Interview

Een Mahler-Odyssee:

Frans Bouwman en Mahlers Tiende symfonie

 

© Aart van der Wal, mei 2014

 

 
 
Frans Bouwman

Onlangs was ik in Den Haag thuis te gast bij musicoloog en pianodocent Frans Bouwman (1951). De eerste etage van zijn ruime woning is een ware 'Fundgrube' voor zelfs de meest doorgewinterde mahleriaan. Wat het eerst opvalt is naast de prominent gepositioneerde vleugel de enorme stapels boeken, geschriften, facsimile's en partituren, waaruit Frans herhaaldelijk put om zijn betoog te onderstrepen of te verhelderen. Hieronder zijn relaas.

 

 

80-toeren plaat
Mijn belangstelling voor de muziek van Gustav Mahler dateert al uit de jaren dat de 78-toeren plaat nog in gebruik was. Mijn vader had zo'n 80(!)-toeren plaat (Columbia L1798) met daarop het Adagietto uit de Vijfde symfonie, door het Concertgebouworkest onder Willem Mengelberg. Dat vond ik betoverend mooi! Nadien werd die prachtige uitvoering van de Vierde symfonie met Lisa della Casa en het Chicago Symphony onder Fritz Reiner op elpee aangeschaft. Mettertijd, dat was rond mijn vijftiende, ben ik zelf gaan verzamelen.
Tijdens de schoolvakanties ging ik hier in Den Haag werken in de openbare bibliotheek; en wat lag daar? Het facsimile van Mahlers Tiende symfonie! Daarmee was mijn fascinatie voor Mahlers grote 'Onvoltooide' gewekt. Ik begroef me er bij wijze van spreken in. In het begin van de jaren zeventig schreef ik aan de hand van een plaatuitvoering van de Tiende in de 'performing version' van Deryck Cooke, hem een briefje met de vraag waarom hij de slotmaat van het Adagio had veranderd. De blazers bleven na het pizzicato doorklinken. Ik kreeg een kort briefje terug: hij had niets veranderd, de 'schuld' zat in die plaatuitvoering. Later kwam ik erachter dat Mengelberg het zo in zijn dirigentenpartituur had geschreven en zo was het later blijkbaar overgenomen.
Van die 'performing version' van Cooke heb ik een versie voor twee piano's gemaakt, die ik in 1985 met mijn vrouw heb gespeeld voor de Haagse Kunstkring. Tien jaar eerder was de Cooke-versie al in ons land in première gegaan bij het Residentie Orkest onder Jean Martinon. Het was in die tijd dat ik de 'grote' orkestpartituur van Cooke voor het eerst onder ogen kreeg. Met datgene dat er toen aan ontbrak ben ik zelf aan de slag gegaan.

Mahler-symposium 1986
In november 1986 werd in Utrecht onder leiding van wijlen Robert Becqué van de Gustav Mahler Stichting Nederland (GMSN) het grote Mahler 10 festival en symposium gehouden, waaraan ik enthousiast heb meegewerkt. Naast de versies van Cooke en Carpenter zou die van Mazzetti in première gaan, maar helaas wilde hij om mij onduidelijke reden daarbij niet aanwezig zijn. Ik vond dat een gemiste kans, want bij uitstek Mazzetti had dirigent Gaetano Delogu behulpzaam kunnen zijn bij het interpreteren van zijn versie en hadden er bovendien nog eventuele fouten uit kunnen worden gehaald. Ik ben toen als het ware ingesprongen en heb het door Rob Dubois met de hand geschreven afschrift van de Mazzetti-versie in zijn geheel proefgelezen, dus met inbegrip van de orkestpartijen.
Het liep bij de repetities onder Delogu zeker niet op rolletjes. Alleen al aan het openingsadagio werd enorm veel tijd besteed, met als gevolg dat er te weinig tijd overbleef voor de resterende delen. Uiteindelijk werd besloten om alleen de eerste drie delen uit te voeren. Om een mogelijk misverstand uit de weg te ruimen: het plotselinge overlijden van een graveur van het NOB en de alsnog boven water gekomen, resterende fouten in de Mazzetti-partituur hadden hiermee overigens niets van doen.
Omdat ik al aan zag komen dat de Mazzetti-versie niet in zijn geheel gespeeld zou gaan worden, heb ik in slechts een paar weken er een versie voor twee piano's van gemaakt, die ik vervolgens met mijn vrouw bij de opening van het Mahler 10 festijn in Vredenburg heb gespeeld. Het toenmalige NOB (Nederlands Omroepbedrijf) heeft die uitvoering op vastgelegd. Pas drie jaar later, in 1989 werd de Mazzetti-versie in zijn geheel uitgevoerd.

