Interview

Charlotte Margiono - afscheid van de opera

 

© Paul Korenhof, januari 2010

 

Charlotte Margiono als de gravin in »Le nozze di Figaro« van Mozart, Hamburg 1992 - regie: Johannes Schaaff

Gré Brouwenstijn, Erna Spoorenberg, Cristina Deutekom, Charlotte Margiono, Eva-Maria Westbroek - vijf naoorlogse sopranen die ieder voor zich moeiteloos de diva-status haden kunnen verwerven, als zij niet 'te nuchter Nederlands' waren geweest om echt 'diva-gedrag' te ontplooien. Erna Spoorenberg kon het nog het beste, Cristina Deutekom wist ook wat het was, maar gebruikte het bewust en in zeer bescheiden mate in dienst van haar internationale carrière, maar daarnaast werd zij weer gewoon een gezellige Amsterdamse zodra de Westertoren in zicht kwam. Gré Brouwenstijn, ondanks de status die haar op den duur omringde, bleef echter altijd 'onze Gré', die nog kort voor haar dood tegen me zei: "Ach jong, voor mij hoeft het niet, maar als jij denkt dat de mensen dat leuk vinden, mag je je gang gaan." Zo'n instelling typeert ook Eva-Maria Westbroek, die in repertoire en karakter Brouwenstijn het dichtst benadert, en het verder de gewoonste zaak van de wereld vindt om in een snackbar af te spreken voor een interview. En Charlotte Margiono? Op het hoogtepunt van haar loopbaan trok zij nog steeds door Europa met een camper die zij zonder blikken of blozen neerzette op het parkeerterrein van het operatheater dat haar geëngageerd had...

Hoezeer het ook in onze volksaard ligt om 'maar gewoon te doen' en dat ook van anderen te verlangen, voor een operacarrière is het niet altijd gunstig. En dat niet alleen: als Nederlanders krijgen wij daardoor ook onvoldoende in de gaten hoe hoog onze eigen artiesten in feite op de ladder staan, en welke grote naam zij in het buitenland hebben. Dat Johan Cruijff een wereldster was, vinden we nog steeds heel normaal. Sterker nog: het streelt in niet geringe mate onze eigen ijdelheid. Dat zangers en zangeressen op hun eigen terrein ook zoiets kunnen bereiken, dringt tot het grote publiek echter nauwelijks door. Charlotte Margiono werd beroemd en gevierd van Berlijn tot Tokio, en voor dirigenten als Claudio Abbado, Nikolaus Harnoncourt en John Eliot Gardiner was zij vaak de eerste keuze voor rollen als de gravin in Le nozze di Figaro, Donna Elvira in Don Giovanni, Vitellia in La clemenza di Tito, Agathe in Der Freischütz.

Aan de andere kant: een zekere terughoudendheid strookt ook met haar karakter en toen Charlotte Margiono vorig jaar besloot om een punt te zetten achter haar glorieuze operaloopbaan, werd dat dus ook niet meteen met veel tamtam aan de wereld kond gedaan. Sterker nog: het bleef in eerste instantie beperkt tot één genereus interview dat ik begin januari het haar had waarvan later die maand een beknopte versie verscheen in het bulletin van de Vrienden van de Opera. Met toestemming van deze vereniging publiceren wij hier de complete versie als eerbetoon aan een groot zangeres en vertolkster.

° ° °

Een 'Hollandse diva' maakt de balans op

"Hoe gaan we dit nu aanpakken? Nou zitten we hier, na zoveel jaar opera, en dan ga ik jou vertellen dat ik ermee stop. Dat is toch best wel belangrijk..."

Een interview begint meestal anders, maar op 3 februari valt in Het Muziektheater definitief het doek voor de operacarrière van Charlotte Margiono. De sopraan die op hetzelfde toneel triomfen vierde als de Gravin in Mozarts Le nozze di Figaro, neemt dan met de rol van Marcellina in diezelfde opera afscheid van een indrukwekkende theaterloopbaan. Niet dat zij daarna niet meer zal zingen, en het betekent al helemaal niet dat zij niet meer actief is in de muziekwereld. In de concertzaal zal zij nog regelmatig te horen zijn, haar tijd wordt in toenemende mate opgeslokt door haar werkzaamheden als docente aan het Utrechts conservatorium en daarnaast blijft de altviool haar 'eerste hobby'.

