Ensembles en orkesten

Chamber Orchestra of Europe: jeugdig professionalisme

en wat decenniumlange inzet en motivatie vermogen

 

© Jan de Kruijff en Aart van der Wal, juli 2001 / augustus 2007

 

Het Chamber Orchestra of Europe in 2004

Er was eens een goed idee. Dat bestond erin het European Community Youth Orchestra te stichten, een volwaardig symfonisch ad hoc ensemble, dat na strenge voorselectie een paar maanden per jaar samenkomt en dat bestaat uit ruim honderd musici uit de EEG landen met een maximum leeftijd van 23 jaar. Geleid zou het tijdens de tournees worden door wereldberoemde dirigenten, elk jaar een andere. Niet de geringsten - Claudio Abbado, James Judd, Erich Leinsdorf, Herbert von Karajan, Bernard Haitink, Georg Solti, Alexander Schneider en Nikolaus Harnoncourt - traden daarvoor al aan.

Doch zoals het vaker met tovenaarsleerlingen gaat, vooral als ze Claudio Abbado heten: de geest was uit de fles en er niet meer in terug te krijgen. De jongelui hadden muzikaal bloed geroken. Ze wilden in artis­tiek verband bij elkaar blijven, vooral de ouderen onder hen, die de leeftijdsgrens van het Jeugdorkest hadden overschreden. Ze formeerden zich in 1981 zelfstandig tot het Chamber Orchestra of Europe (COE) en dra hoefden ze niet alleen Europa tot hun domein te rekenen. Toernees en gastoptredens voerden de multinationale jonge musici intussen niet alleen naar Italië, Oostenrijk, Spanje, de BRD, Frankrijk en Nederland, maar herhaalde keren ook naar de V.S., Japan en Hongkong. Bij voorkeur treedt men tijdens Festivals op. Dat dertig van de vijftig leden sinds de eerste dag meespelen, geeft wel aan, hoe goed de sfeer is.

Peter Readman, een jonge Londense zakenman en een groot muziekliefhebber was de juiste man om het ensemble op poten te zetten, geholpen door June Hall als General manager. Zonder sponsors lukte dat niet en aan het begin hielpen met name ICI Europa en Rank Xerox.

Wisselend geheel

Het COE is flexibel van samenstelling, begon met 35 leden, maar bestaat nu in principe uit 50 musici (met een dominerend aantal Engelsen van 20), die inmiddels een gemiddelde leeftijd van 29 jaar hebben. Het gaat - zoals de naam zegt - grotendeels, maar niet exclusief om Europeanen. Bijna de helft van het ensemble wordt gevormd door jonge vrouwen. De structuur is heel democra­tisch en coöperatief: iedereen verdient hetzelfde, de verantwoordelijkheden en de posities op het podium zijn gelijk verdeeld en er wordt gerouleerd. De programmakeus, de uitnodigingen aan dirigenten en solisten, het aannemen van nieuwelingen en managementsbeslissingen worden autonoom genomen. Het administratieve hoofdkantoor is in Londen, de artistieke thuisbasis is de Kammermusiksaal van de Berlijnse Philharmonie. Maar verder is men thuis in Wenen, Ferrara, Graz en Londen.

"We spelen hier allemaal omdat we het heerlijk vinden, niet omdat we moeten en niet omdat we geld nodig hebben," aldus fagotspeler Matthew Wilkie. Bassist Enno Senft over het speelschema: "In tegenstelling tot andere orkesten werken we niet op permanente basis. We komen gemiddeld veertien dagen per maand samen en kunnen de rest van de tijd besteden aan studie, lesgeven of schnabbelen bij andere ensembles."

Sponsors en platencontracten helpen. De uitstraling van meewerkende beroemde solisten en dirigenten ook.

Meer dan de helft van de leden heeft eerst zijn sporen in het Youth Orches­tra verdiend, maar in het COE zijn de banden hechter en overzichtelijker. De arbeidsduur is flexibel; men kan voor 100%, 70% of minder deelnemen. Elk orkestlid maakt weliswaar exclusief deel uit van het ensemble, maar moet ook gelegenheid hebben voor eigen ontplooiing in solo- en kamermuziek activiteiten. Weer anderen vertonen pedagogische neigingen. Het is, zoals de dichter het formuleerde: "Een talent wordt in stilte gevormd."

Schubert in de Musikverein

Hoezeer Claudio Abbado in zijn element is wanneer hij met talentvolle jonge musici kan werken, bleek najaar 1987 tijdens de opname van Schuberts symfonieën in de Musikverein. De dirigent lijkt geheel ontspannen en gelukkig; hij is haast op fanatieke manier gehecht aan het ensemble. Natuurlijk kent hij de meeste musici al een jaar of tien omdat ze zijn voortgekomen uit het Europees Jeugdorkest. Ze vormen de eerste rijpe vruchten van zijn inzet voor jonge musici, die intussen ook een uitlaat kreeg in het Gustav Mahler orkest: een poging om een brug te slaan tussen jongeren uit Oost en West.

Abbado voelt zich hier onder zijns gelijken. "Na jaren tonen ze nog steeds een grote openheid en frisheid. Ze benaderen de muziek zonder vooropgezette ideeën, ze willen graag bijleren en experimenteren. Ze schuwen het vivere pericolosamente niet, ze komen met open geest en hart. Momenteel komt het ensemble ongeveer een half jaar per jaar samen. Het regime is heel anders dan bij gewone beroepsensembles. Het werkschema oogt veel gezonder, het artistieke beleid is meer gericht op artistieke ontwikkeling. Gestreefd wordt naar een reeks Orchestra in residence in verschillende Europese steden. Berlijn opende de rij met de sponsoring van zes weken werk en verblijf voor concerten in de nieuwe Kammermusiksaal van de Philharmonie gedurende drie jaar. Gehoopt wordt dat Ferrara, Wenen en Londen dit voorbeeld zullen volgen.

Maar ook in de periode dat het orkest niet bijeen is, ligt het werk niet stil. Het valt dan uiteen in diverse splintergroepen die zo veelzijdig mogelijk kamermuziek cultiveren. "Technisch beschouwd is er haast niets dat dit ensemble niet in zijn mars heeft", zegt Abbado, "maar het is de collectieve en individuele muzikaliteit die het meeste indruk op me maakt."

Een korte blik, een subtiel gebaar zijn inderdaad voldoende om precies te bereiken wat hij wil. Abbado is altijd al iemand van weinig woorden. Maar repeterend met het ECO zijn woorden ook vrijwel overbodig. Deze jongeren hebben haast instinctief zijn natuurlijke gevoel voor frasering, rubato en kleur leren begrijpen. Zijn lichaamstaal is bovendien expressief genoeg; de vorm en het karakter van een frase worden zo duidelijk door zijn handen en zijn gezicht uitgedrukt, dat verbale ingrepen haast altijd van louter technische aard zijn. Ze betreffen  kwesties van intonatie, dynamiek, ritmische accenten en dergelijke.

