ik weet dat ze gelijk hebben, het doet me niets als ik het niet met ze eens ben. Dus heb ik een goede verhouding met ze. Maar ik ben niet één van die musici die zegt: ik lees niets, het maakt me niets uit.

Zoals Valery Gergiev ?

Ja, maar ik denk niet dat dat waar is. Ik zeg dat niet tegen Valery Gergiev in het bijzonder, maar ik  denk dat wanneer een musicus zegt dat hij ze niet leest dat gewoon niet waar is. En als dirigent: de musici lezen ze ook, dus als ik van niets weet is dat ook niet goed! Ik wil weten wat er geschreven wordt.

Maar afgelopen woensdag, aan het eind van de eerste Matthäus, dacht ik: wat maakt het uit! Ik wist dat de verwachtingen hooggespannen waren ...dan kan je dus teleurgesteld of verrast worden. Op dat moment maakte het me echter even niets uit. Maar wat betreft die recensies...ik ben tevreden.

Hoorden de recensenten wat je wilde dat ze hoorden?

Nou, sommige dingen verrasten me. We hebben de hele week veel aan de klank gewerkt bijvoorbeeld, maar zij hoorden een "lichte klank"... ik dacht eerder aan een dramatische klank dan aan een lichte maar...oké, het was niet mijn prioriteit.

Dit was zeker niet je laatste Matthäus?

O nee, nee, en dat is ook het mooie van deze meesterwerken: ik dirigeer ze op mijn 33e, 43e, 53e, 63e en elke keer zal het totaal anders zijn. Ik neem het mijn hele leven met me mee! Daarom doen we dit ook.

Jij bent niet ....bang voor de Matthäus? Bernard Haitink dirigeerde deze week in Boston  zijn eerste Matthäus: hij heeft echt lang gewacht !

Het is echt iets heel anders dan ....een opera. Misschien zien andere dirigenten overeenkomsten omdat er bijvoorbeeld recitatieven zijn. Maar als de Evangelist zingt doe ik eigenlijk niets , maar toch ook weer wel: ik onderstreep bepaalde dingen, ik adem mee en ik weet dat hij op bepaalde dingen reageert, dat stopt nooit. Je moet de mensen ook echt vrijheid geven: ik doe meer dan dirigeren, ik probeer de lijnen te laten vloeien, ze aan te geven.

En, hoe langer je wacht, des te intimiderender wordt de Matthäus waarschijnlijk. Ik kon mijn eerste Matthäus al doen toen ik 24 was. Dat is dus al 10 jaar geleden. Het zit al in me, tenminste vanuit het koor gezien.

Weet je, ik heb in Montréal acht jaar lang mijn eigen ensemble gehad, La Chapelle de Montréal, een kleine groep op moderne instrumenten. Meestal één of twee per stem, zoals Jos van Veldhoven het doet. Twee koren: twee maal acht mensen. Heel klein dus. Dat ensemble heb ik speciaal opgericht om de Johannes-Passion te kunnen uitvoeren. We waren een aantal vrienden die de Johannes-Passion hadden gehoord en we wilden het werk uitvoeren. Dus dachten we: Laten we een ensemble oprichten!

Het stond in de sterren geschreven dat je ooit Bach in Nederland zou dirigeren!!

Waarschijnlijk!

Leden van het orkest vragen zich af hoe en waar je dat enorme repertoire hebt geleerd: het is zó groot, van Monteverdi tot hedendaagse muziek. Is dat je eigen keus?

Ja, het is mijn eigen keus omdat ik héél nieuwsgierig ben: ik houd van ontdekkingen! Ik moet mezelf echt dwingen om niet teveel aan te nemen. Ik zal altijd een wijd repertoire blijven dirigeren maar, om iets te noemen: ik heb tot nu toe de tweede en derde symfonie van Schumann gedirigeerd. Als ze me nu opbellen voor een Schumann symfonie is m'n eerste reactie: ik wil de eerste doen! Maar dan denk ik: ho, wacht, eerst nog een paar keer de tweede en de derde, ik heb alle tijd. Ik heb nu alle Beethoven symfonieën meerder malen gedaan, alle Brahms symfonieën, vier Bruckner  en zeven Mahler symfonieën, vooral omdat ik in mijn jonge jaren veel kansen kreeg om te doen wat ik wilde doen. Maar nu, echt waar, gaat het langzamer.

Welke muziek gaat je aan het hart?