Bruikbaarheid...
Haar Marcellina in Le nozze di Figaro maakte in 2005-2006 deel uit van het Da-Ponteproject van De Nederlandse Opera (DNO), waarin Charlotte Margiono ook een'grote' rol zong, Donna Elvira in Don Giovanni, maar met die rol was zij niet zo blij:
"Het begon er al mee dat ik zelf niet in topvorm was. Ik zat midden in de overgang, mijn lichaam deed niet echt goed mee, mijn stem zat niet lekker, en dan moest ik ook nog eens op het toneel in een bed liggen... Dat is bikkelhard, want je ligt daar alleen maar te bedenken dat het straks misschien helemaal niet zo goed gaat! En dan met een dirigent die niet te vertrouwen was! Ik ben nog nooit in een Mozart-opera tijdens een aria uit de bocht gevlogen, maar deze man heeft het gedaan gekregen. Nota bene tijdens 'Mi tradì', een aria die ik echt kan drómen. En dan die schattige Mario Luperi, die ik al jaren ken en die daar de hele avond onbeweeglijk op dat bed moest liggen, die lag daar gewoon met mij mee te lijden. Na afloop kwam hij helemaal ontzet naar me toe. We hebben wel vijftig, zestig opera's samen gezongen en voor hem was ik zo ongeveer het toppunt van betrouwbaarheid op het toneel. Ik heb soms misschien wat lang nodig om op stoom te komen, maar ik heb nooit echt veel fouten gemaakt en als je dan opeens zoiets meemaakt, is dat echt dodelijk voor je kunstenaarsziel. Ik leer ervan, het is de realiteit, maar zeker als je je lichamelijk en geestelijk toch al een beetje uit balans voelt, is zoiets vreselijk!"

"De regie werkte natuurlijk ook niet mee. Geen kwaad woord over Jossie Wieler en Sergio Morabito, hartstikke leuke jongens, lief, beschaafd, gewoon tof! Maar je weet bij voorbaat dat het bij het publiek niet gaat werken en als dan de volgende dag Roland de Beer in de Volkskrant schrijft 'Charlotte Margiono zingt Elvira, de vocale bruikbaarheid voorbij, (...)', dan gaat dat door je ziel. Alsof je een oude ijskast bent! Ik heb andere recensies gehad waarin ook heel eerlijk stond 'we hebben haar wel beter gehoord - misschien zijn de Mozart-dagen een beetje voorbij', maar die hadden daarna toch ook iets positiefs. Zo kan het ook! Waarom moet je een ouder wordende kunstenaar zo'n trap nageven?"

Band met DNO
"Ik wist heel goed dat er iets van waarheid zat in wat hij schreef, en dus ga je nadenken en alles op een rijtje zetten. Het is niet zo dat ik vanwege die recensie besloten heb ermee te stoppen, maar ik was er wel al over aan het nadenken. Het was meer een optelsom. De hoofdreden was, als ik heel eerlijk moet zijn, het feit dat je als zanger in het hedendaagse operabedrijf toch een marionet bent in de handen van de regisseur en de dirigent. Er zijn wel goed regisseurs, maar te weinig, en als je een goede dirigent tegenkomt, heb je vaak het idee dat hij opera er maar zo'n beetje bij doet. Voor mij was op een gegeven moment de maat vol. Ik heb toen verder alle opera-engagementen teruggegeven en alleen deze Figaro aangehouden, omdat ik het vanwege mijn grote band met DNO toch een leuk idee vond om er hier, op dit toneel, mee te stoppen. Ja, en dat is eigenlijk het verhaal in een notedop."

"Natuurlijk had ik het best wel leuk gevonden om te eindigen met een mooie grote rol, maar dat zat er gewoon even niet meer in. Ook wel door mijn eigen schuld, want ze hadden mij ook Rosalinde in Die Fledermaus aangeboden en dat heb ik toen niet aangenomen. Maar goed, op dit punt ben ik heel realistisch. Een echte carrière wordt bovendien niet altijd gestuurd door wat jij zelf wilt. Helemaal niet. Waarom ben ik zo lang in Mozart blijven hangen? Heel simpel: omdat niemand me voor iets anders vroeg. Ik had dolgraag veel meer Puccini gedaan. Ik ben gek op die muziek, maar het werd me niet aangeboden. Wagner gelukkig wel en daarvan heb ik heb ik nog wel een flinke hap mogen meeknabbelen. Dat begon met het eerste bloemenmeisje in Parsifal onder Hans Vonk, dat was echt heel leuk, daarna Eva, Elsa en Sieglinde, en concertant ook nog Das Rheingold en Tannhäuser."

... en drama's
Rond Charlotte Margiono hebben zich bij De Nederlandse Opera twee drama's afgespeeld. De bekendste daarvan was het feit dat zij wegens hooikoorts Desdemona in Verdi's Otello onder leiding van Riccardo Chailly tijdens de repetities moest afzeggen. Niet in de pers kwam het feit dat de regisseur van Wagners Tannhäuser enkele jaren geleden na eindeloze discussies besloot dat hij haar niet in zijn enscenering wilde hebben omdat zij 'niet slank genoeg' meer was. Dat heeft De Nederlandse Opera geweten. Haar vervangster heeft ondanks ziekte zo goed als het kon de première gezongen, maar moest daarna verstek laten gaan werd op haar beurt weer vervangen door twee capabele, maar beslist niet ideale vertolksters. Maar goed, ik vraag er toch naar...