Tijdens de repetitie van Schuberts Zesde symfonie bijvoorbeeld verandert een eenvoudig diminuendo van de wegstervende vioolfrase uit de inleiding het karakter van het hele deel. Heel effectief worden ook Schuberts dramatische kleine modulaties in het coda van het eerste deel geïntensiveerd door het crescendo in deze maten wat steviger aan te zetten. Eerder gedurende de sessie had Abbado de Schotse hoboïst Doug Boyd even apart genomen om hem te vragen in de finale met zijn collega houtblazers de kortste noten wat feller te spelen om zo het simpele, essentieel Weense karakter te accentueren, "niet zo hoekig of vierkant - meer marcato." Ook de strijkers werd gevraagd met langere streken te spelen terwille van een beter volgehouden klank, net genoeg om het ritme af te wegen, maar ook om de rustieke pas uit te laten komen. Ineens gaat het ECO dan klinken als het Weens filharmonisch, dat zoiets van nature op deze manier lijkt te spelen. Niettemin doet Abbado Schubert liever met het ECO om de al genoemde redenen.

Interessant genoeg is het Stefano Mollo, het enige Italiaanse orkestlid, die verschillende discrepanties vond tussen Schuberts oorspronkelijke in het archief van de Gesellschaft der Musikfreunde bewaarde manuscripten en de gedrukte uitgaven van de toen nog niet voltooide Nieuwe Schubert uitgave van Bärenreiter (1967), Peters (1983) en Breikopf & Härtel (1885).

"We ontdekten enige interessante verschillen. Zo bevat bijvoorbeeld het eerste deel van de Zesde symfonie een extra maat in de gepubliceerde versie. In de Negende ontdekten we dat aan het scherzo vier maten ontbraken, dat het langzame deel anders was en dat er heel wat verschillen in de dynamische aanduidingen waren. Het is bekend dat met name Brahms heel wat veranderde. Een kras voorbeeld vormen de veranderingen in de Vierde symfonie. Brahms pleegde veel ingrepen in dat werk. Soms ten goede, maar vaak ook niet. De extra maat in de Zesde ontneemt dat deel zijn oorspronkelijkheid. Mensen als Brahms begrepen gewoon niet waarom Schubert geen passende frasen had gemaakt van dezelfde groep van vier maten. Dus voegde hij terwille van het evenwicht een maat toe. Maar Schubert was vaak heel onconventioneel, heel gedurfd. Tot nu toe zijn slechts drie symfonieën gepubliceerd aan de hand van de handschriften. Gelukkig hadden we daar voor de rest van de werken de beschikking over."

Ook dit is een aspect van de bijzondere samenwerking tussen Abbado en het ECO: een gevoel van kruisbestuiving, van wederkerige positieve beïnvloeding. Ook daarvan is een mooi voorbeeld. Op een gegeven moment meent de tweede hoornist een fout in zijn partij te hebben ontdekt. Een kleinigheid rond één noot. Abbado reageert niet autocratisch, onderbreekt de repetitie en gaat naast de hoornist zitten om het nader uit te zoeken. Inderdaad, er is sprake van een foutje, Abbado maakt de hoornist van musicus tot musicus een compliment dat hij het ontdekte. Abbado heeft het ook nooit over het 'dirigeren' van het COE. Het is altijd "we spelen Schubert."

Het maakt ook duidelijk waarom hij Rossini's Viaggio a Reims ook juist met dit ensemble wilde doen en waarom hij het ook voor dat andere werk van Schubert, de opera rariteit Fierrabras heeft verkozen.

Prokofjev in Wenen

We schrijven mei '90. Plaats van de handeling: De Schubertzaal van de Musikverein. Daar beleven we typisch een voorbeeld van de Wet van Murphy, volgens welke immers alles wat fout kan gaan ook fout gaat. 's Avonds om zeven zou daar de eerste repetitie van de uit allerlei Europese windrichtin­gen aanvlie­gende 56 jonge musici van het Chamber Orchestra of Europe beginnen. Ze zouden elkaar voor het eerst sinds enige maanden weer voor een korte, intense werkperiode van een week  treffen.

Maar door de verkeerschaos, welke die dag was ontstaan tengevolge van de in Wenen te spelen UEFA Cup finale tussen Benfica en AC Milano konden slechts een paar jongelui op tijd aantreden voor die repetitie, zodat deze werd geannuleerd. Maar daardoor ontstond wel wat extra tijd om met de paar aanwezige musici en met vaste dirigent en inspirator Claudio Abbado te praten. Gesprekjes, die hun voortzetting later in de pauzes en na afloop van de zes repetities voor het drietal te geven concerten tijdens het Weense muziekfestival vonden.

Enerzijds bereidde Abbado namelijk een leuk programma voor, bestaande uit Ravels Ma mère l'oye en het Pianoconcert in G (met Martha Argerich als soliste) van laatstgenoemde en de Eerste, Klassieke symfonie plus Peter en de wolf (vertelster Barbara Sukova) van Prokofjev. Anderzijds trad Nikolaus Harnoncourt met een heel andere werk- en uitvoeringsstijl aan voor een late Haydnsymfonie en Beethovens Eroica, bij ons beter bekend door zijn grootschaliger, maar even markante aanpak bij het Concertgebouworkest. Peter en de wolf werd trouwens op een zondagmiddag nog apart tijdens een kinderconcert gegeven.

Blijken van jeugdig enthousiasme

Nog helemaal los van het individuele studeren en de groepsrepetities in kleiner verband kreeg men hier een goed inzicht in een tot hard werken nopend microkosmos muziekwereldje, waarin begrippen als kwaliteit, uitdaging, professionalisme, inzet, maar ook speelvreugde hoog in het vaandel geschreven staan. Waar maak je bij een gangbaar beroepsensemble nog mee, dat de musici spontaan nadat de eigenlijke repetitietijd is verstreken nog even bij elkaar blijven om samen nog eens een paar lastige passages door te nemen? Het is ook weer zo'n blijk van jeugdige animo, ja zelfs van lust tot experimenteren. Met accenten, met op- en afstreken bijvoorbeeld. Inderdaad wint het ritornello van het Ravelconcert zo ineens nog wat aan profiel.

Ondanks het efficiënt en hard werken heerste tijdens de repetities een vrij ongedwongen sfeer en werd daar best veel gelachen, bijvoorbeeld toen een Engelse slagwerker de in Peter en de wolf zo belangrijke paukenpartijen ineens miste, maar niettemin feilloos improviseerde.

Kenmerkend is ook, dat alle orkestleden de dirigent gewoon tutoyeren.

Het EEG Jeugdorkest als kweekbak

Omdat het zo sporadisch hier optreedt, is het nuttig het Chamber Orchestra of Europe eerst even voor te stellen. Dit jonge en behoorlijk internationaal bezette orkest in wisselende bezetting werd in 1981 in Londen gevormd door een aantal leden uit het EEG Jeugdorkest, dat daarin op grond van hun leeftijd - 23 jaar is de maximumgrens - daarin niet meer mocht meedoen, maar dat het jammer vond de ontstane ervaringen en connecties verloren te laten gaan.

Eigenlijk was de basis echter al een jaar eerder gelegd, in augustus 1980 na een concert met Karajan tijdens het Salzburg Festival, toen vijf der meest gemotiveerde musici uit het Jeugdorkest contact opnamen met de amateurmusicienne Victoria Readman, wier man Peter Readman nog steeds als voorzitter over het orkest presideert.

Het eerste optreden met louter werken van Mozart vond in 1981 in de Londense Merchant Taylor's Hall plaats. Op grond van een onmiddellijk succes was het niet moeilijk er gauw sponsors voor te vinden.