Hmmm....(lange stilte)..... weet je, het is haast een fysieke noodzaak. Het is gewoon zo dat barokmuziek niet mijn dagelijkse werk is. Maar als ik langer dan 6 of 8 maanden zonder zit lijkt het alsof er een stuk van mijn lichaam mist. Ik heb Bach en Händel echt nodig! Dat weet ik nu dus plan ik het in.

Hetzelfde geldt voor opera. Als ik aan een nieuwe productie begin denk ik (vermoeide stem): dit is écht m'n laatste opera! Omgaan met zangers, psychologie, al die dingen. Maar dan stap ik  bij de uitvoering de bak in en dan zou ik de rest van m'n leven opera kunnen doen! Ik ben een hartstochtelijk iemand, weet je!

Dus je hart zit bij de stukken die je op dat moment doet?

Waarschijnlijk! Ik kan trouwens veel makkelijker aangeven waar m'n hart niet bij zit. Stravinsky bijvoorbeeld...het trekt me wel.....de Vuurvogel doe ik, Pulcinella, de neoklassieke werken. Maar de Sacre.....ooit doe ik hem wel. Elke jonge dirigent wil dat stuk doen maar...nee: niets voor mij. Rossini, Donizetti, ik ken het, maar het trekt me niet. Ik waardeer het ....

Yannick Nézet-Séguin repeteert met het Rotterdams Philharmonisch Orkest (foto: Marco Borggreve)

Heb je al het repertoire voor volgend seizoen zelf gekozen?

Ja zeker! Ik koos, maar daarvoor heb ik zeer veel gepraat met Jan Raes (algemeen directeur)  en Michael Fine (artistiek directeur) over wat er van mij verwacht zou worden. Wat ík wil doen met het orkest is natuurlijk belangrijk maar ook waar ik met ze heen wil. Om daar achter te komen moest ik ook weten waar ze vandaan kwamen. Het is één ding om iets te willen maar het moet ook in de historische lijn van het orkest passen. 

Ik denk dat het Rotterdams Philharmonisch een heel flexibel orkest is. En ik probeer een heel flexibele dirigent te zijn. Door veel verschillende stijlen te doen vergroot ik de flexibiliteit van het orkest nog meer,. Dat is dus een andere aanpak dan overal specialisten voor aan te trekken. Dat doen we ook wel (Frans Brüggen komt twee weken volgend seizoen)  maar ik wil ook binnen één programma op één avond verschillende stijlbenaderingen laten horen.

Ik zag een programma volgend seizoen met Händel, Stravinsky en Beethoven....

Ja, precies, daar houd ik erg van. Ik weet dat sommige mensen, ook de musici, zich zullen afvragen of het nog wel één geheel vormt, maar zolang er een concept achter zit denk ik dat dít orkest het kan. Ze lieten dat al horen in het R.Strauss/Beethoven-programma afgelopen november (Strauss' Tod und Verklärung en de Eroïca). Na de pauze klonken ze als een totaal ander orkest. Dat vind ik geweldig: niet veel orkesten in de wereld kunnen dat.

Of willen dat....

(Lachend) O ja, absoluut. We hebben dus drie hoofdlijnen in de programmering gemaakt:

Beethoven, omdat dat de muziek is waar we altijd weer bij terugkomen. Het is kamermuziek, het is emotioneel, het is symbolisch, het is alles. We doen een Beethoven serie over drie seizoenen verspreid (volgend volgend seizoen de Missa Solemnis in september en de Symfonieën IV en VII later).

Een andere lijn is Richard Strauss. Ik weet dat er in Nederland een grote Bruckner/Mahler-traditie is. Beide componisten zijn mij zeer dierbaar zoals je weet. Maar Valery Gergiev heeft hier de laatste jaren erg veel Mahler gedaan en Bruckner doen we pas vanaf het seizoen 09/10. Ik vind dat dit een fantastisch orkest is voor Richard Strauss omdat het een heel krachtig orkest is. We doen alle symfonische gedichten over de volgende seizoenen verspreid.

En dan natuurlijk Franse muziek: dat is heel goed voor het luisteren in het orkest en voor de klankkwaliteit. Franse muziek is gezond en natuurlijk associeërt iedereen mijn Franse naam met Franse muziek: dat is altijd zo en dat is prima.

Verder wil ik ook altijd Händel en Bach blijven programmeren en nieuwe werken doen. Volgend seizoen nog geen opdrachten maar vanaf het seizoen 09/10 komen er opdrachten voor nieuwe werken van Nederlandse componisten maar ook van grote internationale namen. Premières zijn heel belangrijk voor me en ze worden gewoon geïntegreerd in de programmering. 