 
  Als Sieglinde in »Die Walküre« van Wagner DNO 2004
regie: Pierre Audi

"O ja, Elisabeth (schaterlach) - laten we het daar eens over hebben. Nee hoor, we gaan niet alleen maar rotte appels pakken! Maar inderdaad, dat was wel een drama. Alles was in kannen en kruiken, ik zou die rol zingen, maar op het laatste moment heeft de artistieke directie van dit huis, mijn geliefd huis, geen stokje gestoken voor het ietwat ridicule gedrag van een regisseur die mij niet wilde hebben. Het was helemaal geregeld. Ik zou hier die drie rollen doen, de beroemde drie 'E's' van Wagner: Eva, Elsa en Elisabeth, maar toen puntje bij paaltje kwam, was de wil van de regisseur wet, ondanks het feit dat ook Hartmut Haenchen zich achter mij stelde. Godzijdank diende zich precies op dat moment Sieglinde in Die Walküre aan, die ik misschien nog veel leuker vond, maar leuk was het niet. Ik heb in mijn relatie met Dde Nederlandse Opera heel veel heerlijke momenten meegemaakt, maar dit was een zwarte bladzijde. Aan de andere kant: zo belangrijk is het eigenlijk ook weer niet. Er gebeurt zo veel in dit leven, ook in het operawereldje. Ik voel me ook zo rijk door wat ik allemaal heb meegemaakt. Ik blijf toch altijd een blij en optimistisch mens. Dat kun je me gewoon niet afnemen, en dat neem ik ook mee in mijn lesgeven."

Marcellina
Hoe is het eigenlijk om nu op het toneel te staan als Marcellina, als je zelf zo ongeveer overal ter wereld en onder de grootste dirigenten de gravin hebt gezongen?
"Leuk! Ik ben daar zelf heel blij om, en dat had ik drie jaar geleden ook al. Toen zat ik wel met het probleem dat ik mezelf de gewetensvraag moest stellen of ik nou een beetje de kift had op de zangeres die de gravin zong of dat ik haar echt niet zo goed vond. maar ik ben er nu toch wel uit dat ik haar echt niet zo goed vond - en ik was niet de enige. Een aardige meid verder, maar ik vond het wel een beetje jammer. Bovendien denk ik toch dat ik een echt ensemblemens ben. Bij mij staat voorop dat het goed moet zijn, ook al zou ik daarbij zelf misschien minder op de eerste plaats komen."
"In dit geval wilde ik ook echt niet meer. Van al mij rollen heb ik de gravin het meeste gezongen - en in de meeste verschillende producties ook, maar op een gegeven moment heb je het gehad. Toen vijf jaar geleden de voorbereiding voor de Da-Pontecyclus begon, vond DNO dat ik er absoluut aan mee moest doen, maar toen Peter De Caluwe (de toenmalige casting-director - PK) aan mijn agent Pieter Alferink vroeg of ik de gravin nog zou willen doen, zei die meteen: 'Ben je gek! Tegen die tijd is zij vijftig. Dat wil zij niet meer! Zij doet veel liever Marcellina.' Dat vond Peter fantastisch, ik dus ook, en we hebben besloten om die rol in de complete cyclus te combineren met Donna Elvira in Don Giovanni."

 
  Puccini: »La Bohème«, Komische Oper Berlin, 1983
r egie: Harry Kupfer (Rodolfo: Günther Neumann)
   

"Afgezien daarvan: Mozarts comprimariorollen zijn briljant. Je kunt daar heel veel plezier mee hebben en met Bartolo en Basilio vorm je in de Figaro natuurlijk ook de drie pazzi, de gekke komische mensen in het verhaal. Als je leuke collega's hebt, is het een feest! Wel heel bijzonder is dat dit echt de eerste en ook de enige 'kleine' rol is die ik ooit gezongen heb. Alleen heel vroeger, toen ik begon bij de operastudio zat, maar in 1983 zong ik al Mimì in La Bohème bij Harry Kupfer in Berlijn. Eigenlijk realiseer ik me nu pas dat er mensen zijn die in hun hele leven alleen maar dat soort rollen zingen - en die dat trouwens ook heel erg goed doen! Maar goed, ik kan mezelf niet betrappen of enig gevoel van nijd of afgunst dat ik nu een keertje geen hoofdrol heb. Hooguit heb ik een praktisch probleem in de finale van de tweede akte, waar ik moet uitkijken dat ik niet de muziek van de gravin ga zingen, maar dat is ook echt alles!"
"Bovendien is het heerlijk dat deze Nozze een productie is met 'echte Mozart-mensen', die bereid zijn om in een team te werken, zonder al te veel sterallures. Dat moet ook bij Mozart. Als je het in zo'n werk leuk wilt hebben met elkaar, moet je een ensemble vormen en dat is toch iets anders dan Verdi of Bellini zingen. Daar mag je veel meer je ego ontplooien. Bij Wagner is zo'n ensemblesfeer trouwens ook belangrijk, veel meer dan je zou denken. Daar moet je echt iets hebben van 'jongens, houd elkaar maar vast, want samen zijn we sterk!', en terecht! Je moet elkaar zelfs af en toe letterlijk vasthouden om erdoorheen te komen!"