Het enige Nederlandse optreden gaat terug tot het seizoen 1986/7, toen in Utrechts Vredenburg een zeer geslaagd concert plaatsvond met de jonge Russische violiste Viktoria Mullova als soliste in Vivaldi's opus magnum, zijn De vier jaargetijden. Op een cd is deze vertolking gelukkig bestendigd.

Na de voltooiing van de aan Scharouns Berlijnse Philharmonie aanpalende Kammermu­siksaal is het kamerensemble daar Orchestra in Residence geworden. Het tweede thuis is echter nog steeds Wenen.

Internationale faam kreeg het ensemble vooral dankzij een aantal voor Deutsche Grammophon gemaakte opnamen, waarbij Rossini en Schubert vooral in de belangstel­ling staan. Het begon met de plaatpremière van Rossini's opera Il viaggio a Reims tijdens het Pesaro Festival gemaakt. Daarna volgden vanuit Wenen alle Schubertsym­fonieën in een met name voor de Negende wat aangename verrassingen opleverende nieuwe, kritische editie. En last but not least verscheen een andere wereldpremière, de in 1988 live opgenomen opera Fierrabras van Schubert. Flankerend zijn er intussen wat aardige andere, heel geschakeerd aan Bach, Haydn, Prokofjev, Sjostakovitsj en Vivaldi gewijde uitgaven. Hun aantal zal de komende tijd gestaag groeien.

Goede Nederlandse inbreng

In deze meiweek bestond de Nederlandse inbreng bij het uit een vaste kern van 45 jonge musici van 12 nationaliteiten bestaande clubje uit violiste Iris (dochter van Jo) Juda, fluitiste Josine Buter, hoornist Jan Harshagen en harpiste Charlotte Sprenkels. Voordat hij een vaste plek in het Residentie- en later het Concertgebouworkest vond, was ook fluitist Sjaak Zoon een graag gehoorde gast. Net als violiste Marieke Blan­kenstijn, die regelmatig als concertmeester optrad en mogelijk nog optreedt.

Tot de andere Nederlanders die zich bij Abbado de afgelopen jaren positief onder­scheidden, behoren fluitiste Titia Schouten, hoboïste Marieke Schut, klarinettist Oscar Ramspek en de hoornisten Sander Prang, Anneke Vreugdenhil en Gerard Drijvers; dan waren daar de slagwerkers Herman Rieken en Steef van Oosterhout. Bij de strijkers troffen we eerder ook Tineke de Jong, Nicoline Kraamwinkel, Odile Torenbeek Caro Wiering, Peter van der Weerd, Niek de Groot en Pascale Went aan.

Een aparte vermelding verdient Noor Kamerbeek die niet alleen een decennium lang eerste fluitiste bij het ensemble was, maar tevens tot de 'founder members' van het COE mag worden gerekend. Ze zat ook aan de eerste lessenaar toen het orkest onder leiding van Claudio Abbado Schuberts negen symfonieën (klik hier) vastlegde. Kamerbeek was bovendien een van de solisten in de opname van het Concert voor blazers van Frank Martin.

Piramidale selectie

Hoe kom je in het Jeugdorkest en daarna in het Kamerorkest? Abbado: "Al maanden voordat het Jeugdorkest opnieuw wordt geformeerd, worden via conservatoria en muziekhogescholen audities aangekondigd. Uit de vijf tot zesduizend aanmeldingen blijven tenslotte de honderdtwintig besten over. Keus genoeg dus, wat de kwaliteit ten goede komt. Die selectie krijgt al in een vroeg voorbereidingsstadium de partijen van de uit te voeren werken toegestuurd. Ongeveer een maand voor de toernee komt men voor 't eerst samen voor groepsrepetities onder leiding van ervaren leraren. Ik ben blij, dat we kunnen beschikken over mensen als Thomas Brandis, Viktor Liberman, Bruno Giuranna voor de strijkers. Als dan het ensemble wordt samengevoegd, is in grote lijnen alles al goed ingezeept. Gerepeteerd werd aanvankelijk vooral in Engeland; momenteel wisselen we tussen Wenen (Musikverein) en Berlijn (Philharmonie), mee bepaald door het begin van elke toernee. Logisch, dat altijd een goed bereikbaar internationaal muziekcentrum wordt gekozen. Met als het ware een selectie uit die eerste selectie is natuurlijk de kwaliteit van het Kamerorkest gewaarborgd. Daar gaat het ook niet meer om een nuttige en plezierige vakantiebesteding, maar om een volledig professionele inzet."

Latijnse musici hebben te weinig discipline

Valt er nog wat te zeggen over de verdeling naar nationaliteit binnen deze ensembles? "Ongetwijfeld leveren Engeland, Duitsland en Nederland steeds de beste orkestmusici. Incidenteel hebben we een individueel talent uit de Latijnse landen. Maar daar heerst een heel andere, minder gedisciplineerde mentaliteit. De trombones komen vrijwel altijd uit Engeland met zijn Brass Band traditie. Het leuke is ook, dat we meestal solisten uit het orkest kunnen rekruteren: Marieke Blanken­stijn, Willy Galway de fluitist, William Conway als cellist, Douglas Boyd als voortreffelijk hoboïst en Matthew Wilkie de fagotspeler. Het ensemble is werkelijk een broeikas vol veelbelovend talent. Geen wonder, dat er al professionele afsplitsingen uit het Kamerorkest voortkwamen: een octet, een strijk­kwartet en een trio."

Iris Juda: "Eenmaal lid van het ensemble bepaal je zelf het aandeel van je inbreng. Ik doe momenteel voor 70% mee, maar kan dat percentage in overleg veranderen. Belangrijk voor mij is, dat ik genoeg tijd voor andere, voornamelijk strijkkwartetactiviteiten in Engeland overhoud. Al met al zou ik bij een volle baan zo'n half jaar per jaar moeten investeren. De honorering? Die is heel behoorlijk; bovengemiddeld naar internationale maatstaven. Dat geldt ook voor de reis- en onkostenvergoeding. Sponsoring helpt! In zoverre is het jammer dat in mijn geval een half jaar per jaar een te grote investering is. Dat is teveel voor me. Daarom kan ik ook niet te lang blijven praten: ik moet een volgend optreden van ons strijkkwartet voorbereiden!"

Ook de andere Nederlanders moeten de paar maanden effectief werk voor het COE combineren met schnabbels of lesgeven elders. Maar geen van hen zou deze ervaring willen missen. Josine Buter, ditmaal ingehuurd met haar piccolo: "Voor iemand, die als blazer alleen op het Nederlandse muziek­leven is aangewezen en die hogere aspiraties heeft, is meedoen in dit ensemble enorm inspirerend. Je bent onder gelijkgestem­de zielen, je kunt je meten met andere nationaliteiten, je doet nuttige contacten op. En er wordt natuurlijk op wereldniveau gespeeld! Juist die korte, geconcentreerde werkperioden vind ik gunstig. Als je jaar in jaar uit samenspeelt, dreigt de routine in te sluipen en kun je moeilijk perma­nent de intensiteit handhaven. In onze kleine club is elk lid van groot belang, hoewel het engagement wisselt."

De trouw blijkt ook groot te zijn. Van de oorspronkelijke kern zijn nog ruim twintig leden over.

"Voor mij geldt dat in nog veel sterkere mate," bekent Charlotte Sprenkels, "want wanneer krijg je als harpiste zo'n kans om op internationaal niveau in een orkest mee te doen?"

