Interview

Het Rotterdams Kamerorkest en zijn dirigent

Conrad van Alphen

 

© Aart van der Wal, december 2007

 

Rotterdam is niet alleen een van de grootste havensteden ter wereld, maar ook een stad die bruist van de cultuur. Dat is in de media nog steeds niet voldoende doorgedrongen. Zo richten de radio- en televisieprogramma's zich nog te veel op 's lands hoofdstad en wordt ten onrechte de indruk gewekt dat het vooral toch dáár, in Amsterdam, 'allemaal gebeurt'. Rotterdamse notabelen, maar ook anderen die het goed met de stad menen, hebben in de loop van meerdere decennia alles in het werk gesteld om het beeld bij te stellen, maar veel heeft dat niet uitgehaald. Maar de rechtgeaarde Rotterdammer gaat natuurlijk niet bij de pakken neerzitten, hij 'douwt' gewoon door. Toch kan het niet vaak genoeg worden benadrukt: Rotterdam is allang niet meer die 'saaie havenstad' met Van Nelle shag, graansilo's, massaoverslag en vooral rumoerige bedrijvigheid, maar een ware metropool waarin naast ballet, toneel en opera ook de talloze symfonie- en kamermuziekconcerten een belangrijke plaats innemen. En die Van Nelle fabriek? Die is al lang en breed multifunctioneel, met een waarlijk culturele uitstraling op het gebied van architectuur en design. Ja, de tijden zijn veranderd...

Rotterdam en in het bijzonder het concertgebouw De Doelen is de thuisbasis van een van de beste en belangrijkste orkesten in ons land, het Rotterdams Philharmonisch Orkest (of kortgezegd het RPhO). En wie RPhO zegt, zegt natuurlijk ook Valery Gergiev, de artistieke bijna-alleskunner die letterlijk met kunst- en vliegwerk het orkest met nadruk op de wereldkaart heeft gezet. Inmiddels is er een nieuwe chefdirigent in aantocht, de Canadees Yannick Nézet-Séguin, kortgezegd 'Yannick' (ja, de Rotterdammers houden wel van afkortingen.)

Maar er is - enigszins in de luwte van dat orkest  - nóg een ensemble dat er zijn mag: het Rotterdams Kamerorkest (dus vooruit, het RKO), dat wordt geleid door de Zuid-Afrikaanse dirigent Conrad van Alphen. Hun vaste honk is niet De Doelen, maar de pittoreske Hoflaankerk, toevallig op een steenworp afstand van de ambtswoning van de burgervader, Ivo Opstelten. Zó dicht bij een van de invloedrijkste personen die de stad rijk is! En misschien ook wel dicht bij een van die bronnen die bepaalde potten heus wel kunnen breken als het nodig is. Want kunst is duur, héél duur. 'De kunst wordt duur betaald' klinkt in ieder geval veel beter dan 'De vis wordt duur betaald', of nog erger, 'op Hoop van Zegen'.

Wein und Gesang

Het ensemble begon kleinschalig, in 2000, maar al snel brak het door. Daarvan getuigen de succesvolle optredens en een aantal cd's dat werd uitgebracht. Het RKO musiceert niet alleen in de vaste pleisterplaats aan de Hoflaan, maar ook in bijvoorbeeld De Doelen, het Concertgebouw (Amsterdam), Vredenburg (Utrecht), de Dr. Anton Philipszaal (Eindhoven) en de Koningin Elizabethzaal (Antwerpen). Jong, ambitieus, onder de artistieke hoede van een zeer jonge, talentvolle dirigent ziet de toekomst er zonnig uit voor een van de beste kamerorkesten die ons land rijk is. Met een vaste kern van 22 strijkers en ad hoc blazers kan een groot deel van zowel het klassieke als het moderne, in casu eigentijdse repertoire worden bestreken.

