Ensembles en orkesten

Amadeus Quartet

 

© Jan de Kruijff en Aart van der Wal, juni 2007

 

Waar sommige ensembles kritiek kunnen uitlokken door hun techniek, hun heterogeniteit, hun podiumoptreden en maniërismen, hun repertoirekeus, de wisselingen in het personeelsbestand was het Amadeus Kwartet door de jaren heen homogeen en constant. Het enige waar in toenemende mate kritiek op kon worden geleverd, was naarmate de jaren vorderden, de vaak dubieuze intonatie van primarius Norbert Brainin. Het Amadeus heeft zich in de concertzaal aan de moderne, laat staan eigentijdse muziek slechts weinig gelegen laten liggen. Dat mag voor een dergelijk topensemble best wel als een gemiste kans worden beschouwd. De kern van het discografische repertoire werd gevormd door de grote Weense Klassieken (Haydn, Mozart en Beethoven), met slechts een bescheiden uitstapje naar Schubert. De muziek van Mendelssohn en Schumann ontbreekt zelfs geheel. Het lijkt meer een toevalligheid dat Brittens Derde strijkkwartet door het Amadeus op het repertoire is genomen, maar misschien danken wij dat wel aan het feit dat de Britse componist dit werk aan het kwartet had opgedragen. Met het Amadeus Kwartet vergeleken doet het repertoire van bijvoorbeeld het al even beroemde Alban Berg en het Lasalle Kwartet ronduit modern aan.

Over wat deze lieden met een gegeven partituur 'deden' of 'nalieten' valt ook weinig te zeggen, want de magie en de kracht van de vaak prachtige vertolkingen school niet in welke interpretatieve geaffecteerdheid dan ook, maar in een duidelijke, haast zichzelf wegcijferende presentatie van het muzikale betoog. Wat voor verschillen van inzicht het viertal achter het podium ook gehad mogen hebben, eenmaal aan het spelen bleek daarvan nooit iets.

Eerst wat chronologische feiten. eerste violist Norbert Brainin werd 12 maart 1923 in Wenen geboren, tweede violist Siegmund Nissel 1 maart 1922 in München, altist Peter Schidlof 9 juli 1922 in Gollersdorf en Martin Lovett 3 maart 1927 in Londen. In 1938 ontvluchten de drie 'bovenstemmen' die alle drie les hadden gehad van Max Rostal aan de dreigende Nazi-vervolging en ontmoeten in Engeland Martin Lovett. In 1946 spelen Schidlof en Lovett mee in de wereldpremière van Brittens The rape of Lucretia, een jaar daarop treedt de groep van vier aanvankelijk op als Brainin kwartet op de Darlington School of Music, maar neemt daarna de naam Amadeus Kwartet aan. In 1948 vindt het eerste optreden plaats in de Londense Wigmore Hall, in 1949 wordt de eerste commerciële opname (het strijkkwartet uit 1939 van de onbekende eigentijdse componist Priaulx Rainier) gemaakt.

In 1950 volgen het debuut in Duitsland en de eerste HMV opname van Mozarts kwartet KV 387. In 1951 wordt via een Westminster opname (Haydn en Mozart) de overstap naar DG gemaakt met Schuberts 15e kwartet, hoewel Brainin en Schidlof als verplichting jegens HMV in 1953 nog hun eerste (van de drie) opnamen van Mozarts Concertante symfonie met de London Mozart Players onder Harry Blech maken. In 1953 vindt ook de eerste Amerikaanse tournee plaats. In 1956 wordt Tippetts tweede strijkkwartet vastgelegd. En in 1957 volgt dan het definitieve, exclusieve contract met DG.

In 1958 wordt een wereldtournee georganiseerd; op het repertoire staat dan onder meer het 6e kwartet van Bartók. Tussen 1959 en 1963 worden successievelijk alle strijkkwartetten van Beethoven opgenomen. Aan successen en onderscheidingen ontbreekt het niet de volgende jaren. In 1977 wordt begonnen aan een tweede opname van Beethovens kwartetten, frappant genoeg met de late. Een lange termijn onderneming want in 1987, wanneer Peter Schidlof overlijdt, zijn verder alleen op. 59/3 en op. 74 opgenomen.

Kenmerkend voor het Amadeus Kwartet was altijd hoe de typisch Weense, vrij zoetelijke toonvorming van Brainin en het stevige, onopgesmukte basfundament van Lovett als kader voor de fraai vermengde klanken van tweede violist Nissel en altist Schidlof. Wat bovenal treft was altijd de oprechte eerlijkheid van het musiceren en hun onverminderend enthousiasme; het waren echt non-interveniërende spelers.

In optima forma bleek dat steeds weer uit hun Mozartvertolkingen. Exemplarisch is het Andante con moto uit het kwartet nr. 16 in Es KV 428 (waarvan ooit drie in de tijd verschillende opnamen voorhanden waren). Hier is alles zoals men dat idealiter wenst: vloeiende lijnen, een ideaal tempo, prachtig afgewogen stemverhoudingen, elk met een eigen kleur en alle samen voorzien van een bitterzoete kern. Ook het begin van dit kwartet is voorbeeldig. Dit is muziek die men zich volkomen eigen heeft gemaakt en waarin men zichzelf volmaakt op zijn gemak voelt.