Toch valt op dat de Engelse inbreng het grootst is. Ook het management en de afdelingen administratie en publiciteit zijn vast in Engelse handen. Engels is binnen het orkest ook de voertaal.

Abbado's centrale rol

Claudio Abbado is artistiek leider van het COE. "Voor mij is het één van de beste orkesten; de combina­tie van jeugdig enthousiasme en professio­naliteit spreekt me sterk aan. Het publiek trouwens ook. Hier is nog geen spoor van welgedaan muzikaal ambtenarendom. Aanstormend talent is er genoeg!"

Niet alleen diri­geert hij zelf het leeuwendeel der concerten, hij zorgt ook voor nieuwe impulsen, voor interessante repertoire uitbreiding. Zo is het aan hem te danken, dat met het COE Rossini's onbekende opera Il viaggio a Reims werd opgegraven en Schuberts dito Fierrabras. Maar met zijn kleine élite ensemble plaatste hij ook de 8 Schubertsymfonieën in door veel élan en drive plus slankheid gekenmerkte vertolkingen, teruggaand tot oorspronkelijke handschriften, in een heel fraai nieuw daglicht.

"Eigenlijk alleen toen we de Negende Schubert deden hadden we behoefte aan een zwaardere strijkersbezetting," aldus Abbado. Mooi ook, dat dit werk best uit de verf komt met een strijkorkest op basis van maar drie contrabassen. Meer was trouwens ook in de andere werken niet ter beschikking voor de respectievelijk in het Weense Konzerthaus, de Londense Watford Town Hall en Valencia gemaakte opnamen.

Schubert-ontdekkingen                                    

Niet de Neue Schubert Ausgabe, maar door orkestlid Stefano Mollo in Wenen gedurende twee jaar nauwkeurig werk waarbij het geraadpleegde autografisch bronnenmateriaal als uitgangspunt diende. Niet alleen werden de door Brahms aan de Vierde en Zesde toegevoegde maten verwijderd, het meest markante verschil duikt op in het scherzo van de Negende. In het eerste thema van het openingsdeel is niet alleen een zestiendenfiguur in de hobomelodie gewijzigd, maar werden vier maten, die Brahms uit het scherzo coupeerde in ere hersteld. Een andere typische Abbado Schubertontdekking vormt de opera Fierrabras, die hij - met o.a. Robert Holl - tijdens de Wiener Festwochen 1988 in het Theater an der Wien opvoerde en meteen opnam. Het lopende seizoen verscheen het kwalitatief nogal omstreden werk op het repertoire van de Staatsopera en is inmiddels door DG op cd uitgebracht.

Vivaldi uit Berlijn

Project nr. 9102066 in de Kammermusiksaal

Het staat er zo nuchter: opnameplan nr. 80/91: Antonio Vivaldi, Concerti voor hobo en orkest R 463 in a, R 453 in D, R 447 in C, R 450 in C en R 461 in a. Daarbij komt dan nog het Concert in Bes R. 548 voor viool, hobo en strijkorkest. Medewerkenden: Douglas Boyd (hobo) en Marieke Blankestijn (viool, tevens concertmeester) bij het Chamber Orchestra of Europe. Het werkschema is gewoon: telkens drie uur durende sessies, onderbroken door een half uur pauze.

De Kammermusiksaal is een nieuwere, kleinere uitgave van de Philharmonie met de toehoordersruimte ook arenavormig rond een zeshoekig podium in het midden. Puike akoestiek, ongetwijfeld geholpen door wat klankweerkaatsers aan het plafond en bewuste onregelmatigheden van de wanden.

Het ritueel is bekend: tegen tienen druppelen de leden van het Chamber Orchestra of Europe binnen. Voor Vivaldi zijn het er drieëntwintig in getal. Strijkorkest op basis van een bas, 3 celli, 7 eerste violen, 6 tweede en 4 alten plus centraal opgesteld klavecimbel, en Douglas Boyd als hobosolist voor het front van de troep. In het gezelschap tien dames; het drie vrouwen sterke Nederlandse contingent bevindt zich bij de eerste violen. Marieke Blankestijn en Iris Juda aan de eerste lessenaar, Annette Bik (ex Hagen kwartet) wat verder in de achterhoede.

Boyd heeft zich in de solistenkamer ingespeeld. Hij maakt een vrij ongecompliceerde en rustige indruk. Uiteraard is de voertaal bij deze opname Engels. Het kunnen niet alleen het kleinere ensemble, de intiemere zaal en de "eenvoudiger" werken zijn, die de sfeer zo relaxed maken. Ondanks de multinationale samenstelling van het orkest heerst een typisch soort Engelse afwachtende rust. Niet overigens, dat het aan speelvreugde mankeert!

Het DG opnameteam, ditmaal aangevoerd door een vriendelijke doch gedecideerde Gernot von Schultzendorf, troont vijfhoog in een fraai ingerichte regieruimte, die door een groot raam zicht heeft op de zaal. In de zaal hangen een hoofdsysteem en 14 microfoons om de digitale 16 sporen recorder te bedienen.

Beweeglijk als blazerssolisten vaak zijn, trekt Boyd a priori zijn schoenen uit. Na een proefriedeltje uit het snelle eerste deel krijgt bij uit de kofferluidspreker die als commu­nicatiemiddel dient het verzoek om 1m achteruit te gaan staan en niet zo te zwaaien, "anders krijgen we last van het Dopplereffect!"

Dan de bekende routine. Een deel wordt geheel doorgespeeld. De kern van het ensemble gaat boven afluisteren. Nog twee keer wordt dat deel met overeengekomen wijzigingen geheel gespeeld. Volgen in overleg kleine correcties. Dra gaan bij de Nederlandse eerste-lessenaardames gemakshalve ook de schoenen uit. Boyd neemt niet echt de leiding, maar vraagt slechts om kleine aanpassingen. Marieke Blankestijn instrueert de strijkers zonodig nader, zeker waar het om accenten gaat.

Beheerst, professioneel en in alle rust wordt zo gestaag verder gewerkt. Het eerste deel is na vijf kwartier echt af. De korte langzame deeltjes zijn vrij makkelijk te behappen. Toch valt er best nog wat te verbeteren. Soms intoneert de vaardige solist te laag (nooit te hoog), soms vergist de klavecinist zich, een andere keer klinken versieringen niet unaniem. Weer een ander moment gaat het om de balans van alten en celli versus de bas. Op een gegeven moment stopt Boyd, excuseert zich en zegt "Sorry, ik speelde een valse noot in maat 58." Dan maar weer opnieuw vanaf maat 54....

Lunch in de belendende kantine. Korte gesprekjes met de Nederlandse orkestleden. "Tijd voor een interview? Kijk maar in de folder hoe druk ik het heb. Bovendien leef ik meer in Londen dan in Amsterdam. Maar hier is m'n telefoonnummer. Probeer het over een maand of vier maar eens. Dan ga ik minder diensten draaien!," aldus Marieke.

