DVD-recensie

Lars Vogt op het Verbier Festival 2011

 

© Aart van der Wal, januari 2013

 

 

Janácek: V mlhách (In de mist)

Schubert: Pianosonate nr. 18 in G, D 894

Beethoven: Pianosonate nr. 32 in c, op. 111

Brahms: Intermezzo in Es, op. 117 nr. 1

Chopin: Nocturne nr. 20 in cis, op. post.

Mozart: Pianoconcert nr. 16 in D, KV 451

Lars Vogt (piano), Verbier Festival Chamber Orchestra o.l.v. Gábor Takács-Nagy

Live-opname: 16 juli (recital) en 19 juli (Mozart) 2011

Idéale Audience 3079818 • 75' •


In het interview met Lars Vogt (klik hier) ging het onder meer over piano's. Hij zei daarover het volgende:

Do you feel more like a musician or a pianist?
I do feel like a musician but...painfully realising that as a musician you have to be able to do certain things on whatever instrument you play. It just takes work and coming to grips with the instrument so that it can do the things you want. And that is all the same for pianists, violinists and conductors.

But you have to deal with a lot of different pianos!
Yes, well, that can be difficult. It is also a very personal thing. I struggle for example with some technical aspects. I always play on Steinways (because I think they are the best) and there is something mechanical in recent years that I find very difficult to deal with. Some of the instruments are quite hard to play. So I asked my technician to change my keyboard at home in such way that it becomes as uncomfortable to play on as possible. If the touch is too light, too nice, when you practice, and you go to a hall with a new Steinway it is like kneading! The technical aspects of the piano are always there but at the same time you have to realise that they are only a way of going up the ladder towards being a musician.

Ik hoorde dat ook van andere pianisten: niet alleen dat er grote klankverschillen tussen de instrumenten zijn, maar dat ook in puur speltechnisch opzicht het ene instrument zich duidelijk van het andere onderscheidt. Die verschillen - onverschillig of ze positief danwel negatief worden gewaardeerd - maken het de pianist behoorlijk lastig om een werk zo te spelen (en daarmee te interpreteren) zoals hij dat voor ogen heeft. Dat geldt trouwens ook voor de overschakeling van een 'slechte' vleugel naar een schitterende pendant: eerst misschien een kreet van plezier slaken, zo in de trant van 'wow!', maar vervolgens extra stevig aan het werk moeten om die slechte vleugel letterlijk achter je te laten. Ik weet ook van pianisten dat niet altijd consequent serieus werk is gemaakt van de stemming van het instrument, of dat het tijdschema daarvoor te krap is ingeschat, of dat het wel prima is gelukt, maar dat in die paar uur die nog resteren vóór het concert die stemming toch weer enigszins is verlopen. Wie daar echt gevoelig voor is zal dit als een behoorlijke handicap ervaren. Maar er zijn ook andere problemen die behoorlijk kunnen irriteren: een bepaalde toon die een losliggende 'vishengel' in het instrument onverwacht tot leven wekt (het bekende rinkeldekinkeleffect), aanslagverschillen tussen de ene en de andere toets, niet vlekkeloos werkende pedalen (heel irritant: dempers die net niet voldoende dempen waardoor ongewenste naklank ontstaat, een veel voorkomend euvel) en nog zo het een en ander. Het perfecte instrument is veel minder gemakkelijk te vinden dan een kneusje.

Of Lars Vogt in Verbier met dergelijke 'ellende' werd geconfronteerd weet ik niet, maar in ieder geval niet tijdens het concert, want een idealer instrument was op deze aardkloot waarschijnlijk toen niet voorhanden. Wie de klank hoort die uit deze grandioze Steinway opwelt zal dit onmiddellijk beamen; terwijl Lars - zowel in het recital als in Mozarts KV 451 - met een rust in handen en polsen speelt die zowel grootse pianistiek als een perfect gedoseerd klavier verraadt. Niet alleen de pianostemmer had zijn dag, maar ook de opnametechnici, of beter, ze hadden hun twee avonden, want we horen en zien een net zo meesterlijke registratie, tot in alle denkbare details. alsof Lars - bij wijze van spreken uiteraard - in de kamer speelt. Wat ook meewerkt is in Mozarts KV 451 de prachtige orkestklank en de geweldige inzet van het duidelijk door dirigent Gábor Takács-Nagy geïnspireerde jonge ensemble: hier wordt werkelijk op het puntje van de stoel gemusiceerd.

In Schuberts Pianosonate D 894 is het misschien voor de kenners even schrikken: Lars zag in het openingsdeel af van de gebruikelijke herhaling van de expositie, wat ik overigens in geen enkel opzicht bezwaarlijk vind: zonder herhaling komt het deel (Molto moderato e cantabile) uit op toch nog twaalf minuten, wat ook in een goede verhouding staat tot het door Lars eveneens subliem gespeelde slotdeel (ruim negen minuten). Het Andante past daar qua tijdsduur (bijna acht minuten) eveneens uitstekend bij.

In Beethoven laatste sonate koos Lars duidelijk voor een ietwat minder dromerige aanpak in de Arietta, misschien ook wel enigszins afstandelijk, maar het contrasteert nog steeds heel fraai met het krachtige openingsdeel. Het begin van het recital is al een voltreffer, met Janáceks vierdelige V mlhách (In de mist), de laatste tijd overigens wel vaak een nogal modieus begin van een recital (zie bijvoorbeeld Anderszewski in New York, klik hier). Dat geldt niet minder voor Brahms' in ferm Es-groot gezette Eerste intermezzo van op. 117. Chopins dromerige Nocturne in cis lost op in een indrukwekkend zweven. Een schitterende dvd!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links