Het Rotterdams Kamerorkest met zijn dirigent Conrad van Alphen (Foto: Jeroen Bouman)

Een bijzonder welkom initiatief vormen de concerten die met een wijnproeverij zijn verbonden. Ook hier komt de Zuid-Afrikaanse dirigent weer in het spel, want wie kent niet die vele uitstekende Zuid-Afrikaanse wijnen met hun typische namen? Heerlijk toch, een prachtig concert met na afloop een goed glas wijn? Je moet er maar op komen! Eerst zingende strijkers en kruidige blazers, daarna gezellig napraten,  vergezeld van flonkerende glazen met kostelijke inhoud! Offeren aan de muziek én (een béétje) offeren aan Bacchus (met de bekende vraag: "wie is vanavond de bob?"), het lijkt een perfecte combinatie.

CD-presentatie

Op woensdagavond 31 oktober liep het ditmaal nét iets anders, want er stond als extra een cd-presentatie op het programma: op het label Talent, dat wordt gedistribueerd door Harmonia Mundi, had het RKO onder Van Alphen de drie strijkkwartetten op. 49, 118, en 110  van Dmitri Sjostakovitsj in de bewerking voor strijkorkest door Rudolf Barshai uitgebracht. Er was in de volle Hoflaankerk tijd ingeruimd voor het beluisteren van een deel van die cd, waarvoor de hulp was gezocht en verkregen van de gerenommeerde, gelijknamige audiozaak van John Snijders, die al meer dan drie decennia in het Rotterdamse, maar ook daarbuiten, op het gebied van muziekweergave een waar begrip is. Zo kan in de winkel aan de Hoogstraat Sander Mijnster als kenner van het klassieke-muziekrepertoire niet alleen zinnige, maar zelfs minder zinnige vragen over cd's en dvd's beantwoorden! Van zijn adviezen op dit gebied maken vele muziekliefhebbers dagelijks goed gebruik. In de luisterruimten zijn bovendien vele topmerken te zien en te horen, waaronder ook de lijn van Quad.

In de Hoflaankerk stond die avond Quad-apparatuur opgesteld, van elektrostatische luidsprekers tot cd-speler en versterker. Links en rechts van het podium waren de speakers gepositioneerd en daaruit klonken de gekozen fragmenten niet alleen luid en duidelijk, maar wanneer nodig ook fluisterzacht, met een zijige strijkersklank, een ware weldaad voor de oren. Niks scherp, niks agressief, maar prachtig gedetailleerd, een klankbeeld dat stond als een huis. Ruim 400 bezoekers luisterden ademloos naar dit indrukwekkende spektakel. Vervolgens applaus, véél applaus.

Maar... ik mag hier niet al te veel reclame maken en dus stap ik maar gelijk over naar het programma dat het RKO onder leiding van Conrad van Alphen uitvoerde. 'Uitvoerde'? Die term heeft iets routineus, iets gezapigs, en dat is allesbehalve wat het ensemble liet horen. Na een geestrijke toelichting van Van Alphen (hij praat even gemakkelijk als hij dirigeert) op de te spelen muziek ging het concertprogramma dan echt van start. Vol vaart, energiek, met fraaie toonvorming, doorzichtig, helder en in een goede balans nam Mozarts Symfonie nr. 1 in Es (geschreven toen hij 8 jaar was!) bezit van de kerkruimte, gevolgd door Schnittke's Moz-Art à la Haydn, een spel met muziek voor 2 violen, 2 kleine strijkorkesten, contrabas en dirigent (de laatste hoort uitdrukkelijk bij dat 'spel'!). Dan was er een wereldpremière, Rob van Bavels Heroics voor piano, basklarinet en strijkers, een speels stuk dat ook speels gestalte kreeg, mede dankzij het geïnspireerde soli van Henri Bok, een ware grootmeester annex jongleur op de basklarinet. Het officiële programma werd besloten met een spirituele, bijna knetterende vertolking van Haydns immer populaire Symfonie nr. 45 in fis, de Afscheidssymfonie, die ook ditmaal natuurlijk eindigde met de gestaag van het podium vertrekkende musici, totdat er alleen nog maar twee violisten op het podium resteerden. Die wérkten door, terwijl alle anderen - ook de dirigent! - zich bij de wijnbar hadden verzameld om daar alvast maar het glas te heffen! Na tot slot nog een demonstratie te hebben gegeven van de alleskunner Quad was het ook voor het massaal verschenen publiek tijd voor een alcoholische versnapering, aangevuld met nog heerlijke kazen, die alleen in speciale winkels te koop bleken te zijn. Ik had wel een kilo of wat mee naar huis willen nemen, maar helaas.