Die folder geeft inderdaad blijk van een druk schema tot eind augustus 1992. Eind november en begin december stond Frans Brüggen voor het orkest om in Londen een Mendelssohn/Mozart/Schumann programma en Haydns Schöpfung te dirigeren; begin juni keert hij terug. Begin december '91 trad en tweede helft juli treedt Harnoncourt aan voor eerst een stel Mozartprogramma's en later heel uitdagend een pianoconcert van Beethoven (met Argerich) en Mendelssohns Erste Walpurgisnacht plus Midzomernachtsdroom, eind januari gevolgd door Heinz Holliger. Eind februari gaf Abbado voornamelijk in Parijs herhalingen van de al op cd uitgebrachte Rossini opera Il viaggio a Reims. Eind maart kwam Kent Nagano voor o.a. Mahlers Lied von der Erde in de Schönbergversie. In dezelfde periode nam Abbado opnieuw Rossini's Barbiere di Siviglia op.

Dat alles gaat ons hier in de Lage Landen weer aan de neus voorbij helaas.

Op een publicatiebord zijn verder komende opnamenessies aangekondigd. Roger Norrington komt voor Haydns Seasons met Christiane Oelze, Peter Lika, Gilian Weir en het RAS-Kammerchor. Lika doet verder Mozartaria's. Op het programma ook Mozarts Eerste hoornconcert en Haydns symfonie nr. 95. Harnoncourt komt Mozarts Post­hoornserenade en symfonie nr. 38 (Praagse) vastleggen, Gidon Kremer werken van Pärt en Reh plus een Schubert cd met het Rondo en het Konzertstück voor viool en orkest plus een stel Duitse dansen.

Berlijn als muziekfabriek

Midden in de middag bouwt het Ensemble Modern in de kantine vast zijn slagwerkkeuken op. "Blijde binnenkomst van de zware industrie," oppert een lid van het kamerorkest. Eerder, na de lunch op het Philharmonie binnenplein Lustiges Zusammensein der Landleute, in dit geval een stel blazers. Het Ensemble Sabine Meyer komt successievelijk voor een repetitie aanwandelen. Fagottist Sergio Azzolini: "We spelen een stuk van Denissov, dat voor ons werd geschreven. Duivels lastig. Ik vind echter hoe meer kleuren je door elkaar mengt, des te duidelij­ker wordt het tenslotte bruin. Dan gaat het dus toch weer als Richard Strauss klinken! Bovendien hebben we als het niet goed gaat een zondebok. Hoboïst Thomas Indermühle is er het laatst bijgekomen...!"

Dan draaft Sabine zelf op met een te gekke koffer, veel te groot voor haar klarinet. "Breng je soms meer van die ellendige partituren mee?"

Blij dat ze op een journalist kan afreageren klaagt ze over de misverstanden over de bassethoorn in de kritieken op haar opname van Mozarts klarinetconcert.

Philharmoniker Stefan Schweigert laat het grijnzend over zich heen gaan. Als troost biedt hij de mogelijkheid om een rondje op zijn mooie ligfiets te rijden. Negen kilometer door Berlijns stadsverkeer in twintig minuten. "Niet gek," zegt hij, "je kunt merken, dat Nederland een uitgesproken fietsland is."

Berlijn als thuishaven                                                  

Ondanks zijn drukke werkzaamheden in Wenen, Berlijn, Chicago en Londen  wil Abbado voldoende tijd vrijhouden voor zijn bemoeienissen met het COE. "Al zal wel een groter beroep worden gedaan op gastdirigenten, zoals uit de komst van Rudolf Barshai voor Sjostakovitsj programma's bijvoorbeeld al blijkt."

In de beginperiode, toen ook de eerste Pickwick opname verscheen, stond James Judd voor het orkest. Later volgden andere prominente gasten, zoals Alexander Schneider, Georg Solti, Michael Tilson Thomas en Nikolaus Harnoncourt.

Laatstgenoemde rondde deze zomer met de Negende symfonie een integrale reeks Beethovensymfonieën voor Telefunken af. Als extra speelt Martha Argerich de solopartij uit het Vijfde pianoconcert. Daarentegen leidde Murray Perahia het ensemble vanachter de vleugel in de pianoconcerten KV 467 en KV 595 van Mozart voor Sony Classical. De reeds bij Telefunken verschenen Serenade voor 13 blazers van Mozart wordt binnenkort aangevuld met de overige werken voor blaasensemble. Daarnaast ligt een aan Frank Martin gewijde cd met het Concert voor 7 blazers en Polyptique (soliste Marieke Blankestijn) te wachten.

Toekomstplannen behelzen cd's met werken van Haydn (Jahreszeiten onder Norrington en de symfonie nr. 95 met Abbado), Mozart (Eerste Hoornconcert en concertaria's met Lika), werken van Reh en Pärt met Gidon Kremer. een Schubert cd ook met Kremer (o.a. Rondo voor viool en orkest, Konzertstück en dansen), Stravinsky, Mendelssohn en Schumann plus de voltooiing van de Londense symfonieën van Haydn inclusief de concertante werken. De symfonieën nr. 93, 96 en 101 en de Symfonie-Concertante zijn al verschenen, net als de celloconcerten (met Mischa Maisky als solist).

Ook elders op de Compact Disc laat het COE zijn sporen achter. Aanvankelijk via een paar kleinere individuele producties bij kleine labels als RCA, Pickwick en Virgin, sinds twee jaar vooral op DG, waar men vooreerst een drie jaar lopend contract kreeg. Een vast tehuis kreeg het ensemble, dat daarvóór regelmatig vanuit de Weense Musikverein opereerde, in Berlijn, waar de nieuwe Kamermuziekzaal van de Philharmonie zes weken per jaar beschikbaar staat voor repetities, concerten en opnamen. Daarnaast vormen het Londense Barbican Centre, het Teatro Communale in Ferrara en een zaal in Graz vaste thuishavens. Sponsoring en gelden van de Deutsche Klassenlotterie maakten de Berlijnse vestiging mogelijk.

Risicoloos repertoire

Afgaande op de concertprogramma's die we ter inzage hadden en op het cd repertoire tot nu toe is het repertoire van het COE nogal behoudend.

Abbado: "Als men de omvang van de barok - Vivaldi en Bach - tot en met Ravel, Prokofjev en Stravinsky beperkt vindt: ja! Zelf zou ik graag ook moderner repertoire willen uitvoeren. Maar een elementair levens- en overlevingsfeit is, dat we rekening moeten houden met de instanties die ons voor concerten uitnodigen en met de voorkeuren en specialismen van de gastdirigenten. De meeste Festivalleidingen staan als erg behoudend bekend helaas. Daarom kan ik in Wenen weliswaar modern repertoire slijten tijdens het 'Wien Modern' herfstfestival, maar niet met het Kamerorkest. In dit verband is het ook logisch om Harnoncourt te engageren voor Haydn, Mozart en Beethoven, Haitink daarentegen bij het grote ensemble voor Bruckner; zelf doe ik daarmee graag Mahler."

Eist het veel aanpassingsvermogen om de ene keer onder Harnoncourt, de andere onder Harnoncourt te werken? Iris Juda: "Vermoedelijk niet meer dan wat de leden van het Concertgebouworkest hebben ervaren. Met Harnoncourt gaat het natuurlijk niet primair om klankschoonheid en homogeniteit. Hij werkt op felle accenten, op gedreven ruigheid op individuele uitspattingen van met name koper en slagwerk, zoals we dat typisch van hem kennen. In beide wat extreme gevallen passen we ons echter graag aan: hoe dan ook zijn dergelijke ervaringen nuttig en leerzaam!"

Wat het barokrepertoire betreft kunnen noch u, noch Barshai als specialisten gelden. Om van authentieke uitvoeringspraktijken maar te zwijgen.