Regisseurs
Maar wat deed je met die energie als regisseurs op repetities dingen van je vroegen die je zelf niet zo zag zitten?
"Dat was af en toe inderdaad wel moeilijk, maar ik houd oprecht van mensen. Ik ben een 'mensenmens'. Ooit heb ik een regisseur meegemaakt die zo ontzettend aan de drank was, dat een van de assistenten 's ochtend om elf uur al een nieuwe fles whisky moest halen. Zoiets brengt toch een grote mate van onrust in het ensemble en dan zijn er mensen die zich gaan verzetten, maar dat kán ik niet. Wel als ik merk dat iemand onheus bejegend wordt. Dan kan ik enorme klauwen uitsteken. Maar op zo'n moment zie ik toch alleen maar een regisseur, of liever een méns die ten onder gaat aan zijn eigen gevoeligheid of frustraties of onvermogen, maakt niet uit, en dan probeer ik vooral om oplossingen te zoeken. Hoe kan ik proberen de gemoederen tot rust te brengen zodat de sfeer en de productie er niet aan kapot gaan..."

"Zo herinner ik me nog heel goed een productie van Le nozze di Figaro in Aix-en-Provence in de regie van Rudolf Noelte in zijn nadagen. Werkelijk de slechtste Figaro die ik ooit gedaan heb! Die man kon het echt niet meer, terwijl we een dirigent hadden die net kwam kijken en die zich ook niet kon laten gelden. We hebben hele weken aan tafel gezeten en 'dan mochten we alleen maar aantekeningen maken, terwijl Noelte met een tekening van de plattegrond voor hem zat te praten in de trant van 'en als jij dan opkomt bij maat 4, Charlotte, ga je van stoel b naar stoel d, en dat doe je dan in acht maten' - en zo ging het maar door. Drie weken lang! Wij werden op een gegeven moment zo melig dat we als pubers met water gingen kliederen en met propjes gingen gooien! Toen ben ik naar de directie gegaan. Het was mijn derde jaar daar, ze wilden me graag hebben, dus ik dacht dat ik die positie wel kon gebruiken om te zorgen dat er iets gebeurde. En toen hebben de assistenten het overgenomen om te zorgen dat er toch nog iets van een voorstelling van de grond kwam."

Frustraties en egotripperij
Als hoofdreden voor je beslissing om te stoppen noemde je de positie van de zanger in het huidige operabedrijf...
"Dat klopt. Op dit punt is het enigszins uit balans is geraakt en een zanger van nu moet zich realiseren dat hij een marionet is van de dirigent en de regisseur. Daarbij komt bovendien te veel dilettantisme, met te veel regisseurs of dirigenten die echt niet weten waarmee ze bezig zijn. Het gevolg is dat de zangers er maar een beetje bij hangen, terwijl je er toch echt niet omheen kunt dat opera niet zonder zangers kán. Wel zonder decor, zonder dure belichting, zonder kostuums. Kijk naar die fenomenale Don Giovanni van Gardiner in het Concertgebouw, waarbij iedereen uit zijn dak ging zonder dat er één decorstuk aan te pas was gekomen! Maar zolang het publiek niet protesteert, blijven zaken als die andere Don Giovanni in Het Muziektheater doorgaan en blijven regisseurs denken dat zij de spil zijn waar het allemaal om draait met hun fantasieën, hun frustraties en hun egotripperij, en het publiek laat het ook af en toe al merken. Het gebeurt al vaak genoeg dat de zaal niet meer vol komt, zelfs in Nederland."

"Voor ons zangers is dat allemaal heel hard en ik heb daar geen zin meer in. Waarom moet ik me op die manier laten bevuilen als ik met zulke fantastische mensen heb gewerkt? Dat is heel hard, dus wat doe je als je verstandig bent: je zorgt dat je een gezonde dosis niet-opera zingt en dat heb ik ook gedaan! Niet alleen met het gewone concertrepertoire, maar ook met heel veel kamermuziek en bijvoorbeeld twaalf jaar lang met het Margiono Quintet. Daarmeee hebben we leuke cd's uitgebracht, maar vooral heel erg leuk muziek gemaakt. Je kunt je gewoon niet voorstellen hoeveel muzikantenplezier we in die tijd hebben gehad, ook de mensen van het kwartet."

Stoppen - maar niet helemaal
"Dat hoeft ook nog niet. Ik ben wel iets ouder geworden en ook door die problemen met mijn hooikoorts is de laagte soms niet meer helemaal wat die vroeger was, maar als ik hem niet op zijn staart hoef te trappen, klinkt mijn stem eigenlijk misschien nog wel mooier dan ooit. Dan gaat rijping in mijn voordeel werken. Maar als ik echt veel hoog en hard moet zingen, merk ik toch wel dat ik vijfenvijftig ben met een behoorlijke carrière achter de rug. Op zich af en toe toch ook wel interessant om mee te maken. Dan sta ik te hikken voor een frase waar ik een paar jaar geleden moeiteloos doorheen zeilde en dan heb ik echt iets van 'hoe kan dat nou!', maar het gebeurt gewoon. Dat hoort erbij."