Tijdens dat Mahler-symposium kwam ik op het, achteraf bezien nogal naïeve, plan om de goede ideeën uit de verschillende versies te verzamelen, die vervolgens door een deskundigenpanel te laten beoordelen en daaruit dan de beste versie samen te stellen. Het is er nooit van gekomen. Het nadeel van zo'n 'variorum' versie is overigens, dat het een duidelijke signatuur van één grote persoonlijkheid ontbeert. Daarbij komen dan nog de auteursrechten van de diverse bewerkers, die eerst afgekocht moeten worden. Er is maar één Mahler Tien, maar er zijn intussen ettelijke versies. Na het symposium van 1986 zijn er nog de versies van Barshai, Samale/Mazzuca en Gamzou bijgekomen. Rudolf Barshai bezorgde ik een facsimile van de Tiende (hij had toen alleen de Cooke-versie tot zijn beschikking) en onderhield met hem tussen 1995 en 2000 regelmatig contact. Barshai was al een ervaren en bekend orkestrator, was bij Dmitri Sjostakovitsj en andere grootheden bij wijze van spreken kind aan huis. Het facsimile en de bijbehorende nieuwe informatie bleken voor hem een waardevolle aanvulling. Toch hield hij uiteindelijk vast aan wat hij al had uitgewerkt. Hij heeft wel veel details toegevoegd maar, zo verzekerde hij mij, 'men hoort dat niet.'
Met Yoel Gamzou heb ik samengewerkt van 2005 tot 2010. Yoel komt, vergeleken met Barshai (hij overleed helaas op 2 november 2010, 86 jaar oud) - en ik bedoel dat zeker niet oneerbiedig - maar net kijken, maar het moge duidelijk zijn dat hij bijzonder getalenteerd is. Hij wilde per se geen blik werpen in de Cooke-partituur en wendde zich uitsluitend tot Mahlers manuscript en en de daarvan door mij gemaakte transcripties. Hij liet zich bovendien ook leiden door de vroegere versies van dat manuscript, wat menigmaal tot nieuwe gezichtspunten leidde.
De balans opmakende zijn er nu, in 2014, maar liefst zeven 'performing versions' ( van Wheeler, Carpenter, Cooke, Mazzetti, Barshai, Samale/Mazzuca en Gamzou) die alle minstens eenmaal, maar vaak meerdere keren op een volwaardige, zeg maar professionele manier zijn uitgevoerd:. De verschillen zijn legio maar desondanks blijven ze merendeels toch dicht bij het manuscript zoals Mahler dat heeft achtergelaten.
Tegenstanders van al die 'performing versions' zijn er helder over: iedereen zit er maar met zijn fikken aan in de hoop dat het uiteindelijk een 'short cut to fame', een kortstondige bekendheid oplevert. Anderen zien in dit 'never ending work in progress' een onverantwoorde ingreep in de nalatenschap van de componist. Dan zijn er nog de critici die de gehele Tiende het liefst willen 'begraven', omdat Mahler - gezien het sterk persoonlijke karakter van het werk, met al die exclamaties erin - dat zo zou hebben gewild (waar overigens geen enkel concreet bewijs voor is).

Mahlers handschrift, III. Purgatorio:
Tod! Verk! (Verkündigung)
Erbarmen! O Gott! warum hast du mich verlassen?
Dein Wille geschehe!