Je aanstelling als gastdirigent in Londen, waar past die?

Het is niet echt veel: vier programma's per jaar. En het mooie is dat er absoluut geen verantwoordelijkheid is. Ik doe gewoon wat ik mooi vind. Volgend jaar doe ik bijvoorbeeld het Deutsches Requien van Brahms daar. Dat kon hier niet omdat Gergiev het in mei hier dirigeert. En de klank van het London Philharmonic is ook totaal anders dan dat van het Rotterdams Philharmonisch. Maar tegelijkertijd bezitten beide orkesten een grenzeloze energie. Dat vind ik erg belangrijk.

De achterliggende gedachte is om te stabiliseren: vier weken in Londen, Montréal houd ik aan maar het wordt minder en Rotterdam is mijn belangrijkste werkplaats. Het lijkt misschien meer maar het is minder.

Volgend jaar doe ik hier bij de Nederlande Opera Janáceks Vec Makropoulos en ik ga ook één opera per jaar aan de MET doen. Dat dwingt me tot regelmaat. Als je alles bijelkaar neemt, mijn weken hier, in Londen, Montréal, de Nederlandse Opera en de MET, dan blijft er niet veel over, en dat is prima!

Overal waar je de laatste twee, drie jaar dirigeerde ben je teruggevraagd. Hoe ga je om met dat "probleem"? Je bent geliefd en ik neem aan dat dat fijn voelt !

(Lachend)  Het is moeilijk omdat ...je hoort mij niet klagen hoor, het echte probleem zijn al die banden die ik aanknoop met musici. Soms word ik er treurig van als ik in mijn agenda kijk en zie dat het er gewoon niet meer bij past.

Ik benader orkesten altijd met een open vizier, in de liefde... Ik zeg niet dat ik makkelijk verliefd word, maar er zijn verschillende gradaties. Dan moet ik analyseren hoe verliefd ik ben. Maar de dingen worden altijd duidelijker als we verder komen..

Weet je, alles is heel snel gegaan met mij. Heel snel, maar niet te snel, het is onder controle.

Wil je alles controleren ?

Ik denk niet dat ik een controlefreak ben, maar het hoort wel bij mijn werk om dingen te controleren. Wat betreft mijn carrière begrijp ik de gevaren van teveel en te vroeg maar ik heb goede managers en ik ben hier in een familie terechtgekomen waar veel nodig is  maar waar de mensen ook heel intelligent en liefdevol zijn. En met de liefde die ik hier voel is alles mogelijk denk ik.. Er zullen goede en minder goede momenten zijn maar ik denk dat het vooral belangrijk is om oprecht tegen elkaar te blijven en daarom verheug ik me enorm op de komende jaren!

En wat betreft het controleren van het orkest?

Vrijheid is de sleutel.....maar, ik hou net zoveel van repeteren als van concerten. Dit is een orkest dat heel goed speelt op concerten maar ik denk dat dat ook mogelijk is met structurele repetities. Ik probeer dus nu beide te plannen. Wat echter mijn relatie met dit orkest om zeep zou helpen is dat we teveel zouden repeteren en dan met een rotconcert eindigen. Ik geloof dat beiden goed kunnen zijn. .

Dit was het einde van ons gesprek.

Op die avond dirigeerde Yannick Nézet-Séguin een zeer persoonlijke Matthäus-Passion in de grote zaal van de Doelen in Rotterdam. In juni is hij terug met o.a. de Vijfde symfonie van Dmitri Sjostakovitsj. Daarna gaat hij met het Rotterdams Philharmonisch Orkest en pianist Yundi Li op tournee in Azië (China, Japan, Taipeh en Zuid-Korea).

(Dit interview verscheen eveneens in het Engels op Musicweb International).


Bas van Westerop is geboren in Den Haag en studeerde daar aan het conservatorium bij Gérard van Blerk en Stanley Hoogland. Masterclasses volgden bij o.a. Ljuba Edlina en Josef Hala. Al tijdens zijn studie speelde hij veel in diverse ensembles. Daarnaast volgde hij enige tijd directieles o.a. bij Pierre Dervaux in Frankrijk waar hij Joanna Pachucka ontmoette waarmee hij sindsdien (op vele fronten) een vast duo vormt. Bas geeft graag les, organiseert een eigen concertserie in De Regenboog in Zoetermeer en schrijft ook voor Musicweb International.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links