Abbado: "Ik heb niets tegen barokspecialisten. Maar zolang pianisten als Glenn Gould, Martha Argerich, Ivo Pogorelich en András Schiff Bach zo voortreffelijk op de piano uitvoeren, zie ik niet in, waarom ik van hem zou moeten afblijven. Het is namelijk best mogelijk om barokke orkestwerken met traditionele orkesten te vertolken. Het komt alleen op de stijl, op de musiceerhouding aan. Niettemin vind ik hetgeen er op dit terrein is gebeurd en nog gebeurt erg interessant. Je kunt er veel van leren. Niet alleen het pleidooi voor kleinere ensembles. Minder vibrato is ook belangrijk, Het gaat er maar om, hoe je laat spelen. Daarvoor heb ik veel zorg. Ik vind vaak de intonatie bij barokensem­bles onbevredigend. Daar ben ik dan weer in het voordeel. Ik hoor het liever levendig en met goede intonatie dan academisch en slechter.... Verder moet je natuurlijk letten op de juiste accenten, op de agogiek. Dat geldt met name voor de soli. In de tutti ga ik eindweegs barokensemble. Waarbij het er minder toe doet, dat moderne snaren en strijkstokken worden gebruikt. Maar ik geef grif toe: met een romantische Vivaldi kun je echt niet meer aankomen!"

"Meer marcato graag!"

"Je hebt ons nog bepaald niet op ons best gehoord" bekent Jan Harshagen op de dag na de voetbalavond tevoren. "De hectische en te late aankomst maken, dat we nog wat duf zijn." Toch klinkt Prokofjev meteen al aardig "tongue in cheek" en pittig. Lange gedeelten van de Klassie­ke symfonie worden zonder onderbreking doorgespeeld. Dan wordt van voren af aan begonnen en telkens gestopt om puntjes op de i te zetten. Kwesties van balans, gelijke inzetten, timbres, agogiek, melodische welving vormen daarbij détailzorgen, waaraan hard wordt gewerkt.

Abbado werkt niet dor analytisch, maar heel pragmatisch en gevoelsmatig. Bij een mislukte klarinetinzet onderbreekt hij meteen, maar pluist de passage niet uit elkaar. Nee, alleen: "De klarinet moet op de tweede viooltoon komen."

Een scherpere definitie en contourering is wat Abbado gedurig vraagt. Alles onder het herhaalde motto "Meer marcato hier graag!" of "Dit moeten vierkante zestienden zijn." Maar ook: "Pas op voor overaccentuering, we zijn niet met Suppé's Leichte Kavallerie bezig." Zo gaat de Haydnesk bedoelde speelse Prokofjev steeds meer op een lichtvoetige Rossini lijken. En wat blijft er ruimte voor nuancen! Met name de finale ontaardt geen moment in een mechanisch aandoend te snel perpetuum mobile. Het hoeft geen nadeel te zijn een Italiaan op deze Russische muziek los te laten. De een jaar eerder met Barbara Sukova als onderkoelde spreekster in de Duitse (en Sting in de Engelstalige) versie bevestigt achteraf deze indrukken.

Wilde boskat Martha Argerich

Abbado en Argerich hebben al duidelijk een gemeenschappelijk verleden als het om Ravels Pianoconcert in G gaat. Met tussenpoos van enige jaren namen ze het in 1967 in Berlijn en in 1987 in Londen op. In beide gevallen met een heel eigen, maar best pakkende opvatting. Nu eens de jazzy felheid overdrijvend, dan weer het languisante uitrekkend, kortom als een temperamentvolle, wat nukkige wilde boskat. In Wenen opereerde ze redelijk "straight," zodat ook het orkest niet extra alert hoefde zijn. Niettemin trof ook hier de gespannen ad rem aanpak en de felheid. Mooi ook, dat dit werk best uit de verf komt met een strijkorkest op basis van maar drie contrabassen. Meer was trouwens ook in de andere werken niet ter beschikking.

"Eigenlijk alleen toen we de Negende Schubert deden hadden we behoefte aan een zwaardere strijkersbezetting," aldus Abbado, die verder volhoudt, dat hij bij een verdeling van zijn vast beschikbare tijd voor 70% in Wenen en voor 30% in Berlijn voldoende vrijhoudt voor zijn bemoeienissen met het COE. "Al zal wel een groter beroep worden gedaan op gastdirigenten, zoals uit de komst van Alexander Schneider, John Eliot Gardiner, Georg Solti en Rudolf Barshai al blijkt. Ook solisten mogen de leiding incidenteel op zich nemen: James Galway, Heinz Holliger en András Schiff bijvoorbeeld."

Abbado versus Harnoncourt?

Hoewel de traditionele en de historiserende uitvoeringspraktijk in de loop van de afgelopen twee decennia meer naar elkaar zijn toegegroeid en ook de ensemblecultuur daarvan zijn sporen draagt. Dat is toch vooral een kwestie geweest van kruisbestuiving, waarbij ook 'traditionalisten' als Claudio Abbado opschoven naar een avontuurlijker dirigeerstijl, zonder dat die ten koste ging van de verfijning van het koloriet of de jacht op nog snellere tempi. Nee, de vernieuwing werd toch vooral gezocht in scherper geprofileerde fraseringen, een geprononceerder ritmiek en aangepaste dynamiek. De 'stroperigheid' maakte plaats voor een alerte, zo niet buitengewoon muzikanteske speeltrant die vooral de klassieke werken in een ander daglicht stelde.

Nikolaus Harnoncourt, een van de belangrijkste voorvechters van de nieuwe aanpak, heeft in dit opzicht ook bij het Chamber Orchestra of Europe zijn sporen nagelaten, waarbij het toch wel de grote verdienste van beide dirigenten is dat zij frank en vrij niet alleen hun eigen visie op de musici overbrengen, maar dat zij elkaar in dit opzicht ook volkomen respecteren. Geen van beiden trekt het primaat naar zich toe, wat fascinerende contrasten binnen de contouren van hetzelfde repertoire oplevert.

Discografie

Het ensemble heeft voornamelijk Claudio Abbado en Nikolaus Harnoncourt als dirigent, maar werkt(e) ook met anderen en incidenteel geheel in eigen regie of gesegmenteerd

Bach: De 6 Brandenburgse concerten. Aanvoerster: Marieke Blankestijn. DG 431.660-2 (2 cd's).

Bach: De 6 Brandenburgse concerten; 3 Hoboconcerten. Aanvoerster: Marieke Blankes­tijn; Solist: Douglas Boyd. DG 445.578-2 (2 cd's).

Bach: De complete klavecimbelconcerten. Aanvoerster: Marieke Blankestijn; Solist András Schiff. Decca 425.676-2 (2 cd's).

Bach: De vioolconcerten. Solist: Salvatore Accardo; dirigent: James Judd. Philips 416.413-2.

Bach: Hoboconcerten in F BWV 1053 en d BWV 1059; Oboe d'amoreconcert in A BWV 1055. Solist Douglas Boyd. DG 429.225-2.

Bach: Viool/hoboconcert; Mozart: Concertante symfonie voor blazers; Vivaldi: Hobo­concert R. 556. Solisten: Douglas Boyd en Marieke Blankestijn, dirigent: Alexander Schneider.