Aan het slot van het tweede Scherzo, waar de gedempte trom staat genoteerd, rechts, in Mahlers handschrift:
Du allein weisst was es bedeutet.
Ach! Ach! Ach!
Leb' wohl mein Saitenspiel!
Leb wol
Leb wol
Leb wol

En linksonder:
Leb wol
Ach Ach

Het Mahler 10 transcriptieproject
Na het Mahler 10 symposium werd mij duidelijk dat het maken van nóg een performing versie weinig zou bijdragen aan wat het Cooke-team en anderen al hadden gedaan. Wel heb ik nog Barshai en Gamzou bij hun versies geholpen. Wat belangrijker voor mij werd, was het opbouwen van een exact beeld in hoeverre Mahler zijn schetsen voor zijn Tiende had voltooid.
De fundamentele vraag die bij dit alles opwelt: hoeveel van de muziek in iedere 'performing version' is authentiek, is van Mahler? Deze vraag kan tot nu toe niet gemakkelijk worden beantwoord, omdat een volledige, wetenschappelijke, chronologisch geordende, geannoteerde en gebruiksvriendelijke editie van al het bronmateriaal waaruit ondubbelzinnig blijkt hoe ver Mahler precies was gevorderd, ontbreekt.

Er is al jaren sprake van een langdurig project dat uiteindelijk moet leiden tot een door het Weense Universal Edition, onder auspiciën van de Internationale Gustav Mahler Gesellschaft (IGMG), verzorgde uitgave. De studie moet leiden tot een transcriptie van alle schetsen die Mahler voor zijn Tiende had genoteerd, tezamen met een uitvoerig begeleidend commentaar, met grafieken en tabellen.
Het lijkt overbodig om te zeggen maar grondige kennis van de schetsen en ontwerpen, vooral wat betreft hun onderlinge relatie, kan pas na uitgebreide studie worden verworven. Om zowel de kwantiteit als de kwaliteit van wat is overgeleverd te kunnen beoordelen, is onderzoek van al het handgeschreven materiaal vereist. Helaas is dat verspreid over verschillende bibliotheken, in München, Wenen, New York en Bazel. Daarnaast moet men vertrouwd raken met maar liefst vijf verschillende facsimile-edities. Eerst dan ontstaat inzicht in de chronologie van Mahlers notatie en de progressie van zijn ideeën. Het mag best een wapenfeit worden genoemd: dankzij dit bijzondere Mahler X-project worden de transcripties voor het eerst in zijn geheel chronologisch gepresenteerd, zonder de aanvullingen die niet oorspronkelijk van Mahler zijn. Dat levert de wetenschappelijke basis op waaraan toekomstige bewerkers hun redactionele (en eventueel compositorische) besluiten kunnen toetsen. Het is bedoeld als een gemakkelijk toegankelijk en begrijpelijk naslagwerk voor de muziekwetenschapper en (aankomend) dirigent, maar niet minder voor iedere mahleriaan. De aldus uitgebrachte editie stelt de lezer in staat om met de grootst mogelijke duidelijkheid op een enkele pagina al het bestaande materiaal dat op een bepaalde maat van de Tiende symfonie betrekking heeft, te raadplegen.
Het project is in feite gepland als een drietrapsraket, met in de eerste fase een transcriptie van alle manuscriptpagina's, met een getrouwe weergave van alle daarin voorkomende fouten. Dit komt overeen met de huidige stand van zaken. In de tweede fase zijn de pagina's van het manuscript van alle fouten en dubbelzinnigheden gezuiverd (de geëmendeerde fase). Ten slotte dan de derde fase: de kritische editie, het 'beredeneerde' eindproduct met tevens een overzicht van mogelijke oplossingen voor de 'performing versions' tot nu toe. De tweede en derde fase komen overigens pas aan de orde als er een goede respons op de eerste fase komt, met de daarbij behorende financiering. Het lijkt er echter niet van te komen..

Gustav Mahler Stichting Nederland
Ik had al vóór het symposium in 1986 contact met de GMSN (Robert Becqué, Marius Flothuis en Eveline Nikkels). De eerste reacties aangaande de opzet van een wetenschappelijk project waren positief. Inderdaad, hier moest een echt project van worden gemaakt, met een rechtspersoon (zoals een stichting) die daarvoor subsidie zou aanvragen. Er werd gesproken over een subsidiebedrag van zelfs € 250.000. "Bemoei jij je maar met de muziek, dan zorgen wij wel voor sponsoring," zo luidde de boodschap.Het liep helaas anders. Sponsoring bleef uit, terwijl ik al - bij wijze van voorschot - een aanzienlijk bedrag voor de graveur had neergeteld. Alle transcripties waren ingevoerd, maar er moest nog een en ander worden gecorrigeerd en het begeleidend commentaar geschreven. Na het overlijden van Becqué werd de stemming binnen het Mahler 10 comité voor mij er helaas niet beter op. Met de economische crisis intussen in volle gang werd het na 2008 steeds duidelijker, dat een subsidie voor mijn project er niet meer inzat.