Gesprek met Conrad van Alphen

Hij was nog wat zweterig, hij had voor het gemak zijn schoenen maar uitgetrokken en liep op zijn sokken druk gesticulerend heen en weer, intussen allerlei mensen te woord staande. Er was Ronald Dom, de producer van de Sjostakovitsj-cd Een gezelschap uit Antwerpen (voor een engagement in de Elizabethzaal?) maar ook anderen die iets van hem wilden. Zoals ik dit ook elders zo vaak heb meegemaakt: uit allerlei hoeken en gaten verschijnen er personen die of iets willen of iets te vragen hebben. Valery Gergiev trok dergelijke figuren werkelijk aan als een magneet, vaak ook nog met een mobieltje aan het oor. Het soort stereo waar ik een gruwelijke hekel aan heb, maar blijkbaar onverbrekelijk verbonden is met sterrenstatus.

Dat laatste vind je bij Van Alphen niet. Een rustige prater, die er de tijd voor wil nemen en zijn enthousiasme voor 'zijn' ensemble niet onder stoelen of banken steekt. Het gaat hem duidelijk om de muziek en om zijn ensemble en niet om de entourage. Verfrissend!

Hoe verliep de opbouw van het RKO?
"In 2000 bestond er geen RKO zoals wij dit nu hebben opgebouwd. Een volwaardig, flexibel ensemble met eigen musici die zich enthousiast en gedreven inzetten met als enige doel de muziek zo goed mogelijk over het voetlicht te brengen. Ja, ik weet het, het klinkt nogal voor de hand liggend, maar zo is het wel. Ik was al werkzaam als dirigent in het buitenland en wilde graag leiding geven aan een Nederlands kamerorkest. Dat leek me zo leuk om te doen. Ik kwam toen in contact met een groep musici die als kamerorkest wilden gaan optreden. Je zou kunnen zeggen: toevallig de juiste mensen op de juiste plaats bij elkaar. We wilden allemaal hetzelfde, en met lef en pioniersgeest hebben we het orkest opgebouwd zoals het nu is. Echt iets Rotterdams, vind ik. Dat geldt zeker ook voor onze wil om het bereikte verder uit te bouwen. Er is veel voor nodig om niet alleen de huidige kwaliteit te behouden, maar die ook nog verder te brengen."

Met een vaste kern van ruim 20 strijkers en aanvullende ad hoc blazers kan het orkest het merendeel van het barok- en klassieke repertoire aan, maar kan daarnaast ook aandacht worden besteed aan twintigste-eeuwse muziek én eigentijds repertoire. Kun je iets vertellen over de repertoirekeuze, en welke overwegingen daarbij een rol spelen?
"Zoals ik al zei, flexibiliteit is toch wel een van onze sterke punten. We proberen ons publiek in ieder seizoen een breed spectrum qua repertoirekeuze aan te bieden, van de barok tot muziek die net voor óns is gecomponeerd, heet van de naald dus. We genieten overigens volop van het bekende repertoire, voeren dat ook regelmatig uit. Sterker nog, we leggen er onze hele ziel en zaligheid in, wanneer het op de lessenaars staat. Maar we schromen er ook niet voor om bijvoorbeeld de wereldpremière te geven van het Vierde vioolconcert van Hans Kox, met solist Daniel Hope. In onze eigen serie komt in dit seizoen in ieder programma een korte wereldpremière, die goed aansluit bij de overige muziek die we in dat programma spelen. We noemen het ons concept Rotterdamse composities!"

Conrad van Alphen dirigeert het Rotterdams Kamerorkest (Foto: John Janssen)

Je bent ook in Rusland als dirigent actief, nietwaar?
"Al zo'n jaar of drie ben ik ook chefdirigent in Rusland. Misschien mag je in die zin wel van een kruisbestuiving spreken dat ik - wat het RKO betreft - die Russische invloed mee heb genomen naar Rotterdam, wat in onze uitvoeringen van de muziek van bijvoorbeeld Tsjaikovski en Sjostakovitsj ook echt voelbaar moet zijn. Ik streef er althans naar dit te bereiken.