Beethoven: De 9 symfonieën. Charlotte Margiono, Birgit Remmert, Rudolf Schasching, Robert Holl en het Schönberg­koor. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 2292-46452-2 (5 cd's, ook afzonder­lijk leverbaar als 9031-75708-2, 9031-75712-2, 9031-75714-2, 0630-10014-2, 9031-75709-2 en 9031-75713-2).

Beethoven: Die Geschöpfe des Prometheus. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 4509-90876-2.

Beethoven: Ouverture Die Geschöpfe des Prometheus; Fauré: Pavane; Mozart: Divertimento in D; Rossini: Ouverture Il barbiere di Siviglia; Wagner: Siegfried Idyll. Dirigent: James Judd. Pickwick 805.

Beethoven: Vioolconcert; Vioolromances nr. 1 en 2. Solist: Gidon Kremer, dirigent Nikolaus Harnoncourt. Teldec 9031-74881-2.

Beethoven: Vioolconcert; Schumann: Vioolconcert. Solist Gidon Kremer, dirigent Nikolaus Harnoncourt. Teldec 0630-10015-2

Beethoven: Octet; Sextet; Kwintet; Rondino. Blazerssolisten uit het COE. ASV CDCOE 807.

Beethoven: Missa solemnis. Evan Mei, Marjana Lipovsek, Anthony Rolfe-Johson en Robert Holl met het Schönbergkoor o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Teldec 9031-74884-2 (2 cd's).

Beethoven: Fidelio. Peter Seiffert, Charlotte Margiono, Boje Skovhus, Sergej Leiferkus, Edith Polgar, Barbara Bonney met het Schönbergkoor. Dirigent: Nikolaus Harnon­court. Teldec 4509-94560-2 (2 cd's); Hoogtepunten: 0630-10030-2.

Berg: Kammerkonzert; Kammersinfonie nr. 1. Solisten: Thomas Zehetmair en Oleg Maisenberg; dirigent: Heinz Holliger. Teldec 2292-46019-2.

Brahms : De 4 symfonieën. Dirigent: Paavo Berglund. Ondine ODE 990-2 (3 cd's).

Chopin: Pianoconcert nr. 1; Fantaisie imromptu; Berceuse. Met Maria João Pires; dirigent Emmanuel Krivine. DG 457.585-2.

Debussy: Sonate voor fluit, altviool en harp; Danse sacrée et profane; Syrinx; Ged. uit de Préludes; Ged. uit Petite suite; Ged. uit Children's corner; La boîte a joujoux; Suite bergamasque; Rêverie; Le petit nègre. Solisten: Graham Oppenheimer, Marisa Robles en James Galway; dirigent James Galway. RCA RD 87173.

Händel: Watermusic; Fireworks music. Dirigent: James Galway. RCA RD 85364.

Haydn: Symfonieën nr. 93 en 101. Dirigent: Claudio Abbado. DG 429.776-2.

Haydn: Symfonie nr. 96 in D Miracle; Concertante symfonie in Bes. Solisten Marieke Blankenstijn, William Conway, Douglas Boyd en Matthew Wilkie, dirigent: Claudio Abbado. DG 423.105-2.

Haydn: Symfonieën nr. 98 en 100; Ouverture Il mondo della luna. Dirigent: Claudio Abbado. DG 439.932-2.

Haydn: Symfonieën nr. 102 en 103. Dirigent: Claudio Abbado. DG 449.204-2.

Haydn: Celloconcerten in C en D. Solist Mischa Maisky. DG 419.786-2.

Krommer: Octet-partita; Janácek: Mladi; Serenade; Hummel: Octet-partita; Dvorák: Ged. Slavische dansen. Blazers van het COE. ASV CDCOE  812.

Marcello: Hoboconcert; Vivaldi: Hoboconcert R. 487; Mozart: Symfonie nr. 25; Rondo voor viool en orkest KV 371; Wolf: Italiaanse serenade; J. Strauss: An der schönen blauen Donau; Kaiserwalzer. Solisten: Douglas Boyd, Matthew Wilkie en Jonathan Williams, dirigent: Alexander Schneider. ASV CDCOE 810

Martin: Concert voor 7 blazers, slagwerk en strijkorkest; Polyptique; Études voor orkest. Soliste Marieke Blankestijn, dirigent Thierry Fischer. DG 435.383-2.

Mendelssohn: Symfonieën nr. 3 en 4. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 9031-72308-2.

Mendelssohn: Symfonie nr. 4; Ouvertures De Hebriden; Die schöne Melusine; Midzo­mernachtsdroom en Erste Walpurgisnacht. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 0630-10021-2.

Mendelssohn: Een midzomernachtsdroom; Die erste Walpurgisnacht. Pamela Coburn, Elisabeth von  Magnus, Birgit Remmert, Uwe Heilmann, Thomas Hampson en René Pape met het Schönbergkoor. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 9031-74882-2.

Mozart: Blazersserenades in Es en c. ASV 802.

Mozart: Serenade voor 13 blazers Gran Partita. Dirigent Alexander Schneider. Teldec 2292-46471-2.

Mozart: Serenade voor 13 blazers Gran Partita. Dirigent: Alexander Schneider. ASV 804.

Mozart: Symfonieën nr. 39-41. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 9031-74858-2 (2 CD's).

Mozart: Symfonieën nr. 25, 38 en 39. Dirigent: Alexander Schneider. ASV 810.

Mozart: Symfonieën nr. 38 en 39. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 4509-90866-2.

Mozart: Symfonieën nr. 39 en 41. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 0630-10013-2.

Mozart: Symfonieën nr. 40 en 41. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 4509-93667-2.

Mozart: Symfonieën nr. 40 en 41. Dirigent: Georg Solti. Decca 430.437-2.

Mozart: Serenade nr. 10. Blazers van het Chamber Orchestra of Europe. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 2292-46471-2.

Mozart: Pianoconcerten nr. 17 en 21. Soliste: Maria João Pires; dirigent: Claudio Abbado. DG 439.941-2.

Mozart: Pianoconcerten nr. 21 en 27. Solist Radu Lupu. Decca 417.773-2.

Mozart: Pianoconcerten nr. 21 en 27. Solist: Murray Perahia. Sony 46485.

Mozart: Vioolconcerten nr. 4 en 7; Vioolsonate KV 454. Solist: David Garrett, dirigent: Claudio Abbado. DG 447.110-2.

Mozart: Vioolconcerten nr. 5 en 6. Solist: David Garrett; dirigent: Claudio Abbado. DG 447.110-2.

Mozart: De 2 fluitconcerten; Andante voor fluit en orkest; Fluit/harpconcert; Divertimen­to KV 334; Serenade nr. 13. Solisten: James Galway en Marisa Robles, dirigent: James Galway. RCA RD 87861.

Mozart: Fluitconcert nr. 1; Fagotconcert; Fluit/harpconcert. Solisten: Thierry Fischer, Matthew Wilkie, Sandor Végh en Sprenkels; dirigent: Thierry Fischer. ASV CDCOE 813.

Mozart: Hoboconcert; R. Strauss: Hoboconcert. Solist: Douglas Boyd, dirigent: Paavo Berglund. ASV CDCOE 808.

Mozart: Klarinetconcert; Copland: Klarinetconcert; R. Strauss: Duet concertino. Solisten: Richard Hosford, en Matthew Wilkie; dirigent: Alexander Schneider. ASV CDCOE 811.

Mozart: De 4 hoornconcerten; Rondo. Solist: Jonathan Williams; dirigent: Alexander Schneider. ASV CDCOE 805.