Vergelijkbare voorbeelden zijn te vinden bij Haydns kwartetten, met name op. 76. Het Keizerkwartet was altijd een specialiteit van het Amadeus Kwartet, maar luister ook eens naar het strenge heksenmenuet uit op. 76/2 en het zonovergoten Largo cantabile e mesto uit nr. 5. Deze momenten komen ook ter sprake in het gedenkboek The Amadeus: Forty years in pictures and words van Suzanne Rozsa-Lovett (1988).Daarin herinnert William Glock zich een uitvoering van op. 77/2 als volgt: "the most magical (aspect of which) was perhaps the moment when at bar 13 of the slow movement, the second violin and viola first join the other players, and lift the music on to another plane." Dat is navoelbaar bij het beluisteren van de opname uit 1965.

Het Amadeus Kwartet gaf talloze Beethoven cyclussen tijdens concerten en nam sommige werken uit die cyclus enige malen op. Wie dat moois na jaren opnieuw beluistert, gaat het eens temeer waarderen. Destijds waren op grond van de grote reputatie van het ensemble de verwachtingen over het klinkend resultaat misschien te hoog gespannen en werden de mooie uitkomsten als vanzelfsprekend beschouwd. Inmiddels is de concurrentie door het Italiaans kwartet (Philips), het Berg kwartet (EMI), het Végh kwartet (Valois) en het Leipzigs kwartet (MDG) ook wel erg groot zodat Amadeus geen aanspraken meer maakt op eerste plaatsen, maar met name het zestal uit op. 18 met flexibele frasen, kernachtige sforzati, boeiende doorwerkingen, mooi gebruik van portamento en expressief vibrato blijft heel fraai. Zo zijn er meer mooie momenten. De blijken van schalksheid in het Scherzo van op. 59/1, de uitdagende sprankeling van het Presto uit het Harpkwartet. Jammer is wel dat vrijwel alle herhalingen ontbreken. De latere versie uit 1977/81 van de late kwartetten haalt niet geheel het niveau van de eerdere uitgave.

Jammer dat er niet meer Schubert is. Het begon meteen zo veelbelovend met Der Tod und das Mädchen, dat zo positief opviel door een fraaie combinatie van energieke vaart en bijna hartverscheurende lyriek. Natuurlijk geldt het Amadeus Kwartet als specialist in de 'Weense klassieken', maar in 1959 speelde het clubje Dvoráks Negerkwartet op een dusdanig veerkrachtige en stijlvolle manier dat zo duidelijk wordt dat Praag en Wenen niet zover van elkaar liggen. Maar afgezien van hun Mozartinterpretaties zijn het vooral die van Brahms waarin het Amadeus onverwacht uitblinkt. Ervaar de gekwelde halflichten uit het eerste kwartet. In het eerste deel wordt een impressie van ruwe zee opgeroepen, het coda van de Romanze klinkt lieflijk (met gitaarachtige pizzicato arpeggio's van Lovett) en het Allegretto krijgt een folkloristische inslag die haast vooruit lijkt te lopen op Janácek.

Wie - behalve de werken van Mozart - iets memorabels van het Amadeus Kwartet wil bezitten, kan haast niet beter doen dan die Brahms/Dvorák combinatie aan te schaffen met daarnaast de cd's met sextetten en kwintetten van Brahms waarover Claus Moser in dat gedenkboek zegt: ".. involve us in the quest for beauty and musical truth. so we somehow become part of their music making."

Selectieve discografie (Jan de Kruijff)

Beethoven: De complete strijkkwartetten. DG 423.473-2, 463-143-2 (7 cd's).

Brahms: De 2 strijksextetten; De 3 Pianokwartetten; De 3 strijkkwartetten; Klarinetkwintet. Met Karl Leister (kl), Christoph Eschenbach (p), Cecil Aronowitz (av) en William Pleeth (c). DG 419.875-2 (  cd's). DG 474.358-2 (5 cd's).

Brahms: De 3 strijkkwartetten; Dvorák: Strijkkwartet nr. 12 Negerkwartet. DG 457.707-2 (2 cd's).

Britten: Strijkkwartetten no, 2 en 3. Decca 425.715-2.

Haydn: De 6 strijkkwartetten op. 76. DG 415.867-2 (2 cd's).

Haydn: De 6 strijkkwartetten op. 76, 77 en 103. DG 471.762-2 (3 cd's).

Mozart: De 6 strijkkwintetten. Met Cecil Aronowitz. DG 431.149-2 (3 cd's).

Mozart: De complete strijkkwartetten. DG 423.300-2 (6 cd's).

Mozart: De 6 Haydn-kwartetten; 4 Strijkkwintetten. Met Cecil Aronowitz. DG 431.149-2 (3 cd's).

Mozart: Adagio en fuga; Schubert: Strijkkwintet. Met William Pleeth. DG 423.543-2.

Schubert: Strijkkwartet nr. 14 Der Tod und das Mädchen; Pianokwintet Forellen kwintet. Met Emil Gilels en Rainer Zepperitz. DG 449.746-2.

De opnamen uit de jaren vijftig (Haydn, Schubert, Brahms). DG 474.730-2  (7 cd's).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links