Door het slechte of zelfs ontbrekende muziekonderwijs op de basisscholen is het van belang dat de jeugd op andere wijze kennis maakt met wat dan in de volksmond de 'klassieke muziek' wordt genomen. Hoe benadert het RKO dit probleem? Wordt er nu of in de toekomst praktische invulling aan gegeven? Denk bijvoorbeeld aan de 'jeugdconcerten' van de Berliner Philharmoniker en Rattle in Berlijn, maar ook aan musici van het RPhO die scholen bezoeken.
"Muziekonderwijs is inderdaad erg belangrijk, want eigenlijk behoort daar de basis te worden gelegd voor later. Wij doen veel aan educatie. Voor onze zakelijke leider Miranda Rademaker vormt dit zelfs een van haar favoriete taken! Binnen het orkest gaat een team bij scholen langs om de leerlingen kennis te laten maken met klassieke muziek. Scholen komen bij ons langs om een repetitie mee te maken, zelf het orkest te dirigeren en een miniconcert te horen. Wij gaan ook als compleet orkest bij scholen langs. Met een kamerorkest kan dit ook wat gemakkelijker."

Nederlandse topmusici en ensembles zoals Janine Jansen, Liza Ferschtman,  Esther Apituley  Christianne Stotijn, Het Caecilia Concert, Quink, het Matangi Kwartet, het Amsterdams Strijkkwartet, The Gents enz. hebben ook het internationale concertpodium veroverd. Aanstormend talent heeft een podium nodig, waarbij impresariaten vaak een doorslaggevende rol spelen. Wat doet het RKO om deze talenten een kans te geven?
"Dat is best een heikel punt. De zalen die ons boeken zien graag dat we met solisten komen die bekend zijn bij het grote publiek. Voor ons is het dan in dit soort situaties tamelijk lastig om aankomend talent een goede kans te geven. We doen echter wel degelijk ons best, daar niet van."

Hoe werk je aan de kwaliteitsbewaking en kwaliteitsverbetering van het ensemble? Hoe worden de musici aangetrokken? Welke criteria worden gehanteerd?
"Het standaardantwoord: audities. Meestal gaan wij na audities met een aantal serieuze kandidaten aan de slag in een paar producties, en bekijken dan of zij naast hun uitstekende proefspel in de speeltrant van ons ensemble passen. In de praktijk komt dat echt niet altijd zo uit."

Liggen er compositieopdrachten in het verschiet? Gedacht kan worden aan componisten als Willem Zwaag en Jacob ter Veldhuis, Simeon ten Holt enz.
"Bernard van Beurden schrijft voor ons een compositie voor 2009. Dit seizoen Rob van Bavel, Patrick van Deurzen, Pablo Escande en Astrid Kruisselbrink."

Hoe sta je in het algemeen ten opzichte van de kwaliteit van Nederlandse composities? Er is veelal sprake van postmodernisme (o.a. in het werk van Ter Veldhuis en Zwaag), dat weinig kansen biedt aan een vernieuwende toonkunst.
"Er word goed gecomponeerd in Nederland, maar wel véél. Ja postmodernisme is erg in. Begrijpelijk, het word door het publiek verlangd, het ligt vrij gemakkelijk in het gehoor. Ik merk zelf dat mijn publiek enorm waardering heeft voor een meer toegankelijke nieuwe compositie die goed in een programma met bekend repertoire past, dan een behoorlijk atonaal werk. Dat maakt het programmeren van een postmodern werk voor mij als artistiek leider gemakkelijker. Hoe interessant wij als uitvoerenden het ook vinden om vernieuwend te zijn, als het publiek deels wegblijft wordt dit uiteindelijk toch op ons teruggeworpen, krijgen wij als het ware daarvan de rekening gepresenteerd. Dit probleem is wereldwijd vertakt, en een oplossing is er niet zo gauw voor te vinden."