Mozart: Così fan tutte. Solisten: Renée Fleming, Anne Sofie von Otter, Frank Lopardo, Olaf Bär, Adelina Scarabelli, Michele Pertusi, London Voices. Dirigent: Georg Solti. Decca 444.174-2 (3 cd's).

Mozart: Don Giovanni. Solisten: Bryn Terfel, Simon Keenlyside, Soile Iokoski. Dirigent: Claudio Abbado. DG 459.286-2 (3 cd's).

Mozart: Concertaria's. Soliste: Edita Gruberova, dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 9031-72302-2.

Mozart: Opera-aria's; Beethoven: Opera-aria's. Soliste: Charlotte Margiono, dirigent: Nikolaus Harnoncourt (deels met het Concertgebouworkest). Teldec 0630-10031-2.

Prokofjev: Symfonie nr. 1 Klassieke; Mars in B; Peter en de wolf; Ouverture over Hebreeuwse thema's. Spreekster Barbara Sukova, dirigent: Claudio Abbado. DG 427.­678-2.

Rodrigo: Concierto de Aranjuez; Piezas espanolas; Invocacion y danza. Julian Bream met het Chamber orchestra of Europe. Dirigent: John Eliot Gardiner, solist: Julian Bream. RCA RD 84900.

Rossini: 7 Ouvertures. Dirigent:  Claudio Abbado. DG 431.653-2.

Rossini: Il barbiere di Siviglia. Solisten: Kathleen Battle, Plácido Domingo, Ruggero Raimondi e.e. met het La Fenice koor. Dirigent:  Claudio Abbado. DG 435.763-2 (2 cd's); Hoogtepunten: 437.841-2.

Rossini: La donna del lago. Solisten: Katia Ricciarelli, Lucia Valentini Terrani, Cecilia Gasdia, Leo Nucci, Samuel Ramey, Ruggero Raimondi. Met het Praags filharmo­nisch koor. Dirigent: Maurizio Pollini. Sony 39311 (3 cd's).

Rossini: Il viaggio a Reims. Solisten Katia Ricciarelli, Lucia Valen­tini-Terrani, Cecilia Gasdia, Leo Nucci, Samuel Ramey, Ruggero Raimondi e.a. Dirigent: Claudio Abbado. DG 415.498-2 (2 cd's).

Schnittke: Vioolconcerten nr. 2 en 3; Stille Nacht; Suite in oude stijl; Gratulationsrondo. Solist: Gidon Kremer; dirigent: Christoph Eschenbach. Teldec 4509-94540-2.

Schnittke: Concerto grosso nr. 1; Moz-Art à la Haydn; Quasi una sonata. Solist Gidon Kremer; dirigent Heinrich Schiff. DG 429.413-2.

Schönberg: Verklärte Nacht; Begleitmusik; Kammersinfonie nr. 2. Dirigent Heinz Holli­ger. Teldec 9031-77314-2.

Schönberg: Kammersinfonie nr. 1; Sciarrino: Autoritratto nella notte; Ligeti: 6 Bagatellen voor blaaskwintet; Concert voor fluit, hobo en orkest. Met Jacques Zoon en Douglas Boyd o.l.v. Claudio Abbado. DG 449.215-2.

Schubert: De 8 Symfonieën; Rosamundemuziek; Grand Duo. Dirigent: Claudio Abbado. DG 423.651-2 (5 cd's, ook afzonderlijk verkrijgbaar als 423.652-2, 423.653-2, 423.654-2, 423.655-2 en 423.656-2).

Schubert: Rosamunde. Anne Sofie von Otter, Ernst Senff koor. Dirigent: Claudio Abbado. DG 431.655-2.

Schubert: Mis nr. 2; Tantum ergo; Psalm nr. 23; Schumann: Requiem voor Mignon. Met Barbara Bonney, Brigitte Poschner, Dalia Schaechter, Andreas Schmidt e.a. met het Weens Staatsoperakoor o.l.v. Claudio Abbado. DG 435.486-2.

Schubert: Missen nr. 5 en 6. Met Luba Orgonasova, Birgit Remmert, Deon van der Walt, Wolfgang Holzmair, Anton Scharinger en het Schönbergkoor o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Teldec 4509-98422-2 en 0630-13163-2.

Schubert: Fierrabras. Josef Protschka, Karita Mattila, Cheryl Studer, Robert Holl e.a. Dirigent: Claudio Abbado. DG 427.341-2 (2 cd's).

Schumann: De 4 symfonieën. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 0630-12674 (2 CD's).

Schumann: Symfonieën nr. 3 en 4. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 4509-90867-2.

Schumann: Pianoconcert; Vioolconcert. Solisten: Martha Argerich en Gidon Kremer, dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 4509-90696-2.

Schumann: Genoveva. Ruth Ziesak, Deon van der Walt, Rodney Gilfry, Oliver Widmer, Marjana Lipovsek, Thomas Quasthof, Hiroyuki Ijichi, Josef Krenmair, Schönbergkoor. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 0630-13144-2 (2 cd's).

Sjostakovitsj: Kamersymfonie op. 110a; Symfonie voor strijkorkest op. 118a. Dirigent Rudolf Barshai. DG 429.229-2.

Sibelius: De 7 symfonieën. Dirigent: Paavo Berglund. Finlandia 3984-23389-2 (4 cd's), ook afzonderlijk leverbaar als 3984-23388-2, 3984-23389-2, 0630-17278-2 en 0630-14951-2.

R. Strauss: Suite Le bourgeois gentilhomme; Couperinsuite. Dirigent: Erich Leinsdorf. ASV CDCOE 809.

R. Strauss: Blazersserenade; Suite voor 13 blazers; Fröhliche Werkstatt, Blazerssym­fo­nie. Dirigent: Heinz Holliger. Philips 438.933-2.

Tsjaikovski: Serenade voor strijkorkest; Souvenir de Florence. Dirigent: Gerard Korsten.  DG 437.541-2.

Tsjaikovski: Rococovariaties; Nocturne; Pezzo capriccioso; Andante cantabile; Cui: Morçeaux op. 36; Glazoenov: Chant de ménéstrel; Stukken op. 20; Rimsky Korsakof: Serenade. Solist: Steven Isserlis; dirigent: John Eliot Gardiner. Virgin VC 59595-2.

Vivaldi: De 4 jaargetijden. Soliste Viktoria Mullova, dirigent: Claudio Abbado. Philips 420.216-2.

Vivaldi: De 4 jaargetijden; Concerten La tempesta di mare en Il piacere. Soliste: Marieke Blankestijn. Teldec 4509-91683-2.

Vivaldi: 5 Hoboconcerten; Viool/hoboconcert. Solisten: Doug Boyd en Marieke Blankes­tijn. DG 435.873-2.

Video

Harnoncourt en Beethoven: "The making of the symphonies"; Symfonieën nr. 6 en 8; repetitiefragmenten, interviews. Teldec 4509-91120-6 (LD); 4509-91120-3 (VHS).

Mozart: Symfonieën nr. 39, 40 en 41. Dirigent: Nikolaus Harnoncourt. Teldec 9031-77668-6 (LD); 9031-77668-3 (VHS).

Prokofjev: Peter en de wolf; Symfonie nr. 1; Ouverture over Hebreeuwse thema's. Solist: Sting; dirigent: Claudio Abbado. DG 073-101-1.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links