"Alles bij elkaar heb ik voor de komende jaren toch nog heel wat concerten gepland, Les Nuits d'été met het Gelders Orkest, de Rückert-Lieder met het Noord-Nederlands Orkest, en dat vind ik best wel spannend, want die heb ik nog nooit gezongen, in oktober staan er nog concerten gepland met liederen van Alma Mahler in de Wiener Musikverein. Allemaal dingen die perfect zijn voor mij, een beetje dat hoge mezzowerk, en daarnaast ook nog een paar recitals, onder andere van de Kleine Zaal tot in IJsland, en zo zit er nog wel het een en ander in de bekende pijplijn. Maar ik heb vooral een báán! Volgend jaar ga ik zelfs in vaste dienst. Dat is een fenomeen waaraan ik toch wel een beetje moet wennen. Aan de andere kant komt het nu goed uit dat ik met opera gestopt ben. Met een vaste baan kun je niet meer zo makkelijk zes weken in Parma gaan zitten voor een voorstelling. Dat kun je niet máken!"

Margiono-sound
"Ik ben een tijdje geleden aan het werk gegaan met Frans Eelhart, iemand die vanuit een klassieke piano-opleiding liedjes is gaan schrijven in een iets lichter genre, ook al voor Toon Hermans, Wim Sonneveld, Willem Nijholt en Adèle Bloemendaal. Op een gegeven moment wilde hij graag een cyclus schrijven en dat zijn 23 liederen geworden op teksten van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker. Dat is een cd geworden, niet echt 'cross-over' maar meer mijn eigen 'Margiono-sound' zonder een duidelijke 'operaklank', die op veel mensen toch een beetje artificieel overkomt, gewoon mijn normale stem dus. En om een lang verhaal kort te maken: die cd is in september uitgekomen, doet het heel erg goed, en zelf voel ik me ook hele gelukkig in dat genre. De vrijheid die je daarbij toch hebt in het samenbrengen van noten en teksten, werd voor mij een ongelooflijke openbaring. Dat programma zijn we nu aan het uitbouwen, ook met wat concerten eromheen, en dat kan ik waarschijnlijk blijven doen tot ik omval."

Harnoncourt
Heb je nooit moeite gehad met de trage tempi van Harnoncourt in Mozart, vooral in de Nozze?
"Nee, alleen met het begin van de finale tweede akte. Dat vind ik onzinnig. Maar ja, wat heet moeite? Je hebt er als zanger gewoon geen moeite mee te hebben! Ik herinner me wel het moment waarop ik voor het eerst 'Per pietà' in de Così met hem deed. Toen had ik iets van 'wat gebeurt hier?', dus ik ging in de pauze naar hem toe om te vragen of hij echt dat tempo wilde. 'Ja,' zei hij, 'bevalt het u niet?' Ik zei toen maar dat ik er niets over kon zeggen, omdat het mijn eerste Così was, maar dat ik het inderdaad wel langzaam vond. Goed, ik ben er toen aan gaan werken, dus ik ben thuis echt gaan studeren hoe je in die aria de spanning kon vasthouden als het zo langzaam ging. Dat is in zekere zin ook een uitdaging, dus ik gooide me er echt helemaal op en na de volgende repetitie vroeg ik hem of het zo goed was en toen zei hij: 'Ja, u was zelfs té langzaam', dus toen hij daarna terugging naar zijn eigen tempo, was het voor mij inmiddels normaal geworden. En uiteindelijk geeft de acceptatie van zijn tempi mij geen windeieren gelegd, want als je zoiets aan kunt, kunt je op dit gebied alles aan zonder dat je de spanning loslaat."

Houd ze bezig!
"Ik ben echt op en top een bühnemens. Ik ben bijna geboren op het toneel - letterlijk! Mijn moeder was een goede danseres die vóór de oorlog in Duitsland haar opleiding had gehad en daar ook solisten bij de opera was geweest. Daarna is zij ook choreografe geworden en de hele eerste veertien jaar van mijn leven kende ik mijn moeder alleen maar als iemand die constant in het cabaret zat of in de revue, die met Willy Walden en Piet Muiselaar op het toneel stond en daar dan een ballet met vijf meiden organiseerde. Daardoor heeft mijn zus balletacademie gedaan, ik heb zelf heel lang serieus gedanst, dus opera was voor mij bijna niet te vermijden. Mijn moeder heeft toen ook nog een Zuid-Amerikaanse dansgroep gehad, en daar heb ik ook jaren in gedanst, als solisten. En als dan de bandrecorder kapot ging en er een gat in het programma viel, gaf ze me een mand met kleren en zei ze: 'Ga de bühne op en doe wat. Houd ze bezig!' En dan ging ik het toneel op en dan deed ik zomaar wat, improviseren, een beetje de clown uithangen, en dat is toch heel belangrijk. Dat je gevoel krijgt wat dat inhoudt, op het toneel staan. Data merk ik nu aan jonge mensen. Die weten soms niet, hebben ook geen houding, kunnen niet eens fatsoenlijk lopen, wat zeg ik: ze weten niet eens hoe ze moeten stáán! Alles moeten ze leren, zelfs hoe ze hun voeten moeten neerzetten! Dat is toch heel erg! Maar goed het betekent wel dat er heel wat werk aan de winkel is."
"Leuk is wel dat ik opera overigens in het begin helemaal niet zag zitten. Ik herinner me dat ik met zangles begon bij Aafje Heynis en dat ik zei dat ik in ieder geval geen operazangeres wilde worden, en Aafje, wijs als ze was, zei toen meteen 'ah kind, dat is goed hoor, maak eerste je studie maar af'', maar die zag het volgens mij al lang aankomen. Het bloed kruipt toch echt waar het niet gaan kan."