Acht je het RKO een geschikt 'medium' voor het uitvoeren van muziek van Pierre Boulez, Olivier Messiaen, Darius Milhaud, Edgard Varèse, maar ook bijvoorbeeld Sofia Goebaidoelina, Schnittke (die zag ik al op je programma staan), Denisov, Petersson, Rihm en Stockhausen (met of zonder elektronica)?
"Allemaal ja! Maar het moet wel op basisd van een goed doortimmerd beleid, want anders zal het bij een dergelijk zeer veeleisend repertoire niet lukken. Ik denk ook wel dat het een lastige afweging is en zal blijven: lang, soms heel lang repeteren op een modern, lastig stuk "

Zijn er voor het RKO mogelijkheden om bijvoorbeeld missen van Mozart, Haydn en Beethoven uit te voeren? Misschien zelfs Die Jahreszeiten! Maar misschien ook de Veertiende symfonie van Sjostakovitsj!
"Absoluut. Toevallig stelde Robert Holl voor om samen met ons Sjostakovitsj 14 uit te voeren. Dit ook na zijn samenwerking met ons op 27 oktober in De Doelen met Fauré's Requiem en aria's van Mozart."

Er is in de loop van vele jaren al veel gezegd en geschreven over de 'fossiele' functie van orkesten, en dan met name van symfonieorkesten, die zich bij voorkeur in het ijzeren repertoire storten om volle zalen en voldoende sponsors te trekken, en bij wie de moderne muziek stiefmoederlijk wordt ingekapseld tussen de 'klassieke' programmaonderdelen. Wil het RKO het ánders, vooruitstrevender? Er is ook 'angst' voor het uitvoeren van eigentijdse muziek met het oog op de zaalbezetting?
"Zoals ik al eerder zei worden wij keihard afgerekend door de lokale overheid (de Dienst Kunst en Cultuur Rotterdam, AvdW) als wij minder bezoekers trekken. Dus ja dat is een probleem. Wij werken met een zo strak budget dat wij ons niet kunnen veroorloven minder bezoekers of subsidie te ontvangen. Vandaar dat ik wel moderne muziek programmeer, maar er heel voorzichtig mee ben. We zijn er uiteindelijk toch voor ons publiek en daarmee moeten we echt serieus ook rekening houden."
"Overigens vind ik die 'fossiele' functie eerder terug in de manier waarop het zogenaamde ijzeren repertoire nogal eens wordt uitgevoerd. En ik moet zeggen dat wie bij onze concerten komt aangenaam verast is hoe energiek en fris er wordt gespeeld, en hoe de musici echt genieten van wat zij doen. Door onze concept 'Serie Klassiek en Wijn' komen er soms mensen die nooit naar een klassiek concert zijn geweest, en ze zijn dan verbaasd hoe spannend het wel is. Veel hen zijn nu nota bene vaste abonnementhouders!"

Het RKO roept herinneringen op aan het Amsterdam Sinfonietta, dat door Lev Markiz in de vaart der volkeren werd opgenomen. Vind je parallellen die je aanspreken, of zie je voor het RKO toch een andere taak weggelegd?
"Ja, ik zie wel parallelen vooral met het begin periode van Sinfonietta. Nu niet zo veel meer. Zij zijn teruggegaan naar grotendeels strijkorkest en werken daarbij zonder dirigent. Wij vinden (niet alleen ik maar ook mijn musici) dat een dirigent essentieel is om een bepaalde visie van een werk optimaal tot zijn recht te laten komen. Met alle respect voor Sinfonietta, het RKO zal blijven werken met een dirigent. Ik zal blijven om mijn muzikale stempel op het orkest zetten, maar ook voor gastdirigenten zal het interessant zijn en blijven om het maximum uit het orkest halen. Het is ook een kwestie van energieuitwisseling: hoe meer een dirigent in zijn ensemble stopt, hoe meer hij ook van hen terugkrijgt."