Yoel Gamzou: eerste kennismaking
In 2011 kwam ik in contact met de toen 24-jarige Yoel Gamzou, die me adviseerde om niet langer uitsluitend met mijn landgenoten samen te te werken, maar de correcties tevens aan Universal Edition in Wenen aan te bieden, opdat het project sneller zou kunnen worden afgerond. Dit leek mij, na alle vertragingen, een goed plan. Gamzou werkte zelf ook aan de voltooiing van de Tiende en zijn aanbod om samen te werken sprak mij zeker aan, te meer omdat hij van zijn en mijn project een duoproject wilde maken: ik lever de partituuradviezen en hij adviseerde bij het schrijven van het begeleidend commentaar.

Internationale Gustav Mahler Gesellschaft
Voordat ik Gamzou ontmoette had ik al jaren contact met Reinhold Kubik, tot enkele jaren geleden de 'Editionsleiter' van de IGMG. Met hem tekende ik eerst een overeenkomst, en later met Universal Edition (UE) een contract. UE regelde tevens het contact met hun graveur, die bereid bleek om voor een relatief bescheiden bedrag alle nog openstaande correcties in betrekkelijk korte tijd uit te voeren. Om in het bezit te komen van de muziekbestanden, moest ik echter de graveur in Nederland nog fors betalen voor zijn 'intellectuele inbreng'. Hoe dan ook, eind 2010 was de hele klus geklaard. Toen resteerde nog het voltooien van het begeleidend commentaar, oorspronkelijk in het Engels en later eveneens in het Duits vertaald. Mijn broer heeft mij enorm geholpen bij het vormgeven van de tekst in gedrukte vorm, inclusief de vele tabellen en grafieken.
De uiteindelijk uit te geven editie bestaat uit drie delen:
Deel 1: Een transcriptie van het partituurontwerp.
Deel 2: Het aanvullende deel met particellen en chronologische grafieken van al het bekende manuscriptmateriaal.
Deel 3: De tabellen met beschrijvingen van de manuscriptpagina's en gedetailleerd commentaar op de verschillen tussen de bronnen.

Voorbeeld van de particellen (schets op 4 notenbalken), het begin van het vierde deel. De eerste vier maten werden pas later geconcipieerd. Bij het bovenste particel ontbreken ze in 't geheel. Pas in het derde Particell schrijft Mahler voor 't eerst de 'motto-akkoorden' F A C E, F# A# C# E, G B E.  In het vierde ontwerp voegt Mahler de trompetmelodie toe die ook bij het begin van het Trio (maat 312) staat, evenals een dalende chromatische lijn. Alles werd weer doorgestreept. De melodie in maat 7 wordt veranderd van B E E naar B G E.
(klik hier voor een grotere afbeelding)

Dit is de laatste bladzijde van de symfonie. Het bestaat in een versie in Bes en Fis. Het middelste gedeelte is een transpositie van Bes naar Fis door Frans Bouwman. Dit stelt de lezer in staat minuscule verschillen tussen beide waar te nemen. Zoals het al dan niet doorlopen van de bas in maat 392 of het al dan niet lezen van een tonica of wel leidtoon (zoals Barshai meent) in bas van maat 390.
(klik hier voor een grotere afbeelding)

Eenmaal klaar, stuurde ik het pakket eind juni 2012 naar de IGMG. Kubik las mijn transcripties en corrigeerde de Duitse versie van het begeleidend commentaar. Ik verwachtte een snelle goedkeuring, maar er was helaas opnieuw een tegenvaller te melden: Kubik was intussen als hoofdredacteur van UE met pensioen en opgevolgd door Stephen Hefling, professor aan de Case Western Reserve University in het Amerikaanse Cleveland. Naast het geven van colleges had Hefling echter andere prioriteiten, zoals het samenstellen van een digitale Mahler-bibliotheek en de heruitgave van de door Kubik geredigeerde Eerste symfonie van Mahler, met inbegrip van de 'Frühfassung'. Daardoor ligt mijn werk helaas opnieuw op de plank, in afwachting van publicatie.