Hooikoorts
"Mijn veelbesproken hooikoorts is nog steeds niet echt weg, maar gelukkig zit die al jaren niet meer op mijn stem. Toen ik in 1996 op het laatste moment die Otello moest afzeggen, was er geen sprake meer van een 'hooikoortsperiode', maar was het gewoon chronisch geworden. Juist doordat ik al die jaren echt een gevecht leverde met die ziekte, werd het steeds erger en kreeg ik er ook een soort astma door. Ik heb toen een paar heel belangrijke zaken moeten afzeggen, om te beginnen de Ariadne auf Naxos die ik met Colin Davis in München zou doen, dat wilde hij al jaren en precies toen lukte het niet meer, heel erg! Mijn eerste keer met Solti, Donna Elvira in Don Giovanni in Parijs ging niet door, een heel leuke productie van Die Fledermaus met Harnoncourt in de Wiener Festwochen - allemaal van dat soort toppers. Eigenlijk heeft die hooikoorts precies op het beslissende moment mijn carrière kapotgemaakt! Dat kan ik toch rustig zo zeggen. Ik was toen al begonnen met rondkijken of ik wat meer les kon geven, dat trok me ook erg aan, toen ik echt in een crisis terechtkwam. Dat was de laatste klus die ik nog moest doen, een grote internationale Schubert-tournee met het KCO, Harnoncourt en Robert Holl, maar ik kon eigenlijk niet meer zingen. Dat was verschrikkelijk! Juist met Harnoncourt en het KCO! Heel pijnlijk! Niemand zei iets. Niemand vroeg of ik ziek was. Iedereen bewaarde een soort ijzige stilte om mij heen en ik vocht als een tijger om erdoorheen te komen. Ik weet nog dat ik in Madrid 'Der Vollmond strahlt' uit  Rosamunde moest zingen, nou, dat stelt toch niets voor, maar door het vocht op mijn stembanden lukte die open 'a' van 'strahlt' in de laagte absoluut niet, dus ik zong maar 'Der Vollmond glüht'. Ik was gewoon aan het zoeken naar andere woorden omdat die nog net bleven hangen, dat is toch een hel! Toen wist ik zeker: dit zijn de laatste loodjes. Het is afgelopen."

"Terug in Nederland kwam ik toen in onze kennissenkring Arie Bos tegen, een antroposofische arts, en die zei toen: 'Ik denk dat ik je kan helpen.' Nou, na alles wat ik al had meegemaakt op dat punt, zag ik het helemaal niet meer zitten. Ik was niet eens meer tot een zinnig gesprek in staat, dus hij zei: 'Ga maar liggen; ik begin gewoon.' Hij is toen midden in die tournee begonnen met acupunctuur en antroposofische injecties, gaf mij injecties mee voor thuis en net voordat ik het vliegtuig in ging, en het hielp bijna meteen. Vlak voor het concert stond ik in te zingen in de douche en ik voelde opeens mijn stem terugkomen. Ik heb toen geen noot meer gezongen, meteen naar het concert, zonder inzingen het podium op en het ging! Het was geen top, maar ik kon weer zingen! Sterker nog: ik moest opeens weer wennen dat het niet ophield!"

 
  Als Donna Elvira in »Don Giovanni« van Mozart, Parma 1994, o.l.v. John Eliot Gardiner
   

Terug van weggeweest
"Kort daarna belde Pieter Alferink om te vragen hoe het was en met de mededeling dat Hamburg voor een productie van Don Giovanni die ik kende, een invalster zocht voor Donna Elvira, vijf voorstellingen. Ik heb daar toen eerst met mijn man over gepraat: 'Het is nu of nooit. Als het niet lukt, is het afgelopen, als het wel lukt, gaan we er vol voor!' Dus we hebben allemaal injecties meegenomen, de hele camper waarmee we naar Hamburg gingen volgehangen met schema's, en tijdens die vijf voorstellingen kwam het helemaal terug. De eerste twee waren nog heel moeizaam, de derde liep al iets beter en bij de laatste twee ging het echt prima."
"Uiteindelijk blijkt achteraf wel dat mijn stem onderin, juist in mijn laagte, meer slijm gaat vormen en na een half uur, drie kwartier slibt het dan dicht en is iets van mijn fundament verdwenen. Het zij zo, maar eigenlijk ben ik daarna onverwacht opeens aan een soort tweede carrière begonnen, en toen kwamen ook de wat zwaardere rollen, Fidelio, de Wagner-partijen, Agathe in Der Freischütz, Chrysothemis in Elektra en af en toe dan ook toch nog een Donna Elvira ertussendoor."