De nieuwe cd is uit, met de bewerking door Rudolf Barshai van drie strijkkwartetten van Dmitri Sjostakovitsj (op 49a, op. 110a en op. 118a). Je zou als naïeve muziekliefhebber de vraag kunnen stellen: "waarom heeft de componist dat zelf niet gedaan?" En om die vraag dan gelijk maar naar een ander tijdsbestek door te wentelen: Beethovens kwartetten op. 95, op. 131, de Grosse Fuge op. 133, Schuberts kwartet 'Der Tod und das Mädchen', maar ook kamermuziek van bijvoorbeeld Arensky werden 'vertaald' naar het strijkorkest (mét baslijn). Dat leidt per definitie tot twee voor de hand liggende problemen: ten eerste gaat die uitvergroting ten koste van de (door de componist bedoelde) kamermuzikale intimiteit en ten tweede is het voor een strijkorkest niet mogelijk dezelfde nuances aan te brengen als vier kwartetspelers dit kunnen. Ter herinnering: Beethovens op. 131 door de Wiener Philharmoniker (een topensemble) onder Bernstein heeft niets meer wezenlijks van doen met het kwartet (afgezien van de uitvoeringskwaliteit daarvan). Schaalvergroting leidt ook niet tot expressieve vergroting, integendeel. Wel zou je kunnen zeggen dat het bij een aantal kwartetten van Sjostakovitsj iets anders ligt, door de melodische en harmonische textuur. Zoals het ook relatief eenvoudiger is om Beethovens f-klein kwartet op. 95 (dat symfonische allure in zich heeft) naar een grotere bezetting te vertalen (in bijvoorbeeld de bewerking van Gustav Mahler). Dito: Bruckners strijkkwintet. Denk je er ook zo over, of juist niet? Mijns inziens een interessant thema!
"Inderdaad, een interessant thema. Ik ben er ook mee eens dat schaalvergroting niet perse het gewenste resultaat heeft, en het soms juist minder indrukwekkend maakt. Mijn mening is dat het van het stuk afhangt. Zoals je zelf al zegt zijn de bewerkingen van Mahler van Beethovens en Schuberts kwartetten gestoeld op het symfonische karakter ervan. De muziek van Sjostakovitsj is een heel specifieke taal, en veel van zijn kwartetten hebben een bepaald karakter, een grote emotionele lading of ruigheid die bij uitvergroting naar strijkorkest wel naar mijn mening een extra dimensie geven. Wij hebben inderdaad de Barshai-bewerkingen opgenomen, maar ik heb die niet blindelings gevolgd.  Een voorbeeld: in het derde deel van op 118a (track 3) hebben de celli in de opening het thema. Het zou niet zinvol zijn hier de bas ook de melodie te laten spelen. Barshai heeft er hier voor gekozen dat de bassen de lijn van de alten meespelen. Maar dit vind ik juist een voorbeeld van uitvergroting die niet het gewenste effect heeft. Ik laat op die plek de bassen dus lekker rusten! Ook ga ik iets vaker terug naar het originele solokwartet dan Barshai voorschrijft."

De enorme inspanningen van Nikolaus Harnoncourt en (in mindere mate) onze landgenoot Gustav Leonhardt hebben de historiserende uitvoeringspraktijk op gang gebracht. Eens begonnen als een dilettantische poging is het in de afgelopen drie decennia uitgegroeid tot een gepolijste concurrent van de traditionele praktijk. Die tendens heeft zich zelfs voortgezet tot in de werken van Brahms ("bij Brahms géén vibrato, behoudens wanneer het om écht expressieve passages gaat!"). De strijkinstrumenten zijn in de loop der tijd groter geworden, met meer volume, de stokken zijn aangepast. Geen violone meer, maar een heuse contrabas. Maar niet zozeer het instrumentarium als wel de retoriek zijn bepalend in de 'authentieke' uitvoeringspraktijk. Musicologisch onderzoek, allerhande wetenschappelijke publicaties, maar ook aangepaste opvattingen over het portamento en de tempokeuze hebben het muzikale landschap danig veranderd. Hoe ga je hier zelf mee om? Welke invulling wil je er zelf aan geven? Zelfs zo'n afgedraafd werk als Tsjaikovski's Serenade voor strijkers of de dito Dvorák en Elgar kunnen in een nieuw licht worden geplaatst, al is dat een zeer lastige opgave. Muziek wint in beginsel bij vernieuwing, niet bij de angstvallige museumfunctie. Of....? Mahler: "Tradition ist Schlamperei".
"Ook een interessant thema! Ik vind dat wij heel veel te danken hebben aan de specialisten op het gebied van de authentieke uitvoeringspraktijk. Ook bij orkesten die met moderne instrumenten spelen heeft het geholpen om de barok en het klassieke repertoire helderder en transparanter te maken, de retorica te vernieuwen, te verbeteren. Het heeft ons ook bij het uitvoeren van het romantische repertoire attent gemaakt op de verschillende manieren om vibrato toe te passen, en dat het niet een eentonig stijl van vibreren moet zijn zoals die veelal nog wordt toegepast. MAAR, een Brahm-symfonie of een Tsjaikovski-serenade zonder vibrato vind ik gewoon niet mooi. Ook vind ik dat de soms overdreven tempi de muzikale lijn verstoren, alsof het niet meer toegestaan is om rust in de muziek te hebben en de lange lijn op te zoeken."