Naar een kritische versie
Met de kennis die ik in de loop der jaren heb opgedaan, hoop ik eerst een nieuwe versie voor twee piano's te maken en - wie weet - als dit samen met de eerste fase van het Mahler 10 project ooit tot een publicatie komt, zou ik verder kunnen gaan met de oorspronkelijke tweede en derde fase van het project: de geëmendeerde (d.w.z. gezuiverd van alle door de componist gemaakte fouten) en ten slotte de (hypothetische) kritische versie. Hierin zou dan tevens een overzicht moeten worden opgenomen van de verschillende 'oplossingen' die de (inmiddels) acht bewerkers die zich met een 'performing version' hebben beziggehouden, hebben aangedragen. Ik besef dat deze volgende projecten zonder financiële steun zullen moeten en ik ben realist genoeg om te beseffen dat de kans van slagen daardoor niet groot is.

 
  Mahler in New York, 1909

Tussen theorie en praktijk
Sommigen vinden Mahlers Tiende het beste werk dat hij ooit heeft geschreven. Ik zou dit willen nuanceren: het had zijn beste werk kúnnen zijn áls hij het had voltooid. Ik kan sympathie opbrengen voor hen die zweren bij Das Lied vonder Erde of bij de Negende als Mahlers beste werk. Alleen moeten we daarbij wel beseffen dat Mahler deze werken net zo min heeft kunnen horen als die onvoltooid gebleven Tiende. Hem werd daardoor de mogelijkheid ontnomen om nog bij te schaven, te perfectioneren. Als men nu het criterium hanteert dat men geen 'onvoltooide werken' aan de man moet brengen, dan horen die twee andere werken daar strikt genomen óók toe. Wat de Achtste betreft: hij heeft het werk zelf als laatste nieuwe compositie uitgevoerd, maar hem ontbrak de tijd om achteraf nog wel of niet substantiële correcties aan te brengen. Een week na de uitvoering was hij alweer onderweg naar Amerika, om daar te dirigeren.

Gelijkgestemden
In de loop der tijd heb ik contact gehad met andere bewerkers of zij die zich geïnteresseerd toonden, wat zeker tot een positieve wisselwerking heeft geleid. Ik denk daarbij aan David en Colin Matthews, maar ook aan Remo Mazzetti (die ik in Amerika heb bezocht). Allen deelden mijn opvatting dat een werk dat niet voltooid is net zo goed een vertekend beeld achterlaat als een stuk dat uitvoeringsrijp is gemaakt.
Ook was ik in Boulder, Colorado, op uitnodiging van het plaatselijke Mahlerfest, waar ik samen met dirigent Robert Olson onder meer heb gewerkt aan de Wheeler-versie, die vol fouten en dubieuze ingrepen stond. De opgeschoonde versie is toen twee keer uitgevoerd door het door Olson gedirigeerde festivalorkest. Later heeft Olson, op uitnodiging van de Poolse radio, de Wheeler-versie opgenomen in Warschau, maar bij die gelegenheid heeft hij een groot aantal van onze gezamenlijk aangebrachte correcties weer geschrapt. Hij vond achteraf dat er in de Wheeler-versie te rigoureus was ingegrepen en dat Wheeler daardoor geen recht werd gedaan. Op zich een te billijken standpunt, maar dat levert op die manier geen gaaf product op. Er bestaat een fijnzinnig onderscheid tussen emenderen of amenderen.

Ethisch probleem
De gemiddelde liefhebber die kennismaakt met de Tiende van Mahler zal zich misschien prompt afvragen wát van Mahler is en wát niet. Alleen het bestuderen van het manuscript biedt hiertoe de oplossing, al vergt dit heel veel tijd en energie. Om de lezer hierbij te helpen heb ik die transcripties gemaakt van alle manuscript bladzijden die Mahler heeft geschreven, ik heb die chronologisch genoteerd en voorzien van een uitgebreid begeleidend commentaar met tabellen en grafieken. Of het er ooit van komt om een variorumeditie te maken van alle tot nu toe gemaakte edities? Als dat beoogde budget van € 250.000 nou was gehaald....

____________________
Zie ook Gustav Mahler: Symfonie nr. 10 en Mahler in Toblach


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links