Top-5
Als je één voorstelling mocht overdoen, welke zou je dan kiezen?
"Mag het er maar één zijn? Niet een top-5? Dat zou het iets makkelijker maken en ik vind het ook reëler. Op de eerste plaats - en dan moet ik mijn hart volgen - staat de Così fan tutte hier in dit huis met Harnoncourt. Daar kan ik niet omheen. Ik ben ook voor mijn hele leven een 'addict' van die man. Alles wat ik van hem heb geleerd, zeker ook de manier waaróp je met muziek omgaat, heeft mij voor mijn hele leven getekend. Ik probeer dat ook door te geven aan mijn leerlingen, maar daar zou ik ook nog wel meer mee willen doen, met welke middelen ook. Hij weet het niet, maar misschien moet ik hem eens schrijven wat hij voor mij betekend heeft."

"Op de tweede plaats - Amsterdam scoort echt goed bij mij - staat dan Sieglinde in Die Walküre, vooral de laatste voorstelling. Wat heb ik daarvan genoten! Dat was gewoon een euforie, iets anders kan ik het niet noemen! En dan op de derde plaats, zo lang geleden dat ik het bijna zou vergeten, komt La Bohème met Kupfer in Berlijn, in 1983. Dat was onvergetelijk en het was ook mijn eerste grote rol buiten de bescherming van de operastudio enzo. Eva-Maria Bundschuh was toen mijn Musetta, of ik kan beter zeggen: ik was haar Mimì, want zij was daar echt de gevierde DDR-diva. Later heb ik naast haar ook nog Valencienne in Die lustige Witwe gezongen. Fantastische vrouw!"

Puccini »La Bohème«, Komische Oper Berlin, 1983 - regie: Hary Kupfer (Musetta: Eva-Maria Bundschuh)
Als Valencienne in »Die lustige Witwe« van Lehár, 1986 - regie: Harry Kupfer

"Dan volgt een Figaro in een heel humoristische productie van Johannes Schaaf in Hamburg met een leuke kostumering, goed doordacht en met en voortreffelijk ensemble. Ik had toen bijvoorbeeld een nog heel jonge Lucio Gallo als de graaf; later, in de productie met Abbado, heb ik het ook nog gedaan met hem als Figaro en toen was Ruggero Raimondi de graaf. Die Figaro met Schaaf staat dan voor mij misschien op een gedeelde vierde plaats met die onder Abbado, omdat die muzikaal zo geweldig was."

"Die verkaufte Braut met Harry Kupfer aan de Komische Oper was ook heel fijn. Ik was toen de zangeres voor de première, de 'oer-bruid' om het zo maar even te noemen, dus ik heb ook het hele repetitieproces tot in de details meegemaakt en ik heb daarvan genoten. Dat was echt een Kupfer-productie van een heel eerlijke, folkloristische aanpak, zonder politiek, zonder toestanden en zeldzaam mooi, maar ik denk toch dat ik op de vijfde plaats zou eindigen met de Fidelio onder Rattle in de Proms. Iets totaal anders overigens, want dat was juist zo'n heerlijke semi-staged sfeer waarbij de muziek helemaal op de eerste plaats komt. Zeker met zo'n orkest en zo'n dirigent!"

Als Marie in »Die verkaufte Braut« van Smetana, Komische Oper Berlin, 1985 - regie: Harry Kupfer

"Alles bij elkaar eigenlijk best wel een mooi lijstje, denk ik. Äls ik me alleen al realiseer dat ik niet alleen met zulke mensen gewerkt heb, maar dat ik ook op dit niveau mijn carrière begonnen ben: Harnoncourt, Gardiner, Abbado, noem maar op! Wat dat betreft kom ik nog wel uit een rijke traditie."

"Die hele periode met Gardiner was trouwens ook iets bijzonders. Denk alleen maar eens aan die Don Giovanni in het Concertgebouw. Ik heb ook heel veel concerten met hem gedaan, de Beethoven-missen, Ah, perfido!, en ook het Deutsches Requiem van Brahms, in de Scala nota bene. Maar ze vonden het prachtig! Ik weet, je hoort veel verhalen over Gardiner, maar ik heb nooit last van hem gehad. We hadden altijd een prima relatie, heel open en eerlijk, en hij vond het enig dat ik altviool speelde; dat had hij ook gedaan. En we zijn allebei rammen! Dat schept misschien ook een band."

... en de laatste vijf
En dan de laatste vijf, dus de voorstellingen waaraan je misschien zelfs helemaal niet meer zou willen terugdenken?
"De eerste weet je. Vul zelf maar in!"
Die laatste Don Giovanni hier in Het Muziektheater?
"Ja. Daar kon ik niets mee en ik wil er ook niet meer aan terugdenken. Wat mij erdoorheen heeft geholpen was de onderlinge sfeer,  de saamhorigheid van de cast, maar het si vreselijk om in een productie te staan waarvan je bij voorbaat weet dat er een golf van boe-geroep losbarst als het doek valt. Natuurlijk, als de zangers opkomen, is men nog wel zo beleefd om ervan uit te gaan dat die hun best hebben gedaan, maar nee, ik kan me niets ergers herinneren!"