Thuis genieten!

Dat kan ook, dankzij twee uitgaven, een op het label Talent met de strijkkwartetten op. 49, op. 110 en op. 118 in de bewerking voor strijkorkest van Rudolf Barshai, en een op het label Channel Classics, samen met de gitaristen de Katona Twins, met o.a. Jaoquin Rodrigo's Concierto Madrigal voor twee gitaren en orkest.
Hier horen we het RKO op zijn best, met een fraai afgewogen en homogene strijkersklank, een krachtige puls, pittige accenten, een groot dynamisch bereik en met piritueel elan, maar waar nodig ook fluisterzacht.of zelfs flinterdun. Hoe prachtig bloeien de strijkers op in het adagio van Sjostakovitsj' op. 118 en de drie largo's van op. 110! Maar er wordt ook bijna in de snaren gebeten, op de punt van de stoel gemusiceerd. De transparante hoofd- en nevenstemmen zijn een ware lust voor het oor. De kernachtige, droge contrabas zorgt voor het indrukwekkende fundament.
In Rodrigo's Concierto Madrigal treft het naadloze samenspel tussen de beide gitaristen en het orkest, zoals in Girardilla (presto), Fandango (molto ritmico!) en Zapateado (allegro vivace). Dan de warme klank van de houtblazers in de sublieme dialoog met de Katona's in de Arietta (andante nostalgico) en de superieure trompetpartij in de finale (Caccia a la española - allegro vivace/andante nostalgico)
En wat zei de dochter van de componist, Cecilia Rodrigo er zelf van? (Joaquino overleed in 1999 en heeft dit 'feest' niet meer mogen beleven): "I wish to congratulate you on your splendid performance of Joaquin Rodrigo's Concierto Madrigal, as well as for the rest of the pieces. [...] Many thanks indeed for your devotion to the music [...], which is obvious in the way you have so carefully treated his works." Is een groter compliment denkbaar?


Sjostakovitsj/Barshai: Strijkkwartet nr. 1 in C, op. 49 - nr. 8 in c, op. 110 - nr. 10 in As, op. 118 (in de bewerking van Rudolf Barshai voor strijkorkest).

Rotterdams Kamerorkest o.l.v. Conrad van Alphen.

Talent DOM 2929 72 (sacd) • 64' •


Rodrigo: Concierto Madrigal voor twee gitaren en orkest (1968)

Rodrigo/Peter en Zoltán Katona: Fadango del Ventorillo - Tonadilla voor twee gitaren - Serenata Española - Mañana en Triana - Sonada de Adios (hommage aan Paul Dukas) - Gran Marcha de los Subsecretarios - Danza de la Amapola.

Peter en Zoltán Katona (gitaar), Rotterdams Kamerorkest o.l.v. Conrad van Alphen.

Channel Classics CCS 16698 • 62' •


Niet beluisterd:

Grieg: Holbergsuite op. 40.

Dvorák: Serenade voor strijkers op. 22.

Elgar: Serenade voor strijkers op. 20.

Rotterdams Kamerorkest o.l.v. Conrad van Alphen

Telarc SACD-60623 (sacd)


Niet beluisterd:

Beethoven: Hoboconcert in F, Hess 12 - Vierstemmige fuga in e, Hess 238 - Muziek voor een ridderballet Hess 89 - Allegretto Hes 66 - Allegretto H 69 - Ecossaise WoO 23 - 12 miniaturen uit schetsboeken - Wellingtons Sieg oder die Schlacht bei Vittoria Hess 97.

Alexei Ogrintchouk (hobo), Peter Kranen (piano), Raphael Quartet, Rotterdams Kamerorkest o.l.v. Conrad van Alphen.

Raptus 302.02.01

 
     
 

index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links