"Ook La clemenza di Tito met Pierre Audi vondik niet echt fijn om in te staan. En op de derde plaats komt dat die vreselijke situatie met die Figaro van Noelte in Aix, die echt resulteerde in een regie van niks. En dan houdt het wel een beetje op denk ik. Ik heb niet zoveel nare herinneringen. Ja, die Simon Boccanegra hier in 1989 kan er ook nog wel bij. Dat was ook een voorstelling van niks en zeker niet iets van 'o, wat heerlijk om Verdi te zingen', maar verder... O ja, ik zou voor het eerst Così fan tutte gaan zingen en om die rol gewoon eens te proberen ben ik toen in Toulon terechtgekomen. Daar schraapte een burgemeester met wat geld een groepje mensen bij elkaar en dan gebeurden er drie opera's per jaar, ergens op een plek in het midden van het stadje. Vraag niet onder welke omstandigheden. Het was gewoon een Peter Sellers-film, zo in de trant van The Pink Panter, met decorstukken die ergens aan bleven hangen en dan meegesleept werden en omvielen, zodat we allemaal al zingend het decor stonden vast te houden, met kostuums uit een of ander magazijn waar ik zeker niet in paste - ik heb al geen maat 36 en zeker geen Franse maat 36 - en die werden dan 'vermaakt' met lapjes eroverheen... Het is niet na te vertellen, maar als je het had opgenomen had je het zo in de bioscoop kunnen afdraaien als 'De andere kant van de opera. Het was erger dan de ergste schoolvoorstelling!"

Les geven
Sinds twee jaar is Charlotte Margiono als docente voor het hoofdzak zang verbonden aan het conservatorium in Utrecht. Hoe staat zij tegenover de eel gehoorde klacht dat te weinig zangdocenten in Nederland kunnen bogen op een grote professionele bühne-ervaring?
"
Daar zit heel veel waars in. Het is natuurlijk niet zo dat veel ervaring je meteen tot een betere pedagoog maakt, maar als je echt les wilt geven, is dat een heel waardevolle bijkomstigheid, omdat je daardoor je studenten veel beter op de praktijk kunt voorbereiden. Wat dat betreft, zitten wij in Utrecht dan wel goed. Ik ben daar twee jaar geleden begonnen met een team dat ik zelf mocht samenstellen en toen heb ik vooral gezocht naar mensen met praktijkervaring en met zo'n gezond ego dat zij ook kunnen samenwerken. Ook in de pedagogiek moet je je kwetsbaarheid op tafel durven leggen, durven toegeven dat je er soms ook niet uitkomt. Niet alleen werk je met mensen, maar het gáát ook om die mensen, niet om de ego's die er les geven. En ik wilde absoluut een flinke portie groepsdynamiek op gang brengen, dus we hebben nu iedere week drie uur, volgend jaar zelfs vier uur groepsles op basis van bepaalde thema's en waarin wordt toegewerkt naar een openbare presentatie of zelfs een concert. Zo proberen we van begin af aan het gevoel erin te brengen dat op de bühne staan iets heel normaals is. Die dynamiek in een groep is ook iets heel bijzonders. Het creëert ook een soort objectiviteit. Je weet in zo'n groep dat de een iets beter kan dan de ander, maar ze weten ook dat zoiets de een niet meer of minder maakt dan de ander. Het betekent gewoon dat de een zijn accenten anders moet leggen dan de ander en dat voelen zij haarfijn van elkaar aan. Wat zij elkaar leren en wat zij elkaar geven, daar kan ik niet aan tippen!"

Energie
"Ik werk daar nu met Dobrinka Yankova, een Bulgaarse die het vak nog op de oude manier heeft geleerd en een groot aantal jaren bel canto heeft gezongen, met Jon Thorsteinsson, die misschien geen wereldstem heeft gehad, maar die wel een enorm veel op de bühne heeft gestaan, en met Karin van der Poel, die uit een heel andere hoek komt. Zij komt uit het Nederlands Kamerkoor en dat is ook niet verkeerd, want de koortraditie wordt door de meeste Nederlandse conservatoria als iets vies gezien, en doen precies het tegenovergestelde. Laat iemand maar eens proberen een beroepskoor te halen. Dat is al een doel op zich! Niet alleen trainen we onze studenten daarin, maar we proberen ook contacten te leggen met al die beroepskoren en dat nu al werpt vruchten af. Tweede- en derdejaars studenten van ons stappen al in projecten van het Groot Omroepkoor!"

"Het feit dat we iemand met echte bel-canto-ervaring erbij hebben, is een heel groot voordeel, want in Nederland is 'bel canto' nog altijd een vies woord. Je lacht je rot! We hebben groepslessen waarvoor ze zich moeten inschrijven en als we oratorium doen, staan ze allemaal in de rij, maar bij de eerste les van een bel-cantoproject was er helemaal niemand! Maar ze wisten ook helemaal niet wat het inhoudt. Ze dachten dat het alleen maar geriedel is. Dat begint nu te veranderen en we kunnen natuurlijk geen wonderen verrichten, maar voor zover ik dat na twee jaar kan beoordelen, denk ik dat we goed bezig zijn."

"Ik ben toch een heel erg dynamisch mens en ik denk ook dat les geven heel erg te maken heeft met energie overbrengen. Daar kom ik nu misschien nog meer achter dan toen ik alleen nog maar